Toen ijspret in de walvis zat…


Ik vrees dat ik mijn (voor)oordeel over Luik moet gaan herzien. De indruk van een deprimerende, troosteloze, grauwe stad vol vergane glorie, decadentie en bouwputten begint zoetjes aan plaats te maken voor bewondering en zelfs een soort aantrekkelijkheid. Een kwestie van er wat langer rondlopen en er een liefde voor ijshockey op na houden. The Frozen Final op 2 februari als spil van een wat langere bespiegeling-met-plaatjes. Van architectuur tot economie; van economie tot serieuze sport. Ik heb mij laten opslokken door een walvis.

Sinds wij in 1998 ons huis in Rosoy kochten, ben ik al honderden malen op en neer dwars door Luik gereden. En iedere keer overviel mij die ene indruk: Luik schommelt in hoofdzaak tussen tristesse en melancholie.  Half gesloopte of ingestorte fabrieksgebouwen, straten met losliggende klinkers en gaten in het asfalt, in wezen fraaie huizen met vieze gevels waarin afgebladderde vensters zitten waarachter groezelige gordijnen hangen, voor zover nog zichtbaar achter de borden met “à vendre” of “à louer” erop. Altijd is er wel ergens een straat of brug opgebroken omdat het zo langer echt niet meer ging. Je rijdt er maar doorheen, omdat omrijden over de rondweg zo veel om is en die ook maar in hoofdzaak druk en slecht onderhouden is. Het enige wat goed functioneert, zijn de flitscamera’s.

Maar de afgelopen jaren is er merkbaar iets veranderd. Alleen, daarvoor moet je niet met oogkleppen op er snel doorheen rijden, maar even de Maaskade verlaten om iets meer te gaan ontdekken. Dat overkwam mij om te beginnen met het nieuwe winkelcentrum Médiacité, aan de oostelijke Maasoever opgetrokken. Als je al die Peugeots ervoor even wegdenkt: een complex met allure, van een architectonische schoonheid om jaloers op te worden vanwege zijn boogvormen en ruimtelijke en efficiënte indeling.

Een tweede frappante constructie is het spiksplinternieuwe TGV-station Liège-Guillemins. Ontworpen door de Spaanse architect Santiago Calatrava, werd het in september 2009 opgeleverd. Niet voor niets plaatste ik aan het begin die destructieve CAT-foto. Het verwijderde huis moest namelijk plaats maken voor de werkzaamheden rond dat station die immer nog niet zijn voltooid.
Aanvankelijk was Liège-Guillemins, vernoemd naar de wijk waarin het staat, die weer is vernoemd naar het Wilhelmietenklooster dat er ooit stond, een toonbeeld van vervallen architectuur en onderhoud, in volstrekte harmonie met zijn eigenaar, het kwijnende staatsbedrijf der Belgische Spoorwegen. Zoals in Nederland Rotterdam en Arnhem een complete facelift krijgen, is men daar in Luik ook in geslaagd. En hoe. En met als bijkomend voordeel dat hier wèl hogesnelheidstreinen in en uit rijden.
Al van grote afstand maakt het station een verpletterend mooie indruk. Ik heb het dan even niet over de gele tuinslang waarmee de parkeervakken zijn gemarkeerd, noch over de hekwerken voor de werkzaamheden rechts (“Verboden op het werk te komen”, maar dat zie je alleen in Vlaanderen), waarachter zich een hele rits stamineetjes en andere verbruikzalen met een hoog halalgehalte bevinden. Ooit zal ook dit allemaal wel klaar zijn en keert de oude gezelligheid er weer terug.

De indruk-van-afstand wordt bij nadering alleen maar bevestigd. De gigantische boogconstructie werkt uitnodigend, niet beklemmend. De brede trappen bieden een monumentaal entrée; dat is iets anders dan de zware, vuile deuren en tourniquetjes die vele stations zo onaantrekkelijk maken. Hier ben je welkom, al moet je daarvoor wel een hele klim verrichten. Ook geen perronkaartjes of kil-afstandelijke bordjes met “Geen toegang zonder geldig vervoerbewijs”.
En Kuifjes Raket naar de Maan is in deze futuristische ambiance ook maar geïntegreerd, zij het dan tijdelijk.
Winderig is het er met al die transparantie natuurlijk wel. Niet tochtig, zoals op de stations in Nijmegen en Den Bosch bijvoorbeeld, maar inregenen doet het er stellig niet.

De opzet van de hele constructie ademt de sfeer van een uitnodigende ruimtelijkheid, iets wat in mindere mate ook het geval is in het winkelcentrum Médiacité. Misschien is het wel onterecht te spreken van een futuritisch kunstwerk; het is gewoon het heden. Je kunt gewoon een kaartje kopen naar Luik-Guillemins en je staat midden die hedendaagse toekomst. Alleen, je kunt in Nederland geen kaartjes meer kopen, heeft men mij verteld.
Even klagen dus over het openbaar vervoer in Nederland, over de voordelen van de Europese Eenwording in het algemeen en die van de Benelux in het bijzonder. Voor zover je nog wel een kaartje kunt kopen: op de spoorkaart van Nederland, behorende bij het spoorboekje 1933, zijn 32 railverbindingen te zien tussen Nederland en België. Vandaag de dag zijn dat er nog precies 2: eentje tussen Maastricht en Luik, en eentje tussen Roosendaal en Antwerpen. Voor die eerste moet je in Maastricht overstappen op een vooroorlogs boemeltje en dan in Luik weer overstappen als je nog verder wilt. Vroeger, ja vroeger, toen alles nog beter was, toen was er tot begin jaren-’90 elke zaterdag in de zomer die boeiende Valkenburg Expres van Zandvoort of Zwolle via Boxmeer naar Valkenburg die sporadisch met ICR-rijtuigen nog doorrreed naar Luxemburg. Maar toen was de NS nog een staatsbedrijf en was je in Boxmeer nog niet overgeleverd aan de grillen en nukken van Veolia. Toen kon je nog gewoon kartonnen kaartjes kopen voor de 1e, 2e of 3e klasse zonder frauduleuze OV-chip erin en vervoerde de trein je redelijk volgens dienstregeling van A naar B. Maar goed, toen waren er ook nog geen vastgevroren wissels en vierkanten wielen en ging, op Harmelen na, alles perfect.

Kan iemand mij helpen aan de dienstregeling van een treinverbinding Boxmeer-Rosoy (=Culmont-Chalindrey) vv. die sneller en goedkoper is dan gewoon met de auto (d.w.z. 5½ à 6 uur) ?


Aan die tweede overgang, Roosendaal-Antwerpen, zou ik maar helemaal niet beginnen. Thalys? Beneluxtrein? Stoptreintje? Fyra? Simpelweg gratis gaan gaan liften?

Maar een mooi station is het, daar in Luik.

Genoeg gekermd. Tijd voor ijspret. Want daarom was het me eigenlijk te doen in dit artikel.
In 2007 begon men met een uitbouw van Médiacité die een ijsbaan moest gaan opleveren. Een “Olympische IJsbaan”, wat niet meer of minder betekent dan dat de ijsvloer minimaal 60×30 meter meet. Niet dat Luik aspiraties heeft Olympische Winterspelen te gaan organiseren. Maar Luik heeft visie, ambities en plannen, en voert ze nog uit ook. Tot die visie behoort het actief stimuleren van sportbeoefening, met name, maar niet uitsluitend gericht op de jeugd. Voor ijspret was in Luik de spoeling dun. De vorige ijsbaan, La patinoire de Coronmeuse, was uit de tijd, voldeed niet meer aan de faciliteitseisen en werd te kostbaar in het onderhoud.

Het Brusselse architectenbureau Escaut ontwierp op een vloeroppervlak van 4.500 m2 een veelzijdig ijspaleis. Kosten: dik € 11.000.000, voor tweederde betaald door de gemeente Luik, voor eenderde door de Waalse overheid. De constructeur verwoordt op de eigen site het complex veel bloemrijker dan ik het ooit zou kunnen bedenken:
“Aan de basis van het project: een ronde vorm, fluïde en genereus als een metafoor van het universum van ijs. Naarmate zijn constructie vorderde: een zeemonster, een walvis bedekt met 200.000 aluminium schubben.”
Het idee om de bek van de walvis te laten fungeren als in- en uitrit van de parkeergarage is overigens afgekeken van eerdere soortgelijke ontwerpen in Luik en New York, maar niettemin verrassend. De Baleine houdt de muil wijd open om iedereen met de auto toegang te verschaffen tot een parkeergarage met drie niveaus. Al rijdend merk je nauwelijks hoogteverschil, maar het is er wel degelijk. De garage is bovendien opmerkelijk ruim van opzet, zodat je niet voortdurend het risico loopt tegen een stoeprand of muur te botsen. Ook zitten er geen scherpe bochten in en ontbreekt het deerlijke gepiep van banden bij elke stuurbeweging.
Waarom heeft dit gebouw niet “La Baleine” (“De Walvis”) als troetelnaam gekregen, en moeten we het doen met het kille “La Patinoire de Liège”? Ik vroeg het de persvertegenwoordiger van het complex, maar hij wist het niet. Misschien kan de volksmond er nog wat van maken.

Binnen is het qua opzet al even ruim ogend, goed toegankelijk en voldoende belicht voor tv-opnamen. Voor het publiek zijn er, zegt de Belgische IJshockeybond, “1276 zitjes” beschikbaar. Links op de foto een gebied om even bij te komen, of zoals Escaut het wervend uitdrukt: “Het ‘salon de bois’ naast de piste is een ontspanningszone met een eikenhouten parket. Men kan er Luikse wafels proeven en misschien zelfs Lacquemants*) in oktober? Als bezoeker lopen we langsheen de metalen wand en bereiken we achteraan de eerste verdieping en zijn cafeteria. Onderweg wordt doorheen de metalen wand de dynamica van de opslag, het drogen en het slijpen van de schaatsen getoond”.

*) Lacquemants of Lackmans zijn een soort stroopwafels die worden gebakken tijdens de Luikse kermis in oktober, en ook in Antwerpen zeer populair zijn. Support your local dentist!

Wat kunnen we zoal doen in de buik van de walvis, die op 8 december 2012 feestelijk werd geopend ?

  • Voor gans de familie (en voor de allerkleinsten): een “jardin des glaces” beleven
  • Stages en andere educatieprogramma’s voor kinderen volgen
  • Themadagen en -avonden houden
  • Vrij ijshockeyen
  • IJsdansen of gewoon rondjes draaien
  • Bijeenkomsten, vergaderingen, feestavonden houden

Dat is nog niet alles: het is de enige ijsbaan in België die compleet is geëquipeerd om sledge hockey (handisport, noemt de eigen folder het) te spelen: ijshockey op sleetjes voor  gehandicapten. Het materiaal is beschikbaar en de toegangen zijn erop aangepast.
Maar natuurlijk wordt er ook gewoon geijshockeyd. Niet alleen is het de thuisbasis van de Liège Bulldogs IHC en de vrouwelijke pendant Grizzlys (voorheen de Super Nana’s), het was op 2 februari 2013 ook het toneel voor de finale van de Beker van België, het als Frozen Final aangekondigde sluitstuk van de bekercompetitie tussen Leuven en Herentals. Dat was voor mij de reden mij op die dag ook te laten opslokken door de walvis; ik doe daarvan in een volgend artikel verslag.

____________________________________

Alle foto’s: © 2013 Leonard Loonen

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.