Spookstad Doel

Anderhalf jaar geleden schreef ik over Een Kerncentrale Als Doel en noemde de leegloop van het dorp ter uitbreiding van de Antwerpse haven. Twee weken geleden bezocht ik de plek, letterlijk onder de rook van de kerncentrale aldaar. Het maakte onderdeel uit van ons tripje door Oost- en Zeeuwsch-Vlaanderen met een sterk Reynaert-tintje, want die zondag was de presentatie van Jaarboek 9 (2016) van Tiecelijn, in het stadsmuseum STEM van Sint-Niklaas. Via Hulst, de Woestijnestraat (van Hulst naar Nieuw-Namen), de Hulsterloostraat in Nieuw-Namen en het prachtig ogende Verdronken Land van Saeftinghe bereikten we Doel, een spookstad die verbaast. Let vooral ook op overstekende spookkinderen over 30 m.

Over de Reynaertconnectie kom ik spoedig nog te spreken; eerst maar even de ellende van alle dag. Het bezoekerscentrum van het Verdronken Land was helaas vanaf oktober tot april gesloten en op eigen gelegenheid de schorren en kwelders intrekken is levensgevaarlijk. Dus moesten we het doen met het werkelijk schitterend uitzicht vanaf de dijk over dat stukje Nederlands Vlaanderen dat eigenlijk gewoon bij België zou moeten horen, maar dan was Nederland de controle over de Westerschelde kwijt – u weet wel: Belgje pesten. Gevolg onder meer: het gênante gekibbel vanaf 2008 over de Hertogin Hedwigepolder; uitkomst: Nederland ontpoldert en Vlaanderen betaalt de kosten. Zo doe je dat.

Voort ging het. Over slecht onderhouden binnenweggetjes, extra glibberig door de suikerbietenoogst, bereikten we Doel, het dorp met de twee gezichten. Het helpt niet om er W.F. Hermans’ Het behouden huis op na te lezen, al zijn er wel parallellen. Het ene gezicht is het gezicht van een spookstad, zoals je ook wel in Spanje, Italië of Syrië tegen kunt komen: verlaten en leeg -een eeuw geleden huisden er nog dik 2.000 inwoners-, ruiten verbrijzeld, muren op instorten of reeds verdwenen, kapotte daken als open vensters voor zinloos daglicht, een onderhouden kerkhof als enig teken van leven.

Het andere gezicht is eigenlijk frappanter. Nadat de vaste Doelbewoners waren vetrokken, vrijwillig, zij het onder dwang, werden de huizen door ± 200 krakers bezet. Die zorgden niet alleen voor wat stuiptrekkerig leven in het dorp, maar zij beijverden zich ook in het opleuken van zowat alle muren met de meest uiteenlopende graffiti, sommige zeer kunstig, andere wat oppervlakkig, sommige met een scherpe boodschap, andere met een schreeuw.

Wat mij terloops opviel, waren de vele Poolse en wat minder talrijke Roemeense opschriften bij de schilderingen. Maar de nabije Antwerpse haven is altoos een smeltkroes van culturen en nationaliteiten geweest. De neerlandicus in mij verwijst daarvoor maar kortheidshalve naar het prachtige Dwaallicht van Willem Elsschot uit 1946, net als ik.

Klim je de Scheldedijk op, dan krijg je er gratis nog een kwartet uitzichten bij:
- over de brede Schelde met zijn langzaam voortglijdende schepen,
- op de jachthaven die wonderwel druk bevolkt was, maar dan toch niet door Doelenaren,
- op de oude molen van Doel, nu met staande wieken als een silhouet tegen de spierwitte koeltorens van de centrale waaruit spierwitte rook richting Rijnmond afbuigt, en

 

- op Sinterklaas die net uit de auto stapt, samen met een gelukkig nog ongekuiste, echte Zwarte Piet, om doelgericht de plezierjachteigenaren te plezieren. En natuurlijk om mij een afgemeten bruggetje te bieden naar het volgende artikel over Sint-Niklaas en de onophoudelijke reeks Reynaert-evenementen aldaar.

 

Dat er toch wellicht nog hoop is voor het dorp Doel valt te lezen in het uitgebreide artikel in De Volkskrant van 21 juni 2017, p.8-9, “Het dorp dat (niet) verdwijnt in de haven”.

 

 

Belgje pesten (2/3)

EEN KERNCENTRALE ALS DOEL.
Omdat tram 77 en 75 zo lang op zich lieten wachten, zoals eerder uitgelegd, verplaatsten we ons per auto naar Fort Lillo. Je komt daar binnen over een oprijlaan van onvervalste kasseien – een betere vorm van verkeersdrempel, niet voor niets in het Zweeds trafikhinder genoemd, bestaat er niet. Bovendien wordt je direct omringd door een horde ganzen die al sinds jaar en dag het fort bewaken.
Stapvoets voortschrijdend kom je aan de Scheldedijk. Waar eerst de stelplaats van tram 75 was, zie bijgaande foto van Jos van Aerde, is nu een riant parkeerterrein.
We waren de enige auto.

Fort Lillo is een bezoekje wel waard, vooral vanwege de merkwaardige ligging als een ingeklemde oase in het uitgebreide Antwerpse havengebied.

Met zijn haventje dat buiten de sluizen ligt, en dus telkens bij eb droogvalt, zijn planologische vorm van een oud fort, en zijn karakter van een stilstaand dorpje maakt het een onwerkelijke indruk.

 

 

Er is wat nering, maar niet veel. Een pleintje (met het huis van Den Prins van Oranje), een kerk (gesloten), een pisbak (openbaar). Er is wat horeca, maar het ene etablissement was gesloten en stond te koop, een tweede was gesloten vanwege vakantie, en het derde was in feite een gezellig stamineeke, waar je niet kon eten; nou ja, een tosti kon je nog net krijgen, en waar één hotelkamer beschikbaar was; nou ja, dat wil zeggen: door de week werd die permanent bewoond door arbeiders uit het havengebied, en in het weekeinde kon je die kamer reserveren. Een bescheiden slaapkamer met scheve, oude, houten vloer, iets waarover ik allerminst zal zeuren, en tot mijn grote verrassing hoorde er ook nog een forse woonkamer bij met tv, koffie- en theevoorziening en riante zitgelegenheid. Wifi werkte, evenals de verwarming. Helaas kon je er niet met je bankpas betalen, en voor geld pinnen moest je helemaal naar Antwerpen, maar geen nood: we kregen het banknummer van de waardin mee met de toezegging het bedrag na thuiskomst snel over te maken. Waar maak je dat nog mee?

Die waardin was overigens afkomstig uit Doel, aan de andere kant van de Schelde, vlak bij fort Liefkenshoek. Beide forten -ik schrijf onder de kop Belgje pesten- bleven merkwaardigerwijs na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 nog tot 1839 Nederlands grondgebied. Willem I had met lede ogen aan de Belgische opstand gevolg moeten geven, maar hij probeerde, ook militair, te redden wat er niet te redden viel. Hij hield dat negen jaar vol en hing kort erop zijn kroon aan de wilgen.


Die waardin was dus afkomstig uit Doel, dat aan ernstige leegloop lijdt.

Wie van Doeldenken houdt als een vorm van doemdenken, kan terecht op de webstek van Doel2020 en vooral deze Youtubefilm bekijken. Te vrezen valt dat Doel, waarvan er van de dik 2200 inwoners in 1900 nu nog maar 84 over zijn, op korte termijn geheel tegen de vlakte gaat, zoals dat ook gebeurde met Lillo, evenals met Blankenburg, Rozenburg en Heenvliet (toepasselijke naam!) die werden opgeofferd ten behoeve van de uitbreiding van de Rotterdamse haven.

De als megalomaan bestempelde en nimmer succesvol uitgevoerde uitbreidingsplannen van de Antwerpse haven zijn er de oorzaak van. Tel daarbij de aanleg van vier kerncentrales (Doel-1, -2, -3 en -4) op en het woongenot in Doel is verleden tijd.

Die kerncentrales gaan overigens om de haverklap dicht wegens storingen of vermeende risico’s, terwijl zo ongeveer om het Belgisch kabinet beurtelings besluit de vier centrales definitief te sluiten, dan wel de geplande sluitingsdatum weer voor tien jaar uit te stellen. Momenteel staat de deadline op 2025.

België was in 1967 met de planning voor het aanleggen van de Doel-centrales net iets eerder dan Borssele (besluit in 1969), maar onverwachte Nederlandse efficiëntie en vanzelfsprekend Belgisch gehakketak zorgden ervoor dat Borssele net iets eerder opstartte. Doel-1 en -2 in 1975, Borssele in 1973. Waarom twee van die energieparken zo dicht bij elkaar, met 9 miljoen inwoners in een straal van 75 km eromheen?

Het echte antwoord vind je niet op internet. Ik opper maar iets: België wilde, met Franse ruggesteun, niet alleen onafhankelijk zijn van Nederland, maar ook niet langer afhankelijk blijven van Nederlands aardgas, en kweekte met de centrales in Doel en Tihange een bron van eigen energiebehoefte.

Bedenk daarbij dat in België, net als in Nederland trouwens, begin jaren-’60 de kolenmijnen een voor een sloten en dat België door zijn ligging maar een relatief kleine kuststrook en dus ook een klein gebied aan territoriale wateren heeft, met alle gevolgen van dien voor de beperkte mogelijkheid van windmolens, getijdenenergie, maar ook boringen naar gas en olie. De recente Belgische plannen voor een energie-atol voor de Vlaamse kust zien er gelikt uit, maar België kennende zie ik het lijk al drijven. Bovendien kun je nu al op petities24.com bezwaar tegen de plannen maken. Die gaan dus ook al op niks uitdraaien.

Dat is de centrale kern van de zaak: Doel weg. Lillo weg. En Antwerpen zal het blijvend afleggen tegen Rotterdam. Daar zorgt de Hollandse VOC-mentaliteit wel voor – de pest voor de Belgen.

_________________________________
Vorig artikel: BELGIË SPOORT NIET
Volgend artikel: IK EEN BIETJE MEER ALS OUW