La vérité

Met enige regelmatig krijg ik de vraag waar mijn boek over WO-I blijft. Om u de waarheid te zeggen: de verhoopte verschijningsdatum van 1 juni 2015, op de dag af 100 jaar nadat Eugène Parisot in zijn notitieboekje te Vic-sur-Aisne zijn testament schreef, wordt gedwarsboomd door een wat vreemd Frans gebruik. Zoals de uitgever mij enige weken geleden zei: “Meneer Loonen, u moet begrijpen dat men hier in Frankrijk rond half mei begint met het voorbereiden van de grote vakantie”. Het gaat dus ergens in het najaar worden, na de rentrée, september of wellicht oktober.

Tekst, afbeeldingen en opmaak zijn in principe af en alles is bij de uitgever ingeleverd.
Voor mij is het dus wel een teleurstelling, maar voor lezers wellicht minder. En omdat er tussen september en december twee lezingen staan gepland rond het boek waarvoor ik ben uitgenodigd, eentje tijdens een tentoonstelling 1915-2015 in Vic-sur-Aisne, en eentje op een thema-avond op het Departementaal Archief te Chaumont, komt het in zekeren zin misschien ook wel goed uit; de boeken zijn dan nog warm.

Als ik eenmaal het ISBN-nummer en de definitieve verkoopprijs weet, zal ik met een aankondiging en wervende mail komen.

Tot die tijd dus nog maar even geduld betrachten.

 

 

Onze ogres

Op III Gym plakte ik in mijn schoolagenda begin februari 1963 bijgaande foto die ik uit een krant had geknipt, in plaats van op die plek mijn huiswerk te noteren. Onze ogres venus de Hollande (Elf menseneters uit Nederland gekomen). Met al zes jaar Frans in mijn schoolbagage lukte het me aan die schandaleuze titel toe te voegen: “ont battu Reims 0-1″, want dat was de uitslag op 6 februari 1963 in Parijs. Bij de return op 13 maart (1-1) was ik een van de 65.000 toeschouwers en dat was de allereerste keer dat ik in De Kuip kwam, samen met Michel door mijn vader vanuit Amsterdam naar Rotterdam vv. gereden. Van de wedstrijd zelf kan ik me eigenlijk niets meer herinneren; van de geweldige sfeer in die bomvolle Kuip echter des te meer.

De agenda heeft het al vele jaren geleden geschopt tot het ronde archief, maar in het kader van mijn medewerking aan het in de maak zijnde Feyenoord-XXL-boek, waarin mijn DDR-avontuur een plek zal krijgen, wilde ik per se ook die Reims-wedstrijden en vooral die beruchte mensenetersfoto weer ter beschikking hebben. Oeverloos gegoogled, tot ik uiteindelijk succes had bij delpher.nl met zoeken op trefwoorden ‘Feyenoord’, ‘menseneters’ en ’1963′. De foto bleek te zijn gepubliceerd in dagblad De Tijd-Maasbode, de krant waarop wij thuis waren geabonneerd. De redactie van het XXL-boek spoorde mij aan te zoeken naar de originele Franse bron, enerzijds omwille van een betere scan van de foto, anderzijds om de oorspronkelijke Franse tekst te pakken te krijgen, waarvan ik hun meteen ook beloofde een Nederlandse vertaling te bezorgen. De speurtocht naar nummer 81 van Sport & Vie uit 1963 leverde al vlot een drietal aanbiedingen op Ebay op, waarvan eentje wat gunstiger geprijsd en ook binnen een week per post in de bus ontvangen. De kwaliteit van de beruchte foto bleek inderdaad aanmerkelijk beter, dus alleen daarom al was de aanschaf de moeite waard.

De chocoladekop bij het artikel, waartoe zelfs De Telegraaf zich niet zou verlagen, bleek bij lezing van de tekst echter als een tang op een oud wijf te slaan. Het hele verhaal was in feite een becommentarieerd interview met Elek Schwartz, de toenmalige bondscoach van het Nederlands elftal, die als tot Fransman genaturaliseerde Hongaar over voldoende kennis van zowel het Franse als Nederlandse voetbal beschikte. Zijn vakkundige boodschap was helder: Reims moet oppassen Feyenoord te onderschatten, gelet op de voortreffelijke kwaliteiten van de Rotterdamse spelers en hij concludeerde dat de wedstrijd in Parijs wel eens op een Reimse deceptie zou kunnen uitlopen. Hij kreeg gelijk. Het commentaar bij het interview sluit daar naadloos op aan: Feyenoord is hofleverancier van het Nederlands elftal, de spelers zijn atletisch, technisch en tactisch van hoog niveau, en, een beetje met de haren erbij gesleept, zet het artikel er nogal erg zwaar op in dat de Feyenoorders gemiddeld 4 centimeter langer zijn dan hun Franse opponenten. Alsof je daarmee een gewonnen wedstrijd speelt.
De waarschuwing echter dat Kruiver een “danger public” is, een gevaar voor iedereen, was echter geheel op zijn plaats: hij scoorde in de terugwedstrijd in Rotterdam de 1-0, die uiteindelijk Feyenoords succes in het tweeluik zou betekenen. Op de foto hiernaast (bron: Anefo) is het overigens Pieters Graafland die in die wedstrijd een doelpoging van Raymond Kopa onschadelijk maakt.

Deze terugblik op wedstrijden van 52 jaar geleden is allerminst bedoeld om de belabberde reeks te verbloemen die Feyenoord nu de afgelopen weken op de mat heeft weten te leggen. Geef de trainer maar de schuld, of de zo vele spelers die ver onder hun niveau acteerden.

Elek Schwartz had het bij het rechte eind met zijn analyse van destijds. Maar de Feyenoorders waren alles behalve menseneters. Toen niet, in 1963, en nu nog steeds niet.
Dat wilde ik nog even hebben gezegd.