Voetbal? Bah!

Toen in maart 2001 nevenstaande VPRO-gids bij ons in de bus viel, zo herinner ik me nog, had ik het aanvankelijk niet in de gaten en dacht ik dat er een serieuze programmapagina op de voorkant was afgedrukt.
Beetje saai en fantasieloos dus.

Bij nadere beschouwing bleek ik er, zo meldt Herman Zjuiphof, toch weer ingetuind.

 


Ik had dit nummer van de VPRO-gids altijd bewaard en vond het bij opruimen afgelopen weekend weer eens terug. Omdat sommigen van jullie het nummer misschien niet hebben bewaard, of zelfs nooit ontvangen, geef ik die voorpagina hier onverkort en zonder verder commentaar weer.

Het is humor van het kaliber van het tegenscript, een andere oude voorpagina (of binnenpagina – weet ik niet meer) van de VPRO-gids, eerder op deze weblog gepresenteerd.

 

VI donc

Aanvankelijk wist ik niet of ik me gestreeld of belazerd moest voelen, toen ik in de VI nr.46/2014 op blz. 75, onder de kop “Kille bedoening in Berlijn” opeens allerhande zinswendingen tegenkwam die ik o.a. HIER al twee jaar eerder uit mijn eigen pen had laten vloeien.
Na de opmerkingen van VI-hoofdredacteur Tom van Hulsen, die op mijn derde ophelderingsmailtje aan VI uiteindelijk wèl reageerde, wist ik het zeker: hier is gejat door redacteur Iwan van Duren.

Boze tongen beweren dat die wel vaker van andermans bordje eet, maar daarvan heb ik geen bewijs, behalve dan in dit geval. Van Hulsen komt niet verder dan “Ik heb de desbetreffende VI er even bij gepakt en ik begrijp nu dat het gaat om een bijschrift in een fotodocument dat we destijds publiceerden. In dit bijschrift (het behelst niet meer dan zo’n duizend lettertekens) zie ik inderdaad een paar overeenkomsten met uw tekst, maar het gaat dan puur om informatie die vrijelijk beschikbaar is en dus voor iedereen te gebruiken. Ik zie dan ook geen enkele reden dit als plagiaat te bestempelen. Het spijt mij dat er binnen VI niet eerder op uw mails is gereageerd.”
Fi donc, VI, fi donc.
Vergelijk beide teksten en oordeel zelf:

Ik schreef: Nederland had de DDR nog niet eens erkend; dat gebeurde pas begin 1973. Maar het Uefa-lot had begin 1970 toch twee Nederlandse clubs gekoppeld aan teams uit dat niet bestaande land. De ene moest het opnemen tegen Carl Zeiss Jena, voor Feijenoord kwam FC Vorwärts Berlin uit de koker.
VI schrijft: Nederland heeft de DDR nog niet eens erkend in 1970, toch moet er dan tegen een club uit dat land worden gespeeld.

Ik schreef: Geen wonder dat Coen Moulijn aan Ernst Happel had gevraagd hem alsjeblieft niet op te stellen, want voor voetbal van zijn soort was dit een absoluut onmogelijke ambiance.
VI schrijft: ‘Hier kan ik niet spelen, mijnheer Happel’. Zonder Coen Moulijn treedt Feyenoord tegen Vorwärts Berlin aan.

Ik schreef: om er nog het beste van te maken op een terrein dat in feite alleen nog maar geschikt was voor een demonstratiewedstrijd Grieks-Romeins worstelen voor pupillen.
Iwan van Duren maakt daarvan: een veld dat meer geschikt lijkt voor ijsspeedway.

Ik schreef: Het wegdek bestond overigens niet uit beton of asfalt, maar uit bakstenen klinkers en er gold over het hele traject van bijna 200 kilometer een maximumsnelheid van 60 km/u.
Iwan de Verschrikkelijke heeft niet goed gelezen; hij schrijft: De meegereisde fans hebben met zestig kilometer per uur over bakstenen snelwegen gereden.
Punt één: er was maar één snelweg/transitcorridor van Helmstedt naar Berlijn en punt twee: je mocht maar 60, maar we reden 80, zoals ik fijntjes uit de doeken doe in mijn artikel, met een kostbare bekeuring als gevolg. Goed spieken is een vak apart.

Ik schreef: In het uitvak (mocht het die naam hebben?) was het Legioen met zo’n 100 man aanwezig, voor alle veiligheid omringd door een veelvoud ervan aan Vopo’s. (…) Op deze wedstrijd waren nog geen 20.000 bezoekers afgekomen, ongeveer de helft ervan in Vopo-uniform.
In de VI wordt daar kortheidshalve van gemaakt: (De meegereisde fans) zitten nu tussen duizenden militairen te kijken (…)

Ik schreef: Zowel voor de wedstrijd als tijdens de rust reed een aantal Russische trucks het veld op, beladen met geel zand en strooizout dat door bereidwillige militairen over het veld werd verspreid. Dat moest de grond wat minder glibberig maken en was ook heel prettig bij slidings en zo. Misschien was het ook wel een idee van scheidsrechter Jones, die aanvankelijk het veld had willen afkeuren.
VI husselt wat en komt dan met: Als scheidsrechter Jones uit Wales de wedstrijd dreigt af te gelasten, komen er al snel vrachtwagens met strooizout en geel zand op het veld.
(NB: merk de fijnzinnige inversie op:  ”geel zand en strooizout” wordt “strooizout en geel zand”. Een stijlfiguur van waarlijk grote klasse!)

Ik schreef: In de tweede helft 1-0 door Piepenburg en een minuut later een rode kaart voor Piet Romeijn na een welgeplaatste maagstomp op diezelfde Piepenburg. Voor wat hoort wat. Verder geen noemenswaardige schade en twee weken later werd in Rotterdam met 2-0 het eindresultaat prettig omgebogen.
In de déjà-VI-versie wordt dat: Het duel eindigt in 1-0 voor de Oost-Duitsers. Piet Romeijn krijgt ook nog rood. Twee weken later wint Feyenoord met 2-0 in De Kuip.

Toch knap van de hoofdredacteur die de betreffende VI even erbij heeft gepakt en constateert dat er “inderdaad een aantal overeenkomsten met uw tekst” zijn.
Voor een betrouwbaarder en vooral origineler sfeerbeeld van die wedstrijd en wat zich eromheen afspeelde, sla ik mijn verslag toch net ietsje hoger aan dan het goedkope tweedehandsje van “niet meer dan zo’n duizend lettertekens” dat IvD gratis naar zich toe durfde te trekken. 

En over die quizvraag moet je zelf nog maar even nadenken. Misschien valt er een gratis VI-abo mee te verdienen.

 

 

 

 

 

Onze ogres

Op III Gym plakte ik in mijn schoolagenda begin februari 1963 bijgaande foto die ik uit een krant had geknipt, in plaats van op die plek mijn huiswerk te noteren. Onze ogres venus de Hollande (Elf menseneters uit Nederland gekomen). Met al zes jaar Frans in mijn schoolbagage lukte het me aan die schandaleuze titel toe te voegen: “ont battu Reims 0-1″, want dat was de uitslag op 6 februari 1963 in Parijs. Bij de return op 13 maart (1-1) was ik een van de 65.000 toeschouwers en dat was de allereerste keer dat ik in De Kuip kwam, samen met Michel door mijn vader vanuit Amsterdam naar Rotterdam vv. gereden. Van de wedstrijd zelf kan ik me eigenlijk niets meer herinneren; van de geweldige sfeer in die bomvolle Kuip echter des te meer.

De agenda heeft het al vele jaren geleden geschopt tot het ronde archief, maar in het kader van mijn medewerking aan het in de maak zijnde Feyenoord-XXL-boek, waarin mijn DDR-avontuur een plek zal krijgen, wilde ik per se ook die Reims-wedstrijden en vooral die beruchte mensenetersfoto weer ter beschikking hebben. Oeverloos gegoogled, tot ik uiteindelijk succes had bij delpher.nl met zoeken op trefwoorden ‘Feyenoord’, ‘menseneters’ en ’1963′. De foto bleek te zijn gepubliceerd in dagblad De Tijd-Maasbode, de krant waarop wij thuis waren geabonneerd. De redactie van het XXL-boek spoorde mij aan te zoeken naar de originele Franse bron, enerzijds omwille van een betere scan van de foto, anderzijds om de oorspronkelijke Franse tekst te pakken te krijgen, waarvan ik hun meteen ook beloofde een Nederlandse vertaling te bezorgen. De speurtocht naar nummer 81 van Sport & Vie uit 1963 leverde al vlot een drietal aanbiedingen op Ebay op, waarvan eentje wat gunstiger geprijsd en ook binnen een week per post in de bus ontvangen. De kwaliteit van de beruchte foto bleek inderdaad aanmerkelijk beter, dus alleen daarom al was de aanschaf de moeite waard.

De chocoladekop bij het artikel, waartoe zelfs De Telegraaf zich niet zou verlagen, bleek bij lezing van de tekst echter als een tang op een oud wijf te slaan. Het hele verhaal was in feite een becommentarieerd interview met Elek Schwartz, de toenmalige bondscoach van het Nederlands elftal, die als tot Fransman genaturaliseerde Hongaar over voldoende kennis van zowel het Franse als Nederlandse voetbal beschikte. Zijn vakkundige boodschap was helder: Reims moet oppassen Feyenoord te onderschatten, gelet op de voortreffelijke kwaliteiten van de Rotterdamse spelers en hij concludeerde dat de wedstrijd in Parijs wel eens op een Reimse deceptie zou kunnen uitlopen. Hij kreeg gelijk. Het commentaar bij het interview sluit daar naadloos op aan: Feyenoord is hofleverancier van het Nederlands elftal, de spelers zijn atletisch, technisch en tactisch van hoog niveau, en, een beetje met de haren erbij gesleept, zet het artikel er nogal erg zwaar op in dat de Feyenoorders gemiddeld 4 centimeter langer zijn dan hun Franse opponenten. Alsof je daarmee een gewonnen wedstrijd speelt.
De waarschuwing echter dat Kruiver een “danger public” is, een gevaar voor iedereen, was echter geheel op zijn plaats: hij scoorde in de terugwedstrijd in Rotterdam de 1-0, die uiteindelijk Feyenoords succes in het tweeluik zou betekenen. Op de foto hiernaast (bron: Anefo) is het overigens Pieters Graafland die in die wedstrijd een doelpoging van Raymond Kopa onschadelijk maakt.

Deze terugblik op wedstrijden van 52 jaar geleden is allerminst bedoeld om de belabberde reeks te verbloemen die Feyenoord nu de afgelopen weken op de mat heeft weten te leggen. Geef de trainer maar de schuld, of de zo vele spelers die ver onder hun niveau acteerden.

Elek Schwartz had het bij het rechte eind met zijn analyse van destijds. Maar de Feyenoorders waren alles behalve menseneters. Toen niet, in 1963, en nu nog steeds niet.
Dat wilde ik nog even hebben gezegd.

 

Haarziekte

Een taalfoutje kan er altijd wel insluipen. Overkomt het mij, dan word ik daar graag door een lezer op gewezen. Als ik bij een ander hetzelfde doe, en dan tegen een muur van massieve domheid aanloop, is een nieuw artikel al voor de helft geschreven. Zo dus ook nu.

Op zoek naar een bruikbaar speelschema voor het WK-voetbal kwam ik terecht op www.oranje-wk2014.nl. Op de betreffende pagina stiet ik op het zinstuk “Het Nederlands elftal speelt haar eerste wedstrijd op 13 juni”. Even verder kijkend op diezelfde schermpagina kwam ik nog tal van taalfouten en verkeerde informatie tegen. Zie een deel van de betreffende pagina hiernaast met in kader mijn correctievoorstellen. Ik daarom door naar het tabblad CONTACT, waar een contactformulier ter invulling wordt aangeboden. Ik wilde niet al te zeikerig overkomen, en beperkte me maar tot die ene haarziekte met de melding dat elftal, net als alle het-woorden, onzijdig is waarnaar dus niet met haar, maar met zijn dient te worden verwezen.

Zeer correct kreeg ik vrij snel een antwoordmail terug, zij het anoniem: Beste Nard, Het woord elftal is vrouwelijk, waardoor je automatisch ‘haar wedstrijd’ krijgt. Hopend je hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Groet, Team Oranje WK 2014”.

Mijn lachbui duurde niet eens bijster lang, want dit was te gek voor woorden. Zes minuten later had ik mijn antwoord verstuurd: Ga mij als taalkundige eens uitleggen sinds wanneer, en volgens welk woordenboek of welke grammatica HET-woorden opeens vrouwelijk zijn, na al van voor de middeleeuwen altijd onzijdig geweest te zijn? Wat gaan we nu krijgen?”

Het anoniem (vr.?) had acht minuten nodig om haar ware aard te tonen: Beste Nard, De Nederlandse grammatica heeft pas veel later dan de Middeleeuwen ontwikkeld (het anoniem bedoelt: heeft zich ontwikkeld, maar dit terzijde). Dus waar haal jij de wijsheid vandaan dat het voor de Middeleeuwen altijd onzijdig is geweest? Kijk daarnaast maar eens goed naar andere bronnen, voordat je ons de les gaat lezen. Iedere fatsoenlijke bron gebruikt namelijk ‘haar’. Veel succes met het schrijven van je weblog, Nard. Met vriendelijke groet, Team Oranje WK 2014”.

Het ontgaat mij een beetje wat je onder “iedere fatsoenlijke bron” moet verstaan. Is Van Dale (“dat huis is zijn dak kwijt”) een fatsoenlijke bron? Of anders misschien de ANS (“‘Het bestuur heeft haar besluit genomen’ (…) Deze manier van verwijzen wordt echter nog niet algemeen als correct beschouwd. Wie op dit punt geen problemen wil, kan dit gebruik daarom het beste vermijden.”; p.284-285)? Of wellicht de website van de KNVB (Zo liggen er Oranjeveldjes in de steden Amsterdam, Eindhoven en Rotterdam, waar het Nederlands elftal het leeuwendeel van zijn interlands speelt”)?

Dik 34 jaar ervaring voor de klas met moedertaalonderwijs heeft me geleerd dat als een auteur het met de taalvorm niet zo nauw neemt, de inhoud van de tekst veelal ook navenant onbetrouwbaar is. En ja hoor. Het blijkt al meteen uit het hierboven afgebeelde fragment.
Naast twee enkelvoud-/meervoudfouten en een drietal school voorbeelden van het modieuze anglicisme om samen gestelde woorden niet aan elk aar te schrijven, meldt het anoniem (vr.?) dat op 12 juni de openingswedstrijd Brazilië - Mexico plaats vindt. Wie dat eerste duel heeft gezien, of wie verder op de pagina kijkt, weet dat het Brazilië - Kroatië was.

Wat nauwlettender zoeken op de site zal nog wel meer stuitends opleveren. Ik beperk me maar even tot de pagina “Historie WK voetbal”, onder het tabblad “WK2014”. Daar staat, zonder verdere bronvermelding of enig onderschrift, foto 695, overduidelijk genomen in het Olympisch Stadion van Amsterdam. Even googelen, en de hulp van Jaap Visser inroepen, en het blijkt een foto te zijn van Elsevier/Spaarnestad Photo uit 1928, onder meer te vinden op www.hetgeheugenvannederland.nl. Zie hiernaast.

 

1928? Amsterdam? WK-voetbal? Het eerste WK voetbal vond plaats in 1930 in Montevideo (Uruguay) en nooit is er in Amsterdam een WK-wedstrijd gespeeld. Wat de anoniem en zonder bijschrift gepubliceerde foto op www.oranje-wk2014.nl afbeeldt, is een redding van de Uruguyaanse keeper Andrés Mazali (met rechts in beeld de Uruguyaanse vedette José Leandro Andrade) tijdens de replay op 13 juni 1928 in Amsterdam van de Olympische finale voetbal Uruguay-Argentiniè (2-1, nadat de eerste wedstrijd op 10 juni, ook na verlenging, in 1-1 was geëindigd). Kortom: de “Historie WK voetbal” wordt opgeleukt met een foto die met het WK voetbal niets heeft te maken. Wat er onderaan de foto allemaal is weggephotoshopt, is mij niet bekend.

Vorm en inhoud, ze zijn onlosmakelijk.

Gelukkig heeft het anoniem van www.oranje-wk2014.nl ook omstandig gedacht aan de heterofiele medemens (m.) die niet van voetbal houdt. Onder het tabblad “WK Babes” tref je een pinacotheek aan van de meest gore geilheden waaraan je je kunt bevredigen, mocht je op al die voetballers zijn uitgekeken. Met het WK-voetbal hebben ze namelijk evenveel te maken als bovenstaande foto. Je kunt maar ergens je brood mee moeten verdienen.

Het mens is vrouwelijk. Het wijf en het katijf ook. Het kind in zeker de helft van de gevallen. Het menstruatieprobleem, bv. van die WK-Babes, is in feite ook typisch vrouwelijk. Toch moet het anoniem (eraan) geloven dat het echt niet haar haar is; het moet zijn zijn.

 

 

 

Delpher haalt oud goud naar boven

Kijk eens. Nu is er www.delpher.nl waar in vele miljoenen gedigitaliseerde pagina’s uit boeken, kranten en tijdschriften van 1618 tot bijna 2000 online kan worden gesnuffeld, gezocht en gevonden.
Met dank aan onze onvolprezen Koninklijke Bibliotheek e.a. die ons dat mogelijk hebben gemaakt. Ik heb het getest, en het werkt. Lees rustig verder.

Een tijd terug heb ik oeverloos gezocht, en vele anderen daarbij ingeschakeld, om artikelen boven water te krijgen over de watersnoodramp in Tuindorp-Oostzaan in 1960 en de benefietwedstrijd Amsterdam-Rotterdam (17 feb.; uitslag 4-11) die erop volgde. Een schamel resultaat heb ik bijeen geschreven op http://nardloonen.nl/2012/11/16/4-11-dat-levert-wat-op/.

Nu is er dus www.delpher.nl. Het vinden van de juiste trefwoorden, niet te veel en niet te weinig, is vaak een kwestie van uitproberen. Ik zocht op krantenartikelen uit de periode 1.2.-20-2.1960 met trefwoorden “Amsterdam” en “Rotterdam”. Dat leverde al met al 439 treffers op, waaronder vooral scheepvaart- en marktberichten. Maar toch ook een rijke oogst aan tien artikelen die ik nog niet kende: uit De Tijd-Maasbode, De Friese Koerier, Het Vrije Volk, De Telegraaf en De Waarheid. Vreemd genoeg vond ik niet de artikelen uit De Nieuwe Noordhollandse Courant en De Leeuwarder Courant, die in mijn eerdere artikel staan opgenomen.

Ik zal keurig netjes negen van die tien artikelen hier plaatsen. Omdat ik erop zocht, staan de woorden Amsterdam en Rotterdam geel gemarkeerd. Krant en datum zitten in de bestandsnaam verwerkt. Voor scherper afbeeldingen moet je zelf maar bij Delpher op zoek gaan. Het tiende artikel gaat over een parallel aan deze wedstrijd gespeelde wedstrijd tussen leden van de sportpers en een artiestenelftal op het terrein van de Meteoor in Noord. Dit artikel staat in De Telegraaf van 16 feb.1960 op p.11, naast het andere, hier wel geplaatste artikel op die pagina.

Opvallende details: eindelijk heb ik nu ook de (basis-)opstelling van Amsterdam, die tot nu toe niemand mij kon bezorgen, en weet ik dat Sjaak Swart uitviel en werd vervangen door Arie den Ouden. Verder het nogal breed uitgemeten probleem rond Kees Rijvers die uit Feijenoord-1 was gezet, maar nu wel met Rotterdam mocht meedoen. Voorts de krijsende oproep in De Telegraaf van 2 feb.: “Het Stadion Moet Vol!”, al moet ik eraan toevoegen dat het verslag in die krant op 18 feb. mij nog de meeste informatie bood. Ten slotte: het valt op dat de Amsterdamse opstelling op 2 feb. in drie kranten wordt prijsgegeven (Tijd-Maasbode, Vrije Volk en Waarheid), maar dat die artikelen compleet identiek zijn. Kennelijk zo van de ANP-telex geplukt.

Het meest gelukkig ben ik nog met de melding in De Telegraaf van 18 feb. dat het tobbende TOB 15 ballen had gekregen. Ik had dat ook in mijn artikel vermeld, maar helemaal niemand, zelfs niet bij TOB zelf, kon zich daarvan ook maar iets herinneren.

Altijd fijn om een bewijs van je eigen gelijk te vinden.

 

 

Frozen Final in Luik

Voor de spanning had ik het hele eind naar Luik niet hoeven te rijden, afgelopen zaterdag voor de Belgische bekerfinale (de Frozen Final) tussen Herentals en Leuven. Zoals iedereen wel had zien aankomen, werd het een overlopertje voor Herentals dat na afloop met een klinkende 10-2 overwinning op zak de beker in ontvangst mocht nemen. Dat zo’n rit op en neer naar Luik desondanks wel de moeite is, heeft meer te maken met de stad zelf, zie mijn verslag elders op deze weblog, en met het feit dat je weer een hoop nuttige contacten hebt met bestuursleden, spelers, journalisten, … En goede contacten zijn er om warm te houden.

En ik ging natuurlijk om eindelijk eens die ijshal van binnen en in vol bedrijf te zien. Dat op zich was al zeker de moeite waard, zoals ik in mijn andere Luikse artikel al liet doorschemeren. Het enige waarin ik danig werd teleurgesteld, was de kwaliteit van de geluidsomroep. Door de vele gladde oppervlakken galmde het geluid enorm en de speaker kwam bepaald niet verstaanbaar over boven het geluid van de toeschouwers en hun toeters uit. Gelukkig ging alles, het blijft België, in twee talen, zodat je in ieder geval steeds een herkansing kreeg.

Het enorme krachtsverschil tussen beide teams is een goed voorbeeld van de problematiek binnen het Belgische ijshockey: er zijn een paar veel te goede teams en een paar veel te slechte om een normaal en beetje spannend competitieverloop te kunnen waarborgen. Ter illustratie: momenteel is de stand boven- en onderaan de hoogste divisie, de Elite League, waaraan ook het tweede team van Herentals deelneemt:

  • 1 Leuven: 16 gespeeld, 45 punten, doelcijfers 179-34
  • 2 Turnhout: 15 gespeeld, 39 punten, doelcijfers 158-44
  • 9 Charleroi: 14 gespeeld, 9 punten, doelcijfers 62-183
  • 10 Gullegem: 14 gespeeld, 0 punten, doelcijfers 32-145

Thijs van Laere (links) en Jens Engelen kraaien na afloop victorie

De kleine van Matt Crowell kan alvast wennen aan gouden medailles

Herentals steekt daar met zijn eerste team dan nog eens met kop en schouders bovenuit. Dat noopte de Belgische bond tot een aantal kunstgrepen. Een daarvan was dat het team niet deelneemt aan de Belgische, maar aan de veel hoger aangeslagen Nederlandse competitie, waar het goed meedraait in de middenmoot met de aantekening dat op de huidige topscorerslijst twee Herentalsspelers bovenin te vinden zijn: Matt Crowell op plek 1 (36 goals+29 assists=65) en Tyler Melancon op plek 3 (met 17 goals+43 assists=60). Daarmee heb ik ook meteen de twee importspelers van Herentals genoemd die ook in de finale optraden, want beiden zijn Canadezen.

Pascal Nuchelmans, voorzitter van de Belgische Bond, overhandigt de Beker van België aan Herentals-aanvoerder Vincent Morgan


Een tweede kunstgreep van de Belgische bond was dat Herentals van de vier importspelers die het in de selectie heeft er maar twee in de finale mocht opstellen, om het krachtsverschil enigszins te verkleinen. De twee andere Canadezen moesten dus op de tribune plaatsnemen tussen de dik 1200 andere toeschouwers. Leuven mocht al zijn vier imports wel allemaal opstellen.

 

De Leuven-verdedigers (links) lijken vooral elkaar te dekken, waardoor de gebroeders Morgan zowat een leeg doel vinden voor de 6-0

Als je verder bedenkt dat Herentals in de selectie dan ook nog eens 15 Belgische spelers heeft die voor het nationale team uitkomen, en de club een over een gedegen jeugdopleiding beschikt, dan is het we duidelijk dat daar binnen de Elite League geen maat op staat.

 

 

Meegereisde fans van IHC Leuven Chiefs zien de bui al rap hangen…

 

De Leuvense coach, Danny Geysbrechts, zei het me na afloop van de finale ook met een verontschuldigende blik: “Wij hebben maar 3 internationals in onze selectie en wij kunnen niet, zoals Herentals dat in Nederland kan, zoveel wedstrijden in een jaar op een hoog niveau spelen, omdat de tegenstand in België ten ene male te gering is. Wij hadden vooraf niet zo veel illusies over deze finale. Ik zei tegen de jongens dat ze moesten proberen zo veel mogelijk hun eigen systeem te blijven spelen. Dat lukte ook wel, alleen maar 10 minuten lang, en toen was de concentratie weg. Vooral tegen de veel hogere spelsnelheid van Herentals waren wij niet opgewassen.”

 


Wie meegaat in de beeldvorming dat het in het Belgische ijshockey meer gaat om de pinten en de fritten na afloop, dan om de stick en de puck, doet de zuiderburen oneer aan. Zelfs tijdens deze eenzijdige finale werd er gedreven en geconcentreerd gespeeld. Leuven, eenmaal op een 0-6 achterstand gezet, bleef toch energiek volhouden en werd ervoor beloond met 2 treffers op rij.

De obligate groepsfoto na afloop

Wat natuurlijk wel waar is: je proeft aan alles dat ijshockey in België voor een groot deel gewoon fun is. Lachende gezichten alom, bij officials, winnaars en evenzeer bij de verliezers. Zoiets heet spelvreugde. En dat dan ook nog eens in zo’n geweldige ijshal.

___________________________________________

alle foto’s: © 2013 Leonard Loonen

 

 

Toen ijspret in de walvis zat…


Ik vrees dat ik mijn (voor)oordeel over Luik moet gaan herzien. De indruk van een deprimerende, troosteloze, grauwe stad vol vergane glorie, decadentie en bouwputten begint zoetjes aan plaats te maken voor bewondering en zelfs een soort aantrekkelijkheid. Een kwestie van er wat langer rondlopen en er een liefde voor ijshockey op na houden. The Frozen Final op 2 februari als spil van een wat langere bespiegeling-met-plaatjes. Van architectuur tot economie; van economie tot serieuze sport. Ik heb mij laten opslokken door een walvis.

Sinds wij in 1998 ons huis in Rosoy kochten, ben ik al honderden malen op en neer dwars door Luik gereden. En iedere keer overviel mij die ene indruk: Luik schommelt in hoofdzaak tussen tristesse en melancholie.  Half gesloopte of ingestorte fabrieksgebouwen, straten met losliggende klinkers en gaten in het asfalt, in wezen fraaie huizen met vieze gevels waarin afgebladderde vensters zitten waarachter groezelige gordijnen hangen, voor zover nog zichtbaar achter de borden met “à vendre” of “à louer” erop. Altijd is er wel ergens een straat of brug opgebroken omdat het zo langer echt niet meer ging. Je rijdt er maar doorheen, omdat omrijden over de rondweg zo veel om is en die ook maar in hoofdzaak druk en slecht onderhouden is. Het enige wat goed functioneert, zijn de flitscamera’s.

Maar de afgelopen jaren is er merkbaar iets veranderd. Alleen, daarvoor moet je niet met oogkleppen op er snel doorheen rijden, maar even de Maaskade verlaten om iets meer te gaan ontdekken. Dat overkwam mij om te beginnen met het nieuwe winkelcentrum Médiacité, aan de oostelijke Maasoever opgetrokken. Als je al die Peugeots ervoor even wegdenkt: een complex met allure, van een architectonische schoonheid om jaloers op te worden vanwege zijn boogvormen en ruimtelijke en efficiënte indeling.

Een tweede frappante constructie is het spiksplinternieuwe TGV-station Liège-Guillemins. Ontworpen door de Spaanse architect Santiago Calatrava, werd het in september 2009 opgeleverd. Niet voor niets plaatste ik aan het begin die destructieve CAT-foto. Het verwijderde huis moest namelijk plaats maken voor de werkzaamheden rond dat station die immer nog niet zijn voltooid.
Aanvankelijk was Liège-Guillemins, vernoemd naar de wijk waarin het staat, die weer is vernoemd naar het Wilhelmietenklooster dat er ooit stond, een toonbeeld van vervallen architectuur en onderhoud, in volstrekte harmonie met zijn eigenaar, het kwijnende staatsbedrijf der Belgische Spoorwegen. Zoals in Nederland Rotterdam en Arnhem een complete facelift krijgen, is men daar in Luik ook in geslaagd. En hoe. En met als bijkomend voordeel dat hier wèl hogesnelheidstreinen in en uit rijden.
Al van grote afstand maakt het station een verpletterend mooie indruk. Ik heb het dan even niet over de gele tuinslang waarmee de parkeervakken zijn gemarkeerd, noch over de hekwerken voor de werkzaamheden rechts (“Verboden op het werk te komen”, maar dat zie je alleen in Vlaanderen), waarachter zich een hele rits stamineetjes en andere verbruikzalen met een hoog halalgehalte bevinden. Ooit zal ook dit allemaal wel klaar zijn en keert de oude gezelligheid er weer terug.

De indruk-van-afstand wordt bij nadering alleen maar bevestigd. De gigantische boogconstructie werkt uitnodigend, niet beklemmend. De brede trappen bieden een monumentaal entrée; dat is iets anders dan de zware, vuile deuren en tourniquetjes die vele stations zo onaantrekkelijk maken. Hier ben je welkom, al moet je daarvoor wel een hele klim verrichten. Ook geen perronkaartjes of kil-afstandelijke bordjes met “Geen toegang zonder geldig vervoerbewijs”.
En Kuifjes Raket naar de Maan is in deze futuristische ambiance ook maar geïntegreerd, zij het dan tijdelijk.
Winderig is het er met al die transparantie natuurlijk wel. Niet tochtig, zoals op de stations in Nijmegen en Den Bosch bijvoorbeeld, maar inregenen doet het er stellig niet.

De opzet van de hele constructie ademt de sfeer van een uitnodigende ruimtelijkheid, iets wat in mindere mate ook het geval is in het winkelcentrum Médiacité. Misschien is het wel onterecht te spreken van een futuritisch kunstwerk; het is gewoon het heden. Je kunt gewoon een kaartje kopen naar Luik-Guillemins en je staat midden die hedendaagse toekomst. Alleen, je kunt in Nederland geen kaartjes meer kopen, heeft men mij verteld.
Even klagen dus over het openbaar vervoer in Nederland, over de voordelen van de Europese Eenwording in het algemeen en die van de Benelux in het bijzonder. Voor zover je nog wel een kaartje kunt kopen: op de spoorkaart van Nederland, behorende bij het spoorboekje 1933, zijn 32 railverbindingen te zien tussen Nederland en België. Vandaag de dag zijn dat er nog precies 2: eentje tussen Maastricht en Luik, en eentje tussen Roosendaal en Antwerpen. Voor die eerste moet je in Maastricht overstappen op een vooroorlogs boemeltje en dan in Luik weer overstappen als je nog verder wilt. Vroeger, ja vroeger, toen alles nog beter was, toen was er tot begin jaren-’90 elke zaterdag in de zomer die boeiende Valkenburg Expres van Zandvoort of Zwolle via Boxmeer naar Valkenburg die sporadisch met ICR-rijtuigen nog doorrreed naar Luxemburg. Maar toen was de NS nog een staatsbedrijf en was je in Boxmeer nog niet overgeleverd aan de grillen en nukken van Veolia. Toen kon je nog gewoon kartonnen kaartjes kopen voor de 1e, 2e of 3e klasse zonder frauduleuze OV-chip erin en vervoerde de trein je redelijk volgens dienstregeling van A naar B. Maar goed, toen waren er ook nog geen vastgevroren wissels en vierkanten wielen en ging, op Harmelen na, alles perfect.

Kan iemand mij helpen aan de dienstregeling van een treinverbinding Boxmeer-Rosoy (=Culmont-Chalindrey) vv. die sneller en goedkoper is dan gewoon met de auto (d.w.z. 5½ à 6 uur) ?


Aan die tweede overgang, Roosendaal-Antwerpen, zou ik maar helemaal niet beginnen. Thalys? Beneluxtrein? Stoptreintje? Fyra? Simpelweg gratis gaan gaan liften?

Maar een mooi station is het, daar in Luik.

Genoeg gekermd. Tijd voor ijspret. Want daarom was het me eigenlijk te doen in dit artikel.
In 2007 begon men met een uitbouw van Médiacité die een ijsbaan moest gaan opleveren. Een “Olympische IJsbaan”, wat niet meer of minder betekent dan dat de ijsvloer minimaal 60×30 meter meet. Niet dat Luik aspiraties heeft Olympische Winterspelen te gaan organiseren. Maar Luik heeft visie, ambities en plannen, en voert ze nog uit ook. Tot die visie behoort het actief stimuleren van sportbeoefening, met name, maar niet uitsluitend gericht op de jeugd. Voor ijspret was in Luik de spoeling dun. De vorige ijsbaan, La patinoire de Coronmeuse, was uit de tijd, voldeed niet meer aan de faciliteitseisen en werd te kostbaar in het onderhoud.

Het Brusselse architectenbureau Escaut ontwierp op een vloeroppervlak van 4.500 m2 een veelzijdig ijspaleis. Kosten: dik € 11.000.000, voor tweederde betaald door de gemeente Luik, voor eenderde door de Waalse overheid. De constructeur verwoordt op de eigen site het complex veel bloemrijker dan ik het ooit zou kunnen bedenken:
“Aan de basis van het project: een ronde vorm, fluïde en genereus als een metafoor van het universum van ijs. Naarmate zijn constructie vorderde: een zeemonster, een walvis bedekt met 200.000 aluminium schubben.”
Het idee om de bek van de walvis te laten fungeren als in- en uitrit van de parkeergarage is overigens afgekeken van eerdere soortgelijke ontwerpen in Luik en New York, maar niettemin verrassend. De Baleine houdt de muil wijd open om iedereen met de auto toegang te verschaffen tot een parkeergarage met drie niveaus. Al rijdend merk je nauwelijks hoogteverschil, maar het is er wel degelijk. De garage is bovendien opmerkelijk ruim van opzet, zodat je niet voortdurend het risico loopt tegen een stoeprand of muur te botsen. Ook zitten er geen scherpe bochten in en ontbreekt het deerlijke gepiep van banden bij elke stuurbeweging.
Waarom heeft dit gebouw niet “La Baleine” (“De Walvis”) als troetelnaam gekregen, en moeten we het doen met het kille “La Patinoire de Liège”? Ik vroeg het de persvertegenwoordiger van het complex, maar hij wist het niet. Misschien kan de volksmond er nog wat van maken.

Binnen is het qua opzet al even ruim ogend, goed toegankelijk en voldoende belicht voor tv-opnamen. Voor het publiek zijn er, zegt de Belgische IJshockeybond, “1276 zitjes” beschikbaar. Links op de foto een gebied om even bij te komen, of zoals Escaut het wervend uitdrukt: “Het ‘salon de bois’ naast de piste is een ontspanningszone met een eikenhouten parket. Men kan er Luikse wafels proeven en misschien zelfs Lacquemants*) in oktober? Als bezoeker lopen we langsheen de metalen wand en bereiken we achteraan de eerste verdieping en zijn cafeteria. Onderweg wordt doorheen de metalen wand de dynamica van de opslag, het drogen en het slijpen van de schaatsen getoond”.

*) Lacquemants of Lackmans zijn een soort stroopwafels die worden gebakken tijdens de Luikse kermis in oktober, en ook in Antwerpen zeer populair zijn. Support your local dentist!

Wat kunnen we zoal doen in de buik van de walvis, die op 8 december 2012 feestelijk werd geopend ?

  • Voor gans de familie (en voor de allerkleinsten): een “jardin des glaces” beleven
  • Stages en andere educatieprogramma’s voor kinderen volgen
  • Themadagen en -avonden houden
  • Vrij ijshockeyen
  • IJsdansen of gewoon rondjes draaien
  • Bijeenkomsten, vergaderingen, feestavonden houden

Dat is nog niet alles: het is de enige ijsbaan in België die compleet is geëquipeerd om sledge hockey (handisport, noemt de eigen folder het) te spelen: ijshockey op sleetjes voor  gehandicapten. Het materiaal is beschikbaar en de toegangen zijn erop aangepast.
Maar natuurlijk wordt er ook gewoon geijshockeyd. Niet alleen is het de thuisbasis van de Liège Bulldogs IHC en de vrouwelijke pendant Grizzlys (voorheen de Super Nana’s), het was op 2 februari 2013 ook het toneel voor de finale van de Beker van België, het als Frozen Final aangekondigde sluitstuk van de bekercompetitie tussen Leuven en Herentals. Dat was voor mij de reden mij op die dag ook te laten opslokken door de walvis; ik doe daarvan in een volgend artikel verslag.

____________________________________

Alle foto’s: © 2013 Leonard Loonen

 

 

0-5 ; maar liefde maakt blind

AFL. 1 VAN DRIELUIK OVER

(eerder gepubliceerd op www.feyenoordnet.nl, maart 2010; enigszins gewijzigd)

________________________________________________________________________________
Eigenlijk heb ik wel een en ander uit te leggen. Bijvoorbeeld hoe ik als Brabander die van zijn eerste tot bijna dertigste jaar in Amsterdam woont bij Feijenoord ben terecht gekomen.
Maar gelukkig denk ik het te kunnen verklaren.

Ik woonde in Oud-Zuid en was een jaar of twaalf, toen ik me voor voetbal ging interesseren. Dikke kans dat dat onder meer kwam doordat ik elke zondag Frits van Turenhout op de radio zo indringend de uitslagen van de eredivisie, eerste divisie A en B en tweede divisie A en B hoorde voorlezen. Ons huis lag op een paar honderd meter van het Olympisch Stadion en ik kreeg in de gaten dat je voor een kwartje (of was het een dubbeltje?), inclusief vermakelijkheidsbelasting, bij de bekende voorverkoopadressen een jongensstaanplaats kon halen voor thuiswedstrijden van Blauw-Wit en DWS-Amsterdam, achter het doel, onder het handmatig bediende scorebord. Had je geluk dat ze allebei op dezelfde zondag thuis speelden, dan kon je beide wedstrijden op één kaartje bijwonen, om 12 uur en 2 uur. Had je nog meer geluk, dan tekende een van beide teams na afloop van de wedstrijd protest aan tegen een vermeende scheidsrechterlijke dwaling. Dan bleef al het publiek op de tribunes en verschenen na een paar minuten een speler van de protesterende partij, de keeper van de tegenpartij en de scheidsrechter, en werd er een penalty genomen. Ging die erin, dan werd het protest door de KNVB in behandeling genomen; werd de strafschop gemist, dan was het protest automatisch afgewezen. Dat waren nog eens tijden.

Een favoriete club had ik nog niet, maar voetbal is voetbal, en zo toog ik op 1 maart 1959 met nog 36.999 andere liefhebbers naar dat magnifieke stadion om mijn eerste eredivisiewedstrijd te gaan bijwonen: DWS/A-Feijenoord. Het zei me verder niks.

Koud twee uur later wist ik opeens een heleboel. Feijenoord had DWS volkomen van de mat gespeeld en won met 0-5 (hoofdrol voor Kees Rijvers; goals van Rijvers (2x), Van der Gijp, Schouten en Moulijn). Ik was zo onder de indruk van het spel der Rotterdammers, dat ik op slag mijn levenskeuze had bepaald: Feijenoord was voor nu en voor altijd mijn club.

Hoe wankel zo’n liefdesverklaring is, bleek 5 speeldagen later, toen een andere Amsterdamse club in de Kuip op bezoek kwam en er uiteindelijk dezelfde stand van 0-5 op het bord stond. Maar liefde maakt blind, dus ik zag dat gewoon niet, althans, ik liet me er niet door van gedachte veranderen.

Dat had nog een extra reden. Op mijn middelbare school, ook in Oud-Zuid, zaten jongens in de klas uit alle hoeken en gaten van Amsterdam en er heerste nogal wat rivaliteit tussen de verschillende wijken, die zich onder meer uitte in een grote voorliefde voor de daar gehuisveste club. Voor mij was Centrum, West en Zuid in principe wel in orde – niemand had ook eigenlijk veel bezwaar tegen DWS of Blauw-Wit. Een enkeling kwam uit Noord, van over het IJ, en hield het met De Volewijckers. Dat werd wel geaccepteerd als ongevaarlijke lokale folklore. Maar ronduit eng waren de jongens uit Oost, want die hadden doorgaans de blik gericht op de Watergraafsmeer en wat daar speelde. En zoals je ook al op die leeftijd doet: je gaat je afzetten tegen de concurrent. Ik wist intussen ook wel hoe het zat tussen Feijenoord en Ajax en was dus dubbel blij dat ik mij in de klas kon profileren als Feijenoordaanhanger tegenover al dat nare geweld uit Oost. In de hele klas had ik één medestander. Iemand uit Oud-West. De paters op school poogden nog wel de verzuiling in stand te houden door te bepalen dat je zelf alleen maar lid mocht wezen van de voetbalclub van de school zelf: RKAVIC, wat ik ook braaf deed. Alleen de jongens uit Noord kregen dispensatie en mochten daar bij De Meteoor, Rood-Wit A of T.O.B. blijven spelen (T.O.B.: spannend onderwerp voor mijn volgende artikel), maar over je betaald-voetballiefde deden ze geen uitspraak.

Fanatiek als ik was begon ik de stapels oude kranten van maanden terug door te spitten en haalde er alle mogelijke maandagedities uit, want ik wilde mijn nieuwe liefde zichtbaar en tastbaar in een plakboek gaan vereeuwigen. Wel wat laat, als je daar pas in maart mee begint, maar het was niet anders en ik kon een heel eind in de tijd terugkomen. Alle Feijenoordverslagen, uitslagen en standen en statistieken van de eredivisie en wat al niet. Ik meen me nog te kunnen herinneren dat Feijenoord dat jaar thuis een gemiddelde van 42.000 toeschouwers trok – net zoveel dus als nu ongeveer. Bovendien: als Feijenoord uit speelde, waren die stadions haast altijd uitverkocht. Ja ja, Feijenoord komt op bezoek!

Ik was nijver aan het plakboeken en een jaar of twaalf. Hoopte vurig dat Feijenoord ook kampioen zou worden. Maar liefde maakt blind. Precies een week na mijn bezoekersdebuut werd in de Kuip Feijenoord-Sparta gespeeld. Sparta was toen koploper, vijf punten voor op Feijenoord, met Rapid JC daar nog tussenin. Ajax stond volkomen kansloos negende, met zelfs ook nog een negatief doelsaldo. Dat waren nog eens tijden. Bij winst op Sparta zou Feijenoord inderdaad een serieuze titelkandidaat zijn met nog tien wedstrijden te gaan.

Het werd 0-3. Weg titelkansen, besefte ik. En omdat ik geen masochist wilde zijn, stopte ik acuut met het plakboek, zodat ik die 0-5 in Rotterdam (en die 2-1 in Tilburg en die 4-2 in Venlo) gelukkig niet ook nog hoefde in te plakken. Sparta werd onbedreigd kampioen.

Het plakboek heb ik intussen al lang niet meer. Kwijt bij een verhuizing of zo. Feijenoord is gebleven.

Een oud-klasgenoot van mij, Carlo, van wie ik later ook merkte dat hij Feijenoordfan was (“Volgens mij was het zo dat in klas IIIB er 7 Ajaxfanaten in de klas zaten en 7 Feijenoordfans, en dan nog een Blauw-Witter, een Volewijcker, en een Volendammer”, schreef hij me onlangs), stuurde me nevenstaande knipsels uit zijn plakboek. Helaas hebben we nog niet kunnen achterhalen uit welke dagbladen deze twee zijn geknipt. Rondneuzend op Delpher vind je wel nog enkele andere pagina’s van maandag 2 maart 1959, resp. uit het Algemeen Handelsblad, De Tijd, het Vrije Volk, de Telegraaf en de Waarheid, waaruit onomstotelijk blijkt dat Feijenoord daags ervoor een van zijn allerbeste wedstrijden van het seizoen had gespeeld. En ik was erbij. Geen wonder dat het tot een eeuwige liefde leidde.

___________________

Zondag 1 maart 1959, Olympisch Stadion, 14.30u
DWS-Amsterdam – Feijenoord 0-5
Toeschouwers: 37.000
Rijvers (0-1), Rijvers (0-2), Schouten (0-3), Van der Gijp (0-4), Moulijn (0-5)
DWS/A: Visser, Corbran, Schenkel, Vonhof, De Jong, Klein, Mesman, Niessen, Tolmeyer, Kick, Smit.
Feijenoord: Pieters Graafland, Kerkum, Veldhoen, Walhout, Steenbergen, Bak, Schouten, Meijers, Van der Gijp, Rijvers, Moulijn.

___________________

In dagblad De Tijd heeft op maandag 2 maart 1959 een foto gestaan uit deze wedstrijd van achter het Feijenoord-doel, waarop we een zweefduik van keeper Bram Panman zien. Kan iemand mij alsnog aan die foto helpen? Reacties graag naar info@nardloonen.nl 

 

 

 

4-11; dat levert wat op

AFL. 2 VAN DRIELUIK OVER

(eerder gepubliceerd op www.feyenoordnet.nl, maart 2010; enigszins gewijzigd)

__________________________________________________________________________________
Ik moet ruiterlijk toegeven dat ik niet vaak een gelukkige hand heb gehad bij het uitzoeken van te bezoeken wedstrijden van Feijenoord. Ok, ik had een goede start bij DWS-Feijenoord in 1959 (0-5) en ik heb mijn hoogtepunt beleefd in november 1997 bij de 2-0 van Feijenoord-Juventus, maar daar tussendoor was het toch vaak afzien. Ik bedoel maar: als je uren in de auto moet zitten om in oktober 1992 in een voor tweederde lege Kuip Feijenoord met hangen en wurgen vlak voor tijd in een draak van een wedstrijd de verlossende 1-0 te zien scoren tegen Partizan Tirana, dan word je daar niet vrolijk van (aan die wedstrijd zat een heel verhaal vast: zie de Foxsports-docu daarover van mei 2017). Maar het kon nog erger.

Schuin tegenover mij in Amsterdam woonde Henk Terlingen, bij de ouderen nog wel bekend als de presentator van NTS-Sport in Beeld, later nog meer bekend als “Apollo Henkie” die de eerste maanlanding voor de NOS versloeg. Hij zat een paar klassen boven mij op school en wij voetbalden regelmatig samen op straat, tegen een blinde muur waarop een doel was gekrijt. Op twee momenten heeft hij zich voor mij onsterfelijk gemaakt. Eerst was dat de periode dat ik, in het begin van mijn puberteit, een tijdje groeipijn had in mijn rechterknie, waardoor het schieten niet zo best meer ging. Met eindeloos geduld heeft hij mij toen geleerd met links te schieten, met als gevolg dat ik tot op de dag van vandaag volstrekt tweebenig ben. Hij had ook wel nadelen, bijvoorbeeld dat hij fervent aanhanger van de verkeerde club was. Maar dat leek zich in mijn voordeel te keren toen hij mij een tweede onsterfelijke daad voorschotelde. Feijenoord had zich in het seizoen 1959-1960 aardig hersteld van het mindere afgelopen seizoen; wat zeg ik: na een eclatante 3-0 op Abcoude-Noord in de Kuip waren beide teams gelijk bovenaan de ranglijst geëindigd en moest een beslissingswedstrijd de landskampioen uitwijzen. Dat werd 26 mei 1960, in het Olympisch Stadion. Vraag me niet hoe hij het had klaargespeeld, maar Henk had een kaartje voor die wedstrijd weten te bemachtigen. En omdat hij een groot hart had, wilde hij dat kaartje wel met mij delen, ook al was ik van de verkeerde kant. Dat ging zo: samen liepen we naar het stadion. Eenmaal tussen de drommen mensen beland, schuifelden we naar de hekken die langs de controlepoortjes stonden, omringd door oproerpolitie te paard. Vlak voor het controlepoortje trok hij mij naar zich toe, sloeg zijn lange regenjas open (eind mei, maar wie let daarop) en liet mij strak tegen hem aan doorschuifelen met zijn weer om mij heen dichtgeslagen jas. Zonder ook maar een enkel probleem sjokten vier voeten langs de controle op één kaartje. Ik was de koning te rijk, de eerste helft: een bomvol Olympisch Stadion, geweldige sfeer, en Feijenoord bij rust met 0-1 voor. Om het verhaal niet te lang te maken zal ik de tweede helft verder niet beschrijven, waarin ene Bleijenberg het op z’n heupen kreeg en de eindstand 5-1 werd.

Minstens zo rampzalig verliep het dik vier jaar later. Vraag me niet hoe, maar ik had een kaartje weten te bemachtigen voor Feijenoord-Ajax op 29 november 1964. Nu wilde het toeval dat ik in die tijd mezelf had weten op te werken tot bestuurslid van het niet onverdienstelijke schoolkoor. En net op die 29e november werd het Ceciliafeest gevierd. Cecilia, als schutspatrones van zangkoren, was de jaarlijkse aanleiding voor een feestelijke dag met een uitvoering en andere festiviteiten eromheen, en de koorleiding vond het absoluut ongepast dat ik dan net op die dag afwezig zou zijn om een of andere burgerlijke voetbalwedstrijd te gaan bezoeken. Ik had geen keus, en kon zo Henk Terlingen een pleziertje terugdoen door hem mijn kaartje te geven. Het leek wel lik-op-stukbeleid, want het werd dus 9-4 voor Feijenoord. Toen ik later die middag die uitslag hoorde, was ik laaiend en kon ik me wel de haren uit de kop trekken.

Hoe betrekkelijk alles is, was mij overigens in 1960 al eens gebleken, een paar maanden voor die jammerlijke beslissingswedstrijd in Amsterdam. Immers, in januari van dat jaar overstroomde na een dijkdoorbraak Tuindorp-Oostzaan in Amsterdam-Noord. Dat was vervelend. Gelukkig verdronk er niemand, maar de materiële en emotionele schade voor de 10.000 inwoners was enorm. Nu had Nederland intussen al aardige ervaringen opgedaan met watersnoodwedstrijden (zoals de fabuleuze 1-2 van de Nederlandse profs tegen Frankrijk in Parijs in 1953!), en dus werd er besloten tot een benefietwedstrijd in het Olympisch Stadion tussen vertegenwoordigende elftallen van Amsterdam en Rotterdam op 17 februari 1960. Op verzoek van Rotterdam was die wedstrijd overigens een week uitgesteld, zo meldt de KNVB-Sportkroniek van 8 februari 1960. Het batig saldo voor de gedupeerden bedroeg ƒ 25.000. Vreemd is dat er maar heel weinig over dat treffen is terug te vinden, maar ik was erbij, op de Marathontribune zelfs, want kennelijk gingen die kaartjes tegen gereduceerd tarief. Rotterdam kwam aanzetten met een veredelde Feijenoordselectie, waaraan twee of drie Spartanen waren toegevoegd. In die tijd had Sparta overigens een zeer verdienstelijk team – het was zelfs regerend landskampioen, dus het betrof zeker een versterking. De Leeuwarder Courant meldde een week voor de wedstrijd de selectie. Zie inzet. Voor Kees Rijvers moet het een belangrijke wedstrijd zijn geweest, omdat hij al een tijdje geen deel meer uitmaakte van de eerste selectie van Feijenoord; via deze wedstrijd kon hij zich weer in de kijker spelen, en met succes: 3 goals.

De Amsterdamse selectie heb ik niet meer kunnen achterhalen. Ongetwijfeld zal het een allegaartje zijn geweest van spelers uit Oost, aangevuld met wat sprekende namen van DWS (Jongbloed niet; Vonhof wel) en Blauw-Wit (Erwin Sparendam, of zat die toen al bij Elinkwijk?) en wellicht een verdwaalde Volewijcker (Hassie van Wijk?). Hoe het ook zij, Rotterdam had geen enkele moeite met het Amsterdamse samenraapsel en won de wedstrijd met 4-11, waardoor ik getuige was geweest van de doelpuntrijkste Nederlandse betaald-voetbalwedstrijd ooit, bij mijn weten. Net één goaltje meer dan Feijenoord-Reykjavik (12-2) in september 1969. Het verslag in de Nieuwe Noordhollandse Courant is volstrekt duidelijk.

Die hoge uitslag had nog een bijkomend voordeel. Bij de overstroming was namelijk ook het hele complex van T.O.B. in Tuindorp-Oostzaan onder water komen te staan en een onderdeel van de deal was dat die vereniging voor elk gescoord doelpunt een nieuwe voetbal zou krijgen. Zo gingen er dus in februari 1960 vijftien nieuwe lederen voetballen naar Amsterdam-Noord.

Over die club valt trouwens nog wel wat aardigs te melden. In 1947 legde een frater in Amsterdam-Noord bij een buurtvereningsbijeenkomst zomaar een voetbal op tafel en zei: “We gaan een voetbalclub oprichten”. Een naam had hij ook al bedacht: T.O.B., Tuindorp-Oostzaanse Boys, want Engels was vlak na de bevrijding erg hip. Wat verder voor de man pleitte, was dat hij als tenue de negatieve variant had bedacht van het “grote” Ajax, dus rode shirts met een witte baan, en daaronder het Feijenoord-tenue: zwarte broeken en rood-wit geringde kousen. Dat dat later een wit shirt met een blauwe baan is geworden, doet nu verder niet ter zake. Naast voetbal werd nog handbal aan T.O.B. toegevoegd, ook voor meisjes. Die begonnen zich, feministes-in-de-dop, amper tien jaar later te ergeren aan de naam Boys in T.O.B., waarop vanuit het bestuur lankmoedig en met typisch Amsterdamse humor werd voorgesteld die afkorting dan maar te wijzigen in Tot Overspel Bereid. Wellicht kon dat de teamgeest aanwakkeren, maar kerkelijke goedkeuring kreeg die benaming niet, waarop als compromis uiteindelijk de huidige naam Trouw Ons Beginsel werd vastgelegd. Welk beginsel, staat er niet bij. Ik verzin het allemaal niet zelf, ik heb het van de officiële T.O.B.-site (zie rksv-tob.nl).

Triest is dat men zich vandaag de dag bij T.O.B. niets meer blijkt te kunnen herinneren van die benefietwedstrijd en die vijftien spiksplinternieuwe ballen, maar ik had mijn 11-4 in de knip en dat maakte bij voorbaat een hoop goed van alle Feijenoord-ellende die mij daarna nog te wachten stond…



Heeft iemand meer informatie over deze bijzondere wedstrijd?
Met name ben ik op zoek naar de complete opstelling van het Amsterdams elftal.

 

(Deze laatste vraag is inmiddels afdoende beantwoord: zie
http://nardloonen.nl/2014/04/19/delpher-haalt-oud-goud-naar-boven/ 

 

 

___________________

Woensdag 17 februari 1960, Olympisch Stadion, 20.00u
Amsterdam – Rotterdam 4-11
Toeschouwers: 15.000
Doelpunten Amsterdam: Jos Vonhof (DWS), Cees Groot (Ajax, 2x), Hans van Doorneveld (DWS)
Doelpunten Feijenoord: Kerkum (Feijenoord, pen.), Rijvers (Feijenoord, 3x), Schouten (Feijenoord, 2x), Meijers (Feijenoord), Moulijn (Feijenoord, 2x), Cor vd.Gijp (Feijenoord), Schouten (Feijenoord).
Amsterdam: Jan van Drecht (Ajax), Van der Klink (Blauw-Wit), Hans Boskamp (DWS-A), Soetekouw (Volewijckers), Niessen (DWS-A), Bennie Muller (Ajax), Slaak Swart (Ajax)/Arie den Ouden (DWS-A), Cees Groot (Ajax), Jos Vonhof (DWS-A), Mul (Blauw-Wit), Hans van Doorneveld (DWS-A).
Rotterdam: Pieters Graafland (Feijenoord), Kerkum (Feijenoord), vd.Lee (Sparta), Villerius (Sparta), Schouten (Feijenoord), Klaassens (Feijenoord), Walhout (Feijenoord), Meijers (Feijenoord), Van der Gijp (Feijenoord), Rijvers (Feijenoord), Moulijn (Feijenoord).