Dauphine 6277 NK 52 (2/2)

Het was niet alleen de tomaatrode kleur die mij zo trok in het autootje. Ook niet de gave, haast wellustige rondingen die zo kenmerkend zijn voor een Renault Dauphine. Wat mij als kind het meeste aansprak, waren de groen-fosfor koplampjes die de Dinky Toy overdag blij deden kijken, en die ’s nachts, samen onder de dekens, hun toverachtig licht uitstraalden. In een echte Dauphine had ik nooit gezeten, en mede daardoor kon dit speeltje zijn bijna mystieke, eigen wereld blijven vormen waardoor ik geheel werd geobsedeerd. Deel 4: bij de club.

Voor Dauphine-onderdelen kun je al met al beter in Nederland terecht dan in Frankrijk. Misschien omdat in Nederland de liefde voor oldtimers breder gecultiveerd is dan in Frankrijk, waar ze oude auto’s bij voorkeur in het weiland laten staan weg te roesten, of er zonder beslommeringen meer doorrijden tot ze erbij neervallen (zoals met veel Eenden en Renaults 4L). Daarom ben ik al jaren lid van de CAR, de Club d’Anciennes Renaults des Pays-Bas, die een groot magazijn heeft in Bergschenhoek waar zowat alles voor de Dauphine verkrijgbaar is. Daarnaast heb ik nog enkele andere adressen in Nederland waar ik zo nu en dan onderdelen bestel.
Heel soms slechts kan ik voor een specifiek onderdeel in Frankrijk terecht, meestal op beurzen, brocantes of oldtimer-exposities, maar dat is dan bij toeval en levert onderdelen op die ik eigenlijk nog helemaal niet nodig heb, maar waarvan een exta exemplaar nooit verkeerd is.

Naast deze onderhoudgerichte adressen bestaan er in Frankrijk, net zoals in Nederland, clubs voor oldtimerbezitters. Soms zijn die beperkt tot één bepaald merk of zelfs type. Toen er bij ons in de buurt eentje werd opgericht (eigenlijk heropgericht na een aantal jaren een slapend bestaan te hebben geleid), werd ik daar meteen lid van. Les Belles Années telde zo rond de 20 leden/oldtimers van allerhande slag. Het bleek een club te zijn waar gezelligheid in feite het hoofdbestanddeel vormde, hetgeen zich, naast een jaarvergadering, uitte in het deelnemen aan toertochtjes. Dat houdt in dat iemand van de club een leuke bezienswaardigheid in de regio weet te melden en dat de stoet oude auto’s daar dan heen tuft, liefst met een picknick ergens onderweg, zodat 80% van de autobezitters toeterzat de tocht vervolgt.

Oprichtingsvergadering Les Belles Années,
Tableau de la Troupe, Gyonvelle 2009

Hoewel deze club wel iets had, zaten er toch heel wat nadelen aan vast. Het eerste was dat ik er eigenlijk niet op zat te wachten de Dauphine met regelmaat aan een slijtageslag te onderwerpen, maar juist ernaar op zoek was een plek te vinden waar ik die auto kon onderhouden en verbeteren. Dat bleek bij Les Belles Années niet mogelijk. Het tweede nadeel was nog iets stuitender: na één jaar was er in totaal één tripje gemaakt naar twee musea en een glasblazerij. Daarna ontbrak het aan het nodige organisatie- en communicatievermogen om tot meer te komen. Het betekende dat je wel je € 20 jaarcontributie mocht betalen, met een cheque die dan na dik drie maanden eens een keertje werd geïncasseerd, maar dat je daarvoor helemaal niks meer terugkreeg. Dan ben je er gauw klaar mee.

In de regio vond ik snel een andere club, Les Pistons du Bassigny, veel groter, met een goed draaiende organisatie en met steevast elke maand (feb-okt) een evenement. Dat kan een uitstapje zijn (de alcoholconsumptie daartijdens is bepaald niet geringer dan bij Les Belles Années) of een manifestatie, zoals de grote rassemblement in Montigny-le-Roi op 30 september 2012, waarbij ik, eenmaal gebombardeerd tot clubfotograaf, een groot aantal foto’s heb gemaakt die via deze link nog te zien zijn, net zoals mijn fotoproductie van de jaren erna. Er stonden die dag alles bij elkaar meer dan 100 oude voertuigen opgesteld, en naar het schijnt kwamen er meer dan 800 mensen op af om te kijken.

Damblain (88), 22 juli 2012;
uitstapje met Les Pistons du Bassigny

Daarnaast levert deze club mij enkele contacten op die nuttig zijn voor het onderhoud van de Dauphine en voor het verkrijgen van nuttige informatie, nieuwe of gebruikte onderdelen en een aantal faciliteiten voor reparaties. Kortom, de nu bijna 53 jaar oude Dauphine zal het op deze manier nog heel lang uithouden, mede tot genoegen van de vele mensen die onderweg  ernaar zwaaien, of er op een parkeerplaats een praatje over komen maken (“Het was de eerste auto die mijn ouders destijds kochten” en zo).
Het blijft genieten. 

Voor vorig bericht: klik HIER.