Rue du Cornot 5 (2) – Badkamer

Of het nou zomer of winter is, een douche of warm bad is niet te versmaden. Moesten we ons aanvankelijk behelpen met een zinken teiltje op de cuisinière om aan warm waswater te komen, het vooruitzicht van een echte badkamer lonkte en een situatieschets was al snel gemaakt.

In een hoek van het huis bevond zich een rommelhok. Eiken trap naar zolder, een gat in de muur met gescheurd plastic ervoor, waar ooit een raam had gezeten, lemen vloer met een grote kuil erin, en een onafzienbare hoeveelheid troep. Daar zat nog wel wat bruikbaars bij: de trap hebben we verplaatst en is nog steeds als zoldertrap in gebruik, en het vliegenkastje dat je links in de hoek ziet staan, hangt nu als garde-manger in de cave. Voor de rest hebben we alles uitgeruimd en weggegooid. Ons leek het een ideale plek voor een badkamer.

We lieten de aannemer, in samenwerking met electricien en loodgieter, het grondwerk doen. Om leidingen en afvoer onder de betonnen vloer te krijgen, moesten ze met pneumatische boren een hoop weghakken, want we zitten vrij dicht op de rots.

Toen de leidingen lagen, de vloer was gestort en een hardhouten raam was ingemetseld, konden muren en plafond worden geïsoleerd en met hydrofuge gipsplaten worden afgewerkt. We hadden precies aangegeven waar we wat wilden hebben aan kranen, stopcontacten en afvoerputjes, en dat hebben ze ook keurig uitgevoerd, ook het plaatsen van een grote boiler in de ruimte ernaast.

Daarna gingen we zelf deze ruwbouw omtoveren tot een badpaleiskamer: douchemuurtje opmetselen, ligbad plaatsen met opgemetseld muurtje eromheen, wastafel en douchestang hangen, vloer en muren betegelen, plafond witten, corniches boven rondom bevestigen, wc-pot plaatsen (dat vinden Fransen dus echt niet kunnen: een open wc in de badkamer – moet daar geen deur voor? De aannemer wilde het maar niet geloven), kranen bevestigen, douchedeur plaatsen… Daar zijn heel wat weken en man-/vrouw-/kinduren in gaan zitten.
Het resultaat mag er dan ook wezen. Dat geldt overigens ook voor de kosten: de aanleg en inrichting van deze badkamer heeft meer gekost dan we voor het hele huis hebben moeten betalen. Maar dan heb je ook wat.

(Binnenkort weer een vervolgproject…)

 

 

Rue du Cornot 5 (3) – Auvent

“Waar zitten jullie nu eigenlijk in Frankrijk?”
“We zitten net onder de Auvent.”
“Ah, daar. Ja, die streek ken ik wel.”

Langs de zuidkant van het huis was een annex aangebouwd waarin zich van alles en nog wat bevond: een lange cementen rij van hokken voor konijnen en/of kippen, een paar stères gezaagd haardhout, drie afgeschotte staanplaatsen voor geiten en verder alweer een hoop troep. Op de geïmproviseerde vliering enorm veel hele en kapotte dakpannen (goed bewaren; weggooien kan altijd nog), balen hooi, lange planken en palen…
Wij wilden geen konijnen, kippen of geiten, en bovendien vonden we het zonde dat we de zonzijde van het huis niet beter konden benutten. De oplossing werd ons geboden door een boerderij in Italië, waar we al zoveel jaren de zomervakantie doorbrachten: het gebied tussen Orvieto en Todi in Umbrië, bij de plaats Baschi. We reden er in 2000 naartoe om ons weer voor een paar weken op Camping Orvieto te installeren, maar plotseling bleek de camping voorgoed te zijn gesloten. In arren moede kwamen we toen vlak daarbij in de buurt terecht bij een boerderij die net was omgebouwd tot een agriturismo-bestemming. We waren er de eerste gasten en konden goed zien hoe alle verbouwingen waren verlopen. Een daarvan was het aanleggen van een overdekt terras aan de (bloedhete) zuidzijde. Ik zag het, en wist meteen genoeg.

De aannemer in Rosoy, tevens burgemeester, zodat het met de bouwvergunning erg soepeltjes verliep, sloopte de muren van de annex, stutte het dak met dikke eiken palen en leverde de overdekte, maar nu verder open ruimte van 9 x 3½ meter schoon op. Zelf deden we de rest: het uitruimen, schoonmaken, egaliseren, grind storten. Het sloophout ging op de brandstapel die we in de voortuin hadden aangelegd en die we Place Jeanne d’Arc hadden gedoopt.
Vanaf nu konden we onder de auvent gaan zitten die, alla italiana, in de zomer geheel beschaduwd is, maar waar ’s winters de zon onder de dakrand door schijnt tot tegen de achtermuur. Een heerlijke plek, waar je in feite het hele jaar kunt zitten, als er maar een niet te harde zuidzuidwesten wind staat.

Wie eenmaal ingeschreven staat in Rosoy kan, net als in veel andere gemeenten, jaarlijks profiteren van de communale houtkap en inschrijven op een lot gemengd haardhout dat je dan zelf uit het bos moet gaan halen en moet klein zagen. Met hulp van Claud kregen we dik tien kuub onder de auvent opgetast.

Om ook de waterhuishouding op orde te krijgen, lieten we door vier heel sterke bouwvakkers de loodzware cementen lavoir uit de stal naar het terras slepen, waar ik een perfect waterpas plateau had gemetseld. Dat ding, voorheen de wasbak, woog naar hun zeggen meer dan 300 kilo.
Via een aangelegde dakgoot en regenton met overstort vult die zich steeds met water om planten en bloemen te kunnen begieten, om dingen in schoon te maken, als heel grote drinkbak voor alle poezen uit de buurt. In de winter zit hij vol met ijs, maar tot nu toe is hij nog niet één keer gebarsten, ook al zijn temperaturen van onder de -20° af en toe geen uitzondering.

En, zolang de badkamer nog niet klaar was, diende deze watervoorraad ook om daar een heel enkele keer een poging tot douchen te kunnen wagen, als het niet te koud is.
In deze streek van Frankrijk maakt het immers toch absoluut geen moer uit hoe je erbij loopt.

 

 

 

 

Waar we nu graag zitten, daar in Frankrijk? Net onder de auvent.