Feyenoord XXL extended and postponed

De presentatie van het grote Feyenoord-XXL boek, je weet wel, dat enorme en unieke boek van 50×50 cm, 33 kilo zwaar en een kostprijs van € 999,00 die oorspronkelijk stond gepland in maart-april 2016, zal vermoedelijk pas in augustus gaan plaatsvinden. Daarvoor zijn twee plausibele oorzaken aan te wijzen.

Allereerst de onvermijdelijke vertraging die er komt kijken bij het uitgeven van een bijzonder boek. Vertel mij wat. De layout, het drukken, het (met de hand!) inbinden van de katernen van alle 1908 exemplaren, er komen altijd wel problemen en pech om de hoek kijken.

De tweede oorzaak is een zeer hoopvolle. Nu de competitie loopt zoals zij loopt, en zeker na het daverende succes eergisteren in de bekerwedstrijd in De Kuip, gaan er zo links en rechts nogal wat mensen geloven in het wonder dat Feyenoord dit jaar misschien wel eens kampioen zou kunnen worden. Het zou zonde zijn als dan het boek net is uitgeleverd, en het vreugdevolle seizoenseinde erin zou ontbreken. Daarom leeft bij Uitgeverij Kick het voornemen erop te gokken dat het boek zal worden uitgebreid met de Coolsingel 2016 en dan kort daarna feestelijk zal worden gepresenteerd.

Ik noem dat: het genoegen van het uitgesteld verlangen.

 

 

1ère Conférence – Vic-sur-Aisne

Het is niet echt naast de deur, maar wie er een rit voor over heeft, kan op zaterdag 7 november vanaf 18.15 uur mijn lezing bijwonen over La vérité et son image, te houden in Vic-sur-Aisne, Salle polyvalente, 19 Rue Lucien Damy (achter het kasteel).

Een beetje in het hol van de leeuw is het wel, want Vic speelt in het boek een weinig opbeurende hoofdrol: de plaats waar Eugène Parisot zijn vuurdoop onderging tijdens zijn maandenlange verblijf van februari tot augustus 1915, wat hem ertoe bracht daar zijn testament op schrift te stellen.

Vic-sur-Aisne ligt midden in de frontlinie van 1914-1918. Er is in de omgeving nog heel veel wat eraan herinnert, waaronder enkele onnoemelijk grote begaafplaatsen en andere herdenkingspunten en exposities. Dat geldt zeker ook voor Compiègne (waar in 1918 de wapenstilstand werd getekend) en nog meer naar het westen het hele gebied langs de Somme.

Wie er serieus over denkt om aanwezig te zijn: er is in Vic-sur-Aisne geen hotelaccomodatie en geen B&B of zo. Maar er is voldoende keuze aan horeca in Compiègne (op 20 km ten westen van Vic) en in Soissons (op 20 km ten oosten van Vic).

Zie ook de aankondiging op evasion-aisne.com.

Wie wel zou willen, maar net die dag is verhinderd, krijgt nog een herkansing:
op dinsdag 1 december in het Departementaal Archief van de Haute-Marne in Chaumont, in het kader van de lezingenreeks “Mardis aux Archives”.
Nadere informatie daarover: http://nardloonen.nl/2015/11/20/2e-conference-chaumont/.

 

 

VESI

Het mag in de krant. Afgelopen donderdag kwam de uitgever vroeg in de ochtend mijn hele oplage van La vérité et son image thuis afleveren, en zulks binnen de afgesproken termijn. Dat vormde het sluitstuk van een inspanning die 15 jaar geleden begon toen we tot onze verrassing de brieven en andere documenten uit 1914-1918 tussen de rommel aantroffen in het pas gekochte huis in Rosoy. Die zijn nu dus definitief voor het nageslacht bewaard.

VESI staat voor La vérité et son image (“De waarheid en derzelver beeld”).
Behalve dat ik, met de voortvarende medewerking van de opmaakafdeling van de uitgeverij, het boek er mooi vind uitzien, wil ik twee argumenten benadrukken waarom ik deze becommentarieerde en geïllustreerde documenten zo graag zag uitgegeven. Immers: wat heeft een Nederlander nu met de Eerste Wereldoorlog, zo lang geleden en zo ver van huis?

Het eerste argument is dat ik het vele gevonden authentieke materiaal op deze manier wilde behoeden voor de vergankelijkheid, voor de stort, voor de oud-papieractie waarvan de opbrengst per kilo naar de plaatselijke carnavalsvereniging gaat. Bovendien, het gaat hier om het familie-erfgoed, daterend van eind 19e eeuw tot na de Tweede Wereldoorlog, van mensen van wie ik nog steeds het idee heb dat ik nu woon in hun huis, met het karakter dat zij erin hebben aangebracht, met de vele spullen die zij erin hebben achtergelaten. Een hommage dus aan een gezin dat zonder nageslacht in de vergetelheid dreigde te geraken.
Daarom ben ik blij hier nu een stapel van hun verleden te hebben liggen onder het toeziend oog van dochter Solange Parisot (1900-1997). Zie mijn bericht Zomaar een muur voor de wordingsgeschiedenis van die buste.

Het tweede argument betreft mijn visie op de berichtgeving over oorlogen. Alle oorlogen, de 30-jarige, 80-jarige, 100-jarige; de 1e of 2e (of 3e) Wereldoorlog, de als regionaal bestempelde oorlogen op de Balkan of in het Midden-Oosten. Natuurlijk is het uiterst zinvol dat al die gruwelijkheden in hun totaliteit worden beschreven, vastgelegd in boeken, in films, op internet – zij die het kunnen navertellen, worden steeds schaarser en de les van het verleden kan richting geven aan de toekomst.

Maar hoe groter de oorlog, hoe groter het aantal miljoenen zinloze slachtoffers, des te meer dreigt het “kleine leed” uit het zicht te verdwijnen.
Toen ik over de plundering en verwoesting schreef van het dorp Hortes in 1636, hier twee kilometer vandaan, richtte ik mij met opzet niet op de gigantische ellende, van de Jura tot aan Sleeswijk-Holstein, die de “Kroatische bendes” teweeg brachten, maar bracht ik de minutieus beschreven gebeurtenissen van één septemberweek in 1636 terug tot de belevenissen van één enkele, nota bene door mij verzonnen familie in Hortes die het allemaal over zich heen kreeg.

Vanuit mijn opvatting dat het Kleine Leed groter is dan de Grote Oorlog vielen mij de documenten van de familie Parisot-Millot uit Rosoy dan ook als een godsgeschenk in de schoot. Niet alleen kreeg ik eerstehandinformatie over wat één persoon, de vader, allemaal aan het front moest meemaken tussen 1914 en 1918, maar ook kwam overduidelijk aan de oppervlakte wat de rest van de familie, de moeder met haar twee kinderen, geboren in 1900 en 1909, moesten doorstaan, ook al was dat ver van het front verwijderd. Zonder elektriciteit of machines, zelfs zonder paard of karren, moesten zij naast het bewerkelijke huishouden ook voor de weggevallen inkomsten zorgen, om over “opvoeding” en school maar te zwijgen. De noodzaak van zelfvoorzienendheid hield de haast onmogelijke klus in de tegen de honderd stukken land die het gezin bezat te moeten bewerken. Weilanden, akkergrond, wijngaarden, bosgrond. Alles met de hand bewerken en lopend transporteren. Twee koeien, een varken, wat kippen in en om het huis. Slechte hygiëne, nauwelijks medische zorg (als je een dokter nodig had, moest die per fiets uit Fayl-Billot komen, 12 kilometer verderop, maar je had geen geld om hem te betalen). Ze hebben het alle vier overleefd, stierven achtereenvolgens in 1948, 1962, 1982 en 1997.

Geen “echt” oorlogsverhaal dus, want dan moet je sneuvelen of minstens wat ledematen verliezen, en moet je de kogelgaten in je helm kunnen laten zien. Maar wat deze familie overhield na de getekende vrede in 1918 was die andere soort van littekens waarmee zij tot hun dood verder moesten leven en die meestal buiten de oorlogsboeken en -films blijft. Dat is de reden dat ik mij gelukkig prijs deze zo persoonlijke documentatie in boekvorm te hebben kunnen vastleggen.

Voor wie het nog niet uit andere berichten heeft meegekregen: een uitgebreid overzicht, aangevuld met meer dan 500 gescande documenten, foto’s, kaarten en wat dies meer zij, heb ik bijeengebracht op de website rond La vérité et son image: www.parisot52.fr. Helemaal in het Frans en het Nederlands, opdat u niets ontga.