Sint en Piet en Reinaert en Tiecelijn

Zoals in het vorige artikel reeds aangekondigd vond op zondag 4 december in Sint-Niklaas de presentatie plaats van het Jaarboek Tiecelijn 2016, een jaarlijks terugkerend evenement, de laatste tijd in de theaterzaal van het Stadsmuseum STEM. Het past in de rijke Reinaerttraditie in het Waasland, vooral in Sint-Niklaas, maar zeker ook elders in Oost-Vlaanderen.

 

Het betrof het 9e Jaarboek; in 2008 besloot de redactie het al 20 jaargangen lopende driemaandelijks tijdschrift Tiecelijn voortaan in de vorm van een Jaarboek uit te brengen – minder werk, minder kosten. De presentatie ervan bestaat uit een of meer voordrachten in een stemmig aangeklede theaterzaal waar tussen de 100 en 200 medewerkers en belangstellende Reinaerdofielen een uur of meer worden geamuseerd met nuttige, diepgaande, schalkse en culturele optredens. Voor de aanwezige steunende leden ligt na afloop het Jaarboek klaar (enorme besparing portokosten; het jongste nummer weegt 1.135 gram en veel leden wonen ook nog eens buiten België), samen met een toepasselijk geschenk, zoals in 2007 een genummerd exemplaar van de houtsnede van Wim de Cock die ook de frontillustratie van jaargang 20 sierde. Zie hiernaast.
Inmiddels is de verzameling artikelen die door de jaren heen in Tiecelijn op bijna 8.000 pagina’s zijn gepubliceerd een niet te passeren bron van kennis en informatie voor iedereen die zich met de Reinaertstudie bezighoudt.

In 2013 memoreerde ik hier in een artikel al dat er rond de Reinaert een heel commercieel en toeristisch circuit is ontstaan. Ik noemde en roemde daar onder meer Reynaertgebak, Reynaertbonbons en Reynaertbier (ik blijf hardnekkig Reinaert met een i schrijven; anderen houden het op Reynaert met een y. Geef spellingvrijheid een kans).
Maar in feite is de hele streek ruim rondom Sint-Niklaas vergeven van de verwijzingen naar Reinaert en andere personages uit het werk. Het blijft ontegenzeggelijk levende materie, en nog eens vol verrassingen ook.
In een van de kroegen aan de Grote Markt, met trots melden de bewoners dat het qua oppervlak het grootste marktplein van België is, kreeg ik geheel onverwacht een fles Ysengrin geserveerd (net als Reynaert Grand Cru 9,5 %) met een glas van Domein Reynaert. Flesje + glas te bekomen aan €10; voor niets gaat de zon op.
Onze Reinaerttekst meldt niet voor niets dat Reinaert en Isegrim familie van elkaar zouden zijn geweest. Wie betaalt daarvoor de prijs?

Ik zie daarentegen geen verband tussen Sinterklaas en Reinaert, behalve dat beide zich overduidelijk manifesteren in Sint-Niklaas: Voor het oude gemeentehuis op de Grote Markt prijkt een groot beeld van de goedheiligman,

 

 

 

 

en aan het einde van de grote middengang van datzelfde gemeentehuis treffen we een aantal glas-in-loodramen aan met Reinaertmotieven.

 

 

 

Met de rug naar het gemeentehuis zie je links voor je de Reinaert Galerij, een niet overdadig groot winkelcentrum, terwijl op deze 4e december de ene Sint na de andere het marktplein oversteekt. En alle Pieten zijn zo zwart als Tiecelijn, een van Wodans luisterraven en boodschappers.

 

 

 

 

Op zoek naar Reynaertgebak en Reynaertbonbons, die nog maar bij vier meester-banketbakkers in Sint-Niklaas verkrijgbaar zijn, passeerde ik de befaamde chocolaterie Wauters, waar alleen maar eetbare Sinterklaasmemorabilia werden aangeboden. Een volgend pleidooi voor absolute spellingvrijheid.


Sint-Niklaas verenigt twee grote personages die met elkaar hoegenaamd niets te maken hebben, behalve dat Reinaert er meesterlijk-listig in slaagt anderen de zwarte piet toe te spelen.

 

Wie krijgt de Zwarte Piet?

Het behoort tot de folklore dat de folklore wordt onderworpen aan kritische blikken. Te dieronvriendelijk, milieubeschadigend, pedagogisch of medisch onverantwoord. Kortom alles wat je tegen vlees en cola kunt hebben, kun je ook inzetten tegen tal van folkloristische evenementen. Nu Sinterklaas weer eens uit Spanje, Turkije of de kast dreigt te gaan komen richten sommigen hun pijlen op Zwarte Piet, die zwartbesmeurde levende herinnering aan onze blanke, koloniale gevoelens van suprematie.

In DWDD van dinsdag 15 oktober fulmineerde Prem Radhakishun op de van hem bekende wijze tegen het feestelijk te koop lopen met nepnikkertjes alsof Suriname nog van ons is en er sinds Kuifje in Afrika niks is veranderd. Hij deed dat in het verlengde van de 21 Amsterdamse bezwaarden die vinden dat de intocht in de hoofdstad niet mag doorgaan, althans niet met een groot Zwarte-Pietengevolg. De hoofdstedelijke burgervader stelt zich vooralsnog terughoudend op en wil niemand voor het hoofd stoten, gezien het artikel van vandaag in De Volkskrant, p.4:

“Burgemeester Eberhard van der Laan, die over de vergunning voor de intocht gaat, blijft graag in gesprek met de tegenstanders van Zwarte Piet, zegt een ambtenaar. Hij wil zoeken naar een intocht die rekening houdt met elkaars gevoeligheden, zonder de traditie van het sinterklaasfeest geweld aan te doen.”

Wat mij het eerste opvalt, is dat Zwarte Piet met hoofdletters wordt geschreven, en sinterklaas niet, hetgeen overigens in de Van Dale ook zo wordt aangegeven.

Maar terug naar Prem, die volgens mij wel een punt heeft als hij zegt dat je negers niet door een beroete schoorsteen moet duwen als je huis over blokverwarming beschikt. Echter, hij ziet een viertal niet te veronachtzamen argumenten over het hete hoofd.

Ten eerste zijn Zwarte Pieten historisch gezien geen zielige Afrikaantjes, zo zwart als roet, laat staan dat hun verschijning een koloniale kwalijke geur ademt. Zie wat dat betreft ook het vergeet-me-nietartikel van Joost Pollmann uit 2012 (http://joostpollmann.nl/beeldcultuur/nieuwe-rel-om-kuifje-en-kolonalisme/). Nee, onze Zwarte Pieten zijn de zwarte raven Huginn (geheugen) en Munnin (gedachten) van Wodan die als boodschappers op aarde gingen luisteren wat er zich zoal in de huizen afspeelde. Bij de eeuwenlange kerstening van Europa poogde de Kerk bestaande feesten, bijgeloof en folklore in een christelijke jas te steken. Onze Zwarte Piet komt dus uit Scandinavië, niet uit Afrika of Suriname.

Ten tweede: Sinds de tachtigjarige oorlog, toen Prem nog niet hier was (ik ook niet trouwens), hebben wij in Nederland een samenleving opgebouwd die voor een groot deel is gebaseerd op het accepteren van verschillen, ongeacht of die van religieuze, sociale, culturele of taalkundige aard zijn. Soms gaat die acceptatie knarsetandend met tegenzin (jaren-’40, Janmaat, Wilders), soms achteloos schouderophalend (“ach, laat ze maar”), soms met moeite (lees het wegkijken in Belcampo’s Het grote gebeuren), soms met een vreugdevol gevoel van verrijking die anderen aan ons te bieden blijken te hebben (wat alleen al aan onze veranderde eetcultuur is te merken). Het is een pluriformiteit die wij mogen koesteren en voor Prem is er geen enkele reden zich zo erover op te winden dat anderen anders zijn.

Ten derde: Zelfs de traditionele Zwarte Piet is aan evolutie onderhevig. Was het vroeger zo dat wij ons hem voorstelde als een boeman met een roe die stoute kindertjes kwam afranselen en eventueel zelfs in zijn zak stopte om te deporteren naar Spanje, vandaag de dag is zijn optreden eerder een harlekinade van vrolijke volgelingen van de sint die uit hun zak snoepgoed halen en rondstrooien. Van kwaadaardigheid is allang geen sprake meer.

Het zal wel puur toeval zijn, dat in diezelfde Volkskrant van vandaag, op p.15, het volgende artikel staat te lezen:

“Vader geeft zoon pak slaag: 500 euro boete.
Een Franse vader is veroordeeld tot 500 euro boete, omdat hij zijn 9-jarige zoon een pak voor zijn broek had gegeven. De man was aangeklaagd door zijn ex. De 9-jarige Daniel weigerde consequent bonjour tegen zijn vader te zeggen. Daarop werd Lionel Lecante (44) zo boos dat hij hem een pak rammel verkocht, ‘zoals ik zelf ook heb gekregen toen ik kind was’. Hij werd veroordeeld omdat hij ‘geweld’ had gebruikt en de jongen ook had ‘vernederd’, omdat hij hem een pak voor zijn blote billen had gegeven.
Volgens Lecante is de relatie met zijn zoon flink opgeklaard sinds het incident. ‘Ik geloof dat hij meer te lijden heeft door het familieconflict met mijn ex-vriendin.’
Volgens een enquête uit 2007 heeft 87 procent van de Fransen zich ooit ‘schuldig’ gemaakt aan deze vorm van ‘geweld’ tegen hun kinderen. Het vonnis in Limoges past echter in een mondiale trend, waarin steeds strenger wordt geoordeeld over de ‘corrigerende tik’. In 32 landen, waaronder Nederland, is pedagogisch slaan wettelijk verboden.”

Deze gebeurtenis op 11 oktober wordt in tal van Franse media gememoreerd en besproken, met naam en toenaam en foto’s van papa erbij. Zo gaat dat in Frankrijk.

Tijden veranderen. Zwarte Piet is geen boeman meer en gaat niet tuchtigend en beangstigend rond. Dan is er ook weinig reden voor ons om hem als ‘slecht’ te kwalificeren of denigrerend over hem te denken.

Ten vierde: bij mijn weten is het pedagogisch volstrekt verantwoord kinderen op te voeden met de wetenschap dat zij in twee werelden tegelijk kunnen leven: naast de alledaagse werkelijkheid bestaat er ook een fictieve werkelijkheid, die van dromen, van sprookjes, van films en literatuur, van kerst- en sinterklaasliedjes. Hoe anders zou een kind adequaat kunnen gaan reageren op wat zich een leven lang voordoet aan werkelijkheden en ficties. “Sinterklaas bestaat niet”, riep Prem provocerend uit in DWDD. Nee. God wel, dan? Of onze koloniën in de West dan? En dus moeten we daarover maar zwijgen en er met geen enkel attribuut aan refereren?

Laat Prem zich voor de variatie eens gewoon wit schminken, baard, mijter en tabberd aanmeten, en dan met een staf in de hand en een grote pleister op de mond plaatsnemen op een uiteraard spierwitte schimmel. In die outfit kan hij dan onbeschroomd paraderen door kinder- en dromenland, als hij er maar voor zorgt dat hij zijn Zwarte Pieten steevast op twee passen links en rechts achter zich houdt.