VI donc

Aanvankelijk wist ik niet of ik me gestreeld of belazerd moest voelen, toen ik in de VI nr.46/2014 op blz. 75, onder de kop “Kille bedoening in Berlijn” opeens allerhande zinswendingen tegenkwam die ik o.a. HIER al twee jaar eerder uit mijn eigen pen had laten vloeien.
Na de opmerkingen van VI-hoofdredacteur Tom van Hulsen, die op mijn derde ophelderingsmailtje aan VI uiteindelijk wèl reageerde, wist ik het zeker: hier is gejat door redacteur Iwan van Duren.

Boze tongen beweren dat die wel vaker van andermans bordje eet, maar daarvan heb ik geen bewijs, behalve dan in dit geval. Van Hulsen komt niet verder dan “Ik heb de desbetreffende VI er even bij gepakt en ik begrijp nu dat het gaat om een bijschrift in een fotodocument dat we destijds publiceerden. In dit bijschrift (het behelst niet meer dan zo’n duizend lettertekens) zie ik inderdaad een paar overeenkomsten met uw tekst, maar het gaat dan puur om informatie die vrijelijk beschikbaar is en dus voor iedereen te gebruiken. Ik zie dan ook geen enkele reden dit als plagiaat te bestempelen. Het spijt mij dat er binnen VI niet eerder op uw mails is gereageerd.”
Fi donc, VI, fi donc.
Vergelijk beide teksten en oordeel zelf:

Ik schreef: Nederland had de DDR nog niet eens erkend; dat gebeurde pas begin 1973. Maar het Uefa-lot had begin 1970 toch twee Nederlandse clubs gekoppeld aan teams uit dat niet bestaande land. De ene moest het opnemen tegen Carl Zeiss Jena, voor Feijenoord kwam FC Vorwärts Berlin uit de koker.
VI schrijft: Nederland heeft de DDR nog niet eens erkend in 1970, toch moet er dan tegen een club uit dat land worden gespeeld.

Ik schreef: Geen wonder dat Coen Moulijn aan Ernst Happel had gevraagd hem alsjeblieft niet op te stellen, want voor voetbal van zijn soort was dit een absoluut onmogelijke ambiance.
VI schrijft: ‘Hier kan ik niet spelen, mijnheer Happel’. Zonder Coen Moulijn treedt Feyenoord tegen Vorwärts Berlin aan.

Ik schreef: om er nog het beste van te maken op een terrein dat in feite alleen nog maar geschikt was voor een demonstratiewedstrijd Grieks-Romeins worstelen voor pupillen.
Iwan van Duren maakt daarvan: een veld dat meer geschikt lijkt voor ijsspeedway.

Ik schreef: Het wegdek bestond overigens niet uit beton of asfalt, maar uit bakstenen klinkers en er gold over het hele traject van bijna 200 kilometer een maximumsnelheid van 60 km/u.
Iwan de Verschrikkelijke heeft niet goed gelezen; hij schrijft: De meegereisde fans hebben met zestig kilometer per uur over bakstenen snelwegen gereden.
Punt één: er was maar één snelweg/transitcorridor van Helmstedt naar Berlijn en punt twee: je mocht maar 60, maar we reden 80, zoals ik fijntjes uit de doeken doe in mijn artikel, met een kostbare bekeuring als gevolg. Goed spieken is een vak apart.

Ik schreef: In het uitvak (mocht het die naam hebben?) was het Legioen met zo’n 100 man aanwezig, voor alle veiligheid omringd door een veelvoud ervan aan Vopo’s. (…) Op deze wedstrijd waren nog geen 20.000 bezoekers afgekomen, ongeveer de helft ervan in Vopo-uniform.
In de VI wordt daar kortheidshalve van gemaakt: (De meegereisde fans) zitten nu tussen duizenden militairen te kijken (…)

Ik schreef: Zowel voor de wedstrijd als tijdens de rust reed een aantal Russische trucks het veld op, beladen met geel zand en strooizout dat door bereidwillige militairen over het veld werd verspreid. Dat moest de grond wat minder glibberig maken en was ook heel prettig bij slidings en zo. Misschien was het ook wel een idee van scheidsrechter Jones, die aanvankelijk het veld had willen afkeuren.
VI husselt wat en komt dan met: Als scheidsrechter Jones uit Wales de wedstrijd dreigt af te gelasten, komen er al snel vrachtwagens met strooizout en geel zand op het veld.
(NB: merk de fijnzinnige inversie op:  ”geel zand en strooizout” wordt “strooizout en geel zand”. Een stijlfiguur van waarlijk grote klasse!)

Ik schreef: In de tweede helft 1-0 door Piepenburg en een minuut later een rode kaart voor Piet Romeijn na een welgeplaatste maagstomp op diezelfde Piepenburg. Voor wat hoort wat. Verder geen noemenswaardige schade en twee weken later werd in Rotterdam met 2-0 het eindresultaat prettig omgebogen.
In de déjà-VI-versie wordt dat: Het duel eindigt in 1-0 voor de Oost-Duitsers. Piet Romeijn krijgt ook nog rood. Twee weken later wint Feyenoord met 2-0 in De Kuip.

Toch knap van de hoofdredacteur die de betreffende VI even erbij heeft gepakt en constateert dat er “inderdaad een aantal overeenkomsten met uw tekst” zijn.
Voor een betrouwbaarder en vooral origineler sfeerbeeld van die wedstrijd en wat zich eromheen afspeelde, sla ik mijn verslag toch net ietsje hoger aan dan het goedkope tweedehandsje van “niet meer dan zo’n duizend lettertekens” dat IvD gratis naar zich toe durfde te trekken. 

En over die quizvraag moet je zelf nog maar even nadenken. Misschien valt er een gratis VI-abo mee te verdienen.

 

 

 

 

 

1-0; elend und heimweh

AFL. 3 VAN DRIELUIK OVER

(eerder gepubliceerd op www.feyenoordnet.nl, maart 2010; aangepast 2015)

__________________________________________________________________________________
Nederland had de DDR nog niet eens erkend; dat gebeurde pas begin 1973. Maar het UEFA-lot had begin 1970 toch twee Nederlandse clubs gekoppeld aan teams uit dat niet bestaande land. De ene moest het opnemen tegen Carl Zeiss Jena, voor Feijenoord kwam FC Vorwärts Berlin uit de koker. In beide gevallen betrof het een uitwedstrijd op 4 maart 1970 en de return in Nederland 14 dagen later.

Kennissen van mij in Berlijn hadden vier kaartjes voor het Walter-Ulbricht-Stadion klaarliggen, eretribune nog wel, en ondanks de slechte weersvooruitzichten polste ik wat mensen om samen naar het oostfront te rijden. Uiteindelijk besloten er twee om mee te gaan, zodat we op 3 maart met z’n drieën in een gehuurde Kever op weg gingen. Al op de West-Duitse snelwegen bleek het een barre tocht te gaan worden: veel sneeuw en maar één rijstrook beschikbaar. Dat schoot niet echt op en even overwogen we de hele trip maar te skippen en terug te rijden, maar de verlokkingen van het avontuur (we waren nog nooit in de DDR geweest) wonnen het van de angst voor ongelukken.

(Foto: Huub probeert de bevroren kofferklep van de Kever te openen om een voetbal te pakken, opdat we even de spieren konden lostrappen op de West-Duitse Parkplatz; “bitte sauber halten”)

Destijds was de situatie zo: na de oorlog was Duitsland in vieren geknipt, Amerika, Engeland, Frankrijk en de Sovjet-Unie bezetten elk één deel, maar de meest oostelijke zone, de Russische, had zich tot een onafhankelijk land verklaard: de DDR. Omdat heel Berlijn binnen het grondgebied van de DDR lag, was ook die stad in vieren geknipt door dezelfde bezettingsmachten, met Oost-Berlijn als hoofdstad van de DDR en West-Berlijn als lastig Westers eiland in een vreemde, niet-erkende staat. Om daar te kunnen komen, was afgesproken dat er drie corridors tussen West-Duitsland en West-Berlijn liepen waarlangs in principe vrijelijk heen en weer kon worden gereisd. Daarvoor had je dan een Transitvisum nodig, plus een verblijfsvisum voor elke dag dat je in Oost-Berlijn, dus de DDR wilde verblijven. Dat was allemaal aan de grens te regelen, als je maar betaalde.
Alle prijzen stonden vermeld in DDR-Marken, maar je moest afrekenen in Westmarken tegen de woekerkoers van 1:1. Op straat in de DDR kreeg je wel 5 tot 7 Oostmark voor een Westmark, ook al was dat zwart wisselen natuurlijk streng verboden. Ik had intussen wel wat ervaringen met Oostbloklanden, maar voor mijn gevoel was de DDR toch anders. Was het in wat liberalere landen als Tsjechoslowakije en Hongarije zo dat alles mocht, tenzij het was verboden, van de DDR had ik eerder de indruk dat alles was verboden, tenzij het was toegestaan. Het bleven toch Duitsers.

Bij Marienborn/Helmstedt, aan de zonegrens tussen West en Oost, beleefden we echter de eerste positieve verrassing. Omdat het gedoe met die visa en paspoortcontrole zoals gebruikelijk lang duurde -als je er binnen een uur door was, had je geluk- stonden er rijen auto’s te wachten, ditmaal opvallend veel Nederlandse. En omdat alles en iedereen door elkaar heen liep, was ook goed te zien dat het allemaal rood-witte supporters waren in opperbeste stemming. Nu hadden wij van de Westerse propaganda geleerd dat de zonegrens werd bewaakt door Vopo’s (VOlksPOlizei) die op alles schoten wat bewoog. En inderdaad, bij de grenspost was het lange prikkeldraad van het IJzeren Gordijn, dat liep van Finland tot Griekenland, heel beperkt onderbroken en waren er slagbomen en andere wegversperringen met opzij ervan een hoge wachttoren waar bovenop een groot aantal Vopo’s op de uitkijk stonden. Wat die ook gewend waren, dit supportersgehos toch zeker niet, en in plaats van gewoon te gaan schieten, begonnen ze enthousiast naar ons te zwaaien, niet beseffend dat ze naar twee groepen tegelijk zwaaiden die onder normale omstandigheden elkaars bloed wel kunnen drinken. Maar ja, allebei rood en wit; wisten zij veel. Wij zwaaiden goedgemutst terug.

Eenmaal door de controlepost heen, sloeg de ene helft van de file rechtsaf, naar het zuiden richting Jena; de harde kern reed gewoon rechtdoor naar Berlijn, over een snelweg waarvan ook maar één rijstrook was geveegd. Het wegdek bestond overigens niet uit beton of asfalt, maar uit bakstenen klinkers en er gold over het hele traject van bijna 200 kilometer een maximumsnelheid van 60 km/u. Nou bepalen Nederlanders in principe zelf wel hoe hard ze rijden, dus de hele karavaan tufte met 80 ongeveer oostwaarts. Sporadisch was er een parkeerplaats langs de weg, waar je vervolgens helemaal niks kon krijgen, ook al was je in Oostbloklanden verplicht voor elke dag dat je visum geldig was een vast bedrag aan zo broodnodige harde westerse valuta om te wisselen voor het lokale geld. Ik meen in dit geval 25 Westmark per persoon per dag, waarvoor je dan 25 Oostmark kreeg die je met geen mogelijkheid kon opmaken, want ofwel er was niks te krijgen, ofwel de winkels waren dicht, ofwel de prijzen waren zo laag dat je niet van je geld afkwam.

Gelukkig liep dat bij een van de parkeerplaatsen anders. Ongetwijfeld gealarmeerd door de grenswachten dat er een horde wel erg vrolijke Nederlandse voetbalsupporters onderweg was naar Berlijn, hadden zich op die parkeerplaats enkele Vopo’s verdekt, maar vastberaden opgesteld met verrekijkers, en toen de colonne dichtbij genoeg was, sprongen ze de weg op en dirigeerden ons allemaal naar de afrit. Paspoortcontrole. Visumcontrole. Een vluchtige blik in de auto of daar niks verdachts in zat. En of we niet wisten dat je maar 60 mocht rijden. Spijtig genoeg kon niemand van ons Duits, dus het gesprek kwam niet echt los. Maar de voorbedrukte bonnen waren al uit de boekjes gescheurd: “Verwarnung mit Ordnungsgeld. 10 M”. Nou was 10 Oostmark op straat zo ongeveer € 1,00 waard, dus als ze niet ook nog de auto in beslag namen, kwamen we er heel schappelijk van af. Het bedrag moest contant worden afgerekend. Helaas kon dat alleen in Westerse valuta, zodat we, omgerekend, € 5,00 kwijt waren en met al dat Oostgeld bleven zitten. Hoe we het verder hebben klaargespeeld om nog voor donker in Berlijn te komen, weet ik niet meer, maar het is gelukt.

(Foto: Achter de muur: de Brandenburger Tor)

Daags daarop eerst de toerist uitgehangen in Oost-Berlijn, zoveel mogelijk knakworst met Brot&Pommes en koffie verorberend om van het geld af te komen en toen maar eens een keer naar het stadion. De wedstrijd begon al om 4 uur, want ze hadden destijds bij de bouw vergeten een lichtinstallatie aan te brengen. We waren ruim op tijd, wat goed uitkwam, want ik zat nog steeds met één kaartje teveel bij me en dat wilde ik graag op straat verpatsen. Die kaartjes waren relatief wel duur: 8,10 M voor de eretribune. De plaatsen achter de doelen gingen voor 4 M. Bedenk dat de staanplaatsen in de Kuip bij de return voor ƒ 4,= gingen, dus dat lijkt inderdaad 1:1, maar afgezet tegen de koopkracht in de DDR was het wel erg veel. Je kon er in ieder geval goed van uit eten gaan, dus ik wilde als zuinige Hollander dat kaartje niet zomaar weggeven aan een aardige Duitser.
Terzijde: die overvloed aan Oostmarken ben ik toch wel kwijtgeraakt aan nuttige dingen: een hogedrukverfspuit en een slingerklokje met gewicht eraan – nu, net 40 jaar later, functioneren beide nog steeds prima; er werd in de DDR heus wel kwaliteit gefabriceerd.

Op het veel te grote plein voor het stadion liepen wel wat mensen. Echt druk was het niet, dus ik moest even rondkijken wie ik zou benaderen. Uiteindelijk zag ik iemand een beetje besluiteloos voor zich uit staren. Ik liet een kaartje zien en knikte even vragend met mijn hoofd. Gretiger dan ik had verwacht ging hij op die avance in en vroeg me even te wachten. Ik had geen flauw benul wat voor man het was. Een lopendebandarbeider van de Trabantfabriek? Een Stasi-informant? Een Vopo in burger? Alledrie tegelijk? Zou zo maar kunnen. Spaans benauwd kreeg ik het toen hij uit zijn binnenzak een loei van een portofoon haalde en iemand begon op te roepen. “Bitte kommen!”, was het enige wat ik kon verstaan. Ik keek even naar de anderen en zag dat we alle drie hetzelfde dachten: rap wegwezen. Ik wist immers ook wel dat nergens stond dat het was toegestaan voetbalkaartjes op de openbare weg te verkopen, dus was het verboden. Maar op zo’n open vlakte was dat eigenlijk geen optie; wegrennen zou schuldbekennen betekenen met alle gevolgen van dien. Een simpele melding in de oorlogsliteratuur “Auf der Flucht erschossen” flitste door mijn hoofd en ik wilde toch liever eerst nog die wedstrijd zien. En dus bleven we maar gewoon staan, om ons heen kijkend wat er op ons afkwam. Kort daarop verscheen de gealarmeerde collega, ook al in burger. Hij werd nader geïnformeerd, greep in zijn binnenzak en gaf mij een briefje van 10 M in ruil voor het kaartje. Hij leek er werkelijk heel gelukkig mee te zijn. Wij ook.

(Foto: Het Legioen, omringd door Vopo’s)

Het Walter-Ulbricht-Stadion, later omgedoopt tot Stadion der Weltjugend, was een ervaring op zich. Zelden zo iets triests gezien. Een overdadig grote, lompe betonnen kolos, niet hoog, maar daarentegen extra wijd en breed met een sintelbaan eromheen en tussen de doelen en de sintelbaan zou je met gemak nog een ijshockeybaan kunnen aanleggen conform IIHF-afmetingen. Op de tribunes had men goedwillig met sloophout her en der wat zitbanken geschroefd die echter door de winter en het vocht zo verweerd waren, dat zelfs erop gaan staan al hoogst onbetrouwbaar was. Het vijftiger jaren scorebord hing van ellende aan elkaar en leek te zullen bezwijken onder elke stand boven de 1-0. Dat kwam dus goed uit. Dit paradepaardje van socialistische betonbouw bood plaats aan 70.000 toeschouwers. Nu is een half lege Kuip al een troosteloos gezicht (bij de return twee weken later zaten daar toch mooi dik 63.000 mensen!), maar op deze wedstrijd waren nog geen 20.000 bezoekers afgekomen, ongeveer de helft ervan in uniform, hetgeen helemaal paste bij de kleur van het beton en de grauwe lucht erboven. En het was koud ook nog. Geen wonder dat alleen al de sloop van het gedrocht in 1992 ruim 32 miljoen Westmark heeft gekost. Bij dat stadion vergeleken was de oude Goffert in Nijmegen een pronkjuweel van verfijnde architectuur.

In het uitvak (mocht het die naam hebben?) was het Legioen met zo’n 100 man aanwezig, voor alle veiligheid omringd door een veelvoud ervan aan Vopo’s. Dat hadden ze, avant la lettre, van de politie uit Nancy geleerd. Midden in het stadion was bij de aanleg een speelveld ontworpen, waarvan de afmetingen min of meer overeenkwamen met FIFA- en UEFA-normen. Het valt Vorwärts niet echt kwalijk te nemen dat er aan het einde van die barre winter echter geen sprietje gras meer tussen de lijnen te bekennen viel. Het was één bruin-grijze steppe, waarvan het bovenste laagje uit modder bestond met daaronder bevroren klei.

Geen wonder dat Coen Moulijn aan Ernst Happel had gevraagd hem alsjeblieft niet op te stellen, want voor voetbal van zijn soort was dit een absoluut onmogelijke ambiance. Zo mocht Theo van Duivenbode uit het trainingspak om er nog het beste van te maken op een terrein dat in feite alleen nog maar geschikt was voor een demonstratiewedstrijd Grieks-Romeins worstelen voor pupillen. Maar wederom verraste de DDR-organisatie ons in positieve zin: zowel voor de wedstrijd als tijdens de rust reed een aantal Russische trucks het veld op, beladen met geel zand en strooizout dat door bereidwillige militairen over het veld werd verspreid. Dat moest de grond wat minder glibberig maken en was ook heel prettig bij slidings en zo. Misschien was het ook wel een idee van scheidsrechter Jones, die aanvankelijk het veld had willen afkeuren.

Hoe dan ook, er werd gespeeld. Het wedstrijdverloop is bekend: in de tweede helft 1-0 door Piepenburg en een minuut later een rode kaart voor Piet Romeijn na een welgeplaatste maagstomp op diezelfde Piepenburg. Voor wat hoort wat. Verder geen noemenswaardige schade en twee weken later werd in Rotterdam met 2-0 het eindresultaat prettig omgebogen.

Van de terugweg kan ik me niets meer herinneren dan dat we met een onbeschadigde Kever zijn thuisgekomen, zo vol als ik was van de ervaringen van de dagen ervoor. Gek misschien, maar ik heb er heimwee naar, die ouwe kouwe DDR.

___________________

Woensdag 4 maart 1970, Walter-Ulbricht-Stadion, 16.00u
FC Vorwärts Berlin – Feijenoord 1-0
Toeschouwers: 19.500
68. Piepenburg (1-0)
Vorwärts Berlin: Zulkowski, Frässdorf, Müller, Hamann, Withulz, Körner, Strübing, Nachtigall, Nöldner, Wruck, Begerad, Piepenburg.
Feijenoord: Treytel, Romeijn, Israel, Laseroms, Veldhoen, Hasil, Jansen, Van Duivenbode (46. Vrauwdeunt), Wery, Kindvall, Van Hanegem.

_______________________

Voor afl.1 : zie 0-5
Voor afl.2 : zie 4-11
Zie ook: Jaap Visser e.a., Willem de voetballer [jubileumboek Willem van Hanegem 70]. Kick Uitgevers 2014, p.94-95
_______________________