Sventest

Bij het samenstellen van mijn proefschrift, handelend over voorzetsels in het Nederlands en andere talen in het algemeen, en voorzetseldidactiek in het bijzonder, heeft de door mij ontworpen Sventest een belangrijke rol gespeeld. Ik zal hier die test presenteren en kort toelichten, waarbij later bleek dat die ook nog een literair vervolg kreeg.

 

Onderstaand blad bood ik in 1997 aan 235 eerstejaars studenten aan van de diverse lerarenopleidingen van de HAN in Nijmegen, alsmede aan 56 eerstejaars studenten van de Stichting Vakopleiding Candidaat Deurwaarder te Utrecht, SVCD, de latere Mr. dr. M. Teekens Stichting.

Wat ik ermee wilde testen was hoe het bij de proefpersonen was gesteld met voorzetselkennis op twee gebieden: enerzijds in hoeverre kan iemand aan de hand van het voorzetsel de tijdsvolgorde der dingen bepalen, anderzijds kan iemand aan de hand van het voorzetsel bepalen of er tussen twee genoemde gebeurtenissen een causaal (oorzakelijk of redengevend) verband bestaat.
Iets eenvoudiger geformuleerd:
1. Er vindt een explosie plaats en Sven verlaat het huis. Wat gebeurde er nu eerst, en wat daarna?
2. Verlaat Sven het huis vanwege het horen van die explosie, of staat zijn vertrek los daarvan?
De resultaten vielen mij niet mee. Zonder die nu uit te splitsen naar opleiding, kwam de totaalscore van de 291 proefpersonen hierop neer:

ver voor net voor gelijk net na ver na % goed
Bij het horen van de explosie verliet Sven het huis 1 20 125 145 0 92,8
Na het horen van de explosie verliet Sven het huis 1 3 1 249 37 98,3
Om de explosie te horen verliet Sven het huis 19 254 3 14 1 93,8
Ondanks het horen van de explosie verliet Sven het huis 0 13 28 235 15 85,9
Op het horen van de explosie verliet Sven het huis 0 21 137 130 3 44,7
Het horen van de explosie ten spijt verliet Sven het huis 0 37 22 213 19 73,2
Tijdens het horen van de explosie verliet Sven het huis 1 11 228 50 1 77,7
Vóór het horen van de explosie verliet Sven het huis 25 258 1 7 0 97,3
Wegens het horen van de explosie verliet Sven het huis 0 17 17 247 10 88,3
Zonder de explosie te horen verliet Sven het huis 17 109 55 99 11 52,9

TABEL 2-II: Ingevulde aantallen bij de vraag naar de tijdsvolgorde

In Tabel 2-II staan achter elke zin vijf kolommen waarin, van links naar rechts is vermeld hoeveel studenten aangaven dat het vertrek van Sven plaatsvond ver voor, vlak voor, gelijktijdig met, vlak na, of ver na het klinken van de explosie. De rode getallen geven de plaats aan waar naar mijn mening het juiste antwoord zich dient te bevinden.
Dat het mij niet meeviel, ligt aan het opmerkelijke verschil tussen de scores van bij en op, en de magere score van het kennelijk door velen niet gekende ten spijt.
Het verschil tussen voor en na weten we allemaal wel (vreemd dat dat niet geldt voor tijdens!), maar het verschil tussen bij en op is velen te geraffineerd. En zonder ten slotte geeft aan dat de twee evenementen met elkaar niets te maken hebben, maar de explosie moet wel klinken, anders kan Sven hem niet niet horen.
Een zelfde soort staatje voor het causale verband:

JA % goed NEE ?
Bij het horen van de explosie verliet Sven het huis 200 69 89 2
Na het horen van de explosie verliet Sven het huis 223 77 65 3
Om de explosie te horen verliet Sven het huis 263 90 27 1
Ondanks het horen van de explosie verliet Sven het huis 56 79 229 6
Op het horen van de explosie verliet Sven het huis 192 66 92 7
Het horen van de explosie ten spijt verliet Sven het huis 83 69 201 7
Tijdens het horen van de explosie verliet Sven het huis 87 67 195 9
Vóór het horen van de explosie verliet Sven het huis 29 89 258 4
Wegens het horen van de explosie verliet Sven het huis 280 96 9 2
Zonder de explosie te horen verliet Sven het huis 6 96 279 6

TABEL 2-III: Ingevulde aantallen bij de vraag naar een causaal verband

Wederom twijfels alom bij bij, op en ten spijt. Het verbaast mij dat de “neutrale”, d.w.z. geen causaal verband leggende voorzetsels tijdens en zonder een zo groot verschil in score te zien geven.
Ik concludeerde dat er behoefte bestaat aan een voorzetseldidactiek die op z’n minst leerlingen in staat stelt de tijdsvolgorde der dingen correct te lezen, maar ook om gebeurtenissen al dan niet met elkaar in (causaal) verband te brengen. Er bestaat in feite geen aparte voorzetseldidactiek; hooguit zijn er invuloefeningetjes waarvoor een leerling dan een voldoende of onvoldoende krijgt, tout court.
Ik had die test SVENTEST genoemd naar ene Sven die ik als leerling op het Luzac-college in de klas had en die bij een andere voorzetseltest zo uitmuntend had gepresteerd, dat ik zijn naam aan de hier gepresenteerde test wilde verbinden.

Hans Wegman tijdens zijn speech in Gent op het promotiefeest. Aan de ronde tafel, achter de vele flesjes Reinaertbier, rechts de andere paranimf Frans van Zaalen en zijn vrouw, en links promotor Henk Verkuyl en zijn vrouw.

Dat bleef niet zonder gevolgen. Bij het feest in Gent na afloop van de verdediging van mijn proefschrift in 2003 nam Hans Wegman het woord. Hij was, samen met Frans van Zaalen, collega-taalkundige van mij op de HAN en zij fungeerden tijdens die verdediging als paranimfen. Het relaas van Hans volgt hier.


De ontwikkeling van een sonnet
Bij de promotie van Nard Loonen

In 1945 schreef J.C. Bloem een sonnet dat tot de bekendste Nederlandse poëzie is gaan behoren: De Dapperstraat. Hij deed dat aan het einde van een bijzonder bewogen periode in de vaderlandse geschiedenis, waar echter in het gedicht niets van blijkt. Zelfs niet tussen de regels. Hij schreef het bovendien niet in Amsterdam, wat je zou verwachten, maar in Warnsveld in de Achterhoek, waar hij in pension was bij de gezusters Bilderbeek. Voor wie het niet onmiddellijk paraat heeft:

Natuur is voor tevredenen en legen
En dan: wat is natuur nog in dit land
Een stukje bos ter grootte van een krant
Een heuvel met wat villaatjes ertegen

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen
De in kaden vastgeklonken waterkant
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen langs de lucht bewegen

Alles is veel voor wie niet veel verwacht
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat

Dit heb ik bij mijzelve overdacht
Verregend, op een miezerige morgen
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat

Opgeleid tot jurist, wijdde Bloem zich zijn hele leven aan het Woord. We kunnen niet zeggen dat Bloems maatschappelijke loopbaan een aaneenschakeling van hoogtepunten was. Hij probeerde het een aantal malen als griffier bij marginale kantongerechten zoals Lemmer, Breukelen en ten slotte Zutphen. Clara Eggink vermeldt in haar ‘Leven met J.C. Bloem’: “Jacques was bepaald geen ideale griffier, verre van dat, maar dat was nog geen reden om hem zo beledigend en vernederend te behandelen.”
Alleen iemand over wie zoiets gezegd moet worden, kan een Dapperstraat schrijven, zo bezield en diepgaand, dat het al meer dan een halve eeuw mensen inspireert tot lezen en schrijven.

Komrij
40 jaar later, de oorlog lang verleden tijd, hingen er opnieuw kruitdampen en rookwolken op tal van plaatsen in het land. In Nijmegen in de Piersonstraat, in Amsterdam rond de Grote Keyser. Gerrit Komrij, de huidige hofdichter en Staatspoeet, schreef in die dagen in de NRC pastiches op bekende Nederlandse gedichten.

Een pastiche is een gedicht dat qua vorm (rijmschema, metrum, beklemtoonde vocalen) sterk doet denken aan of is afgeleid van een beroemd gedicht, maar dat een geheel eigen inhoud meekrijgt. Het mooiste is natuurlijk wanneer iemand die een pastiche leest, onmiddellijk het oorspronkelijk vers hoort doorklinken.
Komrij’s gedicht heet Het slap gepraat en handelt over krakers, kraakpanden en rellen:

Het slap gepraat

Te huur: die mededeling staat me tegen
Is niet aan wie nog huur stort in dit land
Een steekje los? Zo’n grote speculant
Zit heus niet om wat extraatjes verlegen

Geef mij dus gauw een redelijk gelegen
Genadig weggeschonken krakerspand
En vrienden, nooit zo stoned dan als ze, omrand
Door bedspiralen, op het dak bewegen

Alles is gratis voor wie geld niet acht
De glasruit houdt zijn winkelwaar verborgen
Tot er, opeens, een grote kei door gaat

Dit heb ik nota bene zelf bedacht
Ik voel me, vrij van miezerige zorgen,
Domweg gelukkig met mijn slap gepraat

Stante pede
20 juni 2003. In de aula van de Universiteit van Utrecht promoveert Nard Loonen op een proefschrift getiteld: Stante pede gaande van dichtbij langs AF bestemming @. Daarin karakteriseert en categoriseert hij de Nederlandse voorzetsels. Een van de experimentjes die hij in het kader daarvan heeft uitgevoerd was de zogenaamde SVEN-test, een serietje zinnetjes rond de figuur van ene SVEN die een explosie meemaakt en vervolgens zijn huis verlaat. Bijvoorbeeld:

Op het horen van de explosie verliet SVEN het huis.
Ondanks het horen van de explosie verliet SVEN het huis.
Bij het horen van de explosie verliet SVEN het huis.

De proefpersoon moest invullen wanneer SVEN het huis verliet, voor, na of gelijktijdig met de explosie. Nard vertelde me ooit dat het idee voor de test werd geboren tijdens zijn werk als docent Nederlands op het LUZAC-college en misschien wel daarom…
Er waren meer dingen die hij mij vertelde over het LUZAC. Over de leerlingen bijvoorbeeld en de collega’s aldaar. Die verhalen zijn de aanleiding voor de volgende pastiche:

Luzac-docent, voor velen een veeg teken
Dat instituut staat voor succes garant
Maar het is los daarvan een bron van trammelant
En heus geen leerschool voor het ware leven

Daar dreigt het vak al gauw te gaan verweken
De leerling is bij kas maar niet echt bijdehand
Zo’n klas wordt, afgezien van lammen, beklant
Door onbekwamen die thuis hennep kweken

Luzac heeft toch meer voortgebracht
Je hield SVEN’s oorsprong goed voor ons verborgen
Totdat dat jong plots levend voor ons staat

SVEN voor en na, steeds op een knal bedacht
Explosies bij het opstaan iedere morgen
SVEN blijkt de jongen die er achter staat

De laatste zin is niet sterk. Als we hadden kunnen besluiten met SVEN blijkt de jongen die er achter zit, was dat nog een redelijk zinvolle mededeling geweest. Nu is het een loze, eigenlijk onbegrijpelijke frase. Dat overdacht ik bij mijzelve tijdens Nards verdediging van zijn proefschrift. Aangekomen in het feesthotel te Gent, had ik, leek me, een aardig alternatief. Ik besloot het gedicht met:

SVEN voor en na, steeds op een knal bedacht|
Explosies bij het opstaan iedere morgen
Kortom een type voor als de wereld vergaat

Maar het uitspreken van die laatste zin al, stemde me wat ontevreden. Het is het nog niet! Het is zeker geen KNAL-effect, zoals gepland, noch stemt het melancholisch zoals in Bloems vers. Een zonovergoten zomervakantie volgde en leverde ten slotte deze laatste strofe:

SVEN voor en na, steeds op een knal bedacht
Explosies ondergaat hij zonder zorgen
Stomweg omdat hij fluks het huis verlaat.

(Hans Wegman, 5 september 2003)


 

Het is, in weerwoord, hetzelfde sonnet Dapperstraat dat ik heb gebruikt voor mijn bericht Domweg de Amstel in, elders op deze weblog.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.