2e Conférence – Chaumont

Op dinsdag 1 december houd ik mijn volgende lezing over La vérité et son image op het Departementaal Archief van de Haute-Marne te Chaumont/Choignes in het kader van de lezingencyclus “Mardis aux Archives”.

Een lezing met lichtbeelden en expo van curiosa uit 1914-1918.


Aanvang 18.00 uur.

_______________________

vorig bericht: http://nardloonen.nl/2015/10/29/1ere-conference-vic-sur-aisne/

 

1ère Conférence – Vic-sur-Aisne

Het is niet echt naast de deur, maar wie er een rit voor over heeft, kan op zaterdag 7 november vanaf 18.15 uur mijn lezing bijwonen over La vérité et son image, te houden in Vic-sur-Aisne, Salle polyvalente, 19 Rue Lucien Damy (achter het kasteel).

Een beetje in het hol van de leeuw is het wel, want Vic speelt in het boek een weinig opbeurende hoofdrol: de plaats waar Eugène Parisot zijn vuurdoop onderging tijdens zijn maandenlange verblijf van februari tot augustus 1915, wat hem ertoe bracht daar zijn testament op schrift te stellen.

Vic-sur-Aisne ligt midden in de frontlinie van 1914-1918. Er is in de omgeving nog heel veel wat eraan herinnert, waaronder enkele onnoemelijk grote begaafplaatsen en andere herdenkingspunten en exposities. Dat geldt zeker ook voor Compiègne (waar in 1918 de wapenstilstand werd getekend) en nog meer naar het westen het hele gebied langs de Somme.

Wie er serieus over denkt om aanwezig te zijn: er is in Vic-sur-Aisne geen hotelaccomodatie en geen B&B of zo. Maar er is voldoende keuze aan horeca in Compiègne (op 20 km ten westen van Vic) en in Soissons (op 20 km ten oosten van Vic).

Zie ook de aankondiging op evasion-aisne.com.

Wie wel zou willen, maar net die dag is verhinderd, krijgt nog een herkansing:
op dinsdag 1 december in het Departementaal Archief van de Haute-Marne in Chaumont, in het kader van de lezingenreeks “Mardis aux Archives”.
Nadere informatie daarover: http://nardloonen.nl/2015/11/20/2e-conference-chaumont/.

 

 

VESI

Het mag in de krant. Afgelopen donderdag kwam de uitgever vroeg in de ochtend mijn hele oplage van La vérité et son image thuis afleveren, en zulks binnen de afgesproken termijn. Dat vormde het sluitstuk van een inspanning die 15 jaar geleden begon toen we tot onze verrassing de brieven en andere documenten uit 1914-1918 tussen de rommel aantroffen in het pas gekochte huis in Rosoy. Die zijn nu dus definitief voor het nageslacht bewaard.

VESI staat voor La vérité et son image (“De waarheid en derzelver beeld”).
Behalve dat ik, met de voortvarende medewerking van de opmaakafdeling van de uitgeverij, het boek er mooi vind uitzien, wil ik twee argumenten benadrukken waarom ik deze becommentarieerde en geïllustreerde documenten zo graag zag uitgegeven. Immers: wat heeft een Nederlander nu met de Eerste Wereldoorlog, zo lang geleden en zo ver van huis?

Het eerste argument is dat ik het vele gevonden authentieke materiaal op deze manier wilde behoeden voor de vergankelijkheid, voor de stort, voor de oud-papieractie waarvan de opbrengst per kilo naar de plaatselijke carnavalsvereniging gaat. Bovendien, het gaat hier om het familie-erfgoed, daterend van eind 19e eeuw tot na de Tweede Wereldoorlog, van mensen van wie ik nog steeds het idee heb dat ik nu woon in hun huis, met het karakter dat zij erin hebben aangebracht, met de vele spullen die zij erin hebben achtergelaten. Een hommage dus aan een gezin dat zonder nageslacht in de vergetelheid dreigde te geraken.
Daarom ben ik blij hier nu een stapel van hun verleden te hebben liggen onder het toeziend oog van dochter Solange Parisot (1900-1997). Zie mijn bericht Zomaar een muur voor de wordingsgeschiedenis van die buste.

Het tweede argument betreft mijn visie op de berichtgeving over oorlogen. Alle oorlogen, de 30-jarige, 80-jarige, 100-jarige; de 1e of 2e (of 3e) Wereldoorlog, de als regionaal bestempelde oorlogen op de Balkan of in het Midden-Oosten. Natuurlijk is het uiterst zinvol dat al die gruwelijkheden in hun totaliteit worden beschreven, vastgelegd in boeken, in films, op internet – zij die het kunnen navertellen, worden steeds schaarser en de les van het verleden kan richting geven aan de toekomst.

Maar hoe groter de oorlog, hoe groter het aantal miljoenen zinloze slachtoffers, des te meer dreigt het “kleine leed” uit het zicht te verdwijnen.
Toen ik over de plundering en verwoesting schreef van het dorp Hortes in 1636, hier twee kilometer vandaan, richtte ik mij met opzet niet op de gigantische ellende, van de Jura tot aan Sleeswijk-Holstein, die de “Kroatische bendes” teweeg brachten, maar bracht ik de minutieus beschreven gebeurtenissen van één septemberweek in 1636 terug tot de belevenissen van één enkele, nota bene door mij verzonnen familie in Hortes die het allemaal over zich heen kreeg.

Vanuit mijn opvatting dat het Kleine Leed groter is dan de Grote Oorlog vielen mij de documenten van de familie Parisot-Millot uit Rosoy dan ook als een godsgeschenk in de schoot. Niet alleen kreeg ik eerstehandinformatie over wat één persoon, de vader, allemaal aan het front moest meemaken tussen 1914 en 1918, maar ook kwam overduidelijk aan de oppervlakte wat de rest van de familie, de moeder met haar twee kinderen, geboren in 1900 en 1909, moesten doorstaan, ook al was dat ver van het front verwijderd. Zonder elektriciteit of machines, zelfs zonder paard of karren, moesten zij naast het bewerkelijke huishouden ook voor de weggevallen inkomsten zorgen, om over “opvoeding” en school maar te zwijgen. De noodzaak van zelfvoorzienendheid hield de haast onmogelijke klus in de tegen de honderd stukken land die het gezin bezat te moeten bewerken. Weilanden, akkergrond, wijngaarden, bosgrond. Alles met de hand bewerken en lopend transporteren. Twee koeien, een varken, wat kippen in en om het huis. Slechte hygiëne, nauwelijks medische zorg (als je een dokter nodig had, moest die per fiets uit Fayl-Billot komen, 12 kilometer verderop, maar je had geen geld om hem te betalen). Ze hebben het alle vier overleefd, stierven achtereenvolgens in 1948, 1962, 1982 en 1997.

Geen “echt” oorlogsverhaal dus, want dan moet je sneuvelen of minstens wat ledematen verliezen, en moet je de kogelgaten in je helm kunnen laten zien. Maar wat deze familie overhield na de getekende vrede in 1918 was die andere soort van littekens waarmee zij tot hun dood verder moesten leven en die meestal buiten de oorlogsboeken en -films blijft. Dat is de reden dat ik mij gelukkig prijs deze zo persoonlijke documentatie in boekvorm te hebben kunnen vastleggen.

Voor wie het nog niet uit andere berichten heeft meegekregen: een uitgebreid overzicht, aangevuld met meer dan 500 gescande documenten, foto’s, kaarten en wat dies meer zij, heb ik bijeengebracht op de website rond La vérité et son image: www.parisot52.fr. Helemaal in het Frans en het Nederlands, opdat u niets ontga.

 

 

 

La vérité

Met enige regelmatig krijg ik de vraag waar mijn boek over WO-I blijft. Om u de waarheid te zeggen: de verhoopte verschijningsdatum van 1 juni 2015, op de dag af 100 jaar nadat Eugène Parisot in zijn notitieboekje te Vic-sur-Aisne zijn testament schreef, wordt gedwarsboomd door een wat vreemd Frans gebruik. Zoals de uitgever mij enige weken geleden zei: “Meneer Loonen, u moet begrijpen dat men hier in Frankrijk rond half mei begint met het voorbereiden van de grote vakantie”. Het gaat dus ergens in het najaar worden, na de rentrée, september of wellicht oktober.

Tekst, afbeeldingen en opmaak zijn in principe af en alles is bij de uitgever ingeleverd.
Voor mij is het dus wel een teleurstelling, maar voor lezers wellicht minder. En omdat er tussen september en december twee lezingen staan gepland rond het boek waarvoor ik ben uitgenodigd, eentje tijdens een tentoonstelling 1915-2015 in Vic-sur-Aisne, en eentje op een thema-avond op het Departementaal Archief te Chaumont, komt het in zekeren zin misschien ook wel goed uit; de boeken zijn dan nog warm.

Als ik eenmaal het ISBN-nummer en de definitieve verkoopprijs weet, zal ik met een aankondiging en wervende mail komen.

Tot die tijd dus nog maar even geduld betrachten.

 

 

La Grande Collecte – vervolg(2)

Ergens halverwege tussen Compiègne en Soissons ligt Vic-sur-Aisne, een stadje van rond de 1000 inwoners in ’14-’18, hier te zien op een Michelinkaart van ± 1912.
Uit zijn brieven en zakboekje blijkt dat Eugène Parisot daar van half februari tot eind juli 1915 gelegerd is geweest, en dat het daar toen geen prettig verblijf was, gelet op de voortdurende bombardementen. Het is ook de plek waar hij op 1 juni 1915 in zijn zakboekje zijn testament opstelde, dat ik eerder al heb getoond. Tijd om er ook een aangrijpende brief bij te gaan vermelden.

Uit zijn periode-Vic stamt ook bijgaande briefkaartfoto. Ik neem aan dat de fotograaf glasplaten gebruikte (i.p.v. een celluloid filmrolletje), en dat men op de in negatief afgebeelde foto met zwarte inkt het zichtbare bijschrift toevoegde, waarna de plaat in de drukkerij of donkere kamer op briefkaarten in positief werd afgedrukt. Het is goed te zien dat het niet meevalt met inkt op een glasplaat te schrijven.
In het kasteel van Vic was vanaf augustus 1914 een militair hospitaal gevestigd, dat echter in september door de Duitsers werd veroverd. Enkele weken later heroverden de Fransen het kasteel en het hele dorp weer. Ik schat dat de foto begin 1915 is gemaakt. Er valt veel op te zien. De huizen lijken nog intact te zijn, maar behalve militairen is er geen mens te zien. Ook van enige burgerbedrijvigheid (bv. rond de winkels rechts) is geen sprake. Wel wappert de Franse vlag van het gebouw links, dat niet het (huidige) gemeentehuis is. Als ik mij niet vergis, is de staande militair in het midden op de voorgrond Eugène Parisot. Dan moet de foto zijn genomen tussen 16 februari en 20 juli 1915, en wel in die eerste maand want daarna meldt hij herhaaldelijk dat het dorp eindeloos lang en zwaar wordt gebombardeerd. Zijn vertrek uit Vic in juli is dan ook meer een terugtocht dan dat de klus zou zijn geklaard.
De briefkaart is aan de achterzijde niet beschreven. Hij heeft dus niet ergens een kaart gekocht en die verstuurd, maar vermoedelijk een exemplaar van de foto (met hem er dus op) gekregen en die bij een van zijn brieven ingesloten, in de wetenschap dat zijn gezin hem wel op de voorgrond zou herkennen. Foto’s van verwoeste stadjes stuurde je niet naar het thuisfront.
Ik ben de foto nergens op internet tegengekomen; reden om aan te nemen dat het hier niet om een commercieel serieproduct ging, maar een uniek exemplaar, of in ieder geval een zeer beperkte oplage.

Zondag 23 mei 1915
Hoewel zijn zakboekje en veel van zijn brieven indrukwekkende passages bevatten, kan ik er de brief van 23 mei 1915 uitlichten die Eugène Parisot aan zijn vrouw en kinderen stuurde. Het is de meest aangrijpende van alle 180 brieven die ik heb getranscribeerd, vooral omdat het stilistisch gezien ook de best geschreven brief van allemaal is. Weliswaar vind ik het opvallend dat hij op 1 juni, in de diepste ellende, te Vic zijn testament optekent in zijn zakboekje (toen wist hij nog niet dat hij in 1916 in de Slag aan de Somme verzeild zou raken, die nog vele malen erger en bedreigender was), maar dat hij van die doodsangst in feite geen gewag maakt in zijn brieven – niet voor 1 juni en niet na 1 juni. Alleen de brief van 23 mei kunnen we, zij het achteraf, beschouwen als een hint dat het niet goed met hem ging. De vraag is hoe ze dat bij hem thuis zullen hebben ingeschat, want per saldo beklaagt, betreurt en bewondert hij alles en iedereen, behalve zichzelf.

Ik geef van die brief de eerste van vier pagina’s weer in diplomatische uitgave, d.w.z. zonder er ook maar een stipje of jota aan te veranderen. Ik ga de passage ook niet vertalen. Elke vertaling is een verarming. Als je al lezende niet goed snapt wat er staat, terwijl je toch over enige kennis van het Frans beschikt, dan is het raadzaam “op z’n Frans” hardop te lezen wat er staat (er is bv. geen uitspraakverschil tussen parti, partie en partit, of tussen deux, d’eux en d’œufs), want vaak hoor je dan wat hij bedoelde te schrijven.
Inhoudelijk één enkele toelichting: de bijstelling “fraire rouge” in de eerste tekstregel. Dat heeft me nogal wat hoofdbrekens gekost, maar na lange tijd, en met behulp van ouderen hier in het dorp en een Franse-taalforum op internet, kon ik het uiteindelijk plaatsen: Van Pinksteren tot en met Sacramentsdag (de 2e zondag na Pinksteren) vonden er in Rosoy en het naburige Hortes, net als elders in Frankrijk, religieus-feestelijke processies plaats. Alle straten van het dorp waren dan gepavoiseerd met guirlandes van bloemen, bloemenbogen over de weg, en zowel in de processie als vanuit het talrijke publiek op de trottoirs werden bloemen uitgestrooid. Op Sacramentsdag waren die in hoofdzaak wit, met Pinksteren rood, conform de liturgische kazuifelkleuren wit en rood. Dat verklaart “rouge”. Om “fraire” te kunnen verklaren, moet je een beetje plat kunnen praten en slecht kunnen spellen: het blijkt een wat fonetische variant te zijn van “férie” (van Lat. feries, “feestdag”, vgl. Duits Ferientag) en moeten we concluderen dat de uitspraak van “frairerouge” en “férierouge” kennelijk niet zo gek ver uiteen lagen. Een tweede mogelijkheid is dat het niet een variant is van férie, maar van frairie, een woord dat in diverse Franse regio’s schijnt voor te komen ter benaming van lokale (religieuze) feesten. In dat geval heeft hij dus alleen de tweede i vergeten te schrijven. Dit woord frairie wordt gemeld in het lokale spraakgebruik in Charante/Charante-Maritime en de Limousin – niet echt naast de deur.
De rest van de pagina lijkt mij wel voor zich spreken. 

Dimanche 23 Mai jour de la Pentecôte // Ma Chère Louise // Pentecôte fraire rouge deja la! et toujours // pas plus avancé; les heures, les jours, les semaines // les mois se succedent, et rien! toujours rien! ah // que cest donc long oui bien trop long // Trop long pour vous pauvre femmes de Françe // qui reste seul au pays avec un courage admirable // remplacez les absents, Trop long pour tous ces // pauvres vieux qui ont repris le collier du // travail et qui assure avec resignation lexecution // du travail quotidient, Trop long pour ces jeunes // qui ne sont pas encore assez robuste et qui // neanmoins travaille resolument telle ma grande // Solange. Trop long pour tous ces pauvres // petits qui sont privé du necessaire Mais bien // trop long surtout pour ceux qui aurons perdu un // des leurs, un père, un mari, un frère, puis egalement // pour ces pauvres estropié ceux qui leurs manque // un membre, et enfin trop long pour nous // defenseur de la Patrie et cependant tous ont obei // on se resigne il le faut cest la guerre // 

_________________________________
Vorige berichten:
http://nardloonen.nl/2013/11/27/la-grande-collecte-1914-1918/
http://nardloonen.nl/2013/12/11/la-grande-collecte-vervolg-1/ 

La Grande Collecte – vervolg (1)

Het is, na mijn vorige bericht, weer een tijdje stil geweest, maar (wie zei het ook weer; minister Ien Dales, geloof ik) een broedende kip moet je niet storen.
Ik ben intussen dagelijks druk bezig de originele documenten 1914-1918 te transcriberen. Ontcijferen liever gezegd, want het valt af en toe niet mee.
Intussen is wel één ding duidelijk: wat meer input is dringend gewenst. Vandaar mijn oproep. Nooit geschoten is altijd mis, al is dat in het kader van WO-I misschien niet de meest passende beeldspraak.

Ik ben, meer specifiek geformuleerd, op zoek naar elk type documentatie omtrent een bepaald gebied en een bepaalde tijdspanne. Het gaat me om gedetailleerde landkaarten, brieven, ansichtkaarten, foto’s en wat al niet meer uit de periode van november 1914 tot juli 1915 in het gebied ruim rond Soissons (02-Aisne), d.w.z. van minimaal Nampteuil-sous-Muret in het oosten tot Vic-sur-Aisne in het westen. Crouy in het noorden en de vernielde spoorwegtunnel van Vierzy in het zuiden zijn daarbij ook inbegrepen.

Op internet is er zeer veel te vinden, zo veel dat ik het spoor bijster raak. Misschien kan iemand mij een handje helpen.

Er is in die tijd op die plek veel vreselijks gebeurd wat niemand van ons zou willen meemaken. Honderd jaar na dato mag dat best eens in herinnering worden geroepen.

Graag een reactie. En ik houd jullie, via dit medium, wel op de hoogte.
_________________________________
Vorig bericht: http://nardloonen.nl/2013/11/27/la-grande-collecte-1914-1918/
Volgend bericht: http://nardloonen.nl/2014/07/24/la-grande-collecte-vervolg2/ 

 

La Grande Collecte 1914-1918

Met 2014 in het verschiet is er een grote inzameling in gang gezet om documenten, foto’s en andere herinneringen uit de Eerste Wereldoorlog in gedigitaliseerde vorm voor het publiek toegankelijk te maken. De organisatie berust bij Europeana, een in Den Haag gevestigde instelling, maar opererend over heel Europa.
Als Nederlander heb ik niet zoveel met 14-18, maar als bewoner van ons huis in Rosoy des te meer. Vandaar dit bericht.

Toen wij eind december 1998 het huis betrokken, was het van binnen één grote troep: half kapotte stromatrassen, meubels, boeken, kledingstukken, heel veel spinnewebben en een paar dichtgeknoopte lakens met daarin allerhande papieren, brieven, rekeningen, foto’s en röntgenfoto’s, oude aktes, aandelen van de Russische Tsaristische Spoorwegen – noem maar op. Rond het houtkacheltje gezeten zijn we toen alles eerst maar eens gaan schiften in stapels “te bewaren” en stapels “weg te gooien”. Al het papier- en fotowerk bewaarden we.

Bij nadere bestudering bleek er nogal wat documentatie uit de periode 1914-1918 tussen te zitten. De laatste bewoners van ons huis, een broer en zus, beiden ongehuwd, hadden het bewaard als herinnering aan hun ouders. Hun vader, Eugène Parisot (1874-1962), bleek in 1914 gemobiliseerd te zijn geweest en was tot1919 in actieve dienst zo ongeveer heel Noord-Frankrijk doorgetrokken. Hier poseert hij met zijn vrouw Louise Millot voor wat nu ons huis is, naar ik aanneem vlak voor zijn vertrek naar het front. Met grote regelmaat, één à twee keer per week, stuurde hij een brief of briefkaart naar Rosoy, waar zijn vrouw en hun twee kinderen Solange en André al die jaren verbleven.
Louise naaide elke brief vast aan de vorige, zodat er uiteindelijk een vijf cm dik pak ontstond. Al lezende krijg je dan een zeker beeld van hoe, wat en waar hun man en vader een en ander aan het front beleefde. Voeg daarbij nog een aantal vaak vage en piepkleine, maar wel originele foto’s van  het front uit die periode en je denkt een vrij compleet beeld van de rauwe werkelijkheid te hebben teruggevonden.

Maar dat bleek al ras een valse beeldvorming te wezen. In een van de dichtgeknoopte lakens troffen we namelijk ook een zakboekje aan waarvan gauw duidelijk was dat Eugène dat de hele oorlog door in zijn borstzak had bewaard en waarin hij voortdurend had bijgehouden wat hij meemaakte en waarvan hij notities moest maken.
Zelfs bij vluchtige, diagonale lezing van brieven en zakboekje kwam de realiteit boven tafel: er bestond een werkelijkheid (die in het zakboekje stond) en een beeld van de werkelijkheid (dat in de brieven was te lezen – ongetwijfeld om het thuisfront niet te zeer te confronteren met het oorlogsfront). Toen het hem al te bang te moede werd, in Vic-sur-Aisne, op 1 juni 1915 (“année terrible”) schreef hij in dat boekje zelfs zijn testament.

Ik nam mij voor deze hele verzameling documenten ooit eens goed uit te gaan pluizen, de twee waarheden met elkaar te gaan vergelijken en alles eventueel ooit eens een keer tot een publicatie te verwerken. Toen half november 2013 het departementale archief van de Haute-Marne in Chaumont drie dagen organiseerde waarop mensen hun gevonden en bewaarde documenten konden aanbieden ter digitalisatie, ging ik daar met mijn dossier naartoe. De twee archivarissen die mij te woord stonden verklaarden dat dit de grootste en vooral meest complete persoonlijke berichtgeving was die zij uit die periode onder ogen hadden gekregen, groter ook dan zij uit andere departementen kenden. Omdat ik met het uitzoeken nog lang niet klaar was, spraken wij af dat ik mijn voorwerk eerst zou gaan voltooien. Dat betekent: al die brieven uiterst voorzichtig loshalen uit het pakket, alle draadjes garen met een fijn pincet proberen los te peuteren, want de brieven waren -papierschaarste- zonder enige marge rondom tot de rand toe beschreven, maar door het aaneennaaien zaten er in elke vouw wel 20, 30 gaatjes geprikt. Vervolgens de circa 170, meestal nog opmerkelijk goed leesbare brieven rubriceren naar datum en plaats van verzending en ten slotte transcriberen om de tekst digitaal beschikbaar te hebben. Dan het zakboekje pogen te ontcijferen: het vaak heel priegelig kleine handschrift met erg veel spelfouten proberen te lezen en uit te typen, met aanduiding ook van datum en plaats, voor zover mogelijk. Van enkele foto’s is bovendien wel te schatten wie er op staan en waar/wanneer ze zijn gemaakt.

Als ik met dit alles min of meer klaar ben, kan ik weer terecht op het departementaal archief, waar men van elk stuk, elke pagina, een scan zal maken die ik dan, in het kader van La Grande Collecte van Europeana, gratis op CD ter beschikking krijg. De originele documenten mag ik behouden, dan wel aan het archief schenken of belenen, zoals ik jaren geleden ook al eens alle hier gevonden aktes uit de periode 1745-1899 op dat archief heb gedeponeerd; de aktes van 1900-1982 heb ik nog hier, omdat ze mij veel informatie over het huis en de laatste bewoners verschaffen.

Dit bericht is al met al stellig niet het laatste over dit onderwerp, maar ik voorzie wel dat er erg veel tijd in zal gaan zitten voordat een eventuele publicatie in de boekwinkel ligt. Ik hoop dat het er hoe dan ook wel ooit van komt – de inhoud is alleszins de moeite waard.


Verdere algemene info over Europeana en La Grande Collecte 1914-1918 :

http://www.bnf.fr/fr/la_bnf/anx_actu_bib/a.grande_collecte_14-18.html
http://www.europeana1914-1918.eu/nl

Eerdere berichten:

http://nardloonen.nl/2013/01/21/histoire-de-rosoy-1919/

http://nardloonen.nl/2013/02/15/de-grote-oorlog/

Volgende berichten:
http://nardloonen.nl/2013/12/11/la-grande-collecte-vervolg-1/
http://nardloonen.nl/2014/07/24/la-grande-collecte-vervolg2/