Sint en Piet en Reinaert en Tiecelijn

Zoals in het vorige artikel reeds aangekondigd vond op zondag 4 december in Sint-Niklaas de presentatie plaats van het Jaarboek Tiecelijn 2016, een jaarlijks terugkerend evenement, de laatste tijd in de theaterzaal van het Stadsmuseum STEM. Het past in de rijke Reinaerttraditie in het Waasland, vooral in Sint-Niklaas, maar zeker ook elders in Oost-Vlaanderen.

 

Het betrof het 9e Jaarboek; in 2008 besloot de redactie het al 20 jaargangen lopende driemaandelijks tijdschrift Tiecelijn voortaan in de vorm van een Jaarboek uit te brengen – minder werk, minder kosten. De presentatie ervan bestaat uit een of meer voordrachten in een stemmig aangeklede theaterzaal waar tussen de 100 en 200 medewerkers en belangstellende Reinaerdofielen een uur of meer worden geamuseerd met nuttige, diepgaande, schalkse en culturele optredens. Voor de aanwezige steunende leden ligt na afloop het Jaarboek klaar (enorme besparing portokosten; het jongste nummer weegt 1.135 gram en veel leden wonen ook nog eens buiten België), samen met een toepasselijk geschenk, zoals in 2007 een genummerd exemplaar van de houtsnede van Wim de Cock die ook de frontillustratie van jaargang 20 sierde. Zie hiernaast.
Inmiddels is de verzameling artikelen die door de jaren heen in Tiecelijn op bijna 8.000 pagina’s zijn gepubliceerd een niet te passeren bron van kennis en informatie voor iedereen die zich met de Reinaertstudie bezighoudt.

In 2013 memoreerde ik hier in een artikel al dat er rond de Reinaert een heel commercieel en toeristisch circuit is ontstaan. Ik noemde en roemde daar onder meer Reynaertgebak, Reynaertbonbons en Reynaertbier (ik blijf hardnekkig Reinaert met een i schrijven; anderen houden het op Reynaert met een y. Geef spellingvrijheid een kans).
Maar in feite is de hele streek ruim rondom Sint-Niklaas vergeven van de verwijzingen naar Reinaert en andere personages uit het werk. Het blijft ontegenzeggelijk levende materie, en nog eens vol verrassingen ook.
In een van de kroegen aan de Grote Markt, met trots melden de bewoners dat het qua oppervlak het grootste marktplein van België is, kreeg ik geheel onverwacht een fles Ysengrin geserveerd (net als Reynaert Grand Cru 9,5 %) met een glas van Domein Reynaert. Flesje + glas te bekomen aan €10; voor niets gaat de zon op.
Onze Reinaerttekst meldt niet voor niets dat Reinaert en Isegrim familie van elkaar zouden zijn geweest. Wie betaalt daarvoor de prijs?

Ik zie daarentegen geen verband tussen Sinterklaas en Reinaert, behalve dat beide zich overduidelijk manifesteren in Sint-Niklaas: Voor het oude gemeentehuis op de Grote Markt prijkt een groot beeld van de goedheiligman,

 

 

 

 

en aan het einde van de grote middengang van datzelfde gemeentehuis treffen we een aantal glas-in-loodramen aan met Reinaertmotieven.

 

 

 

Met de rug naar het gemeentehuis zie je links voor je de Reinaert Galerij, een niet overdadig groot winkelcentrum, terwijl op deze 4e december de ene Sint na de andere het marktplein oversteekt. En alle Pieten zijn zo zwart als Tiecelijn, een van Wodans luisterraven en boodschappers.

 

 

 

 

Op zoek naar Reynaertgebak en Reynaertbonbons, die nog maar bij vier meester-banketbakkers in Sint-Niklaas verkrijgbaar zijn, passeerde ik de befaamde chocolaterie Wauters, waar alleen maar eetbare Sinterklaasmemorabilia werden aangeboden. Een volgend pleidooi voor absolute spellingvrijheid.


Sint-Niklaas verenigt twee grote personages die met elkaar hoegenaamd niets te maken hebben, behalve dat Reinaert er meesterlijk-listig in slaagt anderen de zwarte piet toe te spelen.

 

Zwarte Piet, Ras en Bomans

Ik dacht dat ik met mijn vorige Zwarte-Pietenbericht aan de vlugge kant was, maar ik sloeg de plank 50 jaar mis, net als die protesterende Amsterdammers die godweet niet eens weten waar Wanroij ligt, daar in de buurt van Boxmeer.
Godfried Bomans, nooit te beroerd om met zijn humor zijn wetenschappelijke inferieuriteit te maskeren, trok fel van leer.

Ik ga steeds anders aankijken tegen Kuifje in Afrika. De blote nikkertjes op bovenstaand plaatje hebben een R.K.-Schaamlapje voor; van die Hergé-strip hier links bestaat een natuurlijke make-over.
Op Geschiedenis24 verscheen eind oktober het volgende bericht, dat ik hier integraal en zonder verder commentaar weergeef, behoudens het weergaloze commentaar van Wanroij’s burgemeester in 1963, dat: ‘noch St. Nicolaas, noch zijn knechten aan tijd gebonden zijn. Daarom behoeven zij ook nimmer aan de tijd te worden aangepast.’
Denk daar maar eens over na.

 

 

Wanroij 1963: hoofdonderwijzer eist witte knecht voor Sint
Gevolg: dorpsbewoners stoppen witte knechten in de zak

23 oktober 2013
JURRYT VAN DE VOOREN

Het Brabantse Wanroij was in 1963 het centrum van een nationale rel rond Zwarte Piet nadat hoofdonderwijzer Arnold Ras had voorgesteld deze te vervangen door witte knechten. ‘Kleurlingen ergeren zich eraan, omdat ze het als rassendiscriminatie beschouwen.’ Godfried Bomans reageerde furieus: ‘Het spijt mij dat het lager onderwijs te Wanroij in handen ligt van een man, die zulke streken bedenkt, want lager kan het niet.’ Tijdens de Sinterklaasintocht in Wanroij werden de witte knechten in zakken afgevoerd als een soort van volksgericht. Geschiedenis24 heeft hiervan unieke filmbeelden gevonden.

‘Kleurlingen ergeren zich eraan’
De R.K. Lagere School in het Noord-Brabantse Wanroij stond in 1963 onder leiding van Arnold Ras. Dat jaar trok hij nationale aandacht, omdat hij weigerde Zwarte Pieten toe te laten op het Sinterklaasfeest op zijn instelling. Op de website van het Brabants Historisch Informatie Centrum BHIC staat een terugblik op deze affaire.

Ras was in diezelfde tijd hoofdredacteur van het Wanroijs Nieuws voor Iedereen. Hierin werden voor de eerste keer zijn problemen met Zwarte Piet weergegeven: ´Hij heeft vooral opvoedkundige argumenten voor zijn stelling,’ aldus het BHIC. ‘Op het moment dat de kinderen erachter komen dat de Sint niet bestaat, zou het hele Sinterklaasfeest alleen maar een gezagscrisis veroorzaken. En hij vindt dat het feest van het schrikelement van Zwarte Piet moet worden ontdaan. Zwarte Piet zou beter kunnen worden vervangen door een blanke diaken en er zou eerlijk tegen de kinderen moeten worden gezegd dat het om een verkleed persoon gaat.’
De jute zak moest worden vervangen door een plastic tas, voegde Het Vrije Volkdat de kwestie oppiktedaaraan toe: ‘Zodat de kinderen direct zien dat hij bestemd is voor het vervoer van snoep en niet voor deportatie naar Spanje.’ Met andere woorden: Zwarte Piet werd teveel als boeman gebruikt en dat was pedagogisch onverantwoord.
Dagblad De Tijd had Ras zelf gesproken over Zwarte Piet, waarbij de hoofddocent nog een andere bezwaar formuleerde: ‘Kleurlingen ergeren zich eraan, omdat ze het als rassendiscriminatie beschouwen, dat de zwarte als knecht fungeert.’ Daarom mocht Zwarte Piet niet meedoen aan het Sinterklaasfeest op zijn school.
Het feest zelf ging overigens gewoon door, benadrukte Ras, want met Sinterklaas was niets mis.

Godfried Bomans: ‘Ras moet in de zak’
De reacties op het voorstel van Ras waren net als nu uiterst fel en haalden de nationale kranten. Godfried Bomans schoot uit zijn slof in zijn column in De Volkskrant.

Van hoofddocent Ras deugde helemaal niets, aldus Bomans: ‘Het spijt mij dat het lager onderwijs te Wanroij in handen ligt van een man, die zulke streken bedenkt, want lager kan het niet. En hoewel volwassenen in het algemeen zelden in de zak gaan, meen ik toch dat we hier geen keus meer hebben. Ras moet in de zak. Dat zal in Wanroij wel even een gezagscrisis geven, maar dat vind ik beter dan dat alle ouders over heel Nederland hun naaste familie gaan verraden. Het Sinterklaasgeheim is een van de best bewaarde geheimen in ons koninkrijk en wanneer we ergens een lek zien, dan moeten we dat stoppen. Ras is zo’n lek. Daarom stoppen we hem, en wel in de zak.’
Het verwijt van racisme wierp Bomans verre van zich: ‘Ach heer, ook dat nog. De Afrikaanse bevolking vindt het niet prettig, zo meent hij, om in Nederland voor boeman te spelen. Ik geloof dat Ras de kennis in Oeganda en Tanganjika van Nederlandse gebruiken te hoog aanslaat. Zeker, ze houden ons daar nauwlettend in het oog, daar kun je donder op zeggen, maar dat ze van Zwarte Piet weten en daar ernstig onder gebukt gaan lijkt mij een overschatting van een algemene ontwikkeling.’

Zwarte Pieten illegaal geronseld
Al snel bleek dat Ras niet namens alle inwoners van Wanroij sprak. Sterker: in het geheim spanden ze zich samen tegen de komst van de witte knechten. Achter de rug van Ras werden tientallen Zwarte Pieten geregeld voor de intocht van Sinterklaas in Wanroij. Aan de aanwezige kinderen werd daarop gevraagd wat ze liever hadden: een Zwarte Piet of een witte knecht. Nadat de plaatselijke jeugd zich tegen de witte knechten had gekeerd, werden deze afgevoerd alsof het misdadigers waren. (zie filmbeelden)

Bert Lodewijks is van Stichting Wanroijs Actie Comité, waarvan Ras zelf lid is geweest. Hij heeft de filmbeelden bewaard van deze rumoerige intocht uit 1963 – weliswaar zonder geluid, maar duidelijk genoeg en in kleur. Hierop zien we inderdaad – na negen minuten – hoe de witte knechten onder de ogen van Sinterklaas en alle aanwezigen in plastic zakken worden gestopt (zaten daar wel luchtgaten in ???), de trap afgedragen en verwijderd.
Burgemeester Smulders maakte uiteindelijk een definitief einde aan de Pieten-strijd in zijn dorp. In een toespraak tot de Sint, de overgebleven Zwarte Pieten en de bevolking van Wanroij kwam hij voor de laatste keer terug op de oproep van Ras: ‘Overigens is de pennestrijd ontstaan door een vergissing in het Wanroijs Nieuwsblad voor Iedereen. Daar weet men niet, dat noch St. Nicolaas, noch zijn knechten aan tijd gebonden zijn. Daarom behoeven zij ook nimmer aan de tijd te worden aangepast.’
Om toch nog als een goed burgervader zijn hoofddocent enigszins in bescherming te nemen: ‘De man, die de vergissing gemaakt heeft, hoeft daarom nog niet zwart gemaakt naar Spanje gestuurd te worden.’

Daarmee werd een einde gemaakt aan het idee van Ras om de Zwarte Pieten te vervangen door witte knechten. Maar dat was in 1963. Vijftig jaar later blijken de sentimenten inmiddels toch een tikje anders te liggen.

 

 

Scheef perspectief

Zo rond de eeuwwisseling verzorgde ik een college “Logica en taal” aan de eerstegraads opleiding in Nijmegen. Omdat veel van de inhoud van die bijeenkomsten nog steeds zinvolle informatie bevat, en de actualiteit dat nog eens onderstreept, licht ik er een tweetal onderdelen uit: het correct gebruik van oorzaak-gevolgrelaties (argumentatieleer) en het egocentrisch perspectief (communicatieleer). Wie het leest, zal het wel herkennen, of op z’n minst snappen.

Geldige conclusies trekken uit waarnemingen of aannames is geen sine cure, al is het maar omdat de spreker/schrijver wellicht bijbedoelingen heeft (zoals in de reclame of De Telegraaf) en zo tot ongeldige of betwistbare conclusies kan komen. Of gewoon slordig is. Of het niet kan opbrengen de schuld bij zichzelf te zoeken – het “extern attribueren”, waarover verderop meer.

Een geweldig mooi, klassiek voorbeeld van moeizaam, maar gedegen analyseren en argumenteren staat in Hempel, Filosofie van de natuurwetenschappen. Aula 453. Het is het verhaal van dokter Semmelweis die rond 1850 werkte in een Weens ziekenhuis en werd geconfronteerd met het verschijnsel dat er op de ene kraamafdeling vier keer zo veel vrouwen aan kraamvrouwenkoorts overleden als op de andere afdeling. Zijn eerste vijf conclusies op grond van waarnemingen, vooronderstellingen en aannames bleken onjuist te zijn; pas bij zijn zesde poging kwam de ware oorzaak aan het licht (hygiëne) en kon de juiste conclusie worden getrokken (handen wassen). Lees het hele verhaal er maar op na; het is uiterst illustratief.

Een voorbeeld uit de meer recente tijd is de volgende situatie: je auto heeft net in de garage een grote beurt gehad. Je rijdt ermee weg, maar na een tijdje constateer je dat bij rechtuit rijden het stuur toch een tikkie scheef staat. Foutje van de garage dus, is de eerste gedachte, extern attribueren. Maar misschien zit je zelf wel te bellen onder het rijden en heb je niet in de gaten dat je aan het slingeren bent.
Natuurlijk kan het zo zijn, dat ze in de garage het stuur eraf hebben gehad en niet recht op de stuurkolom hebben teruggezet. Of dat ze de voorwielen niet correct hebben uitgelijnd. Informeer daar rustig naar. Maar niet voordat je eerst even analyseert/controleert of:

  • er een verschil in bandenspanning is tussen linker en rechter voorwiel;
  • er een straffe zijwind staat;
  • de weg niet een flauwe bocht maakt;
  • het wegdek een beetje schuin afloopt;
  • er een of ander defect in de stuurinrichting is.

Ik bedoel maar: niet te gauw denken dat je weet op wie je de schuld kunt schuiven.

Een en ander staat niet los van het begrip “perspectief”; noem het “gezichtspunt” of “point of view”. Heel simpel: als de heilige Sebastiaan met pijlen wordt beschoten, staat hij voor de boom, de schutters staan voor hem en Sebastiaan staat voor het schutterspeloton. Maar de pijlenvangman die alle misgeschoten pijlen moet gaan oprapen zal met even veel recht beweren dat Sebastiaan achter de boom staat en het vuurpeloton achter Sebastiaan.

Ander voorbeeld: je doet bij pech de motorkap van de auto open en moet dan, volgens het boekje, van het linker tankje de dop afschroeven om vloeistof bij te vullen. Waar zit dat tankje? Links vanuit de ontredderde bestuurder gezien die voor de auto gebukt staat, of links vanuit de angstige bijrijdster gezien die in de auto is blijven zitten omdat het regent? In de Dauphine is het nog veel leuker: daar zit de motor achterin, en laatst las ik in een instructieblad van een stroboscoop dat ik van de voorste bougie de kabel moest aftrekken. Ik had geen flauw idee om welke van de vier bougies het ging.
Dit perspectiefprobleem lost zich vaak spontaan op: van veel voorwerpen is het evident dat er een soort intrinsieke voorkant is: menselijk lichaam, auto, huis, waarmee begrippen als voor-, achter en zijkant eenduidig zijn aan te geven. Maar een aansteker heeft geen voorkant, en een boom al helemaal niet.

Dan nog ben je er niet, en iedereen die zich met schilderkunst, beeldhouwkunst of fotografie bezighoudt, herkent dat probleem: als je recht voor de meneer op bijgaande foto gaat staan, kijkt hij je stoïcijns aan; sta je wat van opzij, zoals op de foto, dan kijkt hij je niet meer aan.

 

 

 

Maar mijn grootvader, hier op bijgaande foto en schilderij, kijkt je niet aan, of je er nou recht voor gaat staan, of van opzij, noch op de foto, noch op het schilderij.

 

 

 

En een tv-komiek die recht in de lens kijkt (of net iets daarboven, heeft men mij ooit eens verteld) blijft je aankijken, ook al ga je een eind opzij staan; daar is geen ontkomen aan. Dat is het verschil tussen twee- en driedimensionale weergaven; laat ik het daar maar op houden.

 

De ervaring leert, en weest allen daarop bedacht, dat mensen nogal vlotjes geneigd en genegen zijn het zogenaamde “egocentrisch perspectief” te hanteren. Zoals ooit eens Jerusalem het middelpunt der toen nog platte aarde was, en later Rome -weer iets later liep het met Berlijn minder florissant af- gaan wij er quasi spontaan van uit dat wij zelf het middelpunt van de situatie zijn, en dat we alle daarbuiten gelegen waarnemingen en gebeurtenissen vanuit ons eigen perspectief mogen beschouwen. Zeker als het om iets slechts of gevaarlijks gaat: doet de pc niet wat je wilt, dan deugt het programma niet of is de pc gewoon kapot. Extern attribueren, heet dat. De schuld aan een ander geven, zonder je te realiseren dat je misschien wel zelf op een verkeerde knop hebt gedrukt.
Het mooiste voorbeeld van egocentrisch perspectief vind ik:

(Bijrijdster tegen chauffeur:) “Pas op! Daar komt een bocht aan!”
Het is de bekende probleemstelling of je in een rijdende trein nu stilzit of je voortbeweegt.

Ook wel aardig: toen ik eens op het dak van ons schuurtje in Boxmeer de dakgoot aan het schoonmaken was, riep het buurjongetje, dat mij bezig zag: “Buurman, waar is jouw buurvrouw?” Kinderen hanteren bij uitstek het egocentrisch perspectief, omdat zij nog zo in hun belevingswereld zitten gevangen dat ze zich niet in die van een ander kunnen verplaatsen. En dus gaan zij er met het grootste gemak van uit dat ieder die bij hen over de vloer komt ook weet wie Tante Joke en Ome Klaas zijn.

Ik kwam op dit bericht door die Jamaicaanse VN-mevrouw die gisteren doodleuk beweerde dat wij sinterklaas maar moeten afschaffen. Als een volleerd kind zat ze zo in haar culturele Santa-Clauswereld opgesloten dat ze zich warempel serieus afvroeg waarom die idiote Hollanders twee Santa Clauses moeten hebben. En om de VOC-mentaliteit nog maar te onderstrepen, maakte het bijbehorende Engelstalige VN-advies gewag van “Swarte Piet”; zie de 2e alinea van bladzij 1.

Laat haar met Prem een glaasje arômatische Rhum gaan drinken, ergens op een onbewoond eiland.

 

Wie krijgt de Zwarte Piet?

Het behoort tot de folklore dat de folklore wordt onderworpen aan kritische blikken. Te dieronvriendelijk, milieubeschadigend, pedagogisch of medisch onverantwoord. Kortom alles wat je tegen vlees en cola kunt hebben, kun je ook inzetten tegen tal van folkloristische evenementen. Nu Sinterklaas weer eens uit Spanje, Turkije of de kast dreigt te gaan komen richten sommigen hun pijlen op Zwarte Piet, die zwartbesmeurde levende herinnering aan onze blanke, koloniale gevoelens van suprematie.

In DWDD van dinsdag 15 oktober fulmineerde Prem Radhakishun op de van hem bekende wijze tegen het feestelijk te koop lopen met nepnikkertjes alsof Suriname nog van ons is en er sinds Kuifje in Afrika niks is veranderd. Hij deed dat in het verlengde van de 21 Amsterdamse bezwaarden die vinden dat de intocht in de hoofdstad niet mag doorgaan, althans niet met een groot Zwarte-Pietengevolg. De hoofdstedelijke burgervader stelt zich vooralsnog terughoudend op en wil niemand voor het hoofd stoten, gezien het artikel van vandaag in De Volkskrant, p.4:

“Burgemeester Eberhard van der Laan, die over de vergunning voor de intocht gaat, blijft graag in gesprek met de tegenstanders van Zwarte Piet, zegt een ambtenaar. Hij wil zoeken naar een intocht die rekening houdt met elkaars gevoeligheden, zonder de traditie van het sinterklaasfeest geweld aan te doen.”

Wat mij het eerste opvalt, is dat Zwarte Piet met hoofdletters wordt geschreven, en sinterklaas niet, hetgeen overigens in de Van Dale ook zo wordt aangegeven.

Maar terug naar Prem, die volgens mij wel een punt heeft als hij zegt dat je negers niet door een beroete schoorsteen moet duwen als je huis over blokverwarming beschikt. Echter, hij ziet een viertal niet te veronachtzamen argumenten over het hete hoofd.

Ten eerste zijn Zwarte Pieten historisch gezien geen zielige Afrikaantjes, zo zwart als roet, laat staan dat hun verschijning een koloniale kwalijke geur ademt. Zie wat dat betreft ook het vergeet-me-nietartikel van Joost Pollmann uit 2012 (http://joostpollmann.nl/beeldcultuur/nieuwe-rel-om-kuifje-en-kolonalisme/). Nee, onze Zwarte Pieten zijn de zwarte raven Huginn (geheugen) en Munnin (gedachten) van Wodan die als boodschappers op aarde gingen luisteren wat er zich zoal in de huizen afspeelde. Bij de eeuwenlange kerstening van Europa poogde de Kerk bestaande feesten, bijgeloof en folklore in een christelijke jas te steken. Onze Zwarte Piet komt dus uit Scandinavië, niet uit Afrika of Suriname.

Ten tweede: Sinds de tachtigjarige oorlog, toen Prem nog niet hier was (ik ook niet trouwens), hebben wij in Nederland een samenleving opgebouwd die voor een groot deel is gebaseerd op het accepteren van verschillen, ongeacht of die van religieuze, sociale, culturele of taalkundige aard zijn. Soms gaat die acceptatie knarsetandend met tegenzin (jaren-’40, Janmaat, Wilders), soms achteloos schouderophalend (“ach, laat ze maar”), soms met moeite (lees het wegkijken in Belcampo’s Het grote gebeuren), soms met een vreugdevol gevoel van verrijking die anderen aan ons te bieden blijken te hebben (wat alleen al aan onze veranderde eetcultuur is te merken). Het is een pluriformiteit die wij mogen koesteren en voor Prem is er geen enkele reden zich zo erover op te winden dat anderen anders zijn.

Ten derde: Zelfs de traditionele Zwarte Piet is aan evolutie onderhevig. Was het vroeger zo dat wij ons hem voorstelde als een boeman met een roe die stoute kindertjes kwam afranselen en eventueel zelfs in zijn zak stopte om te deporteren naar Spanje, vandaag de dag is zijn optreden eerder een harlekinade van vrolijke volgelingen van de sint die uit hun zak snoepgoed halen en rondstrooien. Van kwaadaardigheid is allang geen sprake meer.

Het zal wel puur toeval zijn, dat in diezelfde Volkskrant van vandaag, op p.15, het volgende artikel staat te lezen:

“Vader geeft zoon pak slaag: 500 euro boete.
Een Franse vader is veroordeeld tot 500 euro boete, omdat hij zijn 9-jarige zoon een pak voor zijn broek had gegeven. De man was aangeklaagd door zijn ex. De 9-jarige Daniel weigerde consequent bonjour tegen zijn vader te zeggen. Daarop werd Lionel Lecante (44) zo boos dat hij hem een pak rammel verkocht, ‘zoals ik zelf ook heb gekregen toen ik kind was’. Hij werd veroordeeld omdat hij ‘geweld’ had gebruikt en de jongen ook had ‘vernederd’, omdat hij hem een pak voor zijn blote billen had gegeven.
Volgens Lecante is de relatie met zijn zoon flink opgeklaard sinds het incident. ‘Ik geloof dat hij meer te lijden heeft door het familieconflict met mijn ex-vriendin.’
Volgens een enquête uit 2007 heeft 87 procent van de Fransen zich ooit ‘schuldig’ gemaakt aan deze vorm van ‘geweld’ tegen hun kinderen. Het vonnis in Limoges past echter in een mondiale trend, waarin steeds strenger wordt geoordeeld over de ‘corrigerende tik’. In 32 landen, waaronder Nederland, is pedagogisch slaan wettelijk verboden.”

Deze gebeurtenis op 11 oktober wordt in tal van Franse media gememoreerd en besproken, met naam en toenaam en foto’s van papa erbij. Zo gaat dat in Frankrijk.

Tijden veranderen. Zwarte Piet is geen boeman meer en gaat niet tuchtigend en beangstigend rond. Dan is er ook weinig reden voor ons om hem als ‘slecht’ te kwalificeren of denigrerend over hem te denken.

Ten vierde: bij mijn weten is het pedagogisch volstrekt verantwoord kinderen op te voeden met de wetenschap dat zij in twee werelden tegelijk kunnen leven: naast de alledaagse werkelijkheid bestaat er ook een fictieve werkelijkheid, die van dromen, van sprookjes, van films en literatuur, van kerst- en sinterklaasliedjes. Hoe anders zou een kind adequaat kunnen gaan reageren op wat zich een leven lang voordoet aan werkelijkheden en ficties. “Sinterklaas bestaat niet”, riep Prem provocerend uit in DWDD. Nee. God wel, dan? Of onze koloniën in de West dan? En dus moeten we daarover maar zwijgen en er met geen enkel attribuut aan refereren?

Laat Prem zich voor de variatie eens gewoon wit schminken, baard, mijter en tabberd aanmeten, en dan met een staf in de hand en een grote pleister op de mond plaatsnemen op een uiteraard spierwitte schimmel. In die outfit kan hij dan onbeschroomd paraderen door kinder- en dromenland, als hij er maar voor zorgt dat hij zijn Zwarte Pieten steevast op twee passen links en rechts achter zich houdt.