SMELTKROES – Dubai_2

Ik heb voor het eerst van mijn leven kamelenvlees gegeten. Veel heb ik er niet van gemerkt en ik heb er ook niks aan overgehouden tot nu toe. In de knusse Local House lunchroom, in het wat oudere stadsdeel Al Fahidi aan de kreek, was het goed verpozen voor en na een stadswandeling. De prijzen waren ‘standaard’, dat wil zeggen, wat aan de hoge kant. Maar daarover verderop meer.

Dubai is een smeltkroes van nationaliteiten en culturen. Dat op zich is niks bijzonders. Ook niet dat dat de stad een diversiteit van gezichten biedt, en dat Engels in hoofdzaak de lingua franca is, in de omgang en op zowat alle borden en kaarten. Naast de grootse, luxe rijke en vooral brandschone delen van de stad, Downtown Dubai, het Financial Centre, het vliegveld, de kustlijn naar het zuiden toe, heb je aan de overkant van de kreek de wijk Deira met de smalle, drukke soeks, waar het minder schoon is, waar afdingen een must is en waar ik me overigens allerminst onveilig voelde.

De stad wordt doorsneden door talloze zesbaans autowegen; filevorming is minimaal, alles is goed en snel bereikbaar. Maar in Deira kun je beter niet met de auto gaan rondrijden.

 

 

En met een handkar vol daghandel zou je aan een zesbaans snelweg ook niet zo bar veel hebben trouwens.

 

 

 

Veilig is het overal, hoewel ik nauwelijks politie heb gezien. (Misschien is die er wel, maar voor de doorsnee toerist onzichtbaar; er schijnt zo nodig kordaat en zonder pardon te worden opgetreden bij het minste of geringste vergrijp. Als een beschaafd land heeft het Emiraat de doodstraf afgeschaft, maar in geval van moord of verkrachting is er een Pilatusachtige oplossing voorhanden: de crimineel is zijn visum of paspoort kwijt, wordt in een busje het land uitgezet, zuidwaarts naar Saudi-Arabië,en daar weten ze wel raad met misdadigers, want zoals we weten staat dat land bekend om zijn openbare terechtstellingen.)

De grote soek in de Dubai Mall is er voor de rijken. Torenhoge prijzen en van afdingen kan geen sprake zijn. Emirati, Russen en Chinezen zullen daar niet zo moeilijk over doen; hoe meer ze besteden, des te meer zal de verkoper zelf wel wat van de prijs afdoen. Hoewel, bij Russen ben ik daar nog niet zo zeker van.

 

En wat je niet in dat gedeelte vindt, kom je wellicht op je dwaaltocht door de Mall, dat gigantische architectonische wonder, nog wel elders tegen. Als je er een dagdeel voor uittrekt, heb je nog niet alles kunnen bewonderen.

 


Hoe anders is dat in de spice souk en textile souk aan de overkant, waar het vooral Indiërs en Pakistani zijn die de hele dag door goede nering hebben, elke passant tot op het agressieve af aanspreken en die nog het liefst mee naar binnen sleuren. Even rondkijken is er niet bij – je wordt meteen aangesproken en het afdingen kan beginnen.

Mee naar binnen gaan staat gelijk aan een koopverplichting. Dat is jammer, vind ik, want er is zo veel en het is allemaal zo de moeite het eens goed te bekijken, maar die kans krijg je niet.

 

 

Qua prijsstelling houd ik er ook een tweeslachtig gevoel aan over. Enerzijds zijn er spotprijzen, zoals de watertaxi over de kreek (€0,25 pp); de gewone taxi’s (een rit van 20 à 30 minuten zal niet meer dan €7,50 à €10 kosten, bij een starttarief van €1,25); wil je een half uur de luxe van zo’n vette limousine proeven, dan kun je je dat veroorloven voor €35 tot €40;  sigaretten variëren van €0,80 (Gauloises) tot €2,40 (Lucky Strike) per pakje.
Daar staan dan weer wel absurde prijzen tegenover in bijvoorbeeld restaurants: een bakje friet €6,25, zonder mayo; in het Local House restaurant waren we met z’n drieën voor een kamelenhotdog, twee kamelenyoghurtshakes, een bakje salade en twee koffie €45 kwijt.
En in het Social House restaurant, met zicht op het fonteinfestival, rond de €135 voor een prima warme maaltijd. En dan heb ik nog niet meegerekend dat je alles en iedereen een fooi naar rato moet geven, tot en met de piccolo van het hotel die een deur voor je opendoet of je koffer optilt.
Alcohol is een geval apart. In de meeste restaurants is het gewoonweg niet te krijgen (zo zijn de wetten der Islam), maar in sommige toch weer wel (zo zijn de wetten van het kapitalisme), net als in de Emirates lounges op de vliegvelden en aan boord zelf. Maar in Dubai zul je het dan wel weten: voor een kleintje pils van de tap (Heineken of Peroni) leg je vlot €6 op tafel.

Overdreven duur is dat allemaal misschien nog wel niet (probeer Parijs eens), maar het kan nog duurder als je een van de betere hotels boekt, zeg maar van 5 tot 7 sterren. Dan ben je al gauw €500 kwijt, oplopend tot wel €7.000 per kamer per nacht (fooien niet inbegrepen).

Ik heb het dan bijvoorbeeld over het Al Arab hotel, waar wij overigens niet verder kwamen dan het hek, maar wat een van die onwezenlijke prestigeobjecten is met zijn 38 verdiepingen en een helicopterplatform bovenop, waar de groten der aarde landen om te overnachten. Mij werd ingefluisterd door Wikipedia dat kamerprijzen kunnen oplopen tot wel €15.000 per nacht, en dat de bouwkosten van dit wonder van architectuur en inrichting pas zijn terugverdiend als het 400 jaar lang elke dag zou zijn volgeboekt.

 

Niet minder chic zijn de prijzen om in ’s werelds hoogste gebouw naar het panoramadek op de 124e verdieping te mogen gaan. De Burj Al Khalifa, hier op een foto van vlak na de Parijse aanslagen van 13 november. Voor het geweldige uitzicht van bovenaf tel je wel ruim €75 neer. Voor de Euromast is dat €9,50 zonder bejaardenkorting.

Het kan niet op, hoe kunnen ze het ervoor doen, vroeg ik me in het vorige artikel af, want je praat over investeringen van vele miljarden. Maar geld speelt geen rol. Emirati werken niet (daarom bestaat er in de VAE ook geen inkomstenbelasting), zij investeren. Werken doet de import uit Zuidoost-Azië en Afrika. En al die investeringen trekken miljoenen toeristen aan, en tal van grote bedrijven en financiële instellingen. Zo wordt er heel veel terugverdiend, en zo niet, wat moet je anders met je geld dan er iets moois voor neerzetten. Dus toch bling bling.

In grote lijnen ben ik het wel eens met wat Robbert van Lanschot schreef in de NRC van 4 oktober 2014, al valt het me wel op dat artikelen op internet over wantoestanden bij de arbeidsomstandigheden in Dubai allemaal erg gedateerd zijn – weinig actueel:

De bezorgdheid over de vergrijzing is vooral gegrond op het idee dat de lokale bevolking van een land jong en dynamisch moet zijn en ‘arbeid’ moet kunnen verrichten. Maar dat is een achterhaald concept. Het schoolvoorbeeld is Dubai. Daar werkt niemand. Of liever gezegd, de lokale bevolking verricht er geen arbeid. Toch draait het emiraat, na een dip tijdens de financiële crisis, weer als een tierelier.
Op de luchthaven van Dubai zie je vrijwel alleen buitenlandse werknemers. Bij de informatiebalies zitten jonge Chinese vrouwen. De kruiers en de schoonmaakploegen komen uit het Indische subcontinent. En achter de toonbank van de belastingvrije winkel waar je een laptopje koopt om Nederland binnen te smokkelen, staan beeldschone Filippijnse meisjes. Alleen bij de paspoortcontrole zie je mannen uit Dubai, schitterende mannen in hagelwitte (door Aziatische dienstmeisjes gewassen) jalabiyas, met op het hoofd een kunstig gevouwen hoofddoek. Zij zetten een stempeltje in je paspoort. Zo’n arbeidsverdeling zou ooit toch ook in Nederland moeten kunnen. Dubai kan zich dit niet permitteren via olierijkdom (de productie is sinds de jaren negentig fors teruggelopen), maar omdat het gewoon een slim land is. De kassa rinkelt er continu zonder dat de lokale bevolking een hand hoeft uit te steken.”

Ik wacht even de Franse regionale verkiezingen van komende zondag af om te zien wat voor lumineuze ideeën daarvan het gevolg zullen zijn.

_________________________________

volgende artikel: PRINCIPES – Dubai_3

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *