De V-LIJST

Een centraal punt in mijn proefschrift over voorzetsels (2003) was de zogenaamde V-lijst, een opsomming van vaste voorzetselverbindingen in het Nederlands, Omdat over die lijst het laatste woord nog niet is gesproken, wil ik die hier nog even in herinnering roepen en toelichten. De betreffende lijst stuur ik, op verzoek, in Excelformaat graag toe.

 

Uitgangspunt
De voornaamste reden dat ik mij zo ging vastbijten in voorzetsels (“Heb je niks beters te doen?”) was een onderwijservaring. Zeker op de middelbare school, maar vermoedelijk is het op de basisschool niet anders gesteld, bestaat er geen behulpzame voorzetseldidactiek. De meeste methoden gaan niet verder dan invuloefeningetjes van het type “vul op de stippeltjes het juiste voorzetsel in”. Leerlingen doen dat dan en krijgen vervolgens een 6 of een 2 of een 9 voor die oefening, en men gaat over tot de orde van de dag. In het gunstigste geval staat er nog ergens de volstrekt onvolledige, zelfs onjuiste definitie: “een voorzetsel is een woord dat past op de stippeltjes van … het kooitje”. Onvolledig, omdat de voorzetsels van tijd daarmee niet worden ondervangen, dus zeg in plaats van “het kooitje” liever “het kooitje of de vergaderingen” om ook tijdens, gedurende, na en tussen erbij te krijgen. Ook onvolledig, omdat voorzetsels die niet plaatsaanduidend zijn, zoals krachtens en vanwege, niet erg voor de hand liggen ter invulling. Onjuist, omdat je op die stippeltjes ook wel mogelijk, zelfs of juist kunt plaatsen, evident niet-voorzetsels. Als leerling had ik het er niet zo moeilijk mee, maar eenmaal voor de klas staande had ik geen zin een leerling een onvoldoende te geven zonder ook maar enige handreiking te kunnen bieden hoe het volgende keer beter zou kunnen gaan. En het kan beter, is mijn overtuiging.

Ontstaan
Ik merkte dat problemen bij leerlingen niet zozeer zaten in het juiste voorzetselgebruik als het gaat om tijd- of plaatsbepaling; voor en achter, voor en na, dat lukt meestal nog wel (hoewel ik daarover ook schrijnende verhalen kan vertellen). De grootste problemen vormden de zogenaamde “betekenisloze voorzetsels”, waarmee eerlijk gezegd wordt bedoeld dat de leraar, of het lesboek, zelf niet weten welke betekenis ze eraan moeten geven: verzot zijn op, in tegenspraak tot en zo. Daarom begon ik op een gegeven moment met het samenstellen van een lijst van vaste-voorzetselverbindingen. Toen die al enige honderden gevallen lang was, legde ik een en ander voor aan een groep vierdejaars studenten van de deeltijdopleiding MO-Nederlands in Arnhem met een verzoek tot aanvulling, en twee weken later hadden we rond de 700 gevallen bij elkaar staan. Met mijn immer aanwezig enthousiasme verklaarde ik toen dat ik schatte dat het er zeker wel duizend zouden zijn. Enige jaren later publiceerde ik een lijst van 3867 van deze verbindingen.

Beperkingen
Aan de lijst kleven enkele beperkingen.

Allereerst weet ik niet of het een complete opgave is. Maar tot troost van mezelf kan ik het volgende zeggen: Jarenlang liep ik dagelijks rond met een papiertje en potlood in mijn zak en elke vaste-voorzetselverbinding die mij inviel, of die ik hoorde op straat of op de radio (2x op met een verschillende betekenis !) noteerde ik en dan werkte ik later mijn verzameling op de pc bij. Na mijn promotie werd ik minder fanatiek, maar met een scheef oor hoorde ik altijd nog wel interessante gevallen. Steeds echter bleken die al in mijn lijst te staan, en zo kan ik stellen dat ik in de afgelopen tien jaar er in feite niet eentje meer heb bijgevonden, zodat ik van een vrij complete lijst kant spreken.

Vervolgens heb ik mij bewust beperkt tot gevallen waarin het voorzetsel niet plaats of tijd aanduidt. Dus wel: “Hij stond voor zijn belofte”, maar niet “Hij stond voor zijn auto”. Het ging mij dus uitsluitend om wat ik maar noem “figuurlijke” voorzetsels, d.w.z. niet van plaats of tijd.

Voorts beperkte ik me tot de gevallen waarin het voorzetsel achter het trefwoord staat waarmee het een vaste verbinding vormt. Dus wel verzot zijn op, maar niet Op chique gaan” (trefwoord en voorzetsel zijn onderstreept).

Deze laatste twee beperkingen hebben natuurlijk alles te maken met het onderwijskundig probleem dat aan mijn hele onderzoek ten grondslag lag.

Codes
Behalve het noteren van de vaste verbinding, met een voorbeeldzinnetje erbij, deed ik nog iets: aan elke verbinding koppelde ik een zescijferige code. De eerste drie cijfers daarvan zeggen iets over de betekenis van het voorzetsel, de laatste drie cijfers over de vorm van de vaste verbinding. Bijvoorbeeld:

Betekenisode 111xxx duidt erop dat het voorzetsel de functie heeft van “reden”, een uitvloeisel van iets wat bewust en van tevoren is bedacht: condoleren met, kwaad zijn over, smalen om, en nog zo’n 220 andere verbindingen.

Betekeniscode 820xxx duidt erop dat wat achter het voorzetsel staat de functie heeft van lijdend voorwerp bij het trefwoord (maar zo niet mag heten bij het ontleden): dromen van, lesgeven in, vertrouwen op, en nog zo’n 540 andere verbindingen.

Vormcode xxx300 wijst op een combinatie van werkwoord + vast voorzetsel, dus wijzen op of snakken naar.

Vormcode xxx550 wijst op de combinatie van een naamwoordelijk gezegde + vast voorzetsel: aansprakelijk zijn voor, vol zijn van, enzovoort.

Ik kan niet beweren dat de lijst met coderingen feilloos is, maar het is wel de eerste keer dat ik een dergelijke zo complete verzameling ben tegengekomen. En ik had wel wat redenen om die poging te wagen.

Bruikbaarheid
Een eerste voordeel van de gecodeerde lijst is dat je door te hersorteren heel eenvoudig een deelverzameling kunt trekken van vaste-voorzetselcombinaties die op een bepaalde (vormelijke of inhoudelijke) eigenschap bij elkaar horen. Dat kan binnen het onderwijs handig zijn om groepen min of meer identieke gevallen onder ogen te krijgen (iets wat Den Hertog in zijn Grammatica uit ±1900 overigens ook al deed!), en bovendien kan het helpen bij het verkrijgen van inzicht in de betekenis van wat men zo graag “betekenisloze voorzetsels” pleegt te noemen. Ik geef twee voorbeelden:

Wij kunnen lijden, omkomen, sterven, enz. van of aan iets. Als je die combinaties goed gaat bekijken, zie je dat met aan de inwendige ziektes worden gecombineerd: kanker, de pest, malaria; in combinatie met van is het meer een van buiten komend onheil, of juist het gebrek aan iets wat van buiten had moeten komen: de kou, honger, dorst, ellende, enzovoort. Zo willekeurig is de keuze van het voorzetsel dus ook weer niet.

Ander voorbeeld: als de (hiërarchische) verhouding tussen twee mensen ongelijk is, dan gebruikt het Nederlands naar wanneer de lager geplaatste zich richt tot de hoger geplaatste, of wanneer de lager geplaatste iets hogers wil bereiken: opkijken, een hang hebben, solliciteren, verlangen naar; omgekeerd: als er van bovenaf wordt neergekeken op de/het lagere, gebruikt het Nederlands op: neerkijken, afgeven, boos/kwaad/pissig zijn op. Ook hier lijkt er een constante tendens waarneembaar.

Als een ander voordeel van de gecodeerde lijst zie ik de mogelijkheid die coderingen te gebruiken in tekstverwerkers of andere taalprogramma’s op de pc. Het moet mogelijk zijn ofwel de gebruiker vooraf een bruikbare suggestie te doen voor het juiste voorzetsel binnen een gegeven context, dan wel achteraf een wellicht onjuist gebruikt voorzetsel te corrigeren.

Is dit allemaal zo nodig? Ik denk van wel, als je verzorgd taalgebruik tot een groot goed rekent. Weten, en begrijpen dat terugkomen van iets anders is dan terugkomen op, net zoals omdat iets anders is dan doordat, en tijdens niet hetzelfde betekent als gedurende. Zelfs in het NOS-journaal hoor je dat soort vergissingen maar al te vaak. Nogmaals, ik heb het niet over de voorzetsels van plaats of tijd, want daar is de ramp nog wel te overzien (alhoewel: lees mijn verhaal over de Sventest er nog maar eens op na), maar in het bijzonder over de zogenaamde figuurlijke voorzetsels, dus niet van tijd of plaats. Daaromtrent heb ik in het kader van mijn proefschrift een aantal uitgebreide tests afgenomen waaruit bleek dat het met de kennis van het juiste voorzetsel maar matigjes is gesteld. Grof samengevat: op MAVO-niveau bleek een goedscore van 50% ongeveer het gemiddelde; leerlingen uit de HAVO-/VWO-top scoorden niet of nauwelijks boven de 70%; alleen bij hoger opgeleiden, academici of mensen met veel werkervaring kwamen er percentages van 80 of 90 uit de bus. Er is dus voor het taalonderwijzend personeel nog heel wat werk te verzetten. Daarbij kun je overigens ook uitstekend gebruikmaken van bestaande voorzetselboeken als die van Vindevogel (meer op Zuid-Nederlands gericht), Hus (meer Noord-Nederlands), en de behandeling bij Den Hertog, eerste stuk (die over oorzakelijk voorwerp spreekt, waar wij voorzetselvoorwerp bedoelen), en in het derde stuk (over voorzetsels). Zie de literatuuropgave hieronder.

Literatuur

  • HERTOG, C.H. DEN, Handleiding ten dienste van aanstaande (taal)onderwijzers. 3 delen in 1 band.   1e stuk: De leer van den enkelvoudigen zin. Tweede Druk. Amsterdam 18921-19032. 2e stuk: De leer van den samengestelden zin. Eerste Druk. Amsterdam 1892. 3e stuk: De leer der woordsoorten. Tweede druk. Amsterdam 18951-19032. W. Versluys.
  • HUS, W.J.B. en R.REINSMA, Voorzetselwijzer. Baarn 1997. Nijgh Versluys. Auctor.
  • LOONEN, L.J.M., Stante pede gaande van dichtbij langs AF bestemming @. Boxmeer 2003. Diss.  Uitsluitend uitgebracht op CD. ISBN 9039332193.
  • VINDEVOGEL, Th., Het juiste voorzetsel. 4e Druk. Antwerpen 1993. Taalpockets. Heideland/Orbis.

8 gedachten over “De V-LIJST

  1. In voorzetsels ben ik altijd gebrekkig gebleven. Een leraar zei dat dit bij allochtonen wel meer voorkomt en dacht aan Surinamers of kinderen van Indiërs. Nu ben ikzelf van Duitse afkomst maar ben door en door Nederlands opgevoed, thuis en school. Nog altijd raadpleeg ik het Prisma Voorzetselboek. Het is een verlies dat de casus zijn verloren. Graag ontvang ik de lijst.

  2. Ik houd me aanbevolen voor de V-lijst. Is er enig verband/een relatie met het Combinatiewoordenboek van Piet de Kleijn (Combinatiewoordenboek. Nederlandse substantieven met hun vaste verba, 2013)?
    Alvast mijn dank, John Wigmans

    • Met genoegen. Bij dezen. Overigens kan ik melden dat de lijst sinds de eerste verschijning in 2003 nauwelijks is gegroeid. Ik heb alleen af en toe een voorbeeldzinnetje aangepast en een enkele typfout hersteld. Veel plezier ermee.

      Reactie Marlies: “Dank u vriendelijk! Een zeer uitgebreide lijst in mijn ogen. Als vertaler is het soms enorm zoeken naar het juiste voorzetsel omdat de brontaal, Engels voor mij, lelijk in de weg kan zitten. Voor de misser ‘bestempelen als’ heeft u mij alvast behoed“.

      Mijn reactie daarop: Klopt. Bestempelen als is een contaminatie van beschouwen als en benoemen tot. Zie de eerste twee items in de V-lijst. Bij als is er sprake van ‘een andere kijk op de (onveranderde) zaak’; bij tot verandert het object van aard/functie. Dat komt doordat als op een vergelijking met een andere entiteit wijst: alsof, zoals, als ware het. Bij tot vindt er een overgang plaats: eerst zus, nu zo.
      Als ik me niet vergis, doet het Engels het net even anders: tot wordt as (We appoint/designate him as director), terwijl bij als het voorzetsel afwezig is in de oppervlakte (I consider him a burglar). Vandaar de geconstateerde valkuil.
      Ik moet zelf de lijst ook nog vaak raadplegen. Het is een ingewikkelde materie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.