Der Rosenkönig (Portugal 1986)

Het heeft me bijna drie jaar gekost om over Der Rosenkönig een enigszins samenhangend verhaal te schrijven. Dat heeft zo zijn oorzaken, want nog los van de klus zich te moeten inlezen in de acteurs en personages, is er nog een veel groter probleem: Der Rosenkönig is eigenlijk geen film, althans niet in traditionele zin, het is veeleer een verfilmd dramatisch epos, waarbij de teksten in beelden zijn gevangen. En dat vraagt om een heel andere benadering dan die bij “gewone” films.

 

Der Rosenkönig ging in première op het Rotterdams Film Festival op 1 februari 1986 en kenmerkt zich door een aantal zeer verschillende eigenschappen.

Zo was er, om te beginnen, geen script. Er werd min of meer uit de losse pols gespeeld en gesproken. In de uitvoering die ik heb, is dat afwisselend Portugees, Engels, Frans, Italiaans, Arabisch en Duits. Dat die uitvoering ook nog eens Engelse ondertitels heeft, is prettig voor mij (ik spreek/versta Portugees noch Arabisch), maar zonde van de beelden en, nog veel belangrijker, door regisseur Werner Schroeter ook absoluut verboden. Maar Schroeter is dood (2010) en de filmwereld doet met zijn nalatenchap wat zij wil. Zo kan ik je ook nog een Spaanstalig .srt-bestand leveren voor Spaanse ondertitels.

Die afwezigheid van een script had te maken met haast, en wel om een reden die ook niet alledaags en des films is: Schroeter had als een der hoofdpersonages wederom en beroep gedaan op Magdalena Montezuma (1942-1984; Duitse van origine) van wie ten tijde van de opnamen al bekend was dat ze ongeneeslijk ziek was. Voor hem was dat aanleiding haar niet te strak te binden aan een filmscript en bovendien, zo blijkt uit de aftiteling, de hele film aan haar op te dragen. Zij overleed enkele weken na de laatste filmopnamen.

Schrijnend genoeg was het ook voor de Italiaanse Antonio Orlando (1960-1989), hier rechts in beeld, de laatste speelfilm waarin hij zou acteren. Vóór Der Rosenkönig had hij in tientallen andere films en tv-series gespeeld, onder meer ook in Pasolini’s Salò, waarin hij de rol van Tonino speelt. Naar verluidt kwam hij bij een auto-ongeluk in Napels op 28 september 1988 om het leven.
Voor de derde hoofdrolspeler, Mostáfa Djadjam, links op de foto, van Algerijnse afkomst, was Der Rosenkönig de eerste grote speelfilm waarin hij als acteur optrad.

Vooral de naderende dood van Magdalena Montezuma overheerst de film, zonder er qua plot of beelden ook maar iets mee te maken te hebben.

Heeft de film wel een plot? Ja, eventueel. Verstrikt en verscholen in beelden, metaforen en symboliek valt er wel een soort van verhaal van te vertellen.
Anna Rahma en haar zoon Albert runnen een rozenkwekerij in een vervallen complex aan het strand van een Portugees dorpje. Exacte tijd en plaats zijn niet gegeven, maar ook niet bijster terzake doende. Het zal wel een dorpje aan zee, niet ver van Lissabon zijn, want de acterende kinderen komen uit Sintra en Montijo, twee gemeenten onder de rook van de Portugese hoofdstad.
Zowel uit de sfeerbeelden van het deprimerende pand vol rommel en spinnenwebben, als uit de schaarse informatie die we te horen krijgen, valt op te maken dat de handel niet echt floreert: in de hele film wordt er niets verkocht, terwijl de ene lening slechts met de andere kan worden 
afgelost.
Dan is er opeens Fernando. Waar hij vandaan komt, wordt niet duidelijk. Maar als hij in de kapel stiekem het offerblok licht (met de overbekende Italiaanse smoes “voor mijn zieke moeder”), wordt hij betrapt door Albert en prompt onstaat er tussen beiden een vreemdsoortige relatie. Fernando wordt ‘gehuisvest’ op het stro in de schaapstal en ondergaat de steeds verder gaande avances van Albert lijdzaam (of is het gewillig?).
Terwijl de moeder steeds dieper wegzinkt in haar persoonlijke en bedrijfsellende, die haar tot over de rand der waanzin voert, zet Albert alles op alles om Fernando tot het summum van zijn kwekerijkunst te brengen: Fernando moet de Rozenkoning worden, wat er kort en goed op neerkomt dat Albert in Fernando’s lijf diepe sneden kerft waarin hij rozen ent. In die uitdossing legt hij hem in de rozentuin op de grond. Fernando wordt, als object van een onbereikbaar verlangen, tot idool, waarin Albert zijn ‘vakmanschap’, het enten van rozen, weet te leggen, ook al vernietigt hij daarmee zijn eigen liefdesobject (geen onbekend literair motief!).

Maar voor het verhaal alleen hoef je de DVD niet te kopen, of te downstreamen, of naar de bioscoop te gaan. Het zijn de beelden die het hem doen. Telkens weer, tussen de scènes of vaak zelfs midden in scènes word je uit het verhaal en in de symboliek getrokken, waarvan zelfs de duiding het aflegt tegen de verrassing, verbazing, verdwazing. Daarbij zijn wel enkele constanten aan te geven:

Allereerst het kleurgebruik: het veelvuldig optredende rood; niet alleen van de rozen -de kwekerij heeft alleen rode rozen in de aanbieding-, maar ook van de kleding en, naar het einde toe, van het bloed. We kennen de symboliek van ‘rood’ genoegzaam.
Verder het blauw, koel en onbegrepen als het is, die blauwe zweem van dampende landschappen, de branding van de oceaan, de herhaaldelijk in beeld gebrachte close-ups van typisch Portugese ‘Delftsblauwe’ muurtegels.
En het zwart van de dood, het zwart dat we Anna enkele malen op haar gezicht en zelfs de piano zien smeren.

Vervolgens de viezigheid, als ik er dat tenminste onder mag verstaan, van de overal in huis aanwezige spinnenwebben, de verfletste foto’s. Daarnaast de kikkers, in water gevangen, die schier doelloos wachten op wat er gaat komen. En niet op de laatste plaats het vuur: de brandende kapel, de verbrande foto’s, het stro in brand (aangestoken met de laatste lucifer uit een niet onbekend doosje), de hele rozenkwekerij in vlammen, de dorpskinderen die rond een stapel brandend hout dansen – dat allemaal is geen toeval meer.
Vergeet ook niet de muziek en ander geluid in het geheel te betrekken, de 19e-eeuwse operafragmenten; de gedeclameerde gedichten; de in de verte wegtrekkende treinen.
Dan is er het water, onontbeerlijk voor de mens, maar evenzeer voor een bloemenkwekerij. Bij voortduring zien we iemand de rozen besproeien, bossen rozen druipen van het water, de golven van de zee in de blauwe nacht aankomen op het strand.

Dat laatste krijgt nog een extra dimensie. Natuurlijk is het niet voor niets dat we die branding in totaal 23 maal kortstondig (meestal maar zo’n 4 seconden) in beeld krijgen, zonder enige tekst of uitleg. Maar in de helft van de gevallen biedt die branding nog iets meer: we zien Fernando aanspoelen aan het strand, de golven slaan nog over hem heen, maar de voetstappen in het zand lijken erop te wijzen dat hij, eenmaal aangespoeld in het vreemde land, naar het dorpje is getrokken. Vanuit zijn eigen perspectief is hij de Odysseus of andere literaire held, denk ook aan Yunan in “Il fiore delle 1001 notte” van Pasolini, die schipbreuk lijdt, naakt aanspoelt en dan belandt op een ‘gevaarlijk’ eiland waar hem een zware klus wacht. Vanuit het perspectief van moeder en zoon is hij de onverwachte indringer, het ook al zo vaak gebezigde literaire/filmische motief om spanning in de plot te brengen. Ik besprak het eerder al bij mijn verhaal over Tras el cristal van Villaronga, waar de plotsklaps binnendringende Angelo de hele huishouding op zijn kop zet, sterker nog, die het hele verhaal naar zich toetrekt. Zo is het in Der Rosenkönig ook min of meer: de opeens ten tonele verschenen Fernando drijft een wig tussen moeder en zoon, die er beiden wanhopig onder worden.

Dat er, en passant, een scene is waarin Albert ‘zijn’ Fernando tegen een boomstam plaatst en hem omstandig gaat staan wassen (“Waarom was je mij?” – “Omdat ik je moet wassen.”) levert in de wat langere artikelen over deze film de vreemde discrepantie op, dat de een Fernando hier vergelijkt met Sebastiaan, de ander met Christus. Voor beide opties is wat te zeggen, alhoewel beide symbolen uit de religie in hun terminale positie niet werden gewassen – integendeel. Fernando mist te veel eigenschappen die hem ondubbelzinnig met een van de twee zou kunnen identificeren.

De film roept meer emoties op dan begrip. Misschien vind ik het wel juist daarom een goede film, omdat ik hem niet begrijp, maar er lang en vaak naar kan kijken.

_________________________

Der Rosenkönig (Portugal 1986). Regie: Werner Schroeter. 110 minuten.
Alternatieve titel: Le roi des roses.
Details: http://www.imdb.com/title/tt0091871/
Geen ondertitels toegestaan, maar ze bestaan wel in Engels en Spaans.

Voor meer info: lees de bespreking door Dietrich Kuhlbrodt op http://www.filmzentrale.com/rezis/rosenkoenigdk.htm
en een bespreking op 16.internationales Forum des jungen Films (Berlin 1986), HIER als pdf te downloaden.

 

 

 

 

Vol verwachting

Of ik soms van de aardbodem ben verdwenen?
Nee, dat niet. Maar er zijn van die periodes dat ik met een aantal berichten bezig ben waarvan ik het einde nog niet paraat heb.
Ik noem er een paar:

“De graag verzwegen oorlog”, over 1945-1949 in ons Indië, opeens net zo actueel geworden als de zwartepietendiscussie, die er overigens los van staat.
Directe aanleiding: het zojuist verschenen boek van oud-Ignatiaan Paul Welling over twee van zijn ooms. Als ik het binnen heb, wil ik er na lezing wel een bespreking aan wijden.

“De grote oorlog”, d.w.z. mijn uitgave van de Parisot-documenten 1914-1918.
De nu voltooide lay-out ligt momenteel bij de drukker en ik wacht met spanning op het telefoontje dat ik mijn exemplaren kan komen ophalen. Degenen die al besteld (en betaald) hebben, zullen naar alle waarschijnlijkheid de beloofde leverdatum van begin oktober wel kunnen aanhouden. Wie nog niet heeft besteld, kan dat altijd nog doen via parisot52.fr of door mij te mailen.

“Salò” is door een instituut in Bologna geheel gereviseerd, welke revisie onlangs op het Filmfestival van Venetië werd vertoond en bekroond met een Leone d’Oro, zo meldde mij een Italiaanse vriend. Als ik daarover meer weet, liever nog: als ik die revisie heb bekeken, kom ik daar zeker op terug.

Over boer en tuinder wilde ik het op deze weblog niet te veel meer gaan hebben. Jammer, anders had ik nog wel een geweldig recept liggen voor Vin de Pêche, een wat zwaardere aperitiefwijn gemaakt van o.a. bladeren van de perzikboom. Google maar op “vin de pêche” en je kunt het zelf ook.

Kortom: er zit nog voldoende onder de kurk.

 

 

Maandrogen

Het is allerminst mijn bedoeling deze weblog te laten verworden tot een nederige kookrubriek à la Heel Frankrijk Bakt. Maar af en toe geef ik toch een kijkje in de keuken, want een goede (of mislukte) oogst is één ding, wat je er vervolgens mee doet is een ander chapiter. Waar ik eerder het al had over het maken van cointreau of het bewaren van aardappelen of het drogen van cayennepepers, wil ik het nu even kort hebben over zogenaamde maangedroogde kerstomaatjes.

Etiketten bevatten in hoofdzaak leugens, of ze zetten je toch minstens op een verkeerd been. Van wat in supermarkten voor grof geld wordt aangeprezen en verkocht als “zongedroogde tomaten” heeft het overgrote merendeel nooit de zon gezien, want het zijn kastomaten, en ze zijn niet in de zon gedroogd, maar gewoon en masse in de oven. Alleen op Sicilië e.o. is het theoretisch mogelijk tomaten aan de zon te drogen, maar die komen hier niet in de schappen te liggen.

Welnu, dit jaar in Rosoy dus een overvloed aan kerstomaatjes. Je kunt ze niet allemaal direct opeten en ook niet in hun geheel invriezen. Wel als je ze eerst zeeft en eventueel kruidt, en dan later gebruikt voor soep of pastasaus. Een mooi alternatief is om ze te maandrogen – het uitvoerbaar alternatief voor zondrogen.

- Men neme een forse hoeveelheid kerstomaatjes en snijdt die doormidden. Neem je grotere tomaten, snijd ze dan in vieren of zessen.
- Leg de partjes met het snijvlak naar boven in een ovenvaste schaal goed tegen elkaar aan.
- Maak een mengsel aan -zelf de hoeveelheden inschatten- van olijfolie met daarin een schep suiker, wat (zee-)zout, liefst verse thijm en basilicum en veel scherpe peper. De laatste keer mengde ik voor vier ovenschalen één middelgrote cayennepeper met zaadjes en al fijn gesnipperd erdoor; het resultaat was vlijmscherp en voorkwam dat de gasten bij de borrel het hele potje ineens leegaten. Heerlijk.
- Verwarm alvast de oven voor op 180-200°; met ventilatiewarmte is 180° zeker voldoende.
- Giet vervolgens het mengsel over de tomaatjes in de ovenschalen.
Ze hoeven niet helemaal onder te staan maar wel voor meer dan de helft.
Zet de schalen in de hete oven, de ovendeur dicht en de kookwekker op 10 à 15 minuten. Het is wel zaak dat je de olie behoorlijk ziet pruttelen voordat je de kookwekker zet.
Verder alleen kijken, niet de ovendeur openen, en dat geldt voor het hele verdere proces: ONDER GEEN BEDING DE DEUR OPENEN.
Ik weet eigenlijk ook niet precies waarom niet; ik vermoed dat de warmte, die het uitdrogen van de tomaatjes veroorzaakt, niet mag ontsnappen.

- Ervan uitgaande dat je dit allemaal ’s avonds doet, want overdag ben je in de tuin bezig en ’s avonds heb je nachtstroom: zet als de kookwekker afloopt de oven uit en ga naar bed. Het maandrogen begint.
- De volgende ochtend, als die andere wekker afloopt, open je de inmiddels langzaam en regelmatig afgekoelde oven en schep je zo veel Bonne Mamanpotjes als mogelijk met de tomaatjes + olie, zo dat de potjes nagenoeg tot de rand zijn gevuld. Vul ze eventueel bij met nog wat olijfolie – niemand die dat merkt. Ik span er altijd wat huishoudfolie overheen, want na oeverloos hergebruik zijn die dekseltjes ook niet meer op z’n vacuümst. Stiekem van tevoren wat ervan snoepen is toegestaan en zelfs aan te raden. Vergeet niet de potjes van tevoren goed schoon te hebben gemaakt.
- Etiketter de potjes (maand+jaar), anders raak je na maanden het spoor bijster.
- Nodig vrienden en kennissen uit en serveer de tomaatjes, eventueel op crackers, toastjes of stokbrood en de complimenten vliegen over tafel.

Twee alternatieven, want ik kan niet in ieders keuken kijken:

1. Je bent ongeduldig en kijkt niet op een paar centen meer of minder energieverbruik. Verwarm dan de oven op 60-70°, zet de ovenschalen erin en laat dat een uur of 6 doorduren. Ik heb het nog niet geprobeerd. De olie zal niet gaan koken, maar het drogen zal toch wel plaatsvinden, vermoed ik.

2. Een variant die ik ook nog niet heb geprobeerd, is de schalen in de oven van de cuisinière te zetten, die bij ons ook zo rond de 50-80° biedt. Vermoedelijk moet je dan wel de ovendeur op een kiertje laten staan, net als bij het (succesvol) drogen van peterselie en andere kruiden, anders weet ik niet waar dat vocht uit de tomaten moet blijven. Nadeel: de cuisinière is alleen in de winter aan en dan heb je geen verse tomaten, zodat je je moet behelpen met inferieure kasproducten en gedroogde kruiden, maar je benut wel de gratis warmte van zo’n multifunctionele houtkachel.

Zondrogen is een leugen. Maandrogen is een fluitje van een cent, de vettige afwas erna niet meegerekend.