Pier Paolo Pasolini

Al vanaf 1967 houd ik me bezig met het filmwerk van Pier Paolo Pasolini. Voor zover dat niet een kwestie van appreciatie is, is het dat toch zeker van fascinatie. Ook nu nog steeds. Ik presenteer een reeks berichten over zijn films op deze weblog, te beginnen met een bio- en filmografische vogelvlucht, en via enkele films, scènes en personages eindigend met zijn laatste film Salò.

Pier Paolo Pasolini (1922-1975) was een Italiaans schrijver en tekenaar, maar de meesten zullen hem kennen als regisseur van films. Daarnaast was hij non-conformist, lange tijd overtuigd communist, steeds tegendraads en homoseksueel, met als gevolg dat zijn productie hem in Italië meer processen dan prijzen opleverde. In deze reeks van artikelen over het filmwerk van Pasolini eerst wat biografische gegevens.

Levensloop
We gaan even terug in de tijd.
Pier Paolo Pasolini leefde van 1975 tot 1922. Hij wordt in de nacht van 1 op 2 november 1975 vermoord nabij het strand van Ostia, onder nog steeds onopgehelderde omstandigheden. Hij wordt in 1922 in Bologna geboren in hetzeldfe jaar dat Mussolini in Italië aan de macht komt, maar, zegt hij zelf, “ik voelde dat niet, zoals een vis het water niet voelt”. Hij was de zoon van de door hem verafgode moeder Suzanna Colussi en de door hem zeer gehate vader, de beroepsluitenant in het leger van Mussolini, Carlo Alberto Pasolini. Deze beroepsmilitair wordt in 1941 naar Oost-Afrika uitgezonden en raakt daar tot 1945 in gevangenschap. In 1958 overlijdt hij.
Met zijn moeder en drie jaar jongere broer Guido verhuist Pier Paolo nog tijdens de oorlog naar Casarsa, in de Noordoost-Italiaanse streek Friuli. Guido sluit zich in 1944 aan bij de partizanen en wordt in 1945 door een communistische brigade gevangengenomen en geëxecuteerd. Nooit komt Pier Paolo over die gebeurtenis heen.

Ook in 1945 wordt hij leraar Latijn aan een middelbare school in de buurt van Casarsa, maar in 1949 wordt hij daar ontslagen omdat hij onverkwikkelijke affaires met minderjarige jongens zou hebben gehad. Door de PCI, de machtige Italiaanse Communistische Partij, wordt hij als lid geroyeerd wegens “morele onwaardigheden”.

Omdat zijn situatie onhoudbaar is geworden, trekt hij met zijn moeder naar Rome, waar hij als leraar en free-lance journalist werkt en waar hij diverse geschriften publiceert.

Processen
Vanaf 1961 regisseert hij de ene film na de andere, maar zijn films leveren hem meer processen dan prijzen op: zijn derde film La Ricotta wordt wegens godslastering verboden en hij wordt tot 4 maanden veroordeeld, maar in hoger beroep vrijgesproken. Zijn film Teorema krijgt een prijs van het Katholieke Filmbureau in Venetië, maar wordt op last van het Vaticaan verboden. De aanklager eist 6 maanden gevangenisstraf tegen hem en vernietiging van de film, maar de rechter besluit tot vrijspraak. In 1971 staat hij terecht wegens “aanzetten tot militaire ongehoorzaamheid, opruiende en antinationalistische propaganda en aanzetten tot misdaden”. Vonnis: vrijspraak. In 1972 wordt zijn film I racconti di Canterbury (The Canterbury Tales) in Napels in beslag genomen, maar in 1973 volgt vrijspraak. Daarnaast zijn er nog diverse processen wegens homoseksuele activiteiten en begane obsceniteiten, maar nooit leiden die tot een veroordeling.

Filmografie
Tussen 1961 en 1975 regisseert hij 23 films en is hij mederegisseur of scenarioschrijver van nog eens 18 films. In 7 films treedt hij zelf op als acteur. Grote drijfveer in al zijn films is zijn immense haat tegen gezag, tegen geweld, tegen de consumptiemaatschappij.

De 23 films waarvan hij regisseur is staan hier vermeld. 

S 1961 Accattone
S 1962 Mamma Roma
S 1963 La ricotta
DOC 1963 La rabbia
DOC 1963 Comizi d’amore
DOC 1964 Sopraluoghi in Palestina per Il Vangelo secondo Matteo
K 1964 Il Vangelo secondo Matteo
S 1965 Uccellacci e uccellini
S 1966 La terra vista dalla luna
S 1967 Che cosa sono nuvole?
K 1967 Edipo Re
B 1968 Teorema
DOC 1968 La sequenza del fiore del carta
DOC 1968 Appunti di viaggio per un film in India
B 1969 Porcile
DOC 1969 Appunti per un orestiade africana
K 1969 Medea
T 1970 Il decameron
DOC 1970 Appunti per un romanzo nell’imondisni
T 1971 I racconti di Canterbury
T 1973 Il fiore delle mille e una notte
DOC 1973 Le mura di Sana’a
T 1975 Salò o le centoventi giorni di Sodoma

Ik zal proberen die films min of meer te rangschikken.

Kenmerkend voor de eerste films (die met een S voor het jaartal) is dat daarin een beeld wordt geschetst van de onderkant van de samenleving, van de kanslozen, voor wie alleen de dood de bevrijding betekent uit de ellende van het dagelijks bestaan. Pasolini voelde zich bij dit subproletariaat, il sottoproletariato, erg betrokken en hij verwijt de maatschappij voor deze mensen geen betere kansen in het leven te creëren.

Dan richt hij zijn pijlen op de burgerlijke klasse, het middenkader dat in zijn ogen zo medeplichtig is aan de status quo van een slecht functionerende maatschappij. De zwakke kanten van deze middengroep, het verlangen, maar tevens ook de onmacht van deze bevolkingslaag om hogerop te komen beeldt hij treffend in Teorema en in Porcile, de films met een B.

Meer op een enkel individu gericht zijn de films waarin hij gebruikt maakt van oude, klassieke thema’s, of dat nu de tijd van Christus is (zoals in Il Vangelo secondo Matteo) of van de Grieks-klassieke oudheid (Medea en Edipo re). Zie de letters K.

Tussen al deze films door filmt Pasolini een groot aantal documentaire films, deels in Italië zelf, deels ook in de Derde Wereld, vaak als voorstudie voor een fictiefilm die hij zich voorneemt te gaan maken. Ze staan met DOC aangegeven.

 

 

Vervolgens verschijnt de Trilogie van het leven. De letter T in de lijst. Pasolini wil niet langer meer moraliseren, hij wil veeleer vertellen en hij kiest drie alom bekende raamvertellingen om te verfilmen: Il decameron (de Decamerone van Boccaccio), I racconti di Canterbury (naar Chaucers Canterbury Tales) en Il fiore delle mille e una notte (naar de verzameling Arabische Vertellingen van 1001-nacht). Het zijn voor het publiek makkelijke films met een overvloed aan humor, list en bedrog, seks en schandaaltjes, vergelijkbaar met wat we in de literatuur als kluchten bestempelen.

Als Pasolini merkt dat deze films de grote kassuccessen worden in de bioscopen, en hij dus actief bijdraagt aan de door hem zo verfoeide consumptiemaatschappij, zweert hij de Trilogie af, zonder spijt te hebben haar ooit te hebben gefilmd. Hij neemt als het ware wraak door er een vierde verfilmde raamvertelling achteraan te maken, Salò (naar De 120 dagen van Sodom door Markies de Sade). Met deze wat men wel noemt “gruwelijkste film aller tijden”, maar Pasolini zelf noemde het “de enige film die over de werkelijkheid gaat”, buigt hij het drieluik Trilogie van het leven om tot een vierluik Tetralogie van de dood.
Vlak voordat Salò in november 1975 in première gaat, wordt Pasolini vermoord.

 

 

2 gedachten over “Pier Paolo Pasolini

    • Pasolini hield van een bepaald soort vrouwen; zie het interview met Dacia Maraini. Overigens vond ik de stunt ook niet bijster geslaagd, en zeker niet passen in de sfeer van de film.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.