Deutschland, Deutschland, über was eigentlich?

Ik geef het je ook te doen: eerst in 1870, 1914 en 1939 actief in een oorlog verwikkeld zijn, dan worden gevierendeeld en de facto in tweeën worden gesplitst, dan dat enorme Wirtschaftwunder moeten meemaken, dan, aan het einde van de koude oorlog de DDR annexeren en vandaag de dag de rol van Europa’s leidende economie spelen.

Hoe kan het anders dan dat dat allemaal zijn weerslag vindt in bijvoorbeeld de Duitse cinematografie, iets correcter: in de grote reeks films die aan Duitsland en wat er al niet onder de Deutschlandfrage moge vallen is gerelateerd. Alleen al het naast elkaar beschouwen van het vooroorlogse werk van Leni Riefenstahl (bv. Triumph des Willens, 1935 en Fest der Völker, 1938) en de megaproductie Heimat (Edgar Reiz, 1984) stelt ons voor een reusachtig probleem.

Er was een tijd dat ik categorisch weigerde naar Duitse tv te kijken. Vanuit mijn gezinssituatie zou ik eigenlijk moeten weigeren naar Japse tv te kijken, maar dat kon ik niet weigeren, doodeenvoudig omdat het niet beschikbaar was. Bovendien merkte ik bij mezelf dat ik, als enige thuis, niet zo sterk anti-nippongevoelens koesterde. Bij ons leefden die sentimenten voort bijvoorbeeld bij de aanschaf van luxe goederen: geen Sony, maar Philips; geen Nissan, maar een degelijke Ford Taunus. Uiteindelijk viel dat niet vol te houden, al weet ik dat tot op de dag van vandaag noch mijn ouders, noch ikzelf, noch mijn broer of een van mijn zussen ooit een auto van Japanse makelij heeft gekocht of zal kopen. Het wachten is nog steeds op een vergoeding voor de 12-cilinder Dodge van mijn vader die in 1942 opeens niet meer voor de deur stond.

Voor mij werden die wrange gevoelens overwoekerd door een destijds in Amsterdam niet ongebruikelijk ander sentiment: het anti-Duits zijn. Onder het motto “Duits is een mooie taal, maar het moest een dooie taal zijn” waren er tal van Amsterdammers die elk contact uit de weg gingen, Germanismen (“Nipte zege Ajax over mat Volewijckers”; dec.1961) verafschuwden, zeker niet naar dat land op vakantie gingen (als ik door West-Duitsland naar het Oostblok reed, deed ik dat bij voorkeur ’s nachts, om zo min mogelijk te hoeven zien) en het hoogtepunt van hun grimmige afschuw beleefden in 1974, alsof zij daar hun houding mee konden rechtvaardigen.

Het Oostblok. Nooit zal ik die meer dan vijftig reizen vergeten die ik tussen 1968 en 1992 vanuit het repressieve Vrije Westen naar het onderdrukkende Volksdemokratische Oosten maakte, De ČSSR, de DDR, Polen. Al die opwinding, ellende, onzekerheid, spanning aan de grens. Oeverloze wachttijden, slinkse smokkelmethoden, situaties waarvan je niet wist of ze nou belachelijk of lachwekkend waren, flesje Bols jenever of een zakje mandarijnen ostentatief op het dashboardkastje in de hoop wat eerder door te mogen rijden.
Dat IJzeren Gordijn, aan beide kanten vervloekt en gekoesterd. En uitgebuit. Zo niet om politieke redenen (aan beide zijden), dan toch zeker ook om economische redenen. De wapenindustrie (ook aan beide zijden). Een soort ramptoerisme van Noord tot Zuid, aan de westkant dan. De staalfabrieken waar prikkeldraad werd gefabriceerd, stonden naar verluid in West-Duitsland. Of het labeltje “Made in West-Germany” er door de Vopo’s is afgeknipt, weet ik niet. West-Berlijn kon, mede dankzij de blokkade van 1948 en het daarop volgende propaganda-offensief vanuit het Westen uitgroeien tot een uit de voegen barstende etalage van het Luxe Westen, waarop men in de DDR, en in Oost-Berlijn het meest, alleen maar stikjaloers kon worden. Propaganda als economische aanjager – economie als propagandamiddel. Het boekje Mitten in Deutschland – mitten im 20. Jahrhundert. Die Zonengrenze. Bonn. Bundesministerium für gesamtdeutsche Fragen. 4e druk 1959. Met 95 z/w-foto’s geeft een even illustratief als schrikbarend beeld van hoe er vanuit het Westen officieel tegenaan werd gekeken. Internetantiquariaat Lu et approuvé had het in de verkoop (inmiddels helaas verkocht), evenals nog meer propagandistische uitgaven van zowel BRD- als DDR-zijde.


De laatst overgebleven leugenachtige gotspe is de alom gehanteerde melding over
de VAL van de Berlijnse muur. Die muur viel helemaal niet, alsof het een slecht gemetseld bouwwerk ware van door Vopo’s op elkaar gepleurde betonblokken die bij het minste of geringste zuchtje Westenwind wel omver zouden donderen. Die muur werd, zie de tv-beelden, door boze of enthousiaste of op wat dan ook beluste sterke mensen moedwillig en hardhandig omvergehakt. Dat noemen we niet vallen, maar botweg vernielen. Het enige wat er viel, was het doek. Kijk voor verdere berichtgeving en de gevolgen maar naar Good bye, Lenin!
(2003).

Maar goed, laat ik mezelf niet te veel afleiden; ik had het over anti-Duitse sentimenten en hoe die bij mij geworteld waren. Immers, ik kreeg niet lang na 1974, eenmaal in Venray en Eindhoven woonachtig, waar ARD, ZDF en WDR3 op de kabel zaten, in de gaten dat er in Duitsland iets was veranderd. Het meeste frappeerde mij de ZDF-serie Das kleine Fernsehspiel, waar verrekt goede films werden vertoond. En vanaf toen zette ik mijn anti-sentimenten stukje bij beetje om in belangstelling en ben ik inmiddels op het punt gekomen dat ik vind dat alle rottigheid van Duitsland van 1870 tot nu eigenlijk hún probleem is en moet blijven – niet het mijne. Dus kijk ik met grote verwondering, en ook wel een beetje bewondering, naar die oude films van Riefenstahl. Wat stellen wij Nederlanders daar tegenover? Niets, gelukkig. En met grote bewondering, en ook wel een beetje verwondering, naar Heimat. Wat stellen wij Nederlanders daar tegenover? Haanstra-producties als Alleman en Fanfare?

In deze weblog ga ik een aantal films bespreken vanuit mijn visie. Niet alleen Duitse; Italië, Spanje en Portugal zullen ook vertegenwoordigd worden. Maar in eerste instantie zet ik in op Europa Europa (Agnieszka Holland, 1990) en Führer Ex (Winfried Bonengel, 2002). Dan kan ik voorlopig wel even voldoende stoom afblazen en proberen boven tafel te krijgen über was het eigenlijk gaat in Duitsland.

 

 

1 gedachte op “Deutschland, Deutschland, über was eigentlich?

  1. Hallo,
    ik ben op zoek naar een Duitse film van vóór 2005, waarin het toeval ook een rol speelt. Een groep jonge vrienden wordt deels opgeroepen om soldaat te worden. Vervolgens ontstaan er twee verhaallijnen: één als een jongen en een meisje blijven leven en twee: als een sterft, hoe verloopt hun leven dan? Ik dacht dat de film Das Schicksal heette, maar dat is volgens mij niet zo.
    Weet u welke film dit zou kunnen zijn? Dank en groet, Jos Verboeket

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.