Stemming

Voor degenen die mijn vooruitzicht nog niet per mail hadden ontvangen, hier de bijbehorende afbeelding met nog de nodige toelichting. Weinig kerst. Weinig optimisme. Beetje hoop.

Mocht iemand erin zijn geïnteresseerd, dan geef ik hier de details. De afbeelding komt van mijn dashcam, gemaakt toen ik op 10 december na de zoveelste fysiotherapiesessie terugreed van Bourbonne-les-Bains zuidwaarts richting Rosoy-sur-Amance. Het was die ochtend, zo rond 10 uur, nog licht vriezend weer en de zon begon door de grondmist heen te breken, hetgeen fraai tegenlicht opleverde. Bomen, bermen en velden waren wat berijpt.
Kortom, geen witte kerst, zoals AH nu zijn kerststol ook feeststol is gaan noemen, om de Marokkanen, Turken en heidense negers niet als klant te verliezen (maar ik heb hier voor de feestdagen gewoon een Gâteau de Noël liggen – die ziet er precies zo uit), en we van Sylvana Simons ook geen Zwarte Piet meer mogen hebben. In plaats daarvan is zij zelf nu ze Zwartste Pietesse, exorbitanter opgesmukt dan ik me van enige Piet kan herinneren, dus waar hebben we het over. Zij is het onovertrefbare boegbeeld van de beroepsgroep.

Op weg van Bourbonne naar Rosoy, tussen Genrupt en Gyuonvelle (de coördinaten staan rechts onder in beeld, dus ga maar na), pikte ik er dit beeld uit. Onder het verkeersbord met de gevaarlijke ruk naar rechts stond dat dat pas over 600 meter was. Ik zeg: het is al in 2017. Daaronder stond nog een bord met max. 70 km/u, dus ik had de remparachute al uit, maar dat bord heb ik weggephotoshopt, omdat het me alleen aan mijn leeftijd deed herinneren, die in deze fase volstrekt irrelevant is, en ik niet de radarpolitie een verkeerd bewijs in handen wilde geven.

Op de weg word je vriendelijk gedwongen naar rechts te neigen. Nergens in Frankrijk staan die pijlen op de weg naar links. Daarvoor moet je naar Engeland, voor wat het waard is.
Het rode bord links trof ik diezelfde rit elders aan. Er stonden op die zaterdag nogal wat van die borden in de berm, zij het met de tekst CHASSE EN BATTUE EN COURS – DANGER (Drijfjacht in volle gang. Gevaarlijk). Daar waren dus de plaatselijke jachtverenigingen, die elkaar wel kunnen uitmoorden, bezig een gratis kerstmenu bij elkaar te schieten. Zolang ze maar niet op vossen jagen, vind ik alles best, maar ik gaf er wel een eigentijdse draai aan: Frankrijk, Nederland, Duitsland, wat staat ons te wachten in navolging van de USA; de waarschuwing is alvast gepost.

Van de afbeelding heb ik enkele Franse relaties ook een aangepaste versie gestuurd, want ze vertikken het om gewoon Nederlands te leren, zoals de meeste Nederlanders in Frankrijk zich hier met een tenenkrommend Frans durven te vestigen. Of zelfs helemaal zonder.

Bonjour, bij het weggaan. Pleur op, zou Rutte zeggen.
Bijvoorbeeld.

O ja, voor het roddelcircuit: die fysio probeert mijn linker hand, na een Dupuytren-operatie in oktober in de voortreffelijke Clinique de la Main in Dijon, weer een beetje functioneel te krijgen. Gelet op de ervaring met mijn rechter hand, vorig jaar, is een revalidatie van dik 8 maanden wel te voorzien. Don’t mention it.

 

 

Sint en Piet en Reinaert en Tiecelijn

Zoals in het vorige artikel reeds aangekondigd vond op zondag 4 december in Sint-Niklaas de presentatie plaats van het Jaarboek Tiecelijn 2016, een jaarlijks terugkerend evenement, de laatste tijd in de theaterzaal van het Stadsmuseum STEM. Het past in de rijke Reinaerttraditie in het Waasland, vooral in Sint-Niklaas, maar zeker ook elders in Oost-Vlaanderen.

 

Het betrof het 9e Jaarboek; in 2008 besloot de redactie het al 20 jaargangen lopende driemaandelijks tijdschrift Tiecelijn voortaan in de vorm van een Jaarboek uit te brengen – minder werk, minder kosten. De presentatie ervan bestaat uit een of meer voordrachten in een stemmig aangeklede theaterzaal waar tussen de 100 en 200 medewerkers en belangstellende Reinaerdofielen een uur of meer worden geamuseerd met nuttige, diepgaande, schalkse en culturele optredens. Voor de aanwezige steunende leden ligt na afloop het Jaarboek klaar (enorme besparing portokosten; het jongste nummer weegt 1.135 gram en veel leden wonen ook nog eens buiten België), samen met een toepasselijk geschenk, zoals in 2007 een genummerd exemplaar van de houtsnede van Wim de Cock die ook de frontillustratie van jaargang 20 sierde. Zie hiernaast.
Inmiddels is de verzameling artikelen die door de jaren heen in Tiecelijn op bijna 8.000 pagina’s zijn gepubliceerd een niet te passeren bron van kennis en informatie voor iedereen die zich met de Reinaertstudie bezighoudt.

In 2013 memoreerde ik hier in een artikel al dat er rond de Reinaert een heel commercieel en toeristisch circuit is ontstaan. Ik noemde en roemde daar onder meer Reynaertgebak, Reynaertbonbons en Reynaertbier (ik blijf hardnekkig Reinaert met een i schrijven; anderen houden het op Reynaert met een y. Geef spellingvrijheid een kans).
Maar in feite is de hele streek ruim rondom Sint-Niklaas vergeven van de verwijzingen naar Reinaert en andere personages uit het werk. Het blijft ontegenzeggelijk levende materie, en nog eens vol verrassingen ook.
In een van de kroegen aan de Grote Markt, met trots melden de bewoners dat het qua oppervlak het grootste marktplein van België is, kreeg ik geheel onverwacht een fles Ysengrin geserveerd (net als Reynaert Grand Cru 9,5 %) met een glas van Domein Reynaert. Flesje + glas te bekomen aan €10; voor niets gaat de zon op.
Onze Reinaerttekst meldt niet voor niets dat Reinaert en Isegrim familie van elkaar zouden zijn geweest. Wie betaalt daarvoor de prijs?

Ik zie daarentegen geen verband tussen Sinterklaas en Reinaert, behalve dat beide zich overduidelijk manifesteren in Sint-Niklaas: Voor het oude gemeentehuis op de Grote Markt prijkt een groot beeld van de goedheiligman,

 

 

 

 

en aan het einde van de grote middengang van datzelfde gemeentehuis treffen we een aantal glas-in-loodramen aan met Reinaertmotieven.

 

 

 

Met de rug naar het gemeentehuis zie je links voor je de Reinaert Galerij, een niet overdadig groot winkelcentrum, terwijl op deze 4e december de ene Sint na de andere het marktplein oversteekt. En alle Pieten zijn zo zwart als Tiecelijn, een van Wodans luisterraven en boodschappers.

 

 

 

 

Op zoek naar Reynaertgebak en Reynaertbonbons, die nog maar bij vier meester-banketbakkers in Sint-Niklaas verkrijgbaar zijn, passeerde ik de befaamde chocolaterie Wauters, waar alleen maar eetbare Sinterklaasmemorabilia werden aangeboden. Een volgend pleidooi voor absolute spellingvrijheid.


Sint-Niklaas verenigt twee grote personages die met elkaar hoegenaamd niets te maken hebben, behalve dat Reinaert er meesterlijk-listig in slaagt anderen de zwarte piet toe te spelen.

 

Spookstad Doel

Anderhalf jaar geleden schreef ik over Een Kerncentrale Als Doel en noemde de leegloop van het dorp ter uitbreiding van de Antwerpse haven. Twee weken geleden bezocht ik de plek, letterlijk onder de rook van de kerncentrale aldaar. Het maakte onderdeel uit van ons tripje door Oost- en Zeeuwsch-Vlaanderen met een sterk Reynaert-tintje, want die zondag was de presentatie van Jaarboek 9 (2016) van Tiecelijn, in het stadsmuseum STEM van Sint-Niklaas. Via Hulst, de Woestijnestraat (van Hulst naar Nieuw-Namen), de Hulsterloostraat in Nieuw-Namen en het prachtig ogende Verdronken Land van Saeftinghe bereikten we Doel, een spookstad die verbaast. Let vooral ook op overstekende spookkinderen over 30 m.

Over de Reynaertconnectie kom ik spoedig nog te spreken; eerst maar even de ellende van alle dag. Het bezoekerscentrum van het Verdronken Land was helaas vanaf oktober tot april gesloten en op eigen gelegenheid de schorren en kwelders intrekken is levensgevaarlijk. Dus moesten we het doen met het werkelijk schitterend uitzicht vanaf de dijk over dat stukje Nederlands Vlaanderen dat eigenlijk gewoon bij België zou moeten horen, maar dan was Nederland de controle over de Westerschelde kwijt – u weet wel: Belgje pesten. Gevolg onder meer: het gênante gekibbel vanaf 2008 over de Hertogin Hedwigepolder; uitkomst: Nederland ontpoldert en Vlaanderen betaalt de kosten. Zo doe je dat.

Voort ging het. Over slecht onderhouden binnenweggetjes, extra glibberig door de suikerbietenoogst, bereikten we Doel, het dorp met de twee gezichten. Het helpt niet om er W.F. Hermans’ Het behouden huis op na te lezen, al zijn er wel parallellen. Het ene gezicht is het gezicht van een spookstad, zoals je ook wel in Spanje, Italië of Syrië tegen kunt komen: verlaten en leeg -een eeuw geleden huisden er nog dik 2.000 inwoners-, ruiten verbrijzeld, muren op instorten of reeds verdwenen, kapotte daken als open vensters voor zinloos daglicht, een onderhouden kerkhof als enig teken van leven.

Het andere gezicht is eigenlijk frappanter. Nadat de vaste Doelbewoners waren vetrokken, vrijwillig, zij het onder dwang, werden de huizen door ± 200 krakers bezet. Die zorgden niet alleen voor wat stuiptrekkerig leven in het dorp, maar zij beijverden zich ook in het opleuken van zowat alle muren met de meest uiteenlopende graffiti, sommige zeer kunstig, andere wat oppervlakkig, sommige met een scherpe boodschap, andere met een schreeuw.

Wat mij terloops opviel, waren de vele Poolse en wat minder talrijke Roemeense opschriften bij de schilderingen. Maar de nabije Antwerpse haven is altoos een smeltkroes van culturen en nationaliteiten geweest. De neerlandicus in mij verwijst daarvoor maar kortheidshalve naar het prachtige Dwaallicht van Willem Elsschot uit 1946, net als ik.

Klim je de Scheldedijk op, dan krijg je er gratis nog een kwartet uitzichten bij:
- over de brede Schelde met zijn langzaam voortglijdende schepen,
- op de jachthaven die wonderwel druk bevolkt was, maar dan toch niet door Doelenaren,
- op de oude molen van Doel, nu met staande wieken als een silhouet tegen de spierwitte koeltorens van de centrale waaruit spierwitte rook richting Rijnmond afbuigt, en

 

- op Sinterklaas die net uit de auto stapt, samen met een gelukkig nog ongekuiste, echte Zwarte Piet, om doelgericht de plezierjachteigenaren te plezieren. En natuurlijk om mij een afgemeten bruggetje te bieden naar het volgende artikel over Sint-Niklaas en de onophoudelijke reeks Reynaert-evenementen aldaar.

 

Dat er toch wellicht nog hoop is voor het dorp Doel valt te lezen in het uitgebreide artikel in De Volkskrant van 21 juni 2017, p.8-9, “Het dorp dat (niet) verdwijnt in de haven”.