Domweg de Amstel uit

Ik zou er nooit op zijn teruggekomen, die duik van motorwagen 263 van lijn 4 die vanuit de Bakkerstraat domweg de Amstel in dook, als ik niet bij toeval het themanummer over verkeer in Amsterdam van het maandblad Ons Amsterdam uit februari 1951 in handen kreeg, waarin onderstaande foto prijkt. Die foto is er eentje uit een reeks foto’s die van dat ongeval bewaard zijn gebleven; ik heb er inmiddels 7 kunnen opsporen, en wie er goed naar kijkt, kan er ook veel details op ontdekken.
Het nummer van Ons Amsterdam is om nog een andere reden interessant, dus ik wijd er maar even een apart berichtje aan.

Allereerst de 263 die uit de Amstel wordt getrokken. Die kraanwagen is ook al voor een deel te zien op een van de foto’s uit mijn eerdere bericht. Ons Amsterdam meldt op p.70: “Kort na de oorlog bleek het mogelijk uit een dump voor een spotprijs een 15-tons Mack-kraanwagen aan te schaffen. Het gevaarte was practisch in staat van nieuw en werd in de blauwe politiekleur overgespoten. Al spoedig bleek de wagen een onschatbare aanwinst voor de politie te zijn en het aantal gevallen, waarin zij spoedig en voldoende hulp heeft verschaft, is legio”.

Tien jaar later, in 1960, werd de 263 als een van de laatst overgebleven grootbordeswagens, gesloopt. Zie het uitgebreide artikel van Cor Fijma over de hele reeks Amsterdamse grootbordessers.

De eigenlijke reden waarom ik genoemd themanummer van Ons Amsterdam aanschafte, was de door mij eerder al, onder het kopje ‘Stoplichten’, opgeworpen vraag of de verkeerslichten op de hoek Overtoom-Anna Vondelstraat er begin jaren-’50 al stonden, maar niet werkten, of dat zij opnieuw werden geplaatst en in werking traden. Ik krijg de indruk dat ze er al stonden, maar een tijd lang buiten werking waren. Ik citeer Ons Amsterdam, p.48-49, een artikel van W.F. Tielrooy: “In 1942 kwam weliswaar de reeds in 1939 geprojecteerde installatie Overtoom tot stand, doch deze is maar zeer korte tijd over de hele linie in werking geweest; tot op vandaag de dag (februari 1951 dus. ljml) zijn nog steeds niet alle lichten in bedrijf! Al spoedig bleek toch dat de intensiteit van het verkeer de aanleg van deze installatie niet rechtvaardigde, met als gevolg nodeloos oponthoud en terecht klachten van de zijde van de weggebruikers. Ook thans nog zou de politie, niettegenstaande het motorisch verkeer ongeveer de dubbele intensiteit heeft van voor de oorlog, vermoedelijk niet tot signalering van de Overtoom, afgezien dan van van de kruispunten Overtoom/Stadhouderskade en Overtoom/1e Constantijn Huygensstraat, en wellicht óók nog afgezien van het kruispunt Overtoom/J.P. Heijestraat, overgaan.
Rest over het tijdvak 1940-1945 nog te vertellen, dat in het kader van de verduisteringsmaatregelen de lampen der verkeerssignalen tijdens duisternis in plaats van op 220 V op 60 V brandden, dat de lichtsignalen op een groot aantal kruispunten moesten worden gedoofd tengevolge van het door het publiek als schoenzolen aanwenden van de rubber matten van de verkeersdrempels en dat tenslotte eind 1944 alle installaties uitvielen, daar het Gemeente-Energiebedrijf de stroomvoorziening staakte”.
Ze stonden er dus vermoedelijk al, op het kruispunt Anna Vondelstraat, maar gingen na 1951 ‘opeens’ branden, en dat was wat mij toen zo fascineerde.
Overigens vermeldt het artikel ook dat in Amsterdam in oktober 1947 alle verkeerslichten weer in werking waren, behalve nou juist die op de Overtoom.

Dit alles dus ter aanvulling van eerdere berichten.

 

 

 

Domweg de Amstel in

Het gebeurde op 6 september 1950. Grootbordes-motorwagen 263 met bijwagen 750 rijdt van het Rembrandtplein door de Bakkerstraat en moet dan afremmen om de uiterst scherpe bocht naar links te maken, langs de Amstel verder naar de Munt. Maar Grootbordes-motorwagen 263 remt niet – of niet voldoende, schiet rechtdoor de rails uit, ramt een auto, duwt die de Amstel in en duikt er vervolgens zelf achteraan, met de neus op het dak van de auto.
Daags erop stond deze foto in de krant. Mijn broer Piet, die helemaal tramgek was, hield een schriftje bij waarin hij allerhande krantenknipsels over trams plakte, en deze foto zat als een van de eerste in dat schriftje. De Hans Aarsman in ons kan zien dat de foto is genomen door een journalist te water. Of door een fotograaf van de gemeentepolitie. In ieder geval vanaf de Amstel. Dat op zich is al een bezienswaardigheid, anno 1950. We zien dan ook dat van de ruim 30 zichtbare mensen die op het ongeluk zijn afgekomen ongeveer de helft helemaal geen oog meer heeft voor de 263, waar verder ook niets meer aan te zien is, maar meer is geïnteresseerd in de fotoboot die aan komt varen. De jongetjes helemaal rechts, bang dat de fotograaf geen groothoeklens gebruikt, schurken zo veel mogelijk richting tram om toch maar in beeld te komen. Opvallend ook, zeker voor Amsterdam, is dat er niet uit elk raam allerhande mensen nieuwsgierig naar buiten hangen te kijken. Alleen op het hoekhuis, eerste etage, wordt er een gordijn wel erg opzichtig opzij gehouden. Op het balkon van het huis ernaast, waar nota bene nog een stoeltje en tafeltje gereed staan, is geen mens te bekennen.

Ik herinner mij nog deels het onderschrift bij de foto in Dagblad De Tijd van 6 of 7 sepember 1950; dat eindigde met de nuchtere vermelding “… Zes passagiers die zich op het voorbalcon bevonden, liepen natte voeten op”

Van het ongeluk zijn meer foto’s bewaard gebleven.

Op http://www.amsterdamsetrams.nl/lijnen/lijn4.htm staan bovenstaande foto’s. Nog twee andere zijn te vinden op de BeeldbankAmsterdam (http://beeldbank.amsterdam.nl/beeldbank/indeling/detail/start/6?q_searchfield=tram%20amstel; zoeken op “tram Amstel”). Daar is ook de oudere dame op één hoog te zien die het gordijn opzij houdt. Een nagekomen aanvulling staat HIER.
In 1999, bij gelegenheid van het overlijden van mijn broer, kwam mij de krantenfoto weer voor de geest en ik wilde er meer van weten. Het GVB gebeld, maar de meesten waren nog niet geboren ten tijde van de duik van Grootbordes-motorwagen 263. Eén iemand wist mij echter een saillante anecdote te melden. Op het moment dat de tram door de Bakkerstraat reed, stonden er voorop het balkon zes meiden te sjansen met den wagenbestuurder, die als gevolg daarvan van geen remmen meer wist en pardoes zijn voertuig de Amstel in dirigeerde. Aha! Dat stond er in de krant niet bij. Verder kon het GVB niets meer voor mij doen dat mij door te verwijzen naar prof.dr. Duparc aan de TU-Delft (men leze zijn necrologie op https://ch.tudelft.nl/vereniging/ereleden/prof-dr-hja-duparc). Jarenlang was hij de absolute goeroe, onder meer waar het ging om Amsterdamse trams, met een fabelachtig geheugen. Aan de telefoon vertelde hij mij dat die anecdote inderdaad de ronde deed, maar toch nooit is bevestigd; eerder zou het ongeluk te wijten zijn geweest aan een technisch mankement van de remmen van de 263. Een andere anecdote bevestigde hij wel: naar aanleiding van, of in ieder geval kort na dat ongeluk werden in alle Amsterdamse trams de bordjes “NIET SPUWEN OP HET VOORBALCON” vervangen door “NIET SPREKEN MET DE BESTUURDER TIJDENS DE RIT”. Kort na het overlijden van Herman Duparc (2002) plaatste De Volkskrant de foto die hierboven staat bij een in memoriam. Opdat wij niet vergeten. Er circuleert nog een derde anecdote, te vinden op de website amsterdamsetrams.nl. De auto die door de 263 de Amstel in werd geduwd, behoorde toe aan iemand van het slopersbedrijf dat verantwoordelijk was voor de sloop van de Union-rijtuigen, de voorlopers van de Grootbordeswagens waarvan de 263 er een was. Zo nam, aldus de website, de 263 wraak voor de sloop van zijn oudere collega’s.

Een jaar geleden heb ik nog op de weblog van Huub Mous (http://www.huubmous.nl/2011/12/11/ongelukken-in-amsterdam/) over o.a. dit ongeluk met hem van gedachten gewisseld, mede om hem deelgenoot te laten zijn van de geboorte van mijn poëtische ontboezeming, een pastiche op J.C.Bloems “Dapperstraat”:


De grootbordes-motorwagen 263, als sinds 1913 in gebruik, heeft het ongeluk overleefd. Zo werd hij later (1955) nog op een zondag ingezet op lijn 23 voor het drukke transport van supporters naar het Olympisch Stadion.

 

 

In 1956 werd de hele reeks hernummerd tot de 12xx, zoals hier de 1236 als lijn 16 bij het Haarlemmermeerstation in 1959, één jaar voor de sloop – de gelede tramstellen, waarvan je er rechts nog net eentje ziet verdwijnen, maakten de grootbordessers verder overbodig.
Let vooral ook op de Dauphine, links van de 1236. Want alles heeft met alles te maken.