Kuipkwartiertje

Gisteren gepubliceerd op feyenoordnet.nl.
De club had dus de primeur van het resultaat van een van mijn speurtochten.

 

 

 

 

 


Week in week uit gonst het rond de koffieautomaat van de bespiegelingen over Feyenoord. Op maandag bespreekt men het afgelopen weekeinde na, vanaf dinsdag komen de halve en hele waarheden die iets moeten zeggen over de eerstkomende wedstrijd. Fabeltjes zijn het soms, die waarheden, ook al gelooft de spreker er nog zo heilig in. En inderdaad, een heel enkele keer blijkt er een statistische juistheid achter schuil te gaan.

Ik behandel hier drie van die (voor-)oordelen die zich in de loop der jaren ook in mijn hoofd hebben vastgezet. Ik ben Feyenoordfan sinds seizoen 1958-1959, dus ik kan putten uit een rijk arsenaal aan data.

Het eerste fabeltje is eerder een nachtmerrie: de Vloek Van Venlo, oftewel VVV-uit. Sinds de invoering van het betaalde voetbal moesten de Rotterdammers 20 maal naar Venlo afreizen en op drie overwinningen na moesten ze met de roodwitte staart tussen de benen huiswaarts keren. De eerste overwinning was pas in de tiende ontmoeting (1985-1986; een magere 0-1). De tweede volgde zes jaar later (1991-1992; wederom een magere 0-1) en de laatste zege dateert uit seizoen 2012-2013: een nipte, maar verdiende 2-3, maar dan wel na een 2-0 achterstand. Van de overige 17 wedstrijden sleepte Feyenoord dan nog tenminste acht maal een gelijkspel voor de poorten van De Koel weg, de overige negen wedstrijden gingen roemloos verloren. Toen daar nog Jan Klaassens en Faas Wilkes speelden, en later Keisuke Honda en Ruben Schaken, kon je daarvoor wellicht nog enig begrip opbrengen, maar met een overall doelsaldo in de onderlinge duels van 35-21 in VVV’s voordeel, krab je je toch wel even achter oren. En niemand kan verklaren wat de grond van deze Vloek Van Venlo is, net zomin als waar de opmerkelijke traditie van Utrecht-Ajax vandaan komt. Aan de spelersselectie of de trainers kan het niet liggen, net zo min als aan het gras of het fanatieke Venlose publiek (wel 8.000 max). We wachten maar af tot VVV weer eredivisionist is; dan kom ik er nog wel op terug.

Het tweede fabeltje is inderdaad een waanidee. Toch heb ik al vele jaren het gevoel dat Feyenoord maar niet of nauwelijks uitwedstrijden kan winnen in Noord-Brabant. En dan heb ik het over BVV/Fc Den Bosch, Eindhoven, Helmond Sport, NAC, NOAD, PSV, RBC, RKC en Willem II.

In het staatje hieronder de resultaten van Feyenoord in uitwedstrijden tegen deze clubs sinds 1956-1957, in opklimmende lastpakvolgorde:

Het blijkt dat alleen PSV, en in mindere mate RKC, een weinig positief resultaat voor Feyenoord laten zien, maar voor de rest valt het alles mee. En voor zover ik last mocht hebben van een kortetermijngeheugen: kijkend naar de laatste seizoenen, vanaf 2013-2014 tot heden, dan zijn de resultaten op Brabantse bodem geheel in balans, als Feyenoord op 1 mei 2016 nog even weet te winnen bij Willem II: 3 gewonnen, 2 gelijk, 3 verloren. Het is dus niet waar dat Feyenoord het in Brabant net zo zwaar heeft als in Venlo, al moet ik er wel bij zeggen dat het nou net uitgerekend PSV is dat als enige tegenstander al die jaren vanaf 1956 in de eredivisie heeft gespeeld, hetgeen de statistiek merkbaar beïnvloedt.

Het derde fabeltje staat qua realiteitsgehalte een beetje tussen de twee bovengenoemde fabeltjes in. NAC en ADO schijnen er een beetje patent op te hebben, op een magische periode in een thuiswedstrijd, maar vanaf zeker moment wist ik zo goed als zeker dat Feyenoord in thuiswedstrijden altijd scoort in het eerste kwartier van de tweede helft, dus tussen minuut 46 en 60. Ik volg, thuis in Frankrijk, zowat alle Feyenoordwedstrijden live en weet dat ik er vlak na de rust zeker voor moet gaan zitten: er zal worden gescoord. Maar is dat ook zo?

Ja en nee. Ik ben het eens nagegaan voor de seizoenen vanaf 2009-2010 tot aan de winterstop van seizoen 2015-2016, met de vraag: in welk kwartier vallen de doelpunten in De Kuip voor en tegen Feyenoord, en ook maar meteen even: hoe zit dat in diezelfde periode bij uitwedstrijden van Feyenoord ?
Wat dat laatste betreft: daar klopt het verhaal allerminst:


Maar goed, ik had het ook over een Kuipkwartiertje, en daarvan kunnen we straks misschien wel spreken. 
In uitwedstrijden scoort Feyenoord elk kwartier altijd meer doelpunten dan de thuisspelende tegenstander, behalve nou net in het eerste kwartier van de tweede helft; daar is de stand gelijk: 25 om 25. Zie de onderste TOTAAL-regels. En in ieder geval ligt er in geen van de seizoenen een hoogtepunt in het eerste kwartier van de tweede helft, noch qua doelpunten voor, noch tegen.
Maar dan het Kuipkwartiertje in thuiswedstrijden. In de tabel, achter het seizoen, de trainersaanduiding, resp. Been, Koeman, Rutte, Van Bronckhorst:

Over de seizoenen heen gekeken is Feyenoord-thuis het eerste kwartier van de tweede helft (minuut 46-60) veruit het productiefst, en krijgt het in het laatste kwartier de meeste goals tegen. Dat feit kan wellicht zijn oorzaak vinden in een geruststellende voorsprong van Feyenoord dat dan de teugels laat vieren; denk daarbij maar aan de eclatante 0-5 bij rust in Heerenveen, eerder dit seizoen, waarna de Friezen rustig tot 2-5 mochten terugkomen. Jammer, er had ook een 10-0 kunnen worden weggepoetst.

Maar toch is er met het eerste kwartier van de tweede helft in thuiswedstrijden nog wel meer aan de hand, reden om van een Kuipkwartiertje te mogen spreken. Allereerst is dat het kwartier waarin Feyenoord driemaal zo vaak scoort als de tegenstander (60 om 20), een gunstiger verhouding dan in welk kwartier dan ook. Het is dus Feyenoords meest lucratieve kwartier. Vervolgens geven de statistieken aan dat het vooral onder Koeman (2011-2014) was dat de periode vlak na rust Feyenoord veruit de meeste doelpunten opleverde. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat het onder dezelfde Koeman was, dat ook de tegenstander in De Kuip het vaakst het net vond.

Het zegt allemaal niets over De Kuip. Niets over het Legioen. Niets over de zo sterk wisselende spelersgroep in die zeven seizoenen. Misschien zegt het iets over de trainer en zijn inbreng tijdens de rust. Of het ligt aan de thee.
Bovendien blijkt ook nog eens dat Feyenoord het in dat Kuipkwartiertje ook significant beter doet dan het gemiddelde van alle eredivisieclubs bij elkaar. Bezie de gemiddelde scores over het lopende seizoen waarin het opvalt dat minuut 46-60 typische Feyenoordmomenten vormen:


Ten slotte valt het op dat er in De Kuip in de hele tweede helft beduidend meer wordt gescoord dan in de eerste helft, zowel doelpunten voor als tegen: in de eerste helft 106 tegen 190 in de tweede helft. Bij uitwedstrijden van Feyenoord is hetzelfde het geval: 98 tegen 114. Jammer genoeg geldt dat ook voor de tegendoelpunten: thuis 64 in de eerste helft en 68 in de tweede helft, en bij uitwedstrijden zelfs 62 tegen 98. Daaruit kan ik niet zo veel opmaken, maar ik troost me met de wetenschap dat in welke helft en welke speelstad dan ook Feyenoord vaker scoort dan de tegenstander. Statistisch gezien dan.

Misschien is het wel een idee, zo’n Kuipkwartiertje aan het begin van de tweede helft. Daar kan De Kuip wat aan doen, daar kan het Legioen wat aan doen, daar kan misschien de trainer ook wat aan doen. En de spelers zelf maken het dan maar waar.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>