1ère Conférence – Vic-sur-Aisne

Het is niet echt naast de deur, maar wie er een rit voor over heeft, kan op zaterdag 7 november vanaf 18.15 uur mijn lezing bijwonen over La vérité et son image, te houden in Vic-sur-Aisne, Salle polyvalente, 19 Rue Lucien Damy (achter het kasteel).

Een beetje in het hol van de leeuw is het wel, want Vic speelt in het boek een weinig opbeurende hoofdrol: de plaats waar Eugène Parisot zijn vuurdoop onderging tijdens zijn maandenlange verblijf van februari tot augustus 1915, wat hem ertoe bracht daar zijn testament op schrift te stellen.

Vic-sur-Aisne ligt midden in de frontlinie van 1914-1918. Er is in de omgeving nog heel veel wat eraan herinnert, waaronder enkele onnoemelijk grote begaafplaatsen en andere herdenkingspunten en exposities. Dat geldt zeker ook voor Compiègne (waar in 1918 de wapenstilstand werd getekend) en nog meer naar het westen het hele gebied langs de Somme.

Wie er serieus over denkt om aanwezig te zijn: er is in Vic-sur-Aisne geen hotelaccomodatie en geen B&B of zo. Maar er is voldoende keuze aan horeca in Compiègne (op 20 km ten westen van Vic) en in Soissons (op 20 km ten oosten van Vic).

Zie ook de aankondiging op evasion-aisne.com.

Wie wel zou willen, maar net die dag is verhinderd, krijgt nog een herkansing:
op dinsdag 1 december in het Departementaal Archief van de Haute-Marne in Chaumont, in het kader van de lezingenreeks “Mardis aux Archives”.
Nadere informatie daarover: http://nardloonen.nl/2015/11/20/2e-conference-chaumont/.

 

 

La vérité

Met enige regelmatig krijg ik de vraag waar mijn boek over WO-I blijft. Om u de waarheid te zeggen: de verhoopte verschijningsdatum van 1 juni 2015, op de dag af 100 jaar nadat Eugène Parisot in zijn notitieboekje te Vic-sur-Aisne zijn testament schreef, wordt gedwarsboomd door een wat vreemd Frans gebruik. Zoals de uitgever mij enige weken geleden zei: “Meneer Loonen, u moet begrijpen dat men hier in Frankrijk rond half mei begint met het voorbereiden van de grote vakantie”. Het gaat dus ergens in het najaar worden, na de rentrée, september of wellicht oktober.

Tekst, afbeeldingen en opmaak zijn in principe af en alles is bij de uitgever ingeleverd.
Voor mij is het dus wel een teleurstelling, maar voor lezers wellicht minder. En omdat er tussen september en december twee lezingen staan gepland rond het boek waarvoor ik ben uitgenodigd, eentje tijdens een tentoonstelling 1915-2015 in Vic-sur-Aisne, en eentje op een thema-avond op het Departementaal Archief te Chaumont, komt het in zekeren zin misschien ook wel goed uit; de boeken zijn dan nog warm.

Als ik eenmaal het ISBN-nummer en de definitieve verkoopprijs weet, zal ik met een aankondiging en wervende mail komen.

Tot die tijd dus nog maar even geduld betrachten.

 

 

La Grande Collecte – vervolg(2)

Ergens halverwege tussen Compiègne en Soissons ligt Vic-sur-Aisne, een stadje van rond de 1000 inwoners in ’14-’18, hier te zien op een Michelinkaart van ± 1912.
Uit zijn brieven en zakboekje blijkt dat Eugène Parisot daar van half februari tot eind juli 1915 gelegerd is geweest, en dat het daar toen geen prettig verblijf was, gelet op de voortdurende bombardementen. Het is ook de plek waar hij op 1 juni 1915 in zijn zakboekje zijn testament opstelde, dat ik eerder al heb getoond. Tijd om er ook een aangrijpende brief bij te gaan vermelden.

Uit zijn periode-Vic stamt ook bijgaande briefkaartfoto. Ik neem aan dat de fotograaf glasplaten gebruikte (i.p.v. een celluloid filmrolletje), en dat men op de in negatief afgebeelde foto met zwarte inkt het zichtbare bijschrift toevoegde, waarna de plaat in de drukkerij of donkere kamer op briefkaarten in positief werd afgedrukt. Het is goed te zien dat het niet meevalt met inkt op een glasplaat te schrijven.
In het kasteel van Vic was vanaf augustus 1914 een militair hospitaal gevestigd, dat echter in september door de Duitsers werd veroverd. Enkele weken later heroverden de Fransen het kasteel en het hele dorp weer. Ik schat dat de foto begin 1915 is gemaakt. Er valt veel op te zien. De huizen lijken nog intact te zijn, maar behalve militairen is er geen mens te zien. Ook van enige burgerbedrijvigheid (bv. rond de winkels rechts) is geen sprake. Wel wappert de Franse vlag van het gebouw links, dat niet het (huidige) gemeentehuis is. Als ik mij niet vergis, is de staande militair in het midden op de voorgrond Eugène Parisot. Dan moet de foto zijn genomen tussen 16 februari en 20 juli 1915, en wel in die eerste maand want daarna meldt hij herhaaldelijk dat het dorp eindeloos lang en zwaar wordt gebombardeerd. Zijn vertrek uit Vic in juli is dan ook meer een terugtocht dan dat de klus zou zijn geklaard.
De briefkaart is aan de achterzijde niet beschreven. Hij heeft dus niet ergens een kaart gekocht en die verstuurd, maar vermoedelijk een exemplaar van de foto (met hem er dus op) gekregen en die bij een van zijn brieven ingesloten, in de wetenschap dat zijn gezin hem wel op de voorgrond zou herkennen. Foto’s van verwoeste stadjes stuurde je niet naar het thuisfront.
Ik ben de foto nergens op internet tegengekomen; reden om aan te nemen dat het hier niet om een commercieel serieproduct ging, maar een uniek exemplaar, of in ieder geval een zeer beperkte oplage.

Zondag 23 mei 1915
Hoewel zijn zakboekje en veel van zijn brieven indrukwekkende passages bevatten, kan ik er de brief van 23 mei 1915 uitlichten die Eugène Parisot aan zijn vrouw en kinderen stuurde. Het is de meest aangrijpende van alle 180 brieven die ik heb getranscribeerd, vooral omdat het stilistisch gezien ook de best geschreven brief van allemaal is. Weliswaar vind ik het opvallend dat hij op 1 juni, in de diepste ellende, te Vic zijn testament optekent in zijn zakboekje (toen wist hij nog niet dat hij in 1916 in de Slag aan de Somme verzeild zou raken, die nog vele malen erger en bedreigender was), maar dat hij van die doodsangst in feite geen gewag maakt in zijn brieven – niet voor 1 juni en niet na 1 juni. Alleen de brief van 23 mei kunnen we, zij het achteraf, beschouwen als een hint dat het niet goed met hem ging. De vraag is hoe ze dat bij hem thuis zullen hebben ingeschat, want per saldo beklaagt, betreurt en bewondert hij alles en iedereen, behalve zichzelf.

Ik geef van die brief de eerste van vier pagina’s weer in diplomatische uitgave, d.w.z. zonder er ook maar een stipje of jota aan te veranderen. Ik ga de passage ook niet vertalen. Elke vertaling is een verarming. Als je al lezende niet goed snapt wat er staat, terwijl je toch over enige kennis van het Frans beschikt, dan is het raadzaam “op z’n Frans” hardop te lezen wat er staat (er is bv. geen uitspraakverschil tussen parti, partie en partit, of tussen deux, d’eux en d’œufs), want vaak hoor je dan wat hij bedoelde te schrijven.
Inhoudelijk één enkele toelichting: de bijstelling “fraire rouge” in de eerste tekstregel. Dat heeft me nogal wat hoofdbrekens gekost, maar na lange tijd, en met behulp van ouderen hier in het dorp en een Franse-taalforum op internet, kon ik het uiteindelijk plaatsen: Van Pinksteren tot en met Sacramentsdag (de 2e zondag na Pinksteren) vonden er in Rosoy en het naburige Hortes, net als elders in Frankrijk, religieus-feestelijke processies plaats. Alle straten van het dorp waren dan gepavoiseerd met guirlandes van bloemen, bloemenbogen over de weg, en zowel in de processie als vanuit het talrijke publiek op de trottoirs werden bloemen uitgestrooid. Op Sacramentsdag waren die in hoofdzaak wit, met Pinksteren rood, conform de liturgische kazuifelkleuren wit en rood. Dat verklaart “rouge”. Om “fraire” te kunnen verklaren, moet je een beetje plat kunnen praten en slecht kunnen spellen: het blijkt een wat fonetische variant te zijn van “férie” (van Lat. feries, “feestdag”, vgl. Duits Ferientag) en moeten we concluderen dat de uitspraak van “frairerouge” en “férierouge” kennelijk niet zo gek ver uiteen lagen. Een tweede mogelijkheid is dat het niet een variant is van férie, maar van frairie, een woord dat in diverse Franse regio’s schijnt voor te komen ter benaming van lokale (religieuze) feesten. In dat geval heeft hij dus alleen de tweede i vergeten te schrijven. Dit woord frairie wordt gemeld in het lokale spraakgebruik in Charante/Charante-Maritime en de Limousin – niet echt naast de deur.
De rest van de pagina lijkt mij wel voor zich spreken. 

Dimanche 23 Mai jour de la Pentecôte // Ma Chère Louise // Pentecôte fraire rouge deja la! et toujours // pas plus avancé; les heures, les jours, les semaines // les mois se succedent, et rien! toujours rien! ah // que cest donc long oui bien trop long // Trop long pour vous pauvre femmes de Françe // qui reste seul au pays avec un courage admirable // remplacez les absents, Trop long pour tous ces // pauvres vieux qui ont repris le collier du // travail et qui assure avec resignation lexecution // du travail quotidient, Trop long pour ces jeunes // qui ne sont pas encore assez robuste et qui // neanmoins travaille resolument telle ma grande // Solange. Trop long pour tous ces pauvres // petits qui sont privé du necessaire Mais bien // trop long surtout pour ceux qui aurons perdu un // des leurs, un père, un mari, un frère, puis egalement // pour ces pauvres estropié ceux qui leurs manque // un membre, et enfin trop long pour nous // defenseur de la Patrie et cependant tous ont obei // on se resigne il le faut cest la guerre // 

_________________________________
Vorige berichten:
http://nardloonen.nl/2013/11/27/la-grande-collecte-1914-1918/
http://nardloonen.nl/2013/12/11/la-grande-collecte-vervolg-1/