Pierre LOONEN

Geduld is een schone zaak, maar soms wordt het beloond. Op 15 november 2015 publiceerde ik een artikel over o.a. Pierre Loonen, een van de criminele zoontjes van gerenommeerd borstelfabrikant Charles Loonen, in het bijzonder over zijn deportatie in 1943 naar Buchenwald. Ik beloofde toen er nog op terug te komen.
Op 17 februari 2017, na 15 maanden dus, kreeg ik zowaar antwoord van het ITS-Bad Arolsen, tussen Dortmund en Kassel, met enkele pagina’s gedetailleerde tekst en nog een 24 scans van documenten hem betreffende. Hier een samenvatting.

Eerder al, op 10 november 2015, ontving ik antwoord van het Archiv Buchenwald met de mededeling dat hij op 18.9.1943 in KZ Buchenwald werd geïnterneerd (eingeliefert) onder registratienummer 21019, en op 15.1.1944 op transport werd gesteld naar KL Lublin (bij KL Majdanek). En op 25 november 2015 volgde een bericht van het Archival Information Research Laboratory, State Museum of Majdanek met identieke persoonsgegevens.
Daar bovenop  kreeg ik nu een afschrift van een brief dd. 18.5.1963 van de Poolse Association des Combattants de la Liberté et la Démocratie (Zwiazek Bojowników o Wolność i Demokracę) aan de F.N.D.I.R.P.*), Amicale d’Auschwitz, 10 Rue Leroux, Paris 16ème, dat er geen persoonsgerelateerde gegevens beschikbaar zijn over de gedeporteerden van Buchenwald naar Majdanek, alleen algemene omstandigheden van transport en verblijf in Lublin/Majdanek. Mogelijk is het op grond van deze brief dat Pierre LOONEN officieel als overleden werd geregistreerd, al zal er een eerdere verklaring zijn geweest die een tweede huwelijk van Marguerite DEMEREAU met Pierre Lucien George SIMON op 29.9.1956 in Désertines (Allier) mogelijk maakte.
______________
*) F.N.D.I.R.P. = Fédération nationale des Déportées et Internés, Résistants et Patriots,
website: http://www.fndirp.asso.fr/

In de bijlage van ITS Bad Arolsen wordt uitgebreid stilgestaan bij het Gestapo-systeem van internering en tewerkstelling, al daterend sinds de Reichstagsbrand van 1933, in 1943 resulterend in het kamp Dora (buitenkamp van Buchenwald, dat sinds ±1.11.1944 kamp Mittelbau ging heten) met 60.000 geïnterneerden, vnl. uit de USSR, Polen en Frankrijk.
De bijlage bevat ook een groot aantal verwijzingen naar andere instellingen, musea en archieven ter zake. Ik vat de feitelijke persoonsgegevens even samen:

Pierre LOONEN (geb. 23.6.1884, Tracy-le-Mont, Oise, wonende 3 Rue St.Jenoch (lees: Senoch), Paris 17e, gehuwd met Marguerite DEMEREAU) werd op 4 juli 1942 door de Sicherheitspolizei-Paris gearresteerd (Kategorie: politisch, Schutzhaft), kwam op 18.9.1943 in Buchenwald aan en werd op 23.10.1943 tewerkgesteld in kamp Dora, van waaruit hij op 15.1.1944 werd overgeplaatst naar Majdanek.
Vanaf daar ontbreekt elk spoor. Velen zijn tijdens dat laatste, inderhaast geïmproviseerde transport onderweg reeds gestorven, anderen in Majdanek zelf. De betreffende archieven zijn verbrand of anderszins verloren geraakt.
Op een van de kaarten met uitgereikte persoonlijke bezittingen (Eigentumsverwaltung) staat zijn handtekening (Die Richtigkeit anerkannt). Op een andere kaart staat hij geregistreerd als Rentner, Vertreter. Op een lijst uit Buchenwald van 18.9.1943 staat hij vermeld als Mechaniker.

Wat nog rest ter naspeuring, zijn drie gegevens:

  • 1. Is hij inderdaad in Lublin aangekomen of onderweg reeds bezweken? Die vraag zal vermoedelijk nooit kunnen worden beantwoord, want het tüchtig registreren vond niet meer plaats en veel archiefmateriaal uit Lublin is vlak voor de bevrijding vernietigd of later spoorloos verdwenen (of berust nog in een of andere Moskovitische bunker).
  • 2. Is er een document op grond waarvan blijkt dat de Burgerlijke Stand in Frankrijk hem officieel heeft gekwalificeerd als “vermist” en/of “overleden”? Dat moet toch ergens te vinden zijn.
  • 3. In september 1956 hertouwt zijn vrouw Marguerite, zelf levend teruggekeerd uit Ravensbrück. Die huwelijksacte heb ik al wel opgevraagd, maar nog niet ontvangen. In de bijlagen zal toch iets moeten staan over de verdwijning van haar eerste echtgenoot, hoop ik.
Kortom: we zijn er nog niet, maar het dossier is sinds vandaag wel aanmerkelijk rijker geworden.

Compiègne tussen Parijs en Vic-sur-Aisne

Het is maar goed ook, kan ik nu op 14 november zeggen, dat ik niet een week later naar Parijs ben gegaan. Ik was er vrijdag 6 november om op de ambassade mijn paspoort te vernieuwen, waarna ik daags erop een lezing moest houden in Vic-sur-Aisne over La vérité et son image.
Tussen die twee evenementen in bezocht ik Compiègne, en dat was alleszins de moeite waard.

Over Parijs kan ik kort zijn. Op de ambassade kon ik me laven aan de Hollandse bureaucratie, maar goed, over een week of wat zal ik mijn nieuwe paspoort wel hebben en dan voor tien jaar onder de pannen zijn. Daarna was mijn gps zo vriendelijk mij, op weg naar Compiègne, een “snelste route” aan te bieden dwars door Parijs, over de Champs-Élysées en de Périphérique, dat alles een aaneenschakeling van files waar ik wonder boven wonder zonder kleer- of blikscheuren na anderhalf uur van verlost was.

Ook over de lezing in Vic-sur-Aisne kan ik kort zijn. Er waren maar enkele tientallen mensen, maar het waren wel experts met wie geanimeerd en zinvol te discussiëren viel, zodat ik er, naast de verkoop van een redelijk aantal exemplaren, ook inhoudelijk veel aan heb gehad.

Compiègne dus, een stad van zo’n 40.000 inwoners tussen Parijs en Vic-sur-Aisne met een historie die terugvoert tot de Gallische tijd, en groot werd (tevens berucht: lees bij Jos Heitmann maar het verhaal over de Carmelitessen die in Compiègne onder de guillotine stierven) in de keizerlijke tijd, zeg maar de 19e eeuw.

Maar eveneens is de stad nauw verbonden met beide Wereldoorlogen. 

Macaber symbool daarvan is de treinwagon vlakbij Compiègne waarin op 11 november 1918 de wapenstilstand tussen Frankrijk en Duitsland werd getekend, maar waarin Hitler ook organiseerde dat er de Franse overgave op 22 juni 1940 werd bezegeld. Lees verder maar oeverloos veel over Compiègne op internet.

Via deze omweg kwam ik weer terug bij mijn genealogische bijvangst van april 2015, het verhaal over de broertjes Robert (1878) en Pierre (1884) Loonen. Zij hadden ook nog een oudere zus, Suzanne (1877) die zich later in hoge adellijke kringen ging bewegen, en nog een jongere broer François (1890), die in Afrika als tolk Engels-Frans, en verder als geroutineerd vechtjas doorontwikkelde. Van die laatste twee weet ik nog onvoldoende om er een doortimmerd verhaal over te kunnen schrijven, maar van de eerste twee juist steeds meer. Om ze even in mijn stamboom te plaatsen: maak vanuit mij een reuzen-paardensprong van 6 omhoog en dan weer 4 schuin omlaag en je bent bij dat kwartet Loonens aanbeland. Ze zitten dus qua generatie in de 10e graad op het niveau van mijn grootouders. te weinig om nog aanspraak op een deel van de erfenis te kunnen maken. Jammer, want de ouders lieten naast het Châteu Loonen en de florerende Etablissements Brosserie Loonen in Tracy-le-Mont, nog een vermogen van meer van FF 10.000.000 na. De drie jongens waren, zoals Fransen betaamt, notoire vechtjassen, namen vrijwillig dienst in het leger, en dachten zo de notabele carrière van hun vader te kunnen evenaren. François deed dat voornamelijk in (Frans) Marokko en Algerije, de andere twee bleven in Europa. In hun vrije tijd zaten deze gewiekste boefjes voornamelijk in het gevang. Van Robert heb ik in het april-artikel al een en ander belicht; nu, na mijn bezoek aan Compiègne, kan ik Pierre wat beter gaan inkleuren. Ik blijf nog wel een tijdje doorzoeken om het naadje van de kous te weten. Volgende boek?

Pierre blijkt toch heel wat minder onschuldig te zijn dan hij in een rechtszaak tegen Robert betoogde. Aan zijn militaire staat van dienst hangt een hele lap kattebelletjes met zijn veroordelingen: 1 maand, 2 maanden, 4 maanden, 6 maanden, 2 jaar celstraf, plus telkens een geringe boete (zeker voor een multimiljonair als hij geweest moet zijn) en terugbetaling van achterovergedrukte zaken. Steeds ging het om vermogensdelicten als diefstal, uitgifte van ongedekte cheques, oplichting, verduistering, alles vallend onder de noemer “abus de confiance”, oftewel “handelen in strijd met de redelijkheid en billijkheid” waaronder het “misbruik van vertrouwen” juridisch in Nederland valt.
Appeltje-eitje dus om hem, met documenten gestaafd, compleet af te zagen. Maar…

Zijn staat van dienst vermeldt ook nog gans andere zaken, en verder onderzoek bevestigt en versterkt dat alleen maar. Aan de leuke kant van de balans: hij mocht, nog student, in 1902 met pa mee naar Japan op zakenreis (waar hij heel wat paniek en malversaties schijnt te hebben veroorzaakt), en in 1910 naar Amerika. Zijn vader bezat een grote borstelfabriek in Tracy-le-Mont met vestigingen wereldwijd en het gezin verkeerde ook in Parijs in de hoogste diplomatieke en adelijke kringen. Tussendoor, van 1905-1907, vocht hij mee in de campagne Algerije.

Aan de minder leuke kant: hij vocht in 1914-1918 aan het Franse noordelijke front en werd in mei 1918 aan de Chemin des Dames krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers. Vier maanden later werd hij daaruit bevrijd en kon hij zijn militaire verplichtingen weer overdroten voortzetten tot hij in oktober 1931 met groot verlof ging.
Of die krijgsgevangenschap zijn verdere carrière heeft gestuurd, durf ik niet te beweren. Wel weet ik dat Pierre vanaf 1927 tot diep in de jaren-’30 regelmatig in de rechtszaal vertoefde en dientengevolge in de gevangenis (“La Santé”, eufemistisch genoeg). Op zijn militaire conduitestaat prijkt dan ook als zijn woonadres per januari 1932 de Prison de la Santé in Parijs. Best mogelijk dat hij om die reden uit dienst is ontslagen, omdat hij bij voortduring niet echt inzetbaar bleek te zijn.

Wat dreef hem zo op het criminele pad? Was dat de onverwerkte oorlogservaring uit 1918, of vond het (ook) zijn oorzaak in de volstrekt onbezorgde jeugd, vol luxe, met miljoenen francs op de bank, zeker na het overlijden van zijn moeder in 1909 en zijn vader in 1913, hetgeen in vergelijkbare gevallen ertoe leidt dat de kinderen zich met al dat vermogen geen raad weten en buitensporig gedrag gaan vertonen, dat zelfs tot criminalteit kan leiden? Ik moet hierbij steeds denken aan de Baarnse moordzaak uit 1960, ook al speelde die zich onder andere omstandigheden af.

Maar het verhaal Pierre is nog niet af. Ik vermoed dat hij in 1939/1940 niet gevangen zat. Wellicht was hij reisagent, zoals op zijn conduitestaat is bijgeschreven, of makelaar in onroerend goed (na zijn geflopte periode als zwendelaar in roerend goed). Wat ik wel weet: in mei 1943 werd hij door de Gestapo opgepakt en in Compiègne geïnterneerd. In die jaren vervulde Compiègne dezelfde rol als Westerbork in Nederland: het was het vertrekstation van de veewagons voor de deportaties naar de Duitse en Poolse kampen. Op 16 september begon voor hem de vier dagen durende reis naar Buchenwald, mogelijk als “politischer Häftling”, maar het kan ook zijn als asociaal of subversief individu – wat maakt het uit. De registers die in het indrukwekkende Mémorial de l’Internement et de la déportation te Compiègne raadpleegbaar zijn, evenals op internet trouwens, vermelden niet meer dan dat hij niet is teruggekeerd en dus vermoedelijk in 1943 in Buchenwald is overleden. Zijn vrouw, eveneens vanuit Compiègne gedeporteerd, maar in 1944 en naar Ravensbrück, is in mei 1945 bevrijd en naar Frankrijk teruggekeerd. Zij hertrouwde in 1956, daarmee de facto het overlijden van haar eerste man bevestigend.
Beide echtelieden staan vermeld op de immense glazen herdenkingswand in Compiègne tussen de andere 40.000 gedeporteerden.

Toch had ik nog zo mijn vraagtekens. Nader speurwerk leidde mij naar de archiefdienst van Buchenwald zelf, van waar ik binnen een paar dagen het volgende bericht ontving:

Sehr geehrter Herr Loonen,
vielen Dank für Ihre freundliche Anfrage an die Gedenkstätte Buchenwald. Nach Durchsicht der uns vorliegenden Unterlagen, die sich leider nur aus einer unvollständigen Sammlung zusammensetzen, können wir Ihnen folgendes mitteilen:
Pierre Loonen (*23.06.1884 in Tracy le Mont) ist im Juli 1943 verhaftet worden. Der Grund ist uns leider nicht bekannt. Anschließend inhaftierte man ihn in Compiegne. Von dort wurde er am 18.09.1943 in das Konzentrationslager Buchenwald eingeliefert.
In Buchenwald wurde P. Loonen als politischer Französischer Häftling mit der Haftnummer 21019 registriert. Es ist unklar, wo genau im Lager er untergebracht war und ob er hier Zwangsarbeit leisten musste.
Am 15.01.1944 ist Pierre Loonen von Buchenwald in das KZ Majdanek bei Lublin überstellt worden. Leider liegen uns keine weiteren Hinweise auf sein Schicksal vor.
Herr Loonen, es tut mir leid, dass wir Ihre Fragen nach dem genauen Haftgrund und dem Verbleib von Pierre Loonen nicht abschließend beantworten können. Um weitere Informationen zu erhalten möchte ich eine Anfrage an den Internationalen Suchdienst (ITS) in Bad Arolsen zu stellen.(…)

Daarop heb ik zowel de ITS als KZ Majdanek aangeschreven, maar op een antwoord wacht ik nog steeds.
Ik heb geduld – ooit komt de waarheid wel boven tafel.

Het valt me niet mee een eenduidig oordeel over een ver familielid te vormen.
Wel weet ik dat ik voor geen goud met hem zou willen ruilen.
Met empathie alleen kom je er niet. Hij mag dan nog zo’n ploert zijn geweest, daarmee verdien je nog niet wat hij in twee Wereldoorlogen heeft moeten meemaken, en uiteindelijk met de dood heeft moeten bekopen.
________________
Nagekomen mededeling: op 17 februari 2017 kwam er antwoord van het ITS. Lees daarrover HIER.