Koppelwerkwoorden – hoeveel en waarom?

In de Nederlandse grammatica maken we traditioneel onderscheid tussen werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde. Het naamwoordelijk gezegde kenmerkt zich door de aanwezigheid van een koppelwerkwoord en een naamwoordelijk deel. Vroeger werden als koppelwerkwoord beschouwd: zijn, worden, blijven, lijken, blijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen. Sinds enkele tientallen jaren zijn dat alleen nog maar de eerste drie van dat rijtje. Hoe zit dat nu precies en zijn het er echt nog maar drie?

Kenmerk van het naamwoordelijk gezegde
Het naamwoordelijk gezegde drukt een eigenschap, hoedanigheid, beroep of functie van het onderwerp uit, ofwel, om het in voorbeelden weer te geven:

  • (1) Damiaan is volwassen
  • (2) Damiaan is de weg kwijt
  • (3) Damiaan is monteur
  • (4) Damiaan is penningmeester

Soms, zoals bij de zinnen (1)-(2), kunnen we dat in het Nederlands ook uitdrukken met behulp van een bijvoeglijk naamwoord:

  • (1a) De volwassen Damiaan
  • (2a) De afwezige Damiaan

Omgekeerd kunnen we een bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord ook omzetten in een naamwoordelijke constructie:

  • (5) het mooie schilderij → Het schilderij is mooi
  • (6) de geslaagde vakantie  De vakantie is geslaagd

In feite doet het koppelwerkwoord zijn dus niets anders dan een koppeling leggen tussen het onderwerp en het naamwoordelijk deel met als bijkomend gegeven dat dat op dit moment zo is, in het nu dus. Dat verklaart ook dat bij een naamwoordelijk gezegde nooit een lijdend voorwerp kan optreden. Wel een voorzetselvoorwerp (we noemen dat dan een oorzakelijk voorwerp) in zinnen als (het oorzakelijk voorwerp staat onderstreept):

  • (7) Zij is de zwemkunst machtig
  • (8) Hij is moe van al die discussies
  • (9) Hij is oud en der dagen zat

Zoals gezegd: het koppelwerkwoord zijn legt een relatie in het nu. Willen we uitdrukken dat die relatie er nu nog niet is, maar in de toekomst wel, dat gebruiken we het koppelwerkwoord worden:

  • (1b) Damiaan wordt volwassen
  • (2b) Damiaan wordt de weg kwijt (*)
  • (3b) Damiaan wordt monteur
  • (4b) Damiaan wordt penningmeester
  • (5b) Het schilderij wordt mooi
  • (6b) De vakantie wordt geslaagd
  • (7b) Zij wordt de zwemkunst machtig
  • (8b) Hij wordt moe van al die discussies
  • (9b) Hij wordt oud en der dagen zat

(*) Deze zin is voor de meeste Nederlands sprekenden niet acceptabel; liever zeggen zij Damiaan raakt de weg kwijt. Daarover meer in de volgende paragraaf.

Er is nog een derde mogelijkheid: we willen uitdrukken dat de bedoelde relatie er al was, er nu nog is, en er ook in de toekomst zal zijn. Daarvoor dient het koppelwerkwoord blijven. Dat is misschien niet zo zinvol in alle voorbeelden van zinnen (1)-(9), maar in een groot aantal wel:

  • (3c) Damiaan blijft monteur
  • (4c) Damiaan blijft penningmeester
  • (5c) Het schilderij blijft mooi
  • (6c) De vakantie blijft geslaagd
  • (7c) Zij blijft de zwemkunst machtig

En als we alleen maar willen aangeven dat die relatie er in het verleden was, dan gebruiken we gewoon de verleden tijd: is wordt dan waswordt wordt dan werd en blijft wordt dan bleef.

Meer dan drie koppelwerkwoorden
De drie koppelwerkwoorden zijn, worden en blijven kunnen (soms: moeten) in een andere gedaante voorkomen, maar ook dan spreken we van een naamwoordelijk gezegde. Meestal is de parallel met een bijvoeglijk naamwoord+zelfstandig naamwoord dan ook goed mogelijk.

Die varianten zijn:

Voor zijn:

  • luiden : Het antwoord is/luidt ontkennend → het ontkennende antwoord
  • staan : Dat is/staat nog te bezien
  • vallen : Dat idee is/valt te overwegen  het te overwegen idee
  • vormen : Dat is/vormt geen beletsel
  • wezen : Die opmerking kan wel waar zijn/wezen  die ware opmerking
  • zitten : De suikerpot is/zit propvol  de propvolle suikerpot

Voor worden:

  • gaan : Deze poging gaat fout  de foute poging
  • komen : Deze paragraaf komt te vervallen  de vervallen paragraaf
  • raken : De automobilist raakt bekneld; de acteur wordt/raakt vermoeid  de beknelde automobilist; de vermoeide acteur

Voor blijven kennen we geen varianten.

Het rijtje lijken, blijken, schijnen, heten , dunken, voorkomen
Er zijn minstens twee redenen om de andere zes werkwoorden die vroeger ook wel koppelwerkwoord werden genoemd niet langer zo te benoemen.

De eerste reden is een vormkwestie. Immers, bijna altijd kunnen we aan een zin waarin een van die zes werkwoorden het hoofdwerkwoord vormt toevoegen: (…) te zijn/wezen, of (…) te worden/raken, of (…) te blijven:

  • (1d) Damiaan lijkt volwassen te zijn
  • (2d) Damiaan schijnt de weg kwijt te raken
  • (3d) Damiaan blijkt monteur te zijn
  • (4d) Damiaan heet penningmeester te zijn
  • (5d) Het schilderij dunkt me mooi te wezen
  • (6d) De vakantie komt me voor geslaagd te zijn
  • (7d) Zij lijkt de zwemkunst machtig te zijn
  • (8d) Hij blijkt moe van al die discussies te zijn
  • (9d) Hij schijnt oud en der dagen zat te wezen

Vaak is het trouwens zo dat die toevoeging (te zijn enz.) er ook al staat. In die gevallen zul je dat toegevoegde werkwoord ook weg kunnen laten.
In genoemde voorbeelden is het achterste werkwoord (dus zijn/wezen, of worden/raken) het koppelwerkwoord. En omdat we in één zin niet twee koppelwerkwoorden kunnen hebben, moeten we het eerste werkwoord dus hulpwerkwoord noemen. Maar nogmaals, dit is een vormelijk en een beetje technisch argument.

De tweede reden echter is een inhoudelijke en als argument minstens even dwingend. Zoals hierboven uitgelegd drukt het koppelwerkwoord niets meer of minder uit dan een relatie tussen onderwerp en naamwoordelijk deel. De werkwoorden lijken, blijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen doen dat helemaal niet: die drukken iets anders uit, namelijk de mate van waarschijnlijkheid dat die relatie bestaat, of de mening van de spreker over die mogelijke relatie. Daarmee staan ze op één lijn met de hulpwerkwoorden van modaliteit, zoals kunnen, willen, mogen, proberen, weigeren.

Conclusie
Zo is het antwoord op de vraag in de titel naar het aantal koppelwerkwoord tweeledig:

  • Het zijn er minder dan de negen van het “vroegere” rijtje: zijn, worden, blijven, lijken, blijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen. Alleen de eerste drie drukken een relatie uit, de andere zes doen dat niet.
  • Het zijn er meer dan de “tegenwoordige” drie: zijn, worden en blijven. Er zijn in het Nederlands varianten in omloop: gaan, komen, luiden, raken, staan, vallen, vormen, wezen en zitten kunnen als vervanger optreden van zijn of worden.

In ieder mens schuilt wel een Reinaert

Het verhaal van Reinaert de Vos (ook wel: Van den vos Reynaerde) is misschien niet het oudste dierenverhaal uit de Nederlandse letterkunde, maar wel het bekendste en het blijft nu al ruim zeven eeuwen populair. Hoe kan dit verhaal uit de 13e eeuw zijn uitgegroeid tot de topstukken van onze literatuur, in kwaliteit vergelijkbaar met Multatuli’s Max Havelaar? Daarvoor zijn veel argumenten te noemen, want Reinaert is meer dan zo maar een verhaal over dieren, rechtspraak, seks en kerkelijk gezag.

Vorm
Allereerst komt dat door de vorm: zowel kinderen als volwassenen houden van dieren en van verhalen, en dus ook van dierenverhalen. Dat is van alle tijden en van alle volken. Het bijzondere in de Reinaert is daarbij nog enerzijds dat achter alle optredende dieren mensen schuil gaan met hun ge- en misdragingen, streken en listen, maar anderzijds dat de dieren toch ook steeds gewoon dier blijven met al hun (on-)hebbelijkheden. Dat Reinaert door de tijden heen is gezien als schurk, moordenaar, bedrieger, en als schelm, listig, anderen betrappend op hun zwakheden, is waar. Maar bedenk daarbij wel dat veel van wat Reinaert als “mens” doet, zoals moorden en bedriegen, wettelijk strafbare feiten oplevert, maar dat het precies die gedragingen zijn die we van hem als dier natuurlijk en vanzelfsprekend vinden.

Tijdgeest
Iedere tijd creëert zijn eigen Reinaert. In de late middeleeuwen was dat de slimmerik die in staat bleek het wereldlijk en geestelijk gezag te tarten, op zijn nummer te zetten, erover te triomferen. Dat vonden de gewone burgers wel leuk: zien dat de hoogwaardigheidsbekleders fouten maken en onderuit gaan. Later werd Reinaert weer meer gezien als de schurk die model stond voor de slechte gedragingen van burgers. Rond de Tweede Wereldoorlog was er zelfs een fascistische Reinaertversie waarin hij als tegenspeler een lelijke neushoorn Jodocus had die een jodenster droeg. En tegenwoordig is Reinaert weer meer de slimme jongen die zich omhoog weet te werken over de ruggen van wie boven hem staan.

Seks
Ook van alle tijden is het genoegen om te horen of te lezen over seksschandaaltjes. Dat is nu niet anders dan vele eeuwen geleden. Ook al mag het niet, we vinden het wel boeiend dat Reinaert een verhouding heeft met de vrouw van de wolf (en, naar later blijkt, al zeven jaar lang!), dat hij Cuwaert de haas (Coward; lafaard) “kapelaan maakt”, wat destijds betekende: homoseksueel bevredigde van achteren. En als het deftige hondje klaagt dat Reinaert aan zijn worst heeft gezeten, dan weet de goede lezer al genoeg.
Dat de pastoor in de beruchte scène met Tibeert de kater helemaal bloot uit bed kwam (en een vrouw en zoon had, wat eigenlijk niet mocht, maar het gebeurde gewoon toch), haalt hem al behoorlijk van zijn voetstuk. Maar als Tibeert in doodsangst hem dan ook nog eens naar zijn klokkenspel springt en er een klepel afbijt, is dat voor de toehoorders geweldig: zo zet je het ontuchtig geestelijk gezag eventjes op zijn nummer! Tekenend voor de tijdgeest is de manier waarop Reinaertedities in de loop der eeuwen met deze scène zijn omgesprongen. Dat varieert van helemaal weglaten (de gekuiste versie dus), tot de melding dat Tibeert naar de neus van de pastoor sprong (de verminkte versie dus), tot de recht-voor-zijn-raapvariant waarin je dus alles open en bloot te lezen en liefst ook nog te zien krijgt (de jaren’70-versie dus).

Recht
De originele Vlaamse Reinaerttekst vertelt ons heel veel over het recht in Vlaanderen eind 13e eeuw. Zo moet Reinaert worden gedaagd voor het hof, want bij verstek kon je iemand niet veroordelen, omdat er hoor en wederhoor moest plaatsvinden. Nu kan dat wel. Er moesten maximaal drie dagvaardingen plaatsvinden (driemaal is niet alleen scheepsrecht, maar ook oud Vlaams recht) en als de gedaagde dan nog niet verscheen, kon hij wegens verstek worden veroordeeld, dus puur omdat hij niet was komen opdagen. Dat kan tegenwoordig niet. Als Reinaert niet zou verschijnen, zou niet alleen hij vogelvrij zijn, maar ook zijn familie en zou zijn huis worden afgebroken. Daarin kun je het tegenwoordige optreden van het Israëlische leger in de Palestijnse gebieden herkennen, maar binnen ons West-Europese recht is het ondenkbaar.

Geografie
Er worden in de Reinaert veel plaatsnamen genoemd. De meeste kunnen we nog steeds op de kaart terugvinden, vooral binnen de driehoek Antwerpen-Hulst-Gent, maar ook daarbuiten (Londen, Ardennen,…). Destijds gaf dat een verhaal een hoger waarheidsgehalte; tegenwoordig vinden we eerder dat die herkenning het verhaal leesbaarder maakt, althans meer iets van hier en nu, en niet iets van een sprookje ergens ver weg.
Het voornaamste kasteel van Reinaert heet Malpertuus. Die naam komen we in Vlaanderen niet tegen, maar in heel Frankrijk meer dan 180 keer. Daar duidt het steeds op een plek die vroeger moeilijk doordringbaar was, zoals Reinaerts kasteel een onneembare vesting heet te zijn. De naam Malpertuus in “ons” verhaal is overgenomen uit de oudere Franse Roman de Renart, waar Malpertuis voor iedereen duidelijk verwees naar de vele plekken in Frankrijk die ook zo heetten. Op het kaartje hiernaast zie je de Franse departementen met daarbij alle voorkomende varianten van de plaatsnaam “Maupertuis”.
Een uitgebreid artikel daarover heb ik in 2007 gepubliceerd in het tijdschrift Tiecelijn (jg.20); het is integraal te raadplegen op de website van DBNL.

Symboliek
De Reinaert staan bol van de symbolen en van magie. Veel daarvan herkennen wij nu niet meer, maar oorspronkelijk moet het de mensen heel veel hebben gezegd. Of het nu gaat om de steeds terugkerende getallen 3 en 40, of over naammagie of boommagie, de voorbeelden zijn talrijk. Daarbij speelt ook de middeleeuwse spanning tussen (christelijk) geloof en (heidens) bijgeloof een rol. Wie zich daarin verdiept, kan ook vandaag de dag daarvan nog wel wat voorbeelden vinden. Zo is kerstmis van oorsprong een heidens (midwinter)feest, zijn de zwarte pieten van Sinterklaas eigenlijk de zwarte raven van Wodan die als sociale controleurs de mensen via de schoorsteen bespiedden en afluisterden om dat dan aan de baas te gaan vertellen.

Taal
We hebben aan de Reinaert tal van uitdrukkingen overgehouden:

  • het haasje zijn (Cuwaert!)
  • als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen
  • een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken
  • een kat in het nauw maakt rare sprongen (Tibeert!)
  • tot over de oren in … zitten (Bruun!)

En nog wel meer bekende of minder bekende zegswijzen. Los daarvan kunnen we uit de oude Vlaamse tekst veel leren over de taal van die tijd in Vlaanderen, en door de tekst te vergelijken met oudere en nieuwere teksten, over de taalontwikkeling in de late middeleeuwen.

Commercie
Er zijn niet veel literaire werken die erin zijn geslaagd een commerciële beweging in gang te zetten. Multatuli kon het: we hebben nu onze Max-Havelaarkoffie. Rond de Reinaert is er een heel commercieel circuit ontstaan. Dat begon vlak voor de Tweede Wereldoorlog met een Reinaertstandbeeld in Hulst en dat heeft zich later in een ruim gebied daaromheen verspreid. Wie in het Land van Waes (het gebied tussen Hulst, Antwerpen en Gent) rondtoert, ontkomt er niet aan: de talloze Reinaertafbeeldingen en -verwijzingen; twee ANWB-Reinaertroutes, zelfs Reinaertbier en Reinaertgebak zijn bij speciaalzaken verkrijgbaar.

Brasserie ’t Vosken in Gent (sinds 1908)

Veel gelegenheden (winkelcentra, horecagelegenheden e.d.) zijn naar Reinaert vernoemd. En er bestaat in de serie Suske en Wiske een aflevering De rebelse Reinaert, die ongenadig de actuele Belgische politiek aan de kaak stelt!

Al deze toeristische en commerciële verwijzingen naar Reinaert, maar ook het feit dat het verhaal ook in onze tijd nog veel als toneelstuk wordt opgevoerd en dat er tentoonstellingen aan Reinaert worden gewijd vormen het bewijs dat Van den vos Reynaerde nog steeds behoorlijk populair is. Misschien ook wel omdat veel mensen in zichzelf graag een Reinaert zien zitten.

Veel meer informatie over de Reinaert bieden de site van het Reynaertgenootschap en de culturele/toeristische site van het Land van Reinaert.

 

Homo homini vulpes *)

Op gezette tijden vallen er zuinig afgeknipte stukjes papier bij ons in Nederland in de brievenbus die aandacht vragen voor “leuke bijverdiensten”, “het naderende buurtfeest”, of een ander triest, onbetrouwbaar of folkloristisch verschijnsel.
Als taalkundige blijf ik toch het meest gecharmeerd van dit bericht van een paar jaar geleden:

Op 20-3 komen wij de glazewassers
Bij uw langs
heb uw intressen, plak dan a.u.b.
dit briefje duiddelijk op uw raam,
of deur, kosten hiervan in overleg
De Glazewassers

Omdat deze wervende tekst mij onvoldoende garantie bood voor de kwaliteit van de te leveren dienst, ben ik op het verzoek niet verder ingegaan.

Als Reinaerdofiel echter werd ik onlangs diep geraakt door het drama dat op het volgende vlugschrift stond te lezen:

Beste bewoner(s),
Help, wij zijn onze witte dove kater kwijt!
Hij is ontsnapt op donderdagavond 14 juni 2007 (normaal doen we hem aan een lijntje in de tuin omdat hij doof is, maar hij is wel eens eerder ontsnapt en gewoon teruggekomen).
Hij had een rood tuigje om, hij is gecastreerd en 4 jaar oud. Wij, maar vooral onze dochter kan echt niet zonder hem en we missen hem heel erg, dus als u ook maar de geringste aanwijzing of vermoeden hebt waar hij op of vlak na die datum was, of waar hij nu kan zijn, laat het ons alstublieft weten! Hij miauwt vaak, dus daar moet hij makkelijk aan te herkennen zijn, en hij kan uit zichzelf niet ver zijn weggelopen, omdat hij dat niet gewend was. Omdat dit al onze derde verdwenen kat binnen 6 jaar is, ga ik door tot ik weet wat er met onze prachtige lieve Witje is gebeurd; asiels en dierenartsen hebben niks gevonden. Help ons alstublieft, voor tips kunt u mij desnoods anoniem bellen (…). Alvast bedankt!

Ik zie het al helemaal voor me. Witje heeft, deerlijk en op merkwaardig hoge toon miauwend, met het touw nog om de nek en de oren zwaar gehavend door een steenworp, weten te ontsnappen uit de Tuin van Eden, de heer des huizes, tenminste mentaal al moedernaect, in vertwijfeling achterlatend, tot woede en wanhoop van de ontroostbare dochter die zich, met een bang voorgevoel gewekt door het onheilspellend laweit in de tuin, slechts in haar naveltruitje met spaghettibandjes gekleed naar beneden spoedde en ook niets meer kon waarnemen dan een gat in de buxushaag, niet groot, maar voor een kat in het nauw licht groot genoeg, waardoorheen het dier zich, spijt al zijn auditieve beperkingen, een vrijheid dacht tegemoet te snellen die ongetwijfeld beklemmender, zo niet levensbedreigender zou blijken te wezen dan de huisdierdetentie waaraan het al vier jaren was onderworpen. Maar dat kon Witje niet weten, net zomin als Bruintje en Grijsje die hem op vergelijkbare wijze en op ongetwijfeld identieke gronden in de afgelopen 6 jaren waren voorgegaan.

Vanuit zijn zoldervelux sloeg Reinhart het schouwspel in de tuin van de buren gade. Afwisselend liet hij zijn blikken rusten op de radeloos rondbenende heer Depape die vanuit een soort plaatsvervangend schuldbewustzijn tegen beter weten in, doch niettemin de valse hoop koesterend dat het dier wellicht toch begiftigd was met Oost-Indische oren, poogde met zoetgevooisde roepjes de dovemanskater te laten herintreden, dan weer op de door het maanlicht voluptueus beschenen wulpse vormen van dochter Yulok, “welke vormen zij met zorg meer omhulde dan verborg”, zoals Drs.P dat in zijn lied Oud velhaal zo treffend weet te formuleren.

Hij had de schurft aan katten en kattengejank. Weliswaar had hij de steen niet geworpen, eerder met een boogje laten vallen, maar die nu al weken durende heropvoering van nocturnes door een kat met gecastreerde oren in de tuin van de buren kostte hem echt te veel van zijn concentratie op waar hij zo graag mee bezig wilde zijn op zijn zolderkamer.

Homo homini vulpes. Morgen zou hij, nog intens nagenietend van zijn succes en de eruit voortvloeiende consternatie, met genoegen Yulok opzoeken om zijn leeftijdgenote zijn diepe leedwezen met het geleden verlies te betuigen. Wie weet zat er nog wel meer in het vat voor hem. Hij legde zich weer op zijn bed, de handen tevreden onder het hoofd.

In ieder mens schuilt wel een Reinaert. Ook het houden van huisdieren is immers een kwestie van belang. En wanneer het om uiteenlopend belang gaat, dient list ende baraet. Er zijn mensen die er een cavia op na houden, populair bij scholieren om te dienen als ultieme smoes (“Meneer, ik heb mijn huiswerk niet kunnen maken, want mijn cavia is gisteren doodgegaan”). Velen kiezen, tot mijn afgrijzen, voor een hond (“U hoeft niet bang te zijn hoor; hij doet helemaal niets!”). Ik heb eens een student gekend die thuis een gedomesticeerd fret hield dat hij ’s nachts mee naar bed nam en aan zijn hoofdkussen vleide; het blijft behelpen. In Frankrijk is de puik werkende vossenklem nu bij wet verboden omdat het herhaaldelijk bleek voor te komen dat de honden van de jagers erin bekneld raakten, en dat is zielig en schadelijk tegelijk. De Spaanse douane, zo meldde het NOS-journaal kort geleden, weet zich geen raad met al die onderschepte berberaapjes uit Marokko die als speeltjes naar het luxe West-Europa worden gesmokkeld.

25 april 1954

Helaas heb ik het zelf de facto nooit verder geschopt dan een goudvis die ik ter gelegenheid van mijn Eerste Heilige Communie bij het ontbijt kreeg in een kleine, ronde kom waarin vanuit een soort milieubewustzijn-avant-la-lettre ook wat groene plantensliertjes dreven. Toen ik na een week of zo iets minder consciëntieus werd met het voederen, dobberde hij op een kwade dag met zijn bleke buikje naar boven doelloos aan het wateroppervlak. Dood, zei mijn moeder, en zij spoelde hem weg door de wc.

Misschien ga ik er nog wel eens op uit om een opgezette vos te bemachtigen. “Opzetten” heet in het Frans “naturaliser”, en sinds Rita Verdonk uit het Haagse Carnaval der Dieren is vertrokken, is die procedure aanmerkelijk versoepeld.
Vooralsnog overweeg ik binnenkort huis-aan-huis een noodkreet in zoveel mogelijk brievenbussen te stoppen met de volgende strekking:

Beste bewoner(s),
Help, wij hebben weer last van vossen!
Op Zaterdagavond 14 Juli 2007 verscheen er alweer eentje in onze tuin (normaal leggen we een heleboel uien langs de heg in de tuin omdat ze die nie blieven, maar komen ze er soms toch doorheen).
Nu heeft hij een van onze kuikentjens meegenomen, die was pas 4 weken oud. Wij, maar vooral onze dochter kan echt niet zonder haar knuffeltje en we missen het heel erg, dus als u ook maar de geringste aanwijzing of vermoeden hebt waar die vos op of vlak na die datum vandaan kwam, of waar hij nu kan zijn, laat het ons alstublieft weten! Hij maakt nauwelijks geluid, dus daar kan hij moeilijk aan te herkennen zijn, echter kan hij niet van ver weg komen, want hij komt iedere keer weer terug. Omdat dit al onze derde verdwenen kuikentje binnen 6 jaar is, ga ik door tot ik weet waar die vieze schadelijke vos thuishoort en van de politie hoor je ook niks als je ze nodig hebt. Help ons alstublieft, voor tips kunt u mij desnoods anoniem bellen (…). Alvast bedankt!

Rosoy-sur-Amance, juli 2007

_________________________
*) Homo homini vulpes (“De mens is de mens tot vos”) is een variant op de uitdrukking Homo homini lupus (“De mens is de mens tot wolf”; “Mensen zijn wolven voor elkaar”) van de Romeinse schrijver Plautus (± 200 v.Chr.) .