Ouderenzorg

Terwijl in Nederland de politieke partijen over elkaar heen buitelen om voor de verkiezingen van maart 2017 hun meest 65+’vriendelijke gezicht te tonen (van de plannen voor een Nationaal Zorgfonds ben ik overigens een verklaard voorstander), beginnen ze in Frankrijk de messen te slijpen voor de presidentsverkiezingen in april/mei 2017. Links hangt knock-out in de touwen, dus het zal wel een keus worden tussen Fillon (rechts-liberaal) en Le Pen (rechts-populistisch). Ik heb als Nederlander hier geen stemrecht, maar als 65+’er werd er toch aan mij gedacht.

De gemeente Haute-Amance, departement 52-Haute-Marne, een conglomeraat van vier dorpen waaronder Rosoy-sur-Amance, telt momenteel circa 1.000 inwoners, waarvan het merendeel, schat ik zo, boven de 65 is. Het gemeentebestuur overstijgt alle Parijse perikelen door zich niet met verkiezingsretoriek bezig te houden, maar houdt het op handhaving van de traditionele waarden. Dat ging al honderden jaren goed, dus waarom er iets aan veranderen?
De uitnodiging (ambtelijk-bureaucratisch correct gedateerd op 07 november) was helaas opgemaakt met dat vreselijke comic sans lettertype, waarvan ik dacht dat dat was voorbehouden aan mavo-pubermeisjes of olijke bakvissen.

Niettemin, afgelopen weekend vond derhalve de traditionele maaltijd plaats, waarvoor het gemeentebestuur best een paar duizend euro in het budget had willen vrijmaken (plus nog eens vervoerfaciliteiten voor wie slechts ter been was, of geen rijbewijs (meer) had), om de sociale cohesie van de vele 65+’ers te versterken.
Voor de eerste keer schoof ik aan.

En ik kwam bedrogen uit. Ik had een gezapig samenzijn verwacht van rollators, krukken, braces, mitella’s, en oudjes die normaal gesproken het huis niet meer uit komen, maar die voor dit gratis hapje door de mantelzorg of andere attente dorpsbewoners erheen waren gesleept. Niets was echter minder waar. Er bleken zich rond de 150 bejaarden te hebben verzameld, de meeste mannen kalend, de meeste vrouwen voor de gelegenheid gisteren nog net naar de kapper geweest; sommigen kwiek, anderen zorgelijk krom lopend, velen voortdurend naar de wc moetend, en in plaats van dat het voornamelijk ging over wie er de afgelopen maanden allemaal waren overleden, welke kwalen een bedenkelijk niveau aan het bereiken waren en de gebrekkige straatverlichting ’s avonds, werd er aan de tafeltjes heel conviviaal gekouterd over de oogst van afgelopen zomer, de ontwikkelingen in het dorp, de vele mogelijkheden in de nabije toekomst. Er werden moppen getapt, recepten besproken, kleinkinderen voor het voetlicht gehaald, kortom een veel positievere grondhouding dan waarop ik had gerekend.

En waar ik een traditioneel menu had verwacht van de gebruikelijke apéro (slechte witte wijn met een scheut cassis erdoor die gelukkig net in de aanbieding was), een kartonnen wegwerpbordje met slappe, koude, vette, rijkelijk met zout bestrooide friet als poedersuiker op de kerststol, geserveerd met een ondefinieerbaar stukje kip, of worst, of een zwartgeblakerd speklapje, en een keuze uit één of twee soorten kaas als dessert, dat alles met een plastic vanzelf brekend vorkje en geen mes, want aan de zijkant van het vorkje zitten toch immers karteltjes, had het gemeentebestuur nou eens flink uitgepakt. Geheel tegen de traditionele xenofobische houding van Franse dorpen, waar zelfs alles uit naburige departementen al als indringerig wordt beschouwd, was er dit maal een traiteur uit Lavoncourt, departement 70-Haute-Saône, in de arm genomen.
Wat het allemaal heeft gekost, weet ik uiteraard niet, maar uit het feit dat invités welkom waren tegen betaling van €30 pp. leid ik af dat er per couvert zeker een dergelijk bedrag mee was gemoeid.
Ik geef toe, het aperitief bestond, zoals verwacht, uit een keus tussen witte-wijn-met-cassis of rosé-pamplemousse met plastic bordjes vol  borrelnootjes assorti die je voor minder dan een euro per bakje bij de Colruyt of LeClerc weghaalt, maar waarmee toch in ieder geval de gewenste temperatuur kon worden bereikt.

Daarna verscheen er een aantal gangen die zowel qua opmaak als qua ingrediënten meer dan voortreffelijk te noemen waren. Toen de burgemeester, vanwege zijn te lage leeftijd niet toelaatbaar, maar als rondlopend bediende zeer gewaardeerd, het startsein had gegeven, nam de geamuseerdheid rechtevenredig toe met het aantal achterovergeslagen glazen. Aanvankelijk, naast de onontbeerlijke flessen mineraalwater, zeer goede Pinot blanc uit de Elzas en vanaf gang zoveel een niet al te goedkope rode Bordeaux. Het eerste gerecht, een  toastje met een soort kaasbitterbal en een schaaltje met champignons en escargots op een leien bord, alles keurig gegarneerd, werd gevolgd door een  bord met een fors stuk zalm (alleen, ik eet geen vis, maar mijn portie vond aan de tafel gretig aftrek).

Daarop volgde tot mijn grote verrassing een tussendoortoetje: een potje met mango-ijs, verse (hoe kan dat?) aardbeien, een knapperige wafel en een plastic pipetje met een of andere Bretonse likeurachtige drank. Jammer genoeg moesten we het lege potje inleveren -ik had er nog wel iets nuttigs mee kunnen doen, maar dat is wellicht te Hollands gedacht.

Dit was niet het echte dessert, want daarna brachten de ongeveer 20 vrijwillige serveerders borden rond met een dik stuk varkenshaas met een rijk garnituur. Het verbaast me wat al die Franse bejaarden bij zo’n maaltijd weten te verstouwen, maar alles ging op. Men vertelde me dat er tot slot nog een echt dessert zou volgen, maar omdat Franse maaltijden uitblinken in langdurigheid (het begin was om 12:30 stipt en het was inmiddels 16:30) excuseerde ik me omdat ik nog een afspraak had waar ik naartoe moest. Ik had voldoende foto’s gemaakt en in feite wilde ik geen minuut missen van Utrecht-Feyenoord die een kwartier later begon, en waarvan het inderdaad de moeite was er de eerste minuten niet van te missen. De laatste ook niet, trouwens, zeg ik met enige opluchting.

Ik wist intussen wel genoeg en was zeer tevreden over dit gemeente-initiatief en zeker ook over de feitelijke uitvoering ervan. Henk Krol zou er zijn vingers bij hebben afgelikt.

Kortom, ik weet nog niet op wie ik in Nederland in maart ga stemmen; zal wel een van de Zorgfondspartijen worden. In Frankrijk hoef ik komend jaar gelukkig niet te stemmen op rechts of op rechts, maar afgelopen zondag in Hortes zat de stemming er alvast goed in.