4-11; dat levert wat op

AFL. 2 VAN DRIELUIK OVER

(eerder gepubliceerd op www.feyenoordnet.nl, maart 2010; enigszins gewijzigd)

__________________________________________________________________________________
Ik moet ruiterlijk toegeven dat ik niet vaak een gelukkige hand heb gehad bij het uitzoeken van te bezoeken wedstrijden van Feijenoord. Ok, ik had een goede start bij DWS-Feijenoord in 1959 (0-5) en ik heb mijn hoogtepunt beleefd in november 1997 bij de 2-0 van Feijenoord-Juventus, maar daar tussendoor was het toch vaak afzien. Ik bedoel maar: als je uren in de auto moet zitten om in oktober 1992 in een voor tweederde lege Kuip Feijenoord met hangen en wurgen vlak voor tijd in een draak van een wedstrijd de verlossende 1-0 te zien scoren tegen Partizan Tirana, dan word je daar niet vrolijk van (aan die wedstrijd zat een heel verhaal vast: zie de Foxsports-docu daarover van mei 2017). Maar het kon nog erger.

Schuin tegenover mij in Amsterdam woonde Henk Terlingen, bij de ouderen nog wel bekend als de presentator van NTS-Sport in Beeld, later nog meer bekend als “Apollo Henkie” die de eerste maanlanding voor de NOS versloeg. Hij zat een paar klassen boven mij op school en wij voetbalden regelmatig samen op straat, tegen een blinde muur waarop een doel was gekrijt. Op twee momenten heeft hij zich voor mij onsterfelijk gemaakt. Eerst was dat de periode dat ik, in het begin van mijn puberteit, een tijdje groeipijn had in mijn rechterknie, waardoor het schieten niet zo best meer ging. Met eindeloos geduld heeft hij mij toen geleerd met links te schieten, met als gevolg dat ik tot op de dag van vandaag volstrekt tweebenig ben. Hij had ook wel nadelen, bijvoorbeeld dat hij fervent aanhanger van de verkeerde club was. Maar dat leek zich in mijn voordeel te keren toen hij mij een tweede onsterfelijke daad voorschotelde. Feijenoord had zich in het seizoen 1959-1960 aardig hersteld van het mindere afgelopen seizoen; wat zeg ik: na een eclatante 3-0 op Abcoude-Noord in de Kuip waren beide teams gelijk bovenaan de ranglijst geëindigd en moest een beslissingswedstrijd de landskampioen uitwijzen. Dat werd 26 mei 1960, in het Olympisch Stadion. Vraag me niet hoe hij het had klaargespeeld, maar Henk had een kaartje voor die wedstrijd weten te bemachtigen. En omdat hij een groot hart had, wilde hij dat kaartje wel met mij delen, ook al was ik van de verkeerde kant. Dat ging zo: samen liepen we naar het stadion. Eenmaal tussen de drommen mensen beland, schuifelden we naar de hekken die langs de controlepoortjes stonden, omringd door oproerpolitie te paard. Vlak voor het controlepoortje trok hij mij naar zich toe, sloeg zijn lange regenjas open (eind mei, maar wie let daarop) en liet mij strak tegen hem aan doorschuifelen met zijn weer om mij heen dichtgeslagen jas. Zonder ook maar een enkel probleem sjokten vier voeten langs de controle op één kaartje. Ik was de koning te rijk, de eerste helft: een bomvol Olympisch Stadion, geweldige sfeer, en Feijenoord bij rust met 0-1 voor. Om het verhaal niet te lang te maken zal ik de tweede helft verder niet beschrijven, waarin ene Bleijenberg het op z’n heupen kreeg en de eindstand 5-1 werd.

Minstens zo rampzalig verliep het dik vier jaar later. Vraag me niet hoe, maar ik had een kaartje weten te bemachtigen voor Feijenoord-Ajax op 29 november 1964. Nu wilde het toeval dat ik in die tijd mezelf had weten op te werken tot bestuurslid van het niet onverdienstelijke schoolkoor. En net op die 29e november werd het Ceciliafeest gevierd. Cecilia, als schutspatrones van zangkoren, was de jaarlijkse aanleiding voor een feestelijke dag met een uitvoering en andere festiviteiten eromheen, en de koorleiding vond het absoluut ongepast dat ik dan net op die dag afwezig zou zijn om een of andere burgerlijke voetbalwedstrijd te gaan bezoeken. Ik had geen keus, en kon zo Henk Terlingen een pleziertje terugdoen door hem mijn kaartje te geven. Het leek wel lik-op-stukbeleid, want het werd dus 9-4 voor Feijenoord. Toen ik later die middag die uitslag hoorde, was ik laaiend en kon ik me wel de haren uit de kop trekken.

Hoe betrekkelijk alles is, was mij overigens in 1960 al eens gebleken, een paar maanden voor die jammerlijke beslissingswedstrijd in Amsterdam. Immers, in januari van dat jaar overstroomde na een dijkdoorbraak Tuindorp-Oostzaan in Amsterdam-Noord. Dat was vervelend. Gelukkig verdronk er niemand, maar de materiële en emotionele schade voor de 10.000 inwoners was enorm. Nu had Nederland intussen al aardige ervaringen opgedaan met watersnoodwedstrijden (zoals de fabuleuze 1-2 van de Nederlandse profs tegen Frankrijk in Parijs in 1953!), en dus werd er besloten tot een benefietwedstrijd in het Olympisch Stadion tussen vertegenwoordigende elftallen van Amsterdam en Rotterdam op 17 februari 1960. Op verzoek van Rotterdam was die wedstrijd overigens een week uitgesteld, zo meldt de KNVB-Sportkroniek van 8 februari 1960. Het batig saldo voor de gedupeerden bedroeg ƒ 25.000. Vreemd is dat er maar heel weinig over dat treffen is terug te vinden, maar ik was erbij, op de Marathontribune zelfs, want kennelijk gingen die kaartjes tegen gereduceerd tarief. Rotterdam kwam aanzetten met een veredelde Feijenoordselectie, waaraan twee of drie Spartanen waren toegevoegd. In die tijd had Sparta overigens een zeer verdienstelijk team – het was zelfs regerend landskampioen, dus het betrof zeker een versterking. De Leeuwarder Courant meldde een week voor de wedstrijd de selectie. Zie inzet. Voor Kees Rijvers moet het een belangrijke wedstrijd zijn geweest, omdat hij al een tijdje geen deel meer uitmaakte van de eerste selectie van Feijenoord; via deze wedstrijd kon hij zich weer in de kijker spelen, en met succes: 3 goals.

De Amsterdamse selectie heb ik niet meer kunnen achterhalen. Ongetwijfeld zal het een allegaartje zijn geweest van spelers uit Oost, aangevuld met wat sprekende namen van DWS (Jongbloed niet; Vonhof wel) en Blauw-Wit (Erwin Sparendam, of zat die toen al bij Elinkwijk?) en wellicht een verdwaalde Volewijcker (Hassie van Wijk?). Hoe het ook zij, Rotterdam had geen enkele moeite met het Amsterdamse samenraapsel en won de wedstrijd met 4-11, waardoor ik getuige was geweest van de doelpuntrijkste Nederlandse betaald-voetbalwedstrijd ooit, bij mijn weten. Net één goaltje meer dan Feijenoord-Reykjavik (12-2) in september 1969. Het verslag in de Nieuwe Noordhollandse Courant is volstrekt duidelijk.

Die hoge uitslag had nog een bijkomend voordeel. Bij de overstroming was namelijk ook het hele complex van T.O.B. in Tuindorp-Oostzaan onder water komen te staan en een onderdeel van de deal was dat die vereniging voor elk gescoord doelpunt een nieuwe voetbal zou krijgen. Zo gingen er dus in februari 1960 vijftien nieuwe lederen voetballen naar Amsterdam-Noord.

Over die club valt trouwens nog wel wat aardigs te melden. In 1947 legde een frater in Amsterdam-Noord bij een buurtvereningsbijeenkomst zomaar een voetbal op tafel en zei: “We gaan een voetbalclub oprichten”. Een naam had hij ook al bedacht: T.O.B., Tuindorp-Oostzaanse Boys, want Engels was vlak na de bevrijding erg hip. Wat verder voor de man pleitte, was dat hij als tenue de negatieve variant had bedacht van het “grote” Ajax, dus rode shirts met een witte baan, en daaronder het Feijenoord-tenue: zwarte broeken en rood-wit geringde kousen. Dat dat later een wit shirt met een blauwe baan is geworden, doet nu verder niet ter zake. Naast voetbal werd nog handbal aan T.O.B. toegevoegd, ook voor meisjes. Die begonnen zich, feministes-in-de-dop, amper tien jaar later te ergeren aan de naam Boys in T.O.B., waarop vanuit het bestuur lankmoedig en met typisch Amsterdamse humor werd voorgesteld die afkorting dan maar te wijzigen in Tot Overspel Bereid. Wellicht kon dat de teamgeest aanwakkeren, maar kerkelijke goedkeuring kreeg die benaming niet, waarop als compromis uiteindelijk de huidige naam Trouw Ons Beginsel werd vastgelegd. Welk beginsel, staat er niet bij. Ik verzin het allemaal niet zelf, ik heb het van de officiële T.O.B.-site (zie rksv-tob.nl).

Triest is dat men zich vandaag de dag bij T.O.B. niets meer blijkt te kunnen herinneren van die benefietwedstrijd en die vijftien spiksplinternieuwe ballen, maar ik had mijn 11-4 in de knip en dat maakte bij voorbaat een hoop goed van alle Feijenoord-ellende die mij daarna nog te wachten stond…



Heeft iemand meer informatie over deze bijzondere wedstrijd?
Met name ben ik op zoek naar de complete opstelling van het Amsterdams elftal.

 

(Deze laatste vraag is inmiddels afdoende beantwoord: zie
http://nardloonen.nl/2014/04/19/delpher-haalt-oud-goud-naar-boven/ 

 

 

___________________

Woensdag 17 februari 1960, Olympisch Stadion, 20.00u
Amsterdam – Rotterdam 4-11
Toeschouwers: 15.000
Doelpunten Amsterdam: Jos Vonhof (DWS), Cees Groot (Ajax, 2x), Hans van Doorneveld (DWS)
Doelpunten Feijenoord: Kerkum (Feijenoord, pen.), Rijvers (Feijenoord, 3x), Schouten (Feijenoord, 2x), Meijers (Feijenoord), Moulijn (Feijenoord, 2x), Cor vd.Gijp (Feijenoord), Schouten (Feijenoord).
Amsterdam: Jan van Drecht (Ajax), Van der Klink (Blauw-Wit), Hans Boskamp (DWS-A), Soetekouw (Volewijckers), Niessen (DWS-A), Bennie Muller (Ajax), Slaak Swart (Ajax)/Arie den Ouden (DWS-A), Cees Groot (Ajax), Jos Vonhof (DWS-A), Mul (Blauw-Wit), Hans van Doorneveld (DWS-A).
Rotterdam: Pieters Graafland (Feijenoord), Kerkum (Feijenoord), vd.Lee (Sparta), Villerius (Sparta), Schouten (Feijenoord), Klaassens (Feijenoord), Walhout (Feijenoord), Meijers (Feijenoord), Van der Gijp (Feijenoord), Rijvers (Feijenoord), Moulijn (Feijenoord).

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.