Verdriet

Het verdriet van België heeft zijn reprise gekregen. De draken die de duivels verslaan, iets wat maar weinigen hadden voorzien.
Dan boffen we nog dat Nederland ditmaal niet van de partij was, want een dergelijke afgang had ons net zo goed kunnen overkomen, en dan waren de rapen gaar geweest.

Ook bij mij waren de Belgen zo’n beetje de vervangknuffels, zoals de IJslanders masochistisch de sympa’s waren geworden nadat ze Nederland tot tweemaal toe in de kwalificatieronde hadden verslagen.

Ik had van de Belgen meer gehoopt en ook verwacht.
En, in tegenstelling tot veel commentatoren, beschouwde ik Axel Witsel als de onbetwiste beste speler van het team tijdens dit EK. De statistieken geven mij daarin gelijk: van de 246 passes van zijn voet kwamen er 233 goed aan, een succespercentage van 95%, volgens de UEFA-site. Kom daar maar eens om. Maar ook gevoelsmatig, ook zonder bal: hij bevond zich steeds daar waar het te doen was, in het centrum van de actie, zoals we dat ook kennen van Pirlo, Zidane, Van Hanegem. Een genot om naar te kijken. Jammer alleen van die afzichtelijke en ontsierende tatoeage op zijn arm. Wat er nog meer aan deze Rode Duivel is gemutileerd, kunnen we gelukkig niet zien.

Slechtste speler van het team: Kevin de Bruyne. Een fantastische voetballer, weet ik, die er dit toernooi werkelijk niets van bakte. De UEFA-site dicht hem nog een slagingspercentage van 79 toe: 169 van zijn 215 passes kwamen goed aan. In mijn beleving was het nog niet eens de helft. Leverde verdwaalde voorzetten af als hij beter zelf had kunnen schieten; ging voor eigen geluk met een mislukt schot als hij beter had kunnen afspelen of voorzetten.
Toegegeven, zijn blanke armen geven hem een optisch voordeel boven Witsel, maar geheel in lijn met de werkelijkheid staat De Bruyne bijkans van nature het schaamrood op de kaken.

Dick Advocaat kreeg op het EK2004 heel Nederland over zich heen toen hij tijdens de wedstrijd tegen Tsjechië Arjen Robben wisselde. Marc Wilmots heeft het bij mij verbruid door tijdens het EK2016 Kevin de Bruyne steeds maar weer de volle speeltijd te gunnen.

Vervlogen is mijn droom van een EK-finale België-IJsland. Europa op z’n kop, net als in het dagelijks leven. Gelukkig staat het speelschema niet toe dat het wel weer Frankrijk-Duitsland gaat worden, net als in 1870, 1914 en 1940. Want bij voetbal weet je dan wel wie er gaat winnen.

 

 

FC Twente debacle

Na mijn valse liefdesverklaring aan Tukkerland kan ik niet nalaten even te reageren op het KNVB-besluit FC Twente volgend jaar in de nederige Jupiler league te laten optreden. De media, die elkaar zoals gebruikelijk klakkeloos nabauwen, spreken van “degraderen naar de eerste divisie” net zoals zij hardnekkig vol blijven houden dat “de muur viel”, wat evenmin correct is. Dat laatste had ik al omstandig uitgelegd; het eerste zal ik toelichten.

 

De KNVB heeft verrassend genoeg een nieuwe constructie bedacht: de proflicentie van Twente wordt ingetrokken (wegens voornamelijk financieel wanbeleid), maar om de club niet tot het amateurisme te verdoemen “schenkt” de bond een nieuwe licentie voor de 1e divisie, een bitterzuur goedmakertje. Dat de huidige 1e-divisieclubs daartegen te hoop lopen, lag nogal voor de hand: zij dreigen daarmee volgend jaar voor spek en bonen, d.w.z. voor de kruimeltjes, mee te draaien, omdat Twente toch wel kampioen zal worden.

Ik ben geen jurist. Maar het zal me niets verbazen als ter zake deskundigen in de loop van de vele beroeps- en andere juridische zittingen de twee componenten van het KNVB-besluit uit elkaar zullen spelen: (A) Is het correct en toelaatbaar dat FC Twente zijn proflicentie voor 2016-2017 kwijtraakt?  En als die vraag positief wordt beoordeeld: (B) Is het correct en toelaatbaar dat de KNVB vanuit het niets (d.w.z. er is geen reglement dat daarin voorziet) een 1e-divisielicentie schenkt aan FC Twente.

Het zou best wel eens kunnen wezen dat (A) voor de rechter stand houdt, dus dat de club zijn licentie verliest. Te lang hebben Munsterman c.s. er een zooi van gemaakt. Het lijkt op de megalomane trajecten die we al kennen van Scheringa, Wang, Abramovitch, waar, na aanvankelijke successen, de ongelimiteerde beloftes vele schulden maken. Nu het feestje voorbij is en het feestvarken gebakken peren eet, zal het proces over aansprakelijkheid nog wel volgen, maar de KNVB-reglementen zijn op dat punt duidelijk.

Daarnaast zou het best wel eens kunnen wezen dat (B) voor de rechter geen stand houdt, dus dat de club geen 1e-divisielicentie verkrijgt. Argumenten daarvoor: het verzet van de huidige 1e-divisieclubs, de ongelukkige timing van het besluit, net tijdens de promotiedegradatiewedstrijden, en het feit dat KNVB-reglementen niet in een dergelijke optie voorzien, waardoor het lijkt alsof de KNVB tijdens de wedstrijd de spelregels verandert, iets wat op zijn zachtst gezegd niet chique is.

Dus zou het er wel eens aan het einde van de juridische rit op kunnen uitdraaien dat de FC Twente volgend jaar als amateurclub voor lege tribunes moet gaan spelen met een onbezoldigde selectie. Kunnen de Tukkers weer terugfuseren met Sportclub Enschede, waarvan zij zich in 1965 afscheidden, en krijgen we die zwarte shirts met grote witte V-hals weer terug in beeld. Us Abe is er ook onsterfelijk mee geworden.

Het Kasteel

Goed nieuws: Sparta is kampioen (mes félicitations) en vanaf komend seizoen komt Het Kasteel weer prominent op de buis. De oudste club van Nederland (1888) en het eerste voetbalstadion in Nederland (1916). Noblesse oblige.
Te hopen is dat Sparta komend seizoen thuis veel avondwedstrijden te spelen krijgt, want dan is de nachtburgemeester op z’n best. Bij wedstrijden overdag ben ik benieuwd wat Aboutaleb zal gaan kiezen: Spangen of Zuid.

Ik bewaar aan Sparta wel wat wrange herinneringen. Mijn plakboek van het seizoen 1958-1959, dat ik begon aan te leggen na de memorabele wedstrijd DWS-Feijenoord (0-5) van 1 maart 1959, kreeg een week later alweer een abrupt einde na de wedstrijd Feijenoord-Sparta (0-3) op 8 maart 1959. Toen vond ik er niks meer aan. Het plakboek heb ik ook al niet meer.

Maar Sparta werd dat jaar gewoon kampioen. Ik had het nakijken.
Maar, sportief als ik ben, heb ik wel subiet vandaag nog de wikipedia-pagina over de Rotterdamse stadsderby up to date gebracht. Ook die 2-0 mag in de boeken.

 

Kong noch Kuyt

Zoetjesaan begint Feyenoord een beetje op Ajax te gaan lijken: het wint nu ook zijn slechte wedstrijden, zoals die van afgelopen zaterdag thuis tegen De Graafschap, al zag het daar aanvankelijk nog niet eens naar uit, zoals Ajax het de week ervoor thuis ook niet kon bolwerken tegen NEC. PSV net zo min thuis tegen Heerenveen, trouwens.
Het komt in de beste families voor.

 

 

Al heel lang, zeker meer dan tien jaar, was ik niet meer in De Kuip geweest, voornamelijk vanwege mijn francofiele neigingen en de emigratie die daarvan het gevolg was. Maar weer eens in Rotterdam-Zuid aangekomen merkte ik dat de sfeer die ik mij nog zo goed herinner van mijn eerste Kuipbezoek (Feijenoord-Reims, 13 maart 1963, ruim 53 jaar geleden dus) nog steeds even imposant is, zeker bij een lichtwedstrijd, en zeker bij volle tribunes. Niet die 51.000 die er administratief in de Arena zouden zitten, maar gewoon 47.000 hoofdig aanwezigen, die, het zij gezegd, in het eerste half uur wel wat kopzorgen hadden.
Het blijft toch Neêrlands mooiste stadion, met het trouwste publiek, de allerbeste grasmat en met de even spreekwoordelijke als volstrekt unieke Kuipvrees. Het stadion ook waar van alle stadions het rijkste liederenrepertoire klinkt.

Feyenoords onvolprezen jeugdopleiding betaalt zich uiteindelijk wel uit, want wie er ook uit het eerste elftal verdwijnen, steeds staat er nieuwe aanwas klaar om zich een vaste plek te verwerven. Het heet dan, dat je een brede bank hebt, en ik weet niet of deze stijlfiguur nu een pars pro toto is, of een abstractum pro concreto. Maar hoe het ook heet, als Kuyt (schorsing) en Kongolo (blessure) niet inzetbaar zijn, staan anderen wel op om de klus te klaren.
Goed, na een half uur ongeveer, bij een 0-1 achterstand, werd het toch nog een beetje gezellig, wat na de rust ook in daden werd omgezet met drie luid bejubelde doelpunten.

Dirk Kuyt, ook buiten het veld momenteel het boegbeeld van de club, kwam dat na afloop ook even allemaal haarfijn uitleggen in de Comfort Lounge naast het stadion. Hoe veel er door de club en de oudere spelers wordt geïnvesteerd in het inpassen en continu begeleiden van nieuwe spelers, hoe er wordt gewerkt aan mentale weerbaarheid (practical joke: even zeven wedstrijden op rij verliezen – dat is pas een stage), zodat er vervolgens weer eens vijf wedstrijden op rij in winst worden omgezet en de bekerfinale is bereikt.
Hij verklapte ook dat de spelers, hij als oudstgediende niet uitgezonderd, niet alleen fysiek, tactisch en technisch trainen, maar ook voortdurend psychologisch worden geschoold, in het belang van de teamvorming, het omgaan met emotionele ervaringen, het indammen van excessen (er belanden al met al minder Feyenoorders in politiecellen dan spelers van andere clubs) en natuurlijk de onvermijdelijke mediatraining.
Het was hem aan te zien: tijdens zijn hele causerie en de obligate fotosessie daarna had hij een gebeitelde glimlach op het gezicht (wat mij nooit is geleerd, dus), net zo strak als zijn kapsel, zoals eigenlijk ook zijn hele praatje één grote opsomming was van ingesouffleerde frasen, zo spontaan als ze klonken en zo waar als ze waren. Maar PR is voor de bühne, en daar weet Dirk wel raad mee.

O ja, en wat misschien nog wel het mooiste was: sinds ik begin januari met veel aplomb mijn artikel over het Kuipkwartiertje had gepubliceerd (hier in deze blog en op feyenoordnet.nl) en daar omstandig en met cijfermateriaal gestaafd had beweerd dat Feyenoord patent erop heeft dat het het vaakste scoort in het eerste kwartier van de tweede helft, had de club dat tot afgelopen zaterdag niet éénmaal meer voor elkaar gekregen. Ook statistieken zijn dus voor de bühne. Maar tegen De Graafschap was het dan eindelijk weer eens zover: 1-1 in de 55e minuut. En ik mocht daarbij aanwezig zijn.

 

Kuipkwartiertje

Gisteren gepubliceerd op feyenoordnet.nl.
De club had dus de primeur van het resultaat van een van mijn speurtochten.

 

 

 

 

 


Week in week uit gonst het rond de koffieautomaat van de bespiegelingen over Feyenoord. Op maandag bespreekt men het afgelopen weekeinde na, vanaf dinsdag komen de halve en hele waarheden die iets moeten zeggen over de eerstkomende wedstrijd. Fabeltjes zijn het soms, die waarheden, ook al gelooft de spreker er nog zo heilig in. En inderdaad, een heel enkele keer blijkt er een statistische juistheid achter schuil te gaan.

Ik behandel hier drie van die (voor-)oordelen die zich in de loop der jaren ook in mijn hoofd hebben vastgezet. Ik ben Feyenoordfan sinds seizoen 1958-1959, dus ik kan putten uit een rijk arsenaal aan data.

Het eerste fabeltje is eerder een nachtmerrie: de Vloek Van Venlo, oftewel VVV-uit. Sinds de invoering van het betaalde voetbal moesten de Rotterdammers 20 maal naar Venlo afreizen en op drie overwinningen na moesten ze met de roodwitte staart tussen de benen huiswaarts keren. De eerste overwinning was pas in de tiende ontmoeting (1985-1986; een magere 0-1). De tweede volgde zes jaar later (1991-1992; wederom een magere 0-1) en de laatste zege dateert uit seizoen 2012-2013: een nipte, maar verdiende 2-3, maar dan wel na een 2-0 achterstand. Van de overige 17 wedstrijden sleepte Feyenoord dan nog tenminste acht maal een gelijkspel voor de poorten van De Koel weg, de overige negen wedstrijden gingen roemloos verloren. Toen daar nog Jan Klaassens en Faas Wilkes speelden, en later Keisuke Honda en Ruben Schaken, kon je daarvoor wellicht nog enig begrip opbrengen, maar met een overall doelsaldo in de onderlinge duels van 35-21 in VVV’s voordeel, krab je je toch wel even achter oren. En niemand kan verklaren wat de grond van deze Vloek Van Venlo is, net zomin als waar de opmerkelijke traditie van Utrecht-Ajax vandaan komt. Aan de spelersselectie of de trainers kan het niet liggen, net zo min als aan het gras of het fanatieke Venlose publiek (wel 8.000 max). We wachten maar af tot VVV weer eredivisionist is; dan kom ik er nog wel op terug.

Het tweede fabeltje is inderdaad een waanidee. Toch heb ik al vele jaren het gevoel dat Feyenoord maar niet of nauwelijks uitwedstrijden kan winnen in Noord-Brabant. En dan heb ik het over BVV/Fc Den Bosch, Eindhoven, Helmond Sport, NAC, NOAD, PSV, RBC, RKC en Willem II.

In het staatje hieronder de resultaten van Feyenoord in uitwedstrijden tegen deze clubs sinds 1956-1957, in opklimmende lastpakvolgorde:

Het blijkt dat alleen PSV, en in mindere mate RKC, een weinig positief resultaat voor Feyenoord laten zien, maar voor de rest valt het alles mee. En voor zover ik last mocht hebben van een kortetermijngeheugen: kijkend naar de laatste seizoenen, vanaf 2013-2014 tot heden, dan zijn de resultaten op Brabantse bodem geheel in balans, als Feyenoord op 1 mei 2016 nog even weet te winnen bij Willem II: 3 gewonnen, 2 gelijk, 3 verloren. Het is dus niet waar dat Feyenoord het in Brabant net zo zwaar heeft als in Venlo, al moet ik er wel bij zeggen dat het nou net uitgerekend PSV is dat als enige tegenstander al die jaren vanaf 1956 in de eredivisie heeft gespeeld, hetgeen de statistiek merkbaar beïnvloedt.

Het derde fabeltje staat qua realiteitsgehalte een beetje tussen de twee bovengenoemde fabeltjes in. NAC en ADO schijnen er een beetje patent op te hebben, op een magische periode in een thuiswedstrijd, maar vanaf zeker moment wist ik zo goed als zeker dat Feyenoord in thuiswedstrijden altijd scoort in het eerste kwartier van de tweede helft, dus tussen minuut 46 en 60. Ik volg, thuis in Frankrijk, zowat alle Feyenoordwedstrijden live en weet dat ik er vlak na de rust zeker voor moet gaan zitten: er zal worden gescoord. Maar is dat ook zo?

Ja en nee. Ik ben het eens nagegaan voor de seizoenen vanaf 2009-2010 tot aan de winterstop van seizoen 2015-2016, met de vraag: in welk kwartier vallen de doelpunten in De Kuip voor en tegen Feyenoord, en ook maar meteen even: hoe zit dat in diezelfde periode bij uitwedstrijden van Feyenoord ?
Wat dat laatste betreft: daar klopt het verhaal allerminst:


Maar goed, ik had het ook over een Kuipkwartiertje, en daarvan kunnen we straks misschien wel spreken. 
In uitwedstrijden scoort Feyenoord elk kwartier altijd meer doelpunten dan de thuisspelende tegenstander, behalve nou net in het eerste kwartier van de tweede helft; daar is de stand gelijk: 25 om 25. Zie de onderste TOTAAL-regels. En in ieder geval ligt er in geen van de seizoenen een hoogtepunt in het eerste kwartier van de tweede helft, noch qua doelpunten voor, noch tegen.
Maar dan het Kuipkwartiertje in thuiswedstrijden. In de tabel, achter het seizoen, de trainersaanduiding, resp. Been, Koeman, Rutte, Van Bronckhorst:

Over de seizoenen heen gekeken is Feyenoord-thuis het eerste kwartier van de tweede helft (minuut 46-60) veruit het productiefst, en krijgt het in het laatste kwartier de meeste goals tegen. Dat feit kan wellicht zijn oorzaak vinden in een geruststellende voorsprong van Feyenoord dat dan de teugels laat vieren; denk daarbij maar aan de eclatante 0-5 bij rust in Heerenveen, eerder dit seizoen, waarna de Friezen rustig tot 2-5 mochten terugkomen. Jammer, er had ook een 10-0 kunnen worden weggepoetst.

Maar toch is er met het eerste kwartier van de tweede helft in thuiswedstrijden nog wel meer aan de hand, reden om van een Kuipkwartiertje te mogen spreken. Allereerst is dat het kwartier waarin Feyenoord driemaal zo vaak scoort als de tegenstander (60 om 20), een gunstiger verhouding dan in welk kwartier dan ook. Het is dus Feyenoords meest lucratieve kwartier. Vervolgens geven de statistieken aan dat het vooral onder Koeman (2011-2014) was dat de periode vlak na rust Feyenoord veruit de meeste doelpunten opleverde. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat het onder dezelfde Koeman was, dat ook de tegenstander in De Kuip het vaakst het net vond.

Het zegt allemaal niets over De Kuip. Niets over het Legioen. Niets over de zo sterk wisselende spelersgroep in die zeven seizoenen. Misschien zegt het iets over de trainer en zijn inbreng tijdens de rust. Of het ligt aan de thee.
Bovendien blijkt ook nog eens dat Feyenoord het in dat Kuipkwartiertje ook significant beter doet dan het gemiddelde van alle eredivisieclubs bij elkaar. Bezie de gemiddelde scores over het lopende seizoen waarin het opvalt dat minuut 46-60 typische Feyenoordmomenten vormen:


Ten slotte valt het op dat er in De Kuip in de hele tweede helft beduidend meer wordt gescoord dan in de eerste helft, zowel doelpunten voor als tegen: in de eerste helft 106 tegen 190 in de tweede helft. Bij uitwedstrijden van Feyenoord is hetzelfde het geval: 98 tegen 114. Jammer genoeg geldt dat ook voor de tegendoelpunten: thuis 64 in de eerste helft en 68 in de tweede helft, en bij uitwedstrijden zelfs 62 tegen 98. Daaruit kan ik niet zo veel opmaken, maar ik troost me met de wetenschap dat in welke helft en welke speelstad dan ook Feyenoord vaker scoort dan de tegenstander. Statistisch gezien dan.

Misschien is het wel een idee, zo’n Kuipkwartiertje aan het begin van de tweede helft. Daar kan De Kuip wat aan doen, daar kan het Legioen wat aan doen, daar kan misschien de trainer ook wat aan doen. En de spelers zelf maken het dan maar waar.

Feyenoord XXL extended and postponed

De presentatie van het grote Feyenoord-XXL boek, je weet wel, dat enorme en unieke boek van 50×50 cm, 33 kilo zwaar en een kostprijs van € 999,00 die oorspronkelijk stond gepland in maart-april 2016, zal vermoedelijk pas in augustus gaan plaatsvinden. Daarvoor zijn twee plausibele oorzaken aan te wijzen.

Allereerst de onvermijdelijke vertraging die er komt kijken bij het uitgeven van een bijzonder boek. Vertel mij wat. De layout, het drukken, het (met de hand!) inbinden van de katernen van alle 1908 exemplaren, er komen altijd wel problemen en pech om de hoek kijken.

De tweede oorzaak is een zeer hoopvolle. Nu de competitie loopt zoals zij loopt, en zeker na het daverende succes eergisteren in de bekerwedstrijd in De Kuip, gaan er zo links en rechts nogal wat mensen geloven in het wonder dat Feyenoord dit jaar misschien wel eens kampioen zou kunnen worden. Het zou zonde zijn als dan het boek net is uitgeleverd, en het vreugdevolle seizoenseinde erin zou ontbreken. Daarom leeft bij Uitgeverij Kick het voornemen erop te gokken dat het boek zal worden uitgebreid met de Coolsingel 2016 en dan kort daarna feestelijk zal worden gepresenteerd.

Ik noem dat: het genoegen van het uitgesteld verlangen.

 

 

Voetbal? Bah!

Toen in maart 2001 nevenstaande VPRO-gids bij ons in de bus viel, zo herinner ik me nog, had ik het aanvankelijk niet in de gaten en dacht ik dat er een serieuze programmapagina op de voorkant was afgedrukt.
Beetje saai en fantasieloos dus.

Bij nadere beschouwing bleek ik er, zo meldt Herman Zjuiphof, toch weer ingetuind.

 


Ik had dit nummer van de VPRO-gids altijd bewaard en vond het bij opruimen afgelopen weekend weer eens terug. Omdat sommigen van jullie het nummer misschien niet hebben bewaard, of zelfs nooit ontvangen, geef ik die voorpagina hier onverkort en zonder verder commentaar weer.

Het is humor van het kaliber van het tegenscript, een andere oude voorpagina (of binnenpagina – weet ik niet meer) van de VPRO-gids, eerder op deze weblog gepresenteerd.

 

VI donc

Aanvankelijk wist ik niet of ik me gestreeld of belazerd moest voelen, toen ik in de VI nr.46/2014 op blz. 75, onder de kop “Kille bedoening in Berlijn” opeens allerhande zinswendingen tegenkwam die ik o.a. HIER al twee jaar eerder uit mijn eigen pen had laten vloeien.
Na de opmerkingen van VI-hoofdredacteur Tom van Hulsen, die op mijn derde ophelderingsmailtje aan VI uiteindelijk wèl reageerde, wist ik het zeker: hier is gejat door redacteur Iwan van Duren.

Boze tongen beweren dat die wel vaker van andermans bordje eet, maar daarvan heb ik geen bewijs, behalve dan in dit geval. Van Hulsen komt niet verder dan “Ik heb de desbetreffende VI er even bij gepakt en ik begrijp nu dat het gaat om een bijschrift in een fotodocument dat we destijds publiceerden. In dit bijschrift (het behelst niet meer dan zo’n duizend lettertekens) zie ik inderdaad een paar overeenkomsten met uw tekst, maar het gaat dan puur om informatie die vrijelijk beschikbaar is en dus voor iedereen te gebruiken. Ik zie dan ook geen enkele reden dit als plagiaat te bestempelen. Het spijt mij dat er binnen VI niet eerder op uw mails is gereageerd.”
Fi donc, VI, fi donc.
Vergelijk beide teksten en oordeel zelf:

Ik schreef: Nederland had de DDR nog niet eens erkend; dat gebeurde pas begin 1973. Maar het Uefa-lot had begin 1970 toch twee Nederlandse clubs gekoppeld aan teams uit dat niet bestaande land. De ene moest het opnemen tegen Carl Zeiss Jena, voor Feijenoord kwam FC Vorwärts Berlin uit de koker.
VI schrijft: Nederland heeft de DDR nog niet eens erkend in 1970, toch moet er dan tegen een club uit dat land worden gespeeld.

Ik schreef: Geen wonder dat Coen Moulijn aan Ernst Happel had gevraagd hem alsjeblieft niet op te stellen, want voor voetbal van zijn soort was dit een absoluut onmogelijke ambiance.
VI schrijft: ‘Hier kan ik niet spelen, mijnheer Happel’. Zonder Coen Moulijn treedt Feyenoord tegen Vorwärts Berlin aan.

Ik schreef: om er nog het beste van te maken op een terrein dat in feite alleen nog maar geschikt was voor een demonstratiewedstrijd Grieks-Romeins worstelen voor pupillen.
Iwan van Duren maakt daarvan: een veld dat meer geschikt lijkt voor ijsspeedway.

Ik schreef: Het wegdek bestond overigens niet uit beton of asfalt, maar uit bakstenen klinkers en er gold over het hele traject van bijna 200 kilometer een maximumsnelheid van 60 km/u.
Iwan de Verschrikkelijke heeft niet goed gelezen; hij schrijft: De meegereisde fans hebben met zestig kilometer per uur over bakstenen snelwegen gereden.
Punt één: er was maar één snelweg/transitcorridor van Helmstedt naar Berlijn en punt twee: je mocht maar 60, maar we reden 80, zoals ik fijntjes uit de doeken doe in mijn artikel, met een kostbare bekeuring als gevolg. Goed spieken is een vak apart.

Ik schreef: In het uitvak (mocht het die naam hebben?) was het Legioen met zo’n 100 man aanwezig, voor alle veiligheid omringd door een veelvoud ervan aan Vopo’s. (…) Op deze wedstrijd waren nog geen 20.000 bezoekers afgekomen, ongeveer de helft ervan in Vopo-uniform.
In de VI wordt daar kortheidshalve van gemaakt: (De meegereisde fans) zitten nu tussen duizenden militairen te kijken (…)

Ik schreef: Zowel voor de wedstrijd als tijdens de rust reed een aantal Russische trucks het veld op, beladen met geel zand en strooizout dat door bereidwillige militairen over het veld werd verspreid. Dat moest de grond wat minder glibberig maken en was ook heel prettig bij slidings en zo. Misschien was het ook wel een idee van scheidsrechter Jones, die aanvankelijk het veld had willen afkeuren.
VI husselt wat en komt dan met: Als scheidsrechter Jones uit Wales de wedstrijd dreigt af te gelasten, komen er al snel vrachtwagens met strooizout en geel zand op het veld.
(NB: merk de fijnzinnige inversie op:  ”geel zand en strooizout” wordt “strooizout en geel zand”. Een stijlfiguur van waarlijk grote klasse!)

Ik schreef: In de tweede helft 1-0 door Piepenburg en een minuut later een rode kaart voor Piet Romeijn na een welgeplaatste maagstomp op diezelfde Piepenburg. Voor wat hoort wat. Verder geen noemenswaardige schade en twee weken later werd in Rotterdam met 2-0 het eindresultaat prettig omgebogen.
In de déjà-VI-versie wordt dat: Het duel eindigt in 1-0 voor de Oost-Duitsers. Piet Romeijn krijgt ook nog rood. Twee weken later wint Feyenoord met 2-0 in De Kuip.

Toch knap van de hoofdredacteur die de betreffende VI even erbij heeft gepakt en constateert dat er “inderdaad een aantal overeenkomsten met uw tekst” zijn.
Voor een betrouwbaarder en vooral origineler sfeerbeeld van die wedstrijd en wat zich eromheen afspeelde, sla ik mijn verslag toch net ietsje hoger aan dan het goedkope tweedehandsje van “niet meer dan zo’n duizend lettertekens” dat IvD gratis naar zich toe durfde te trekken. 

En over die quizvraag moet je zelf nog maar even nadenken. Misschien valt er een gratis VI-abo mee te verdienen.

 

 

 

 

 

Onze ogres

Op III Gym plakte ik in mijn schoolagenda begin februari 1963 bijgaande foto die ik uit een krant had geknipt, in plaats van op die plek mijn huiswerk te noteren. Onze ogres venus de Hollande (Elf menseneters uit Nederland gekomen). Met al zes jaar Frans in mijn schoolbagage lukte het me aan die schandaleuze titel toe te voegen: “ont battu Reims 0-1″, want dat was de uitslag op 6 februari 1963 in Parijs. Bij de return op 13 maart (1-1) was ik een van de 65.000 toeschouwers en dat was de allereerste keer dat ik in De Kuip kwam, samen met Michel door mijn vader vanuit Amsterdam naar Rotterdam vv. gereden. Van de wedstrijd zelf kan ik me eigenlijk niets meer herinneren; van de geweldige sfeer in die bomvolle Kuip echter des te meer.

De agenda heeft het al vele jaren geleden geschopt tot het ronde archief, maar in het kader van mijn medewerking aan het in de maak zijnde Feyenoord-XXL-boek, waarin mijn DDR-avontuur een plek zal krijgen, wilde ik per se ook die Reims-wedstrijden en vooral die beruchte mensenetersfoto weer ter beschikking hebben. Oeverloos gegoogled, tot ik uiteindelijk succes had bij delpher.nl met zoeken op trefwoorden ‘Feyenoord’, ‘menseneters’ en ’1963′. De foto bleek te zijn gepubliceerd in dagblad De Tijd-Maasbode, de krant waarop wij thuis waren geabonneerd. De redactie van het XXL-boek spoorde mij aan te zoeken naar de originele Franse bron, enerzijds omwille van een betere scan van de foto, anderzijds om de oorspronkelijke Franse tekst te pakken te krijgen, waarvan ik hun meteen ook beloofde een Nederlandse vertaling te bezorgen. De speurtocht naar nummer 81 van Sport & Vie uit 1963 leverde al vlot een drietal aanbiedingen op Ebay op, waarvan eentje wat gunstiger geprijsd en ook binnen een week per post in de bus ontvangen. De kwaliteit van de beruchte foto bleek inderdaad aanmerkelijk beter, dus alleen daarom al was de aanschaf de moeite waard.

De chocoladekop bij het artikel, waartoe zelfs De Telegraaf zich niet zou verlagen, bleek bij lezing van de tekst echter als een tang op een oud wijf te slaan. Het hele verhaal was in feite een becommentarieerd interview met Elek Schwartz, de toenmalige bondscoach van het Nederlands elftal, die als tot Fransman genaturaliseerde Hongaar over voldoende kennis van zowel het Franse als Nederlandse voetbal beschikte. Zijn vakkundige boodschap was helder: Reims moet oppassen Feyenoord te onderschatten, gelet op de voortreffelijke kwaliteiten van de Rotterdamse spelers en hij concludeerde dat de wedstrijd in Parijs wel eens op een Reimse deceptie zou kunnen uitlopen. Hij kreeg gelijk. Het commentaar bij het interview sluit daar naadloos op aan: Feyenoord is hofleverancier van het Nederlands elftal, de spelers zijn atletisch, technisch en tactisch van hoog niveau, en, een beetje met de haren erbij gesleept, zet het artikel er nogal erg zwaar op in dat de Feyenoorders gemiddeld 4 centimeter langer zijn dan hun Franse opponenten. Alsof je daarmee een gewonnen wedstrijd speelt.
De waarschuwing echter dat Kruiver een “danger public” is, een gevaar voor iedereen, was echter geheel op zijn plaats: hij scoorde in de terugwedstrijd in Rotterdam de 1-0, die uiteindelijk Feyenoords succes in het tweeluik zou betekenen. Op de foto hiernaast (bron: Anefo) is het overigens Pieters Graafland die in die wedstrijd een doelpoging van Raymond Kopa onschadelijk maakt.

Deze terugblik op wedstrijden van 52 jaar geleden is allerminst bedoeld om de belabberde reeks te verbloemen die Feyenoord nu de afgelopen weken op de mat heeft weten te leggen. Geef de trainer maar de schuld, of de zo vele spelers die ver onder hun niveau acteerden.

Elek Schwartz had het bij het rechte eind met zijn analyse van destijds. Maar de Feyenoorders waren alles behalve menseneters. Toen niet, in 1963, en nu nog steeds niet.
Dat wilde ik nog even hebben gezegd.