Waarom draagt de paus een bomgordel?

Geen paniek. Het gaat mij hier slechts om falende communicatie, veroorzaakt door waarom-vragen. Eerder had ik al eens gefoeterd op het miskende onderscheid tussen omdat en doordat, maar er is veel meer aan de hand.
Lees dus doodgemoedereerd verder en probeer er iets in te herkennen.

 

 

 

Ik wil gaan proberen te verklaren waarom zo vele waarom-vragen leiden tot miscommunicatie.
Ik wil gaan proberen te verklaren waardoor zo vele waarom-vragen leiden tot miscommunicatie.
De eerste zin is foutief:
Een verklaring is rationeel en niet een kwestie van bewust handelen.
De tweede zin is correct:
Een verklaring is rationeel en een kwestie van oorzaak en gevolg.
Hier volgen mijn subcategorieën.

1. Waarom? moet Waardoor? zijn
Zie daarvoor mijn uitleg in het hierboven geciteerde eerdere artikel. Kortweg: kun je er wat aan doen, dan is het waarom (Waarom trek je geen jas aan?); kun je er niks aan doen, dan is het waardoor (Waardoor valt er ijzel?). Ik leg dat hier nu verder niet uit, maar volsta met de constatering dat een hoog percentage van waarom-vragen daardoor alleen al verkeerde vragen zijn en dus niet zijn te beantwoorden: miscommunicatie.
Woorfrequentietellingen van het Nederlands wijzen uit dat in geschreven taal waarom driemaal zo vaak voorkomt als waardoor, terwijl dat statistisch ongeveer 50-50 zou moeten zijn. In gesproken taal, waar men het zeg maar gewoon niet zo nauw neemt met precisie &zo, is dat zelfs 11x zo vaak. Dat geeft te denken.

2. Kindervragen
Doordat kinderen (nog) niet behept zijn met veel levenservaring, voldoende referentiekader en een grote dosis berusting, stellen zij, in de ogen van vele volwassenen, absurde, maar niettemin zeer basale vragen als Waarom gaan mensen dood? Waarom is een boksring vierkant? Waarom ben ik een meisje?
Nog los van het feit dat het hier meestal om waardoor-vragen gaat, is de communicatie vrij lastig; de uitleg vergt nogal wat kennis van wetmatigheden, taaleigenaardigheden, conventies, wetenschappen, die aan peuters nog niet geheel besteed zijn. Ouders dienen dus inventief te zijn door enerzijds de vraag serieus te nemen, anderzijds door een voor het kind voor de hand liggende verklaring te geven. Verkeerde antwoorden (al zou menig kind het ermee doen) zijn: Omdat er anders veel te veel mensen op aarde wonen. Omdat een biljarttafel ook niet rond is. Omdat het zo saai is als er alleen maar jongens zouden bestaan.
Er is redelijk wat literatuur beschikbaar over de opvoedkundige aanpak van de waarom-fase bij peuters. Zoek dat dus zelf maar uit, als je het risico van onbevredigende communicatie wilt verkleinen.

3. De vraag is geen vraag, maar een verzuchting
Vragen als Waarom gaan we niet eens een keer naar Estland? (merk het merkwaardige niet erin op!) of Waarom heb ik toch altijd zo’n pech? (toch en altijd verraden al hoe de vlag erbij hangt) hebben helemaal niet de intentie dat de spreker informatie wenst te ontvangen over de feitelijke reden of oorzaak van het bevraagde. Veel meer zijn zij een zeer subjectieve uiting van verlangen of ongenoegen. Nu is ook dàt wel communicatie te noemen, maar als het de bedoeling van de spreker was om bij de aangesprokene een gedragsverandering teweeg te brengen, had de vraag ook wel wat directer gekund: Zullen we eens een keertje naar Estland gaan? of Kun je ervoor zorgen dat ik wat minder vaak pech heb? Het gebruik van waarom bij dit soort vragen werkt versluierend doordat er een dubbele bodem onder schuilgaat: de oppervlakkige van een verzoek om een reden of oorzaak te noemen, en een onderhuidse die de stemming van de spreker weergeeft. Daar waar effectieve communicatie talige eenduidigheid vereist, wordt daaraan bij dit type waarom-vragen dus niet voldaan.

4. De gestelde aanname is onwaar
In zijn simpelste vorm bestaat een waarom-vraag uit twee delen: het verzoek om een verklaring/uitleg/motief (waarom?) en een aanname (dat wat achter waarom volgt).
Niet zelden echter zal die aanname niet of niet geheel waar zijn, of minstens falsifieerbaar.
Zo is het bij de titelvraag Waarom draagt de paus een bomgordel? aannemelijk dat het gepostuleerde feit (de paus draagt een bomgordel) niet beantwoordt aan de ons omringende werkelijkheid, althans niet met feiten is gestaafd. Daarmede is de grond van de vraag komen te vervallen, is die vraag onbeantwoordbaar en is zij als communicatie mislukt. Bijkomende complicatie: de aanname kan geheel onjuist zijn (de aarde is een plat vierkant) of de aanname kan een onterechte generalisatie bevatten (waarom neuken mensen?). Dit impliceert een gelaagdheid in de aanname. Het nullidwoord, dus de afwezigheid ervan in de oppervlaktestructuur, voor mensen in de laatst genoemde vraag herbergt een dubbelzinnigheid; bedoeld kan zijn: alle mensen, of: een deelselectie van alle mensen. Betere, want ondubbelzinnige parafrasen zijn: Waarom neuken alle mensen? (een onjuiste aanname, dus onbeantwoordbaar) of Waarom zijn er mensen die neuken? (een eveneens onbeantwoordbare kindervraag). Generalisaties komen prominent in beeld als er nog eens woorden als altijd, steeds, overal bij worden ingelast, maar ook bij hunner afwezigheid kan een betwistbare generalisatie zijn inbegrepen.

De werkelijkheid is complexer dan wij niet willen. Dat is een zin die het midden houdt tussen het Van Kooten- en het Cruijff-jargon. Ik bedoel: veel hopeloze waarom-vragen herbergen twee of meer van de hierboven onderscheiden categorieën. Zo is de vraag Waarom moet jij altijd gelijk hebben? niet af te doen als een doordeweeks relationeel probleem, maar geeft een wat diepere analyse ook aan waarom de vraag niet is te beantwoorden, sterker nog, helemaal niet om een antwoord vraagt.

De dieptestructuur van de vraag omvat de deelzinnen:

  • Waarom is het zo, dat…?
  • Het is altijd zo, dat…
  • Iemand1 wil iets
  • Iemand1 heeft gelijk

De eerste subzin vraagt om een verklaring of motief.
De tweede subzin is een generalisatie, vermoedelijk onjuist.
De derde subzin legt de verantwoordelijkheid/schuld/het initiatief bij de aangesprokene.
De vierde zin is onbewezen en mogelijk ook onwaar.

Daarbovenop: de hele vraag is geen vraag, maar een verzuchting met een hoog Calimero-effect. En de aangesprokene zal zich bovendien aangevallen voelen – nooit bevorderlijk voor een vloeiende communicatie.

Wat dan rest, is de vraag wat het communicatief meest passende antwoord op de gestelde vraag zou moeten hebben kunnen willen wezen.

 

 

 

 

Kong noch Kuyt

Zoetjesaan begint Feyenoord een beetje op Ajax te gaan lijken: het wint nu ook zijn slechte wedstrijden, zoals die van afgelopen zaterdag thuis tegen De Graafschap, al zag het daar aanvankelijk nog niet eens naar uit, zoals Ajax het de week ervoor thuis ook niet kon bolwerken tegen NEC. PSV net zo min thuis tegen Heerenveen, trouwens.
Het komt in de beste families voor.

 

 

Al heel lang, zeker meer dan tien jaar, was ik niet meer in De Kuip geweest, voornamelijk vanwege mijn francofiele neigingen en de emigratie die daarvan het gevolg was. Maar weer eens in Rotterdam-Zuid aangekomen merkte ik dat de sfeer die ik mij nog zo goed herinner van mijn eerste Kuipbezoek (Feijenoord-Reims, 13 maart 1963, ruim 53 jaar geleden dus) nog steeds even imposant is, zeker bij een lichtwedstrijd, en zeker bij volle tribunes. Niet die 51.000 die er administratief in de Arena zouden zitten, maar gewoon 47.000 hoofdig aanwezigen, die, het zij gezegd, in het eerste half uur wel wat kopzorgen hadden.
Het blijft toch Neêrlands mooiste stadion, met het trouwste publiek, de allerbeste grasmat en met de even spreekwoordelijke als volstrekt unieke Kuipvrees. Het stadion ook waar van alle stadions het rijkste liederenrepertoire klinkt.

Feyenoords onvolprezen jeugdopleiding betaalt zich uiteindelijk wel uit, want wie er ook uit het eerste elftal verdwijnen, steeds staat er nieuwe aanwas klaar om zich een vaste plek te verwerven. Het heet dan, dat je een brede bank hebt, en ik weet niet of deze stijlfiguur nu een pars pro toto is, of een abstractum pro concreto. Maar hoe het ook heet, als Kuyt (schorsing) en Kongolo (blessure) niet inzetbaar zijn, staan anderen wel op om de klus te klaren.
Goed, na een half uur ongeveer, bij een 0-1 achterstand, werd het toch nog een beetje gezellig, wat na de rust ook in daden werd omgezet met drie luid bejubelde doelpunten.

Dirk Kuyt, ook buiten het veld momenteel het boegbeeld van de club, kwam dat na afloop ook even allemaal haarfijn uitleggen in de Comfort Lounge naast het stadion. Hoe veel er door de club en de oudere spelers wordt geïnvesteerd in het inpassen en continu begeleiden van nieuwe spelers, hoe er wordt gewerkt aan mentale weerbaarheid (practical joke: even zeven wedstrijden op rij verliezen – dat is pas een stage), zodat er vervolgens weer eens vijf wedstrijden op rij in winst worden omgezet en de bekerfinale is bereikt.
Hij verklapte ook dat de spelers, hij als oudstgediende niet uitgezonderd, niet alleen fysiek, tactisch en technisch trainen, maar ook voortdurend psychologisch worden geschoold, in het belang van de teamvorming, het omgaan met emotionele ervaringen, het indammen van excessen (er belanden al met al minder Feyenoorders in politiecellen dan spelers van andere clubs) en natuurlijk de onvermijdelijke mediatraining.
Het was hem aan te zien: tijdens zijn hele causerie en de obligate fotosessie daarna had hij een gebeitelde glimlach op het gezicht (wat mij nooit is geleerd, dus), net zo strak als zijn kapsel, zoals eigenlijk ook zijn hele praatje één grote opsomming was van ingesouffleerde frasen, zo spontaan als ze klonken en zo waar als ze waren. Maar PR is voor de bühne, en daar weet Dirk wel raad mee.

O ja, en wat misschien nog wel het mooiste was: sinds ik begin januari met veel aplomb mijn artikel over het Kuipkwartiertje had gepubliceerd (hier in deze blog en op feyenoordnet.nl) en daar omstandig en met cijfermateriaal gestaafd had beweerd dat Feyenoord patent erop heeft dat het het vaakste scoort in het eerste kwartier van de tweede helft, had de club dat tot afgelopen zaterdag niet éénmaal meer voor elkaar gekregen. Ook statistieken zijn dus voor de bühne. Maar tegen De Graafschap was het dan eindelijk weer eens zover: 1-1 in de 55e minuut. En ik mocht daarbij aanwezig zijn.