Dames!

Het is niet terecht nog langer schamper te doen over damesvoetbal. Niet zozeer omdat Nederland vandaag Europees kampioen is geworden – dat hadden de Deensen ook kunnen worden, en van mij ook best wel mogen worden, maar om de kwaliteit van het vertoonde spel, bijna doorheen het hele toernooi. En om de prettige en enthousiaste ambiance tijdens en rond de wedstrijden.

Wat we bij hockey, volleybal, zwemmen, schaatsen, handbal, wielrennen, atletiek, …, al lang heel normaal vinden, zal dat nu ook bij voetbal het geval zijn: de gelijkwaardigheid tussen de mannen- en vrouwentak in de sport. Al valt te vrezen dat het vrouwenvoetbal over niet al te lange tijd ook ten prooi zal vallen aan Het Grote Geld en meisje Miedema voor € 222.000.000 naar Parijs vertrekt (maar welk Emiraat zal die emancipatiesprong durven wagen?).

De mannen hebben het bijna dertig jaar laten liggen, met slechts wat verloren finaleplaatsen en eervol brons. De vrouwen moeten nu maar de kar gaan trekken.

En ik mag hopen dat het nu eindelijk is afgelopen met die mannenbobo’s als Van Praag en Van Breukelen, die zelfs bij dit vrouwentoernooi zich prominent wensen te manifesteren. Zij hebben hun tijd en hun kansen gehad. Hoewel… Als dat betekent dat we voortaan Erica Terpstra op de hoogste trede gaan zien staan glunderen, mocht ze even niet op snoepreis zijn, weet ik niet wat we ermee zijn opgeschoten.
Maar vooralsnog: hulde, dames!

(foto: Karin Mulder – RTV Drenthe)

Flitspassage

Twintig seconden. Langer duurt het niet, en dan is het hele peloton voorbijgeflitst. Daar sta je dan van half negen tot half drie op te wachten. Gelukkig reden er drie koplopers 4’10″ vooruit. En het lange wachten (later kom je de weg niet meer op en bovendien wil je een gunstige plek hebben) werd ietwat gecompenseerd door de reclamekaravaan die aan het festijn voorafgaat. Die heeft een lengte van ruim twintig minuten, dus dan weet je wel waarom het draait. Maar omdat het hele circus dik twee kilometer van mijn huis passeerde, wilde ik het schouwspel niet missen.

Mijn fysiotherapeute had me daags tevoren nog geprobeerd wat moed in te praten. “Misschien zie je wel een grote valpartij vlak voor je neus, dan duurt het wat langer“. Maar dat gebeurde niet.
Ik had mijn meest toepasselijke shirt aangetrokken: de gele trui met tekening van de kubist Fernand Léger (“Je ne te demande pas si ta grand-mère fait du vélo” – “Bemoei je met je eigen zaken“), ooit eens in Musée d”Orsay gekocht, in de hoop dat dat in de tv-uitzending in beeld zou komen. Maar dat gebeurde niet. De uitzending begon pas toen de renners net de zware klim naar Langres bedwongen, 15 kilometer verderop.

Er valt op de hele kermis wel wat af te dingen. Dat geldt vooral die reclamekaravaan. Wij hebben onze carnavalsoptochten en bloemencorso’s, maar dit is andere koek, namelijk pure commercie zonder ook maar de minste artistieke aspiratie. Het herinnerde mij, bij 34 graden langs de kant van de N19, vrij spontaan aan de viering op 1 juli van de afschaffing van de slavernij. Hoewel grootverdieners, vertolken de renners van deze tour dezelfde rol als de slaven van weleer. Balkenendes VOC-mentaliteit indachtig zijn zij het die het commerciële circus kleur en jeu moeten geven. En inkomsten. Twintig minuten lang trekken de potsierlijke voertuigen voor hen uit, spiegeltjes en kraaltjes, prullaria en hebbedingetjes, petjes, sleutelhangers, tasjes, tegoedbonnetjes-als-je-maar-eerst-betaalt, roerstaafjes,… in de berm werpend voor het gretig toesnellende publiek, dat er ter plekke om staat te vechten (maar ik was op mijn stek gelukkig alleen), er vervolgens thuis niks mee kan doen en in een la legt en ze na jaren weggooit. Dan, als toetje, flitsen de coureurs een tijdje later voorbij, gedirigeerd door hun stalorders, want ook voor de wielerploegen valt er veel te winnen of te verliezen. Vlak daarvoor bungelen een aantal onbeduidende pionnen die genadiglijk een tijdje wat vooruit mogen rijden om de sponsor veel in beeld te laten komen. Het zijn de goedbetaalde slaven van de moderne economie.
Moet je er dan maar niet naar kijken en je er niet voor interesseren? Dan geldt dat evenzeer voor de Olympische Spelen, een WK-voetbal, langebaanschaatsen, of welke profsportbeoefening dan ook. Citius, altius, fortius. Graaien zonder grenzen. Maar het publiek vraagt om brood en spelen. Dus kijkt het. Dus betaalt het.

Wat mij, aan de andere kant, als groot bewonderaar van logistieke operaties, enorm fascineert, is de hele organisatie rond de Tour. Dat begint al bij het vaststellen van het parcours een jaar eerder (wie het meest betaalt, krijgt de Tour door de stad). Maar dan, tijdens de etappes, de hele logistiek van tourboek tot wegafzettingen, perscontacten en helikopters, alles tot in de puntjes geregeld en op het oog ook vlekkeloos uitgevoerd. Een draaiboek om van te smullen. In de uren voordat de reclamekaravaan verschijnt, zijn alle zijwegen geblokkeerd, rijden er tientallen gendarmes op hun indrukwekkende motoren met blauwe zwaailichten zenuwachtig heen en weer, bijvoorbeeld om mij te zeggen dat ik mijn auto 20 cm verder de berm in moet zetten, want er moet minimaal 150 cm naast het wegdek vrij blijven. Voorts passeren en talloze auto’s van ploegen, radio, tv, met allemaal belangrijke mensen erin op weg naar een belangrijke aankomst in Troyes, in halfopen busjes worden de rondemissen verscheept waarvan er uiteindelijk twee hun lippenstift op de wangen van een bezwete Brit mogen afdrukken. En als de laatste renner is voorbijgeflitst volgen er ongelogen honderden auto’s, ploegenwagens, materiaalwagens (allemaal dus prima reclame voor Škoda), ambulances, brandweerauto’s, auto’s met lieden van radio, tv en schrijvende pers… er komt geen einde aan.

En dan mogen de geamuseerde burgers in alle gepasseerde dorpen hun producties van nijvere huisvlijt uit de rubriek “Wat Onze Handen Kunnen Maken” gaan opruimen, waaraan ze ongetwijfeld meer tijd en energie hebben besteed dan aan de viering van 14 juillet, volgende week.

Ik heb langs de kant van de weg, zij het op amper 50 cm naast het wegdek, van alles staan filmen. Ingekort werd het dik 17 minuten. Die laat ik je graag zien via deze YouTube link.

Terechte kampioen


Het is lang geleden dat ik heb gehuild, maar vandaag lukte dat spontaan.
Terecht, na 34 speelronden onafgebroken aan kop.

 


Het was wel wat gecompliceerd, net op de dag dat in Rosoy de jaarlijkse vide-grenier was, maar met wat passen en meten kon ik het nuttige met het aangename combineren.

Zijkanter 6

Eind 1999, begin 2000 verzorgde ik voor de BLOS-radio, de Boxmeerse Lokale Omroep Stichting, sinds vorig jaar onderdeel van Omroep Land van Cuijk, een serie columns. Het waren vijfminutenpraatjes over voetbal, waarbij ik steeds probeerde ook taalkundig of stilistisch iets aparts te doen en er een bijpassend uitleidend muzieknummer bij te vinden.
De columns kregen de titel “De zijkanter”, en de opnamen zijn bewaard gebleven. Van tijd tot tijd zal ik een Zijkanter hier doen herleven.
Elke uitzending bestond uit een vaste introtune van een minuut, een midibestandje van een of ander computerspelletje, meen ik, maar dat herinner ik me niet meer, gevolgd door een ingesproken tekst en uitgeleid met een muzieknummer dat enigszins aan de tekst was gerelateerd.

Hier staat Zijkanter 6 (oktober 1999) weergegeven, afgesloten met het nummer Arom Yim, een hit uit Thailand van circa 1990 over de welbekende Thaise glimlach, referend aan het meewarig karakter van de tekst. Het bijzondere aan de tekst is dat die bestaat uit één enkele zin. Als ik meer tijd had gekregen dan vijf minuten, had die zin nog wel langer kunnen worden dan de 823 woorden die hij nu omvat.
De betreffende uitzending is integraal te beluisteren op YouTube.

Het was voor die eenzame moeder langs de kant, die één zoontje bij de E-tjes had rondlopen en een ander bij de F-jes, waardoor ze, om geen van beiden voor te trekken, beurtelings ging kijken naar Jonathan en Eugène, bepaald geen lolletje om te moeten zien hoe haar jongste spruit, pas een dag of drie koortsvrij na een behoorlijke griepaanval, die het jongske meer dan een week van school en in bed had gehouden, waardoor het zich stierlijk ging vervelen en voor haar een waarlijk blok aan het been was geworden, zich wat onwennig op het lichtbevroren veld voortbewoog, hoewel aan alles te zien was dat hij een dusdanige conditionele achterstand had, dat het eigenlijk onverstandig was van die elftalleider, die ze overigens toch haast nooit sprak, iets wat binnen de vereniging een van de grote manco’s was, het contact tussen elftalleiding en ouders van de jongste jeugd, waarover ze wel eens iets had willen schrijven in het clubblad, maar waarvan ze toch maar weer had afgezien omdat ze vermoedde dat het toch niet geplaatst zou worden, en zo ja, dat het dan toch geen effect zou hebben, hem een hele wedstrijd te laten spelen terwijl de man toch kon zien dat het kind al na tien meter lopen zowat omviel van de duizeligheid, wat ook regelmatig gebeurde, waarbij het op een gegeven moment een open knietje opliep, zodat de pupil, huilend van de pijn en natuurlijk ook van de kou en de uitputting, naar de zijlijn strompelde met de kennelijke bedoeling zich alleen, maar dan ook uitsluitend door zijn bloedeigen moeder te laten behandelen, ook al wist hij dat zij geen ehbo-trommeltje bij zich had en zij dus niet in staat was die heilige pleister, die elke wond geneest en aan alle pijn een einde maakt, op het roodgekleurde knietje te plakken, waarna de dit keer falende spits zijn positie op het wit uitgeslagen veld weer zou kunnen innemen in de hoop er althans in de resterende tijd nog het beste van te maken, te scoren wellicht, desnoods net zo lucky als in het begin van het seizoen toen hij, bij de eerste thuiswedstrijd, op een gegeven moment niet goed oplette, waardoor hij een met de wind mee opvallend verre uittrap van de keeper, die eigenlijk best wel een waardeloze keeper was, maar niemand durfde daar iets van te zeggen, omdat niemand er ook maar over piekerde zelf in het doel te moeten gaan staan, zo maar plotseling en pijnlijk boven op zijn hoofd kreeg, van waar de bal met een onnavolgbare curve en vermoedelijk met een geraffineerde portie effect weer opsprong, verder voorwaarts draaide en tot bovenmatige verbijstering van de bezoekende keeper, die in grote vertwijfeling nog beide armpjes in de lucht stak om toch maar aan iedereen te laten zien dat hij in ieder geval nog wàt aan had proberen te doen, hoewel hij meteen al in de gaten had dat hij veel te ver voor zijn doel stond, zodat deze lucky kopbal onhoudbaar achter hem in het net zou ploffen, net onder de deklat van het kleine doeltje langs het net omlaag dwarrelde, op de grond nog wat sadistisch nahuppelde en toen, eenmaal uitgetold, een paar centimeter achter de doellijn, wat dus op dit halve veld eigenlijk de zijlijn was, bleef liggen als het rotsvaste bewijs van het feit dat hier van een loepzuivere goal sprake was, hetgeen ertoe leidde dat het hele team, het keepertje incluis, die eigenlijk, behalve dat hij niet goed kon keepen, ook best wel een ettertje was, want hij zat altijd in de kleedkamer op te scheppen over zijn spiksplinternieuwe keeperhandschoenen, of over zijn nieuwe mountain bike die veel duurder was dan die van alle andere jongens bij elkaar, of over weer iets anders, want hij had altijd wel wat om over op te scheppen, maar als je hem iets vroeg, dan gaf hij altijd niet thuis, dat het hele team dus als één man, als één jongetje eigenlijk, maar dat kun je zo niet zeggen, in volle vreugde op Eugène dook uit blijdschap over dit vroege, maar nu al bij voorbaat allermooiste doelpunt van het hele seizoen, met als gevolg dat de verbaasde, maar toch uiterst trotse doelpuntenmaker ten val kwam, en, eenmaal op de grond liggend, niet alleen bijkans werd verpletterd door zes deinende ploegmakkers, maar bovendien tot overmaat van ramp een schoen, die vermoedelijk vastzat aan de voet van zijn beste vriendje, midden in zijn gezicht kreeg, waardoor een van zijn voortanden afbrak hetgeen hem daags daarop bij de tandarts op een behoorlijk pijnlijke behandeling is komen te staan, iets wat hem heeft doen besluiten om voortaan na het scoren van alweer een goal direct naar de zijkant van het veld te snellen en bescherming te zoeken bij zijn leider of, liever nog, één keer in de veertien dagen, bij zijn eenzame moeder langs de kant, want alleen bij haar ben je veilig voor al dat onbesuisde geweld op het voetbalveld.

 

Verdriet

Het verdriet van België heeft zijn reprise gekregen. De draken die de duivels verslaan, iets wat maar weinigen hadden voorzien.
Dan boffen we nog dat Nederland ditmaal niet van de partij was, want een dergelijke afgang had ons net zo goed kunnen overkomen, en dan waren de rapen gaar geweest.

Ook bij mij waren de Belgen zo’n beetje de vervangknuffels, zoals de IJslanders masochistisch de sympa’s waren geworden nadat ze Nederland tot tweemaal toe in de kwalificatieronde hadden verslagen.

Ik had van de Belgen meer gehoopt en ook verwacht.
En, in tegenstelling tot veel commentatoren, beschouwde ik Axel Witsel als de onbetwiste beste speler van het team tijdens dit EK. De statistieken geven mij daarin gelijk: van de 246 passes van zijn voet kwamen er 233 goed aan, een succespercentage van 95%, volgens de UEFA-site. Kom daar maar eens om. Maar ook gevoelsmatig, ook zonder bal: hij bevond zich steeds daar waar het te doen was, in het centrum van de actie, zoals we dat ook kennen van Pirlo, Zidane, Van Hanegem. Een genot om naar te kijken. Jammer alleen van die afzichtelijke en ontsierende tatoeage op zijn arm. Wat er nog meer aan deze Rode Duivel is gemutileerd, kunnen we gelukkig niet zien.

Slechtste speler van het team: Kevin de Bruyne. Een fantastische voetballer, weet ik, die er dit toernooi werkelijk niets van bakte. De UEFA-site dicht hem nog een slagingspercentage van 79 toe: 169 van zijn 215 passes kwamen goed aan. In mijn beleving was het nog niet eens de helft. Leverde verdwaalde voorzetten af als hij beter zelf had kunnen schieten; ging voor eigen geluk met een mislukt schot als hij beter had kunnen afspelen of voorzetten.
Toegegeven, zijn blanke armen geven hem een optisch voordeel boven Witsel, maar geheel in lijn met de werkelijkheid staat De Bruyne bijkans van nature het schaamrood op de kaken.

Dick Advocaat kreeg op het EK2004 heel Nederland over zich heen toen hij tijdens de wedstrijd tegen Tsjechië Arjen Robben wisselde. Marc Wilmots heeft het bij mij verbruid door tijdens het EK2016 Kevin de Bruyne steeds maar weer de volle speeltijd te gunnen.

Vervlogen is mijn droom van een EK-finale België-IJsland. Europa op z’n kop, net als in het dagelijks leven. Gelukkig staat het speelschema niet toe dat het wel weer Frankrijk-Duitsland gaat worden, net als in 1870, 1914 en 1940. Want bij voetbal weet je dan wel wie er gaat winnen.

 

 

FC Twente debacle

Na mijn valse liefdesverklaring aan Tukkerland kan ik niet nalaten even te reageren op het KNVB-besluit FC Twente volgend jaar in de nederige Jupiler league te laten optreden. De media, die elkaar zoals gebruikelijk klakkeloos nabauwen, spreken van “degraderen naar de eerste divisie” net zoals zij hardnekkig vol blijven houden dat “de muur viel”, wat evenmin correct is. Dat laatste had ik al omstandig uitgelegd; het eerste zal ik toelichten.

 

De KNVB heeft verrassend genoeg een nieuwe constructie bedacht: de proflicentie van Twente wordt ingetrokken (wegens voornamelijk financieel wanbeleid), maar om de club niet tot het amateurisme te verdoemen “schenkt” de bond een nieuwe licentie voor de 1e divisie, een bitterzuur goedmakertje. Dat de huidige 1e-divisieclubs daartegen te hoop lopen, lag nogal voor de hand: zij dreigen daarmee volgend jaar voor spek en bonen, d.w.z. voor de kruimeltjes, mee te draaien, omdat Twente toch wel kampioen zal worden.

Ik ben geen jurist. Maar het zal me niets verbazen als ter zake deskundigen in de loop van de vele beroeps- en andere juridische zittingen de twee componenten van het KNVB-besluit uit elkaar zullen spelen: (A) Is het correct en toelaatbaar dat FC Twente zijn proflicentie voor 2016-2017 kwijtraakt?  En als die vraag positief wordt beoordeeld: (B) Is het correct en toelaatbaar dat de KNVB vanuit het niets (d.w.z. er is geen reglement dat daarin voorziet) een 1e-divisielicentie schenkt aan FC Twente.

Het zou best wel eens kunnen wezen dat (A) voor de rechter stand houdt, dus dat de club zijn licentie verliest. Te lang hebben Munsterman c.s. er een zooi van gemaakt. Het lijkt op de megalomane trajecten die we al kennen van Scheringa, Wang, Abramovitch, waar, na aanvankelijke successen, de ongelimiteerde beloftes vele schulden maken. Nu het feestje voorbij is en het feestvarken gebakken peren eet, zal het proces over aansprakelijkheid nog wel volgen, maar de KNVB-reglementen zijn op dat punt duidelijk.

Daarnaast zou het best wel eens kunnen wezen dat (B) voor de rechter geen stand houdt, dus dat de club geen 1e-divisielicentie verkrijgt. Argumenten daarvoor: het verzet van de huidige 1e-divisieclubs, de ongelukkige timing van het besluit, net tijdens de promotiedegradatiewedstrijden, en het feit dat KNVB-reglementen niet in een dergelijke optie voorzien, waardoor het lijkt alsof de KNVB tijdens de wedstrijd de spelregels verandert, iets wat op zijn zachtst gezegd niet chique is.

Dus zou het er wel eens aan het einde van de juridische rit op kunnen uitdraaien dat de FC Twente volgend jaar als amateurclub voor lege tribunes moet gaan spelen met een onbezoldigde selectie. Kunnen de Tukkers weer terugfuseren met Sportclub Enschede, waarvan zij zich in 1965 afscheidden, en krijgen we die zwarte shirts met grote witte V-hals weer terug in beeld. Us Abe is er ook onsterfelijk mee geworden.

Het Kasteel

Goed nieuws: Sparta is kampioen (mes félicitations) en vanaf komend seizoen komt Het Kasteel weer prominent op de buis. De oudste club van Nederland (1888) en het eerste voetbalstadion in Nederland (1916). Noblesse oblige.
Te hopen is dat Sparta komend seizoen thuis veel avondwedstrijden te spelen krijgt, want dan is de nachtburgemeester op z’n best. Bij wedstrijden overdag ben ik benieuwd wat Aboutaleb zal gaan kiezen: Spangen of Zuid.

Ik bewaar aan Sparta wel wat wrange herinneringen. Mijn plakboek van het seizoen 1958-1959, dat ik begon aan te leggen na de memorabele wedstrijd DWS-Feijenoord (0-5) van 1 maart 1959, kreeg een week later alweer een abrupt einde na de wedstrijd Feijenoord-Sparta (0-3) op 8 maart 1959. Toen vond ik er niks meer aan. Het plakboek heb ik ook al niet meer.

Maar Sparta werd dat jaar gewoon kampioen. Ik had het nakijken.
Maar, sportief als ik ben, heb ik wel subiet vandaag nog de wikipedia-pagina over de Rotterdamse stadsderby up to date gebracht. Ook die 2-0 mag in de boeken.

 

Kong noch Kuyt

Zoetjesaan begint Feyenoord een beetje op Ajax te gaan lijken: het wint nu ook zijn slechte wedstrijden, zoals die van afgelopen zaterdag thuis tegen De Graafschap, al zag het daar aanvankelijk nog niet eens naar uit, zoals Ajax het de week ervoor thuis ook niet kon bolwerken tegen NEC. PSV net zo min thuis tegen Heerenveen, trouwens.
Het komt in de beste families voor.

 

 

Al heel lang, zeker meer dan tien jaar, was ik niet meer in De Kuip geweest, voornamelijk vanwege mijn francofiele neigingen en de emigratie die daarvan het gevolg was. Maar weer eens in Rotterdam-Zuid aangekomen merkte ik dat de sfeer die ik mij nog zo goed herinner van mijn eerste Kuipbezoek (Feijenoord-Reims, 13 maart 1963, ruim 53 jaar geleden dus) nog steeds even imposant is, zeker bij een lichtwedstrijd, en zeker bij volle tribunes. Niet die 51.000 die er administratief in de Arena zouden zitten, maar gewoon 47.000 hoofdig aanwezigen, die, het zij gezegd, in het eerste half uur wel wat kopzorgen hadden.
Het blijft toch Neêrlands mooiste stadion, met het trouwste publiek, de allerbeste grasmat en met de even spreekwoordelijke als volstrekt unieke Kuipvrees. Het stadion ook waar van alle stadions het rijkste liederenrepertoire klinkt.

Feyenoords onvolprezen jeugdopleiding betaalt zich uiteindelijk wel uit, want wie er ook uit het eerste elftal verdwijnen, steeds staat er nieuwe aanwas klaar om zich een vaste plek te verwerven. Het heet dan, dat je een brede bank hebt, en ik weet niet of deze stijlfiguur nu een pars pro toto is, of een abstractum pro concreto. Maar hoe het ook heet, als Kuyt (schorsing) en Kongolo (blessure) niet inzetbaar zijn, staan anderen wel op om de klus te klaren.
Goed, na een half uur ongeveer, bij een 0-1 achterstand, werd het toch nog een beetje gezellig, wat na de rust ook in daden werd omgezet met drie luid bejubelde doelpunten.

Dirk Kuyt, ook buiten het veld momenteel het boegbeeld van de club, kwam dat na afloop ook even allemaal haarfijn uitleggen in de Comfort Lounge naast het stadion. Hoe veel er door de club en de oudere spelers wordt geïnvesteerd in het inpassen en continu begeleiden van nieuwe spelers, hoe er wordt gewerkt aan mentale weerbaarheid (practical joke: even zeven wedstrijden op rij verliezen – dat is pas een stage), zodat er vervolgens weer eens vijf wedstrijden op rij in winst worden omgezet en de bekerfinale is bereikt.
Hij verklapte ook dat de spelers, hij als oudstgediende niet uitgezonderd, niet alleen fysiek, tactisch en technisch trainen, maar ook voortdurend psychologisch worden geschoold, in het belang van de teamvorming, het omgaan met emotionele ervaringen, het indammen van excessen (er belanden al met al minder Feyenoorders in politiecellen dan spelers van andere clubs) en natuurlijk de onvermijdelijke mediatraining.
Het was hem aan te zien: tijdens zijn hele causerie en de obligate fotosessie daarna had hij een gebeitelde glimlach op het gezicht (wat mij nooit is geleerd, dus), net zo strak als zijn kapsel, zoals eigenlijk ook zijn hele praatje één grote opsomming was van ingesouffleerde frasen, zo spontaan als ze klonken en zo waar als ze waren. Maar PR is voor de bühne, en daar weet Dirk wel raad mee.

O ja, en wat misschien nog wel het mooiste was: sinds ik begin januari met veel aplomb mijn artikel over het Kuipkwartiertje had gepubliceerd (hier in deze blog en op feyenoordnet.nl) en daar omstandig en met cijfermateriaal gestaafd had beweerd dat Feyenoord patent erop heeft dat het het vaakste scoort in het eerste kwartier van de tweede helft, had de club dat tot afgelopen zaterdag niet éénmaal meer voor elkaar gekregen. Ook statistieken zijn dus voor de bühne. Maar tegen De Graafschap was het dan eindelijk weer eens zover: 1-1 in de 55e minuut. En ik mocht daarbij aanwezig zijn.

 

Kuipkwartiertje

Gisteren gepubliceerd op feyenoordnet.nl.
De club had dus de primeur van het resultaat van een van mijn speurtochten.

 

 

 

 

 


Week in week uit gonst het rond de koffieautomaat van de bespiegelingen over Feyenoord. Op maandag bespreekt men het afgelopen weekeinde na, vanaf dinsdag komen de halve en hele waarheden die iets moeten zeggen over de eerstkomende wedstrijd. Fabeltjes zijn het soms, die waarheden, ook al gelooft de spreker er nog zo heilig in. En inderdaad, een heel enkele keer blijkt er een statistische juistheid achter schuil te gaan.

Ik behandel hier drie van die (voor-)oordelen die zich in de loop der jaren ook in mijn hoofd hebben vastgezet. Ik ben Feyenoordfan sinds seizoen 1958-1959, dus ik kan putten uit een rijk arsenaal aan data.

Het eerste fabeltje is eerder een nachtmerrie: de Vloek Van Venlo, oftewel VVV-uit. Sinds de invoering van het betaalde voetbal moesten de Rotterdammers 20 maal naar Venlo afreizen en op drie overwinningen na moesten ze met de roodwitte staart tussen de benen huiswaarts keren. De eerste overwinning was pas in de tiende ontmoeting (1985-1986; een magere 0-1). De tweede volgde zes jaar later (1991-1992; wederom een magere 0-1) en de laatste zege dateert uit seizoen 2012-2013: een nipte, maar verdiende 2-3, maar dan wel na een 2-0 achterstand. Van de overige 17 wedstrijden sleepte Feyenoord dan nog tenminste acht maal een gelijkspel voor de poorten van De Koel weg, de overige negen wedstrijden gingen roemloos verloren. Toen daar nog Jan Klaassens en Faas Wilkes speelden, en later Keisuke Honda en Ruben Schaken, kon je daarvoor wellicht nog enig begrip opbrengen, maar met een overall doelsaldo in de onderlinge duels van 35-21 in VVV’s voordeel, krab je je toch wel even achter oren. En niemand kan verklaren wat de grond van deze Vloek Van Venlo is, net zomin als waar de opmerkelijke traditie van Utrecht-Ajax vandaan komt. Aan de spelersselectie of de trainers kan het niet liggen, net zo min als aan het gras of het fanatieke Venlose publiek (wel 8.000 max). We wachten maar af tot VVV weer eredivisionist is; dan kom ik er nog wel op terug.

Het tweede fabeltje is inderdaad een waanidee. Toch heb ik al vele jaren het gevoel dat Feyenoord maar niet of nauwelijks uitwedstrijden kan winnen in Noord-Brabant. En dan heb ik het over BVV/Fc Den Bosch, Eindhoven, Helmond Sport, NAC, NOAD, PSV, RBC, RKC en Willem II.

In het staatje hieronder de resultaten van Feyenoord in uitwedstrijden tegen deze clubs sinds 1956-1957, in opklimmende lastpakvolgorde:

Het blijkt dat alleen PSV, en in mindere mate RKC, een weinig positief resultaat voor Feyenoord laten zien, maar voor de rest valt het alles mee. En voor zover ik last mocht hebben van een kortetermijngeheugen: kijkend naar de laatste seizoenen, vanaf 2013-2014 tot heden, dan zijn de resultaten op Brabantse bodem geheel in balans, als Feyenoord op 1 mei 2016 nog even weet te winnen bij Willem II: 3 gewonnen, 2 gelijk, 3 verloren. Het is dus niet waar dat Feyenoord het in Brabant net zo zwaar heeft als in Venlo, al moet ik er wel bij zeggen dat het nou net uitgerekend PSV is dat als enige tegenstander al die jaren vanaf 1956 in de eredivisie heeft gespeeld, hetgeen de statistiek merkbaar beïnvloedt.

Het derde fabeltje staat qua realiteitsgehalte een beetje tussen de twee bovengenoemde fabeltjes in. NAC en ADO schijnen er een beetje patent op te hebben, op een magische periode in een thuiswedstrijd, maar vanaf zeker moment wist ik zo goed als zeker dat Feyenoord in thuiswedstrijden altijd scoort in het eerste kwartier van de tweede helft, dus tussen minuut 46 en 60. Ik volg, thuis in Frankrijk, zowat alle Feyenoordwedstrijden live en weet dat ik er vlak na de rust zeker voor moet gaan zitten: er zal worden gescoord. Maar is dat ook zo?

Ja en nee. Ik ben het eens nagegaan voor de seizoenen vanaf 2009-2010 tot aan de winterstop van seizoen 2015-2016, met de vraag: in welk kwartier vallen de doelpunten in De Kuip voor en tegen Feyenoord, en ook maar meteen even: hoe zit dat in diezelfde periode bij uitwedstrijden van Feyenoord ?
Wat dat laatste betreft: daar klopt het verhaal allerminst:


Maar goed, ik had het ook over een Kuipkwartiertje, en daarvan kunnen we straks misschien wel spreken. 
In uitwedstrijden scoort Feyenoord elk kwartier altijd meer doelpunten dan de thuisspelende tegenstander, behalve nou net in het eerste kwartier van de tweede helft; daar is de stand gelijk: 25 om 25. Zie de onderste TOTAAL-regels. En in ieder geval ligt er in geen van de seizoenen een hoogtepunt in het eerste kwartier van de tweede helft, noch qua doelpunten voor, noch tegen.
Maar dan het Kuipkwartiertje in thuiswedstrijden. In de tabel, achter het seizoen, de trainersaanduiding, resp. Been, Koeman, Rutte, Van Bronckhorst:

Over de seizoenen heen gekeken is Feyenoord-thuis het eerste kwartier van de tweede helft (minuut 46-60) veruit het productiefst, en krijgt het in het laatste kwartier de meeste goals tegen. Dat feit kan wellicht zijn oorzaak vinden in een geruststellende voorsprong van Feyenoord dat dan de teugels laat vieren; denk daarbij maar aan de eclatante 0-5 bij rust in Heerenveen, eerder dit seizoen, waarna de Friezen rustig tot 2-5 mochten terugkomen. Jammer, er had ook een 10-0 kunnen worden weggepoetst.

Maar toch is er met het eerste kwartier van de tweede helft in thuiswedstrijden nog wel meer aan de hand, reden om van een Kuipkwartiertje te mogen spreken. Allereerst is dat het kwartier waarin Feyenoord driemaal zo vaak scoort als de tegenstander (60 om 20), een gunstiger verhouding dan in welk kwartier dan ook. Het is dus Feyenoords meest lucratieve kwartier. Vervolgens geven de statistieken aan dat het vooral onder Koeman (2011-2014) was dat de periode vlak na rust Feyenoord veruit de meeste doelpunten opleverde. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat het onder dezelfde Koeman was, dat ook de tegenstander in De Kuip het vaakst het net vond.

Het zegt allemaal niets over De Kuip. Niets over het Legioen. Niets over de zo sterk wisselende spelersgroep in die zeven seizoenen. Misschien zegt het iets over de trainer en zijn inbreng tijdens de rust. Of het ligt aan de thee.
Bovendien blijkt ook nog eens dat Feyenoord het in dat Kuipkwartiertje ook significant beter doet dan het gemiddelde van alle eredivisieclubs bij elkaar. Bezie de gemiddelde scores over het lopende seizoen waarin het opvalt dat minuut 46-60 typische Feyenoordmomenten vormen:


Ten slotte valt het op dat er in De Kuip in de hele tweede helft beduidend meer wordt gescoord dan in de eerste helft, zowel doelpunten voor als tegen: in de eerste helft 106 tegen 190 in de tweede helft. Bij uitwedstrijden van Feyenoord is hetzelfde het geval: 98 tegen 114. Jammer genoeg geldt dat ook voor de tegendoelpunten: thuis 64 in de eerste helft en 68 in de tweede helft, en bij uitwedstrijden zelfs 62 tegen 98. Daaruit kan ik niet zo veel opmaken, maar ik troost me met de wetenschap dat in welke helft en welke speelstad dan ook Feyenoord vaker scoort dan de tegenstander. Statistisch gezien dan.

Misschien is het wel een idee, zo’n Kuipkwartiertje aan het begin van de tweede helft. Daar kan De Kuip wat aan doen, daar kan het Legioen wat aan doen, daar kan misschien de trainer ook wat aan doen. En de spelers zelf maken het dan maar waar.

Feyenoord XXL extended and postponed

De presentatie van het grote Feyenoord-XXL boek, je weet wel, dat enorme en unieke boek van 50×50 cm, 33 kilo zwaar en een kostprijs van € 999,00 die oorspronkelijk stond gepland in maart-april 2016, zal vermoedelijk pas in augustus gaan plaatsvinden. Daarvoor zijn twee plausibele oorzaken aan te wijzen.

Allereerst de onvermijdelijke vertraging die er komt kijken bij het uitgeven van een bijzonder boek. Vertel mij wat. De layout, het drukken, het (met de hand!) inbinden van de katernen van alle 1908 exemplaren, er komen altijd wel problemen en pech om de hoek kijken.

De tweede oorzaak is een zeer hoopvolle. Nu de competitie loopt zoals zij loopt, en zeker na het daverende succes eergisteren in de bekerwedstrijd in De Kuip, gaan er zo links en rechts nogal wat mensen geloven in het wonder dat Feyenoord dit jaar misschien wel eens kampioen zou kunnen worden. Het zou zonde zijn als dan het boek net is uitgeleverd, en het vreugdevolle seizoenseinde erin zou ontbreken. Daarom leeft bij Uitgeverij Kick het voornemen erop te gokken dat het boek zal worden uitgebreid met de Coolsingel 2016 en dan kort daarna feestelijk zal worden gepresenteerd.

Ik noem dat: het genoegen van het uitgesteld verlangen.