Een wisse noodzaak

Vandaag een uur of wat door de bossen achter Hortes gelopen. Blauwe lucht, windstil, graad of zes en sneeuw op de bosgrond. Recreatie? Verveling? Manier om van het roken af te komen? Niets van dat al. Ik ging op zoek naar lot nummers 47 tot en met 51 die ons bij de jaarlijkse houtkap ten deel waren gevallen en die we tussen nu en half juni moeten vellen/kappen/zagen en daarna mogen gaan afvoeren voor weer een paar jaartjes stookplezier.

Zoals gebruikelijk dunnen houtvesters in Frankrijk elk jaar de communale bossen uit voor een betere conditie van de houtopstand. Ik weet niet of het voor heel Frankrijk geldt, maar bij ons is het in ieder geval zo dat je, als je minstens drie jaren in de gemeente staat ingeschreven, recht hebt op een lot gekapt hout van doorgaans 6 à 10 stères. Een stère staat gelijk met wat wij nu een kuub noemen. Al zeker sinds de 15e eeuw hebben we daarvoor in het Nederlands ook nog het woord wisse; dat is een stapel wishout of brandhout van 3 voet lang, 3 voet breed en 4 voet hoog, ook ongeveer een kuub dus, maar wel een mooier woord.

Aanvankelijk betaalde je voor zo’n lot € 10 administratiekosten en was het hout gratis. Maar omdat niet alle lots even groot zijn, kreeg je toch te veel zure gezichten en daarom zijn de administratiekosten vervallen, moet je je hout netjes in wissen opstapelen en komt er een gérant, handelend volgens het Règlement National d’Exploitation Forestière, opmeten hoeveel je hebt gestapeld. Dan krijg je een factuur (volgens bronnen ± € 3,50/stère, wat een schijntje is; in de handel betaal je vlot het tienvoudige) en na voldoening van de penningen is het hout van ouw. Maar daar staat wel een en ander tegenover.

Op de eerste plaats krijg je een allegaartje van hout: kromme takken en rechte stammetjes, in mijn geval bof ik dit jaar: heel wat dunne, kaarsrechte stammen van wel 20 meter lang. Verder heb je de houtsoorten niet zelf voor het uitzoeken, maar ook daarmee bof ik: eik, beuk en linde zullen mijn lot zijn; dat wil wel branden.
Het allerergste is echter dat je niet thuis kunt gaan zitten wachten tot de dienstdoende houtvester het netjes gezaagd en gekloofd bij je aflevert; je zult zelf het bos in moeten, zelf gaan vellen, zagen, kappen, kloven, stapelen en afvoeren. Goed kijken welke nummers van jou zijn; alle bomen met dat nummer en een ingekerfd kruis mag/moet je vellen, wat op de grond ligt, moet je op lengtes van 1 meter afzagen, en wat er aan kreupelhout rondom verspreid ligt, moet je kleinhakken (voor aanmaakhout of de barbecue). Jouw “gebiedje” moet je schoon opleveren.

En dat is allemaal aan een onbeschrijfelijke hoeveelheid regels gebonden. Staat allemaal in de pas gereviseerde Code Forestier uit 2012, een herziene versie van een boswet die in Frankrijk al rond 1350 voor het eerst verscheen. En die is aanmerkelijk uitgebreider dan de Nederlandse Boswet uit 1961 (revisie van de Boschwet van rond 1920 – ik weet niet of Nederland er eerder al eentje had, al was het maar in het Fransch).

Ik noem maar wat: je mag de stammen niet schuin afzagen, maar alleen parallel aan de bodem, om te voorkomen dat banden of carters van bosvoertuigen en tractoren beschadigd raken; je mag het hout alleen op stevige ondergrond opstapelen, om spoorvorming en samenpersing van de grond te vermijden die het ondergrondse wortelstelsel zou kunnen doen verstikken; je mag geen stapels laten leunen tegen jonge aanplant of reeds bestaande bomen; je mag jonge aanplant niet verbuigen of knakken; er mogen geen takken of twijgen over gebaande paden, greppels of perceelgrenzen heen uitsteken; als de grond te modderig is, mag je met de tractor niet het bos in om het hout weg te halen; … en dat alles op straffe van een forfaitaire boete van € 200, nog los van de verplichting de aangerichte schade te herstellen of op jouw kosten te laten herstellen. Verder moet de affouagiste (daar bestaat geen Nederlands woord voor; het is meer dan een sprokkelaar en minder dan een houthakker, het is degene die zijn wishout zaagt, ordent, afvoert en zich toe-eigent) zich houden aan de kledingvoorschriften: bos- of bouwhelm met vizier, lederen handschoenen, zaagvaste pantalon, veiligheidsschoenen, kniebeschermers, wettelijk goedgekeurde motorzaag en ander gereedschap, nooit alleen aan het werk maar altijd en équipe, je voertuig parkeren met de neus in de vluchtrichting voor het geval er brand uitbreekt, zelf tevoren een vluchtweg bepalen als je een boom gaat vellen, …

Bij dit alles besef ik maar eens te meer hoezeer het plattelandsleven hier in Frankrijk wordt gedicteerd door de seizoenen. Brandhout is hier essentieel; niet alleen foyers en cuisinières, maar zelfs in heel wat cv-ketels wordt hout gestookt. Kijk maar, als je door het Franse platteland rijdt, hoeveel onafzienbaar lange houtstapels er op de erven liggen te wachten op de komende winter. En bedenk dat elk stammetje op die stapel er handmatig is opgelegd (nadat het dus al die vele bewerkingen hierboven heeft ondergaan). De seizoenen, geen domme traditie, maar economische noodzaak: tussen maart en mei: vellen, kappen, zagen, kloven in het bos. Tussen juni en september: afvoeren en thuis opstapelen. Twee jaar laten drogen. Tussen oktober en maart: opstoken.


Je kunt ook tien keer zoveel betalen en het kant-en-klaar thuis laten bezorgen, maar dan mis je het genoegen dat je er ook gratis bij krijgt: het urenlang aan het werk zijn in de bossen op de heuvels net achter Hortes.
Sterk aanbevolen.

 

 

1 gedachte op “Een wisse noodzaak

Laat een reactie achter aan guus Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.