TER AFRONDING – Dubai_4

Heel Dubai is gebouwd op zand, en beslist geen drijfzand. Wonder boven wonder groeit daar heel af en toe nog een boom of struik op; ik hield het niet voor mogelijk. Ongetwijfeld zal ook deze boom worden geveld als het grondwerk voor de zoveelste wolkenkrabber een aanvang neemt. Maar voor het zover is, ga ik mijn reeks van vier artikelen nu afronden met heel veel foto’s, wat hoogtepunten en een stichtend woord.

 

 

Een ville fleurie is Dubai bepaald niet, maar er zijn plekken waar men ongetwijfeld weer eens fors heeft geïnvesteerd, nu in hydrocultuur, zoals hier in Dubai Downtown, bij de in Arabische stijl nagebouwde zogenaamd oude gebouwen.

 

Of rond Atlantis op Palm Eiland, waar kosten noch moeite zijn gespaard om er een gelikt complex van te maken dat best een plek mag krijgen in de Vertellingen van 1001-nacht. Het is daar waar ik het meest copieuze ontbijtbuffet heb genuttigd dat ik ooit voor of achter de kiezen kreeg, waar je langs en onder een gigantisch aquarium loopt, waar een kerststal, kerstboom en sneeuwpop staat;
ach, foto’s en impressies te over.

Ik ben een vliegtuigfanaat, ik bekende het al eerder. Dat betekent onherroepelijk dat ik vooraf al wist dat die heen- en terugvlucht mij een onuitwisbare indruk zouden bezorgen. Zeker in die excellente Airbus A380.
Ooit, als luchtverkeersleider in mijn diensttijd, had ik eens in een straaljager mee mogen vliegen, maar dat hoogste vlieggenot vroeg om te worden overtroffen. Emirates heeft die verwachting niet beschaamd.

En ik denk dat ik niet de enige was die zich deze warme luxe maar al te graag liet aanleunen. Het heeft zijn prijs, maar als je beseft wat je ervoor krijgt, blijft mij de vraag hoe ze het ervoor kunnen doen (behalve dan middels staatssteun – iets waar ze bij Air France-KLM niet zo blij mee zijn).


Ander hoogtepunt, als broodnodige afwisseling met de futuristische skyline van Dubai: de oudere soeks in Deira. Zoals gezegd, je krijgt niet de kans alles rustig te bekijken, maar alleen al het proeven van de sfeer en het opsnuiven van de kruiden- en wierookgeuren verplaatst je in een andere wereld – voor even.


Daaraan vooraf ging een boottocht over de kreek, waartijdens je in alle rust Dubai van verschillende kanten kunt aanschouwen:
de handelsgebouwen waarvan het ene nog extravaganter is dan het andere, de grote moskee, het oudere stadsgedeelte van dit voorheen onooglijke vissersdorpje.


Rond het peperdure Al Arab hotel is een uitgaanscentrum gebouwd, met niet alleen een voortreffelijke Italiaan (Trattoria), maar waar je ook boottochten kunt maken en waar een heus amfitheater is aangelegd.
Dat alles ter verhoging van de zwoele (25°), maar alleszins sprookjesachtige sfeer, zeker ‘s avonds.


Letterlijk hoogtepunt natuurlijk de Burj Khalifa met zijn 168 verdiepingen en 828 meter hoogte, tot nu toe het hoogste gebouw ter wereld, daarmee de Twin Towers van Kuala Lumpur aftroevend.
Maar o wee: naar verluidt zal er in 2017 in Riyad een nog hoger gebouw verrijzen (lees het Volkskrant-artikel daarover). Vast wel, dat ze daar in Dubai een passend antwoord op zullen vinden. Gewone stervelingen komen niet hoger dan de 124e verdieping, maar dan nog: de andere wereld waarop je neerkijkt is niet in foto’s te vangen,

al werd de verhoopte magische zonsondergang wat gehinderd door het heiige weer, maar het lichtspektakel van Dubai by night dat daarop volgde, maakte veel goed.

 

 


Eenmaal weer met beide benen op aarde beland, gezeten op het buitenterras van het Social House, voltrok zich het zoveelste onvergetelijke festijn: een zich elk uur herhalende show van de Dubai Fountains.
Google dat maar: “Dubai Fountains”, voor veel betere YouTube-beelden dan die wij konden maken (met deze als een van de mooiere), maar wij waren erbij, en dat telt dubbel en dwars. Joeri heeft er filmbeelden van gemaakt en ik heb de toen gespeelde muziek er in acceptabele kwaliteit overheen gezet. Kijk er aub naar op YouTube, want het bestand is te groot om op deze weblog te uploaden.

Zo zou ik nog uren door kunnen gaan, maar ik laat het maar hierbij, met nog twee opmerkingen tot besluit:

Ik ben vreselijk blij dat ik een paar dagen me in dit paradijs van het economisme heb mogen onderdompelen, met dank aan Joeri die het allemaal heeft vermogelijkt. Drie dagen is heel erg mooi. Twee weken zal wel supportable zijn. Veel langer moet je er niet vertoeven, wil je je eigen principes niet te veel verloochenen.
En om de cirkel rond te maken: Zo heel af en toe, slenterend door dat onwezenlijke Dubai, kreeg ik het idee, dat ik er wel eens een dag of wat zou willen zitten, bijvoorbeeld daar op het terras van het Social House, met dat feërieke fonteinfestival voor je neus, met Jesse Klaver en Geert WIlders, als die teminste een visum krijgt. Het zou boeiende gesprekken opleveren, waarin al hun argumenten door de hen omringende werkelijkheid worden getart.

 

 

PRINCIPES – Dubai_3

Met principes kun je heel creatief omgaan, zoals GroenLinks heeft gedemonstreerd vanaf de oprichting in 1990 door bijkans alle principes van de PSP, de CPN en de PPR te verkwanselen in de hoop op meer zetels met uitzicht op pluche. Sindsdien ben ik tot op heden politiek dakloos.
In die zin was Dubai voor mij een déjà vu. Ik zal me tot vijf voorbeelden van principes beperken: politiek, doodstraf, christendom, alcohol en varkensvlees.

Politiek gezien behoort Dubai tot de (soennitisch) islamitische Verenigde Arabische Emiraten. Zoals we begrijpen uit Syrië en Irak kun je niet alle Arabieren over één kam scheren, en zo kon het voorkomen dat militairen uit Dubai meevochten tegen de sjiitische Houthi-rebellen in Jemen. In september sneuvelden daarbij een dertigtal Dubaianen, waaronder de oudste zoon van de emir van Dubai. Dat zette een domper op de viering van 44 jaar VAE op 2 december, daags voor onze aankomst. Wel was de stad vergeven van VAE-vlaggetjes, maar een groots festijn werd het niet.

Tot zover zijn er nog geen principes in het geding, maar anders wordt dat als je kijkt naar de houding van zowat alle Arabische landen jegens Israël. Op het schermpje voor je stoel in de Airbus krijg je van tijd tot tijd een 3D-kaart te zien, zoals op je autonavigatiescherm, en dat werd, eenmaal boven Turkije aangekomen, steeds interessanter met namen als Erbil, Mosul, Kirkuk, Bagdad, Teheran en Isfahan.
Principiële politieke stellingname staat de economie in de weg. Hoewel: de Burj Khalifa verlicht in de kleuren van de Franse vlag, half november, is een politieke keuze, maar die trekt nou net weer veel toeristen aan. Voor het overige is de keuze voor een conflictmijdend standpunt een soort uitweg van het type kool-en-geit.

Boven Turkije viel het mij al op dat de naam van de Krim, waar we toch vlak langs vlogen, niet op het scherm verscheen, en helemaal snapte ik het toen ik iets verderop wel Beiroet, Damascus en Amman zag staan afgebeeld, maar niet Jeruzalem of Tel Aviv. Sorry, de foto is niet beter. Overigens ook niet Gaza of Hebron, want ik schat zo in dat men in Dubai evenmin veel opheeft met Hamas en El Fatah. Dan is negeren  de veilige keuze, zoals het, zeker na MH-17, een veilige keus is om niet langs de kortste route over Irak te vliegen, maar ongeveer over de grens van Iran en Irak en dan gauw over de Perzische Golf naar Dubai (terwijl piloten de schurft hebben aan vliegen boven water), maar dat is meer een kwestie van lijfsbehoud dan van principes. Het zou me, als het over principes gaat, trouwens niks verbazen als er stiekem toch handel wordt gedreven tussen Israël en Dubai, zoals wij de wegen kennen om de sancties tegen Rusland te omzeilen en er al jarenlang door Nederland en Frankrijk clandestiene handel met Iran werd bedreven, ondanks alle boycots. Daarom staat er op de zakjes pinda’s ook niet waar ze vandaan komen, maar alleen waar ze zijn verpakt/verwerkt/gedistribueerd. “The bottom line is that the whole world wants Israeli hi-tech, agricultural and medical products, and that includes the residents of the United Arab Emirates,” schreef S., een Israelisch-Amerikaanse handelsagent die enkele malen per jaar naar Dubai reist. “If they need the product, they quickly learn to ignore its origin, stond er te lezen in een artikel in The Jerusalem Post uit maart 2010.

Ten aanzien van de doodstraf in Dubai moet ik misschien wat voorzichtiger wezen dan wat ik in het vorige artikel schreef, al kan het waar zijn dat in geval van moord of verkrachting de erop volgende doodstraf niet in Dubai zelf, maar in Saudie-Arabië ten uitvoer wordt gelegd. Berichten erover zijn nogal schimmig en niet eenduidig.

Ook al is Dubai een islamitisch land, andere religies als christendom en hindoeïsme hebben er de ruimte. Ook kerken en tempels. En om de Amerikanen en Europeanen te paaien, tuigen ze in de bloedhitte in december ook nog maar even een christelijke kerstboom op, compleet met kerststalletje en een sneeuwpop erboven.

Of er wel of niet een synagoge in Dubai is, wordt me niet duidelijk. Oogluikend valt er wel wat te ritselen, zeker als het geld oplevert – dan doet het principe een stapje zijwaarts. “At the end of the day, all the people of Dubai want is to keep things orderly so that they can continue doing business and make money”, staat er in het bovenvermelde artikel in The Jerusalem Post.

Ik geloof het vlot. Aan die mix van bouwstijlen, culturen en opvattingen houd je dit soort droombeelden over.

Wat joden en Arabieren in ieder geval wel gemeen hebben, is dat ze geen varkensvlees nuttigen. Waarom christenen dat wel doen, is me, dit terzijde, een raadsel, want eeuwenlang heeft Rome het varken, samen met de aap en de beer, verdoemd als de meest onreine en vervloekte diersoorten. Maar goed, al tijdens mijn reisvoorbereiding had ik op de menukaarten van Emirates Airlines gezien dat daar totaal geen varkensgerechten voorkwamen. Niet erg, je kunt ook rund, kameel of vegetarisch eten op 10 kilometer hoogte.

In restaurants in Dubai van hetzelfde laken een pak. Je kunt hamburgers en worstjes van onbetrouwbare samenstelling achten, maar ik zweer je dat er in onze kroketten en frikadellen eerder hond of paard zit, dan dat je er in Dubai varken in zult aantreffen. Kwestie van principe.
Maar toen ik een stapje zijwaarts deed, aan het zeer uitgebreide en weldadige ontbijtbuffet Kaleidoscope in Atlantis The Palm (ongelimiteerd opscheppen, maar je betaalt er dan wel €50 per persoon voor) ontdekte ik tot mijn verbazing opeens heerlijke Goudse Polderkaas, vierkanten plakjes uit een ronde kaas,

maar iets daarnaast heuse bacon, zij het met een waarschuwing voor de Russen. Kwestie van creatief omgaan met principes.

En voor alcohol geldt hetzelfde. Officieel zijn de VAE meer drooggelegd dan de USA ooit zijn geweest, maar al vanaf de Emirates business lounge in Düsseldorf wist ik dat dat een farce was. Daar, en in de lounge aan boord, en al helemaal in de business lounge van Terminal 3 in Dubai, was er een groots assortiment van alcoholica voorhanden. En nog gratis ook. Hetzelfde geldt voor het blikje Heineken dat ik, economy class terugvliegend, zo maar bij de lunch kreeg geserveerd.

Daar, op dat futuristische vliegveld van Dubai, kreeg ik met een uiterst vriendelijke glimlach een Baileys ingeschonken in een veel te groot limonadeglas, alsof ik een halve liter chocomel had besteld.
Ik gaf geen krimp.
In winkels en op straat zul je geen alcohol aantreffen, en ook sommige restaurants staan op dat punt droog, maar bij andere bleek het totaal geen probleem. Als je er maar grof voor betaalde.

Misschien zijn de Emirati principieel wel net zo dakloos (maar voorwaar slim en creatief) als ik dat politiek ben.

_________________________________

volgende artikel: TER AFRONDING – Dubai_4

 

 

SMELTKROES – Dubai_2

Ik heb voor het eerst van mijn leven kamelenvlees gegeten. Veel heb ik er niet van gemerkt en ik heb er ook niks aan overgehouden tot nu toe. In de knusse Local House lunchroom, in het wat oudere stadsdeel Al Fahidi aan de kreek, was het goed verpozen voor en na een stadswandeling. De prijzen waren ‘standaard’, dat wil zeggen, wat aan de hoge kant. Maar daarover verderop meer.

Dubai is een smeltkroes van nationaliteiten en culturen. Dat op zich is niks bijzonders. Ook niet dat dat de stad een diversiteit van gezichten biedt, en dat Engels in hoofdzaak de lingua franca is, in de omgang en op zowat alle borden en kaarten. Naast de grootse, luxe rijke en vooral brandschone delen van de stad, Downtown Dubai, het Financial Centre, het vliegveld, de kustlijn naar het zuiden toe, heb je aan de overkant van de kreek de wijk Deira met de smalle, drukke soeks, waar het minder schoon is, waar afdingen een must is en waar ik me overigens allerminst onveilig voelde.

De stad wordt doorsneden door talloze zesbaans autowegen; filevorming is minimaal, alles is goed en snel bereikbaar. Maar in Deira kun je beter niet met de auto gaan rondrijden.

 

 

En met een handkar vol daghandel zou je aan een zesbaans snelweg ook niet zo bar veel hebben trouwens.

 

 

 

Veilig is het overal, hoewel ik nauwelijks politie heb gezien. (Misschien is die er wel, maar voor de doorsnee toerist onzichtbaar; er schijnt zo nodig kordaat en zonder pardon te worden opgetreden bij het minste of geringste vergrijp. Als een beschaafd land heeft het Emiraat de doodstraf afgeschaft, maar in geval van moord of verkrachting is er een Pilatusachtige oplossing voorhanden: de crimineel is zijn visum of paspoort kwijt, wordt in een busje het land uitgezet, zuidwaarts naar Saudi-Arabië,en daar weten ze wel raad met misdadigers, want zoals we weten staat dat land bekend om zijn openbare terechtstellingen.)

De grote soek in de Dubai Mall is er voor de rijken. Torenhoge prijzen en van afdingen kan geen sprake zijn. Emirati, Russen en Chinezen zullen daar niet zo moeilijk over doen; hoe meer ze besteden, des te meer zal de verkoper zelf wel wat van de prijs afdoen. Hoewel, bij Russen ben ik daar nog niet zo zeker van.

 

En wat je niet in dat gedeelte vindt, kom je wellicht op je dwaaltocht door de Mall, dat gigantische architectonische wonder, nog wel elders tegen. Als je er een dagdeel voor uittrekt, heb je nog niet alles kunnen bewonderen.

 


Hoe anders is dat in de spice souk en textile souk aan de overkant, waar het vooral Indiërs en Pakistani zijn die de hele dag door goede nering hebben, elke passant tot op het agressieve af aanspreken en die nog het liefst mee naar binnen sleuren. Even rondkijken is er niet bij – je wordt meteen aangesproken en het afdingen kan beginnen.

Mee naar binnen gaan staat gelijk aan een koopverplichting. Dat is jammer, vind ik, want er is zo veel en het is allemaal zo de moeite het eens goed te bekijken, maar die kans krijg je niet.

 

 

Qua prijsstelling houd ik er ook een tweeslachtig gevoel aan over. Enerzijds zijn er spotprijzen, zoals de watertaxi over de kreek (€0,25 pp); de gewone taxi’s (een rit van 20 à 30 minuten zal niet meer dan €7,50 à €10 kosten, bij een starttarief van €1,25); wil je een half uur de luxe van zo’n vette limousine proeven, dan kun je je dat veroorloven voor €35 tot €40;  sigaretten variëren van €0,80 (Gauloises) tot €2,40 (Lucky Strike) per pakje.
Daar staan dan weer wel absurde prijzen tegenover in bijvoorbeeld restaurants: een bakje friet €6,25, zonder mayo; in het Local House restaurant waren we met z’n drieën voor een kamelenhotdog, twee kamelenyoghurtshakes, een bakje salade en twee koffie €45 kwijt.
En in het Social House restaurant, met zicht op het fonteinfestival, rond de €135 voor een prima warme maaltijd. En dan heb ik nog niet meegerekend dat je alles en iedereen een fooi naar rato moet geven, tot en met de piccolo van het hotel die een deur voor je opendoet of je koffer optilt.
Alcohol is een geval apart. In de meeste restaurants is het gewoonweg niet te krijgen (zo zijn de wetten der Islam), maar in sommige toch weer wel (zo zijn de wetten van het kapitalisme), net als in de Emirates lounges op de vliegvelden en aan boord zelf. Maar in Dubai zul je het dan wel weten: voor een kleintje pils van de tap (Heineken of Peroni) leg je vlot €6 op tafel.

Overdreven duur is dat allemaal misschien nog wel niet (probeer Parijs eens), maar het kan nog duurder als je een van de betere hotels boekt, zeg maar van 5 tot 7 sterren. Dan ben je al gauw €500 kwijt, oplopend tot wel €7.000 per kamer per nacht (fooien niet inbegrepen).

Ik heb het dan bijvoorbeeld over het Al Arab hotel, waar wij overigens niet verder kwamen dan het hek, maar wat een van die onwezenlijke prestigeobjecten is met zijn 38 verdiepingen en een helicopterplatform bovenop, waar de groten der aarde landen om te overnachten. Mij werd ingefluisterd door Wikipedia dat kamerprijzen kunnen oplopen tot wel €15.000 per nacht, en dat de bouwkosten van dit wonder van architectuur en inrichting pas zijn terugverdiend als het 400 jaar lang elke dag zou zijn volgeboekt.

 

Niet minder chic zijn de prijzen om in ‘s werelds hoogste gebouw naar het panoramadek op de 124e verdieping te mogen gaan. De Burj Al Khalifa, hier op een foto van vlak na de Parijse aanslagen van 13 november. Voor het geweldige uitzicht van bovenaf tel je wel ruim €75 neer. Voor de Euromast is dat €9,50 zonder bejaardenkorting.

Het kan niet op, hoe kunnen ze het ervoor doen, vroeg ik me in het vorige artikel af, want je praat over investeringen van vele miljarden. Maar geld speelt geen rol. Emirati werken niet (daarom bestaat er in de VAE ook geen inkomstenbelasting), zij investeren. Werken doet de import uit Zuidoost-Azië en Afrika. En al die investeringen trekken miljoenen toeristen aan, en tal van grote bedrijven en financiële instellingen. Zo wordt er heel veel terugverdiend, en zo niet, wat moet je anders met je geld dan er iets moois voor neerzetten. Dus toch bling bling.

In grote lijnen ben ik het wel eens met wat Robbert van Lanschot schreef in de NRC van 4 oktober 2014, al valt het me wel op dat artikelen op internet over wantoestanden bij de arbeidsomstandigheden in Dubai allemaal erg gedateerd zijn – weinig actueel:

De bezorgdheid over de vergrijzing is vooral gegrond op het idee dat de lokale bevolking van een land jong en dynamisch moet zijn en ‘arbeid’ moet kunnen verrichten. Maar dat is een achterhaald concept. Het schoolvoorbeeld is Dubai. Daar werkt niemand. Of liever gezegd, de lokale bevolking verricht er geen arbeid. Toch draait het emiraat, na een dip tijdens de financiële crisis, weer als een tierelier.
Op de luchthaven van Dubai zie je vrijwel alleen buitenlandse werknemers. Bij de informatiebalies zitten jonge Chinese vrouwen. De kruiers en de schoonmaakploegen komen uit het Indische subcontinent. En achter de toonbank van de belastingvrije winkel waar je een laptopje koopt om Nederland binnen te smokkelen, staan beeldschone Filippijnse meisjes. Alleen bij de paspoortcontrole zie je mannen uit Dubai, schitterende mannen in hagelwitte (door Aziatische dienstmeisjes gewassen) jalabiyas, met op het hoofd een kunstig gevouwen hoofddoek. Zij zetten een stempeltje in je paspoort. Zo’n arbeidsverdeling zou ooit toch ook in Nederland moeten kunnen. Dubai kan zich dit niet permitteren via olierijkdom (de productie is sinds de jaren negentig fors teruggelopen), maar omdat het gewoon een slim land is. De kassa rinkelt er continu zonder dat de lokale bevolking een hand hoeft uit te steken.”

Ik wacht even de Franse regionale verkiezingen van komende zondag af om te zien wat voor lumineuze ideeën daarvan het gevolg zullen zijn.

_________________________________

volgende artikel: PRINCIPES – Dubai_3

 

 

BLING BLING – Dubai_1

Als Jesse Klaver zijn min of meer terechte en vrij goed gefundeerde opvattingen openbaart als een “kruistocht tegen het economisme”, dan zou hij eens, net als ik vorige week, een lang weekend in Dubai moeten verblijven. Hij zou zich dan kunnen vergapen/ergeren/laven aan een maatschappij waarin het al economie is wat de klok slaat, ver verheven boven en niet gehinderd door storende factoren als cultuur, democratie, vakbonden, mensenrechten of wat dan ook. Mij leverde dat bliksembezoek een zo grote hoeveelheid aan indrukken op, dat ik er een reeks artikelen aan ga wijden. Allereerst: Bling bling, het kan niet op.

De Dubai Mall, een winkelcentrum met over de 1200 etablissementen, een heuse ijspiste en glitter en glamour alom, is een van de geijkte ontmoetingsplaatsen aan de ingang waarvan de riche van Dubai loopt te flaneren en te pronken met hun automobielen uit het allerhoogste segment: Rolls Royce, Maserati, Jaguar, Lamborghini, Bugatti, bedenk het maar, je treft het er aan. Er schijnen er zelfs rond te rijden met zilver of goud beplaat.

Maar ook elders, zoals voor het kolossale Atlantis ressort/hotel, kom je nog wel een verdwaalde Lamborghini tegen. Het kan niet op.

Inderdaad, het kan niet op, want hoewel nu al Dubai voor een groot deel bestaat uit een oerwoud van wolkenkrabbers, 50, 80, 100, meer dan 160 verdiepingen hoog, waarbij van enige blijk van architectonische coördinatie niet veel is te merken, is een eveneens groot deel van de stad één grote bouwput voor nog meer wolkenkrabbers.

Het zal er wel mee te maken hebben dat in Dubai in 2020 de wereld-expo wordt gehouden, die dan weer samenvalt met het 50-jarig bestaan (in 2021) van de Verenigde Arabische Emiraten. En dat mag wat kosten.

 

 


Die overdadige luxe merk je eigenlijk al in het vliegtuig, die enorme Airbus A-380 van Emirates. Nu ben ik van kinds af aan al volslagen vliegtuiggek, dus ja, ik kwam wel aan mijn trekken. Als je, zoals ik op de heenweg, het geluk hebt om business class te mogen vliegen, dan begint het feest al in de buseniss lounge op vliegveld Düsseldorf, waar je “in alle rust en comfort zakenpartners kunt ontmoeten”, nog wat stukken kunt doornemen en ongelimiteerd zo veel als je wilt kunt eten en drinken – het is bij de prijs van het vliegticket inbegrepen.

Hetzelfde geldt als je eenmaal in de lucht bent, waar je eveneens een lounge aantreft en je alle flessen en hapjes ter beschikking hebt. Hoe onwezenlijk kan het zijn: je vliegt over de grens van Irak en Iran. Rechts ligt Mosul; links Isfahan. Doe mij nog maar een Baileys.

 

De overtreffende trap is het vliegveld van Dubai, met name Terminal 3, geheel gereserveerd voor Emirates. Bling bling zo ver je kunt kijken, met een business lounge die zijn filiaal in Düsseldorf tien maal overtreft; een gigantische ruimte met een groot aantal buffetten, een zeer ruim bemeten luxe rokersafdeling, douches en een aantal slaapcabines voor de vermoeide zakenlui.

 

 

 

 

 

Hoe kunnen ze het ervoor doen, vraag je je af, met al die overheadkosten. Maar dat wordt een hoofdstuk apart: hoe draait de economie in Dubai.

Ik was in een compleet andere wereld terechtgekomen en moest als de wiedeweerga al mijn standaarden, principes en gevoel voor efficiëntie en functionaliteit deerlijk op- en afschalen.

En lang nadenken hoe ik dat in een paar artikelen zou gaan uiten. Wacht dus even af wat er zal gaan volgen, nog net niet te veel bedwelmd om kritisch te blijven.

____________________________

volgende artikel: SMELTKROES – Dubai_2