De Grote Oorlog

Nederlanders hebben er niet zo veel mee, maar voor Belgen en Fransen is de Eerste Wereldoorlog immer nog De Grote Oorlog. De geschiedschrijving daarvan kan aanmerkelijk worden verlevendigd door persoonlijke documenten van mensen die de periode 1914-1918 aan den lijve hebben ondervonden. Ik geef een aanzet voor een dergelijk beschrijvingsproject.

De vader van Solange en André Parisot, de vorige bewoners van ons huidige huis in Rosoy, werd op 4 augustus 1914 gemobiliseerd. Zijn lijdensweg liep langs de hele Noord-Franse grensstreek, grofweg van Belfort in het oosten tot Le Havre in het westen. Hoe hij heeft weten te overleven, is een raadsel.

Twee bronnen kunnen daarop wel een merkwaardig licht laten schijnen:

1. Met zo groot mogelijke regelmaat stuurde Eugène Parisot (1874-1962) brieven naar zijn vrouw Louise Millot (1875-1947) en de twee kinderen Solange (1900-1997) en André (1909-1981). Louise heeft tientallen van deze brieven steeds met naald en draad gebonden tot er uiteindelijk een 4 centimeter dik pakket “berichten van het front” ontstond. Dat pak brieven is in ons bezit.

2. Zelf had Eugène een zakboekje van 15×9 cm in zijn borstzak zitten, waarin hij in zo klein mogelijke lettertjes zo veel mogelijk dagboeknotities maakte. Ook die bron hebben wij hier liggen.

Daarnaast hebben we nog wat “ondersteunend materiaal”, zoals zijn militair paspoort en enkele kleine, bijna geheel vervaagde foto’s van het front.

Zonder op dit moment op al te veel details in te gaan, wil ik één opvallend aspect van beide bronnen niet onvermeld laten: waar zijn brieven over het algemeen een geruststellende toon voor het thuisfront ademen (goed weer, lekker eten, kanonvuur ver weg, …), komt in het zakboekje de werkelijke toestand aan het oorlogsfront boven tafel (angst, ellende, modder, gesneuvelde kameraden, …). Achterin het boekje schrijft hij op 1 juni 1915 te Vicq, die beruchte frontplaats, in keurige letters en in twee kleuren zijn testament.

Het zal een hele klus worden, maar het lijkt mij de moeite waard van deze twee bronnen naast elkaar een uitgave te maken met een schat aan inside information en wijze van communiceren. Die klus omvat minstens:

  • Het ordenen van het beschikbare materiaal (dat is al zo goed als klaar).
  • Het ontcijferen van de geschreven pagina’s, vaak heel priegelig, vaak ook slecht leesbaar vanwege een dun potlood, in enkele gevallen ook deels onleesbaar door aangevreten of gescheurd papier.
  • Van de Franse transcriptie zou dan eventueel een Nederlandse vertaling moeten worden gemaakt (of de hele uitgave moet uitsluitend in het Frans blijven).
  • De bronteksten moeten vervolgens van historisch-wetenschappelijk gedegen commentaar worden voorzien, waarbij een beslissing moet vallen over de vraag of het tot deze persoonlijke familie-ervaring moet blijven, of dat die moet worden ingebed in het grotere geheel van de geschiedschrijving over WO-I.
  • Er moet een uitgever worden gevonden die bereid is het zo ontstane materiaal uit te geven. Misschien moet er trouwens wel eerst een uitgever worden gevonden voordat de andere stappen kunnen worden gezet.


Mijn vraag op dit moment is of iemand suggesties heeft voor een geïnteresseerde uitgever en/of voor de verwerking van het bronnenmateriaal.