Anthracite (Frankrijk 1979)

Er was eens een tijd, zo tussen 1975 en 1990, dat er nogal wat films en romans verschenen met internaten of kostscholen als thema. De paters, broeders of nonnen waren de despoten die de tere kinderzielen verminkten.
Ik vermoed, maar zeker is dat niet, dat de betreffende auteurs daarmee hun jeugdtrauma’s, of die van hun omgeving, poogden van zich af te schrijven.

De Franse film Anthracite van Edouard Niermans (geb.1943), spelend in 1952 op een Jezuïeteninternaat in Zuid-Frankrijk, is er een goed, maar vrij onbekend voorbeeld van.
Ik vond de film terug op een oude VHS-band met een Duits nagesynchroniseerde tv-uitzending uit 1982.

Vooraf: ik bezit de film uitsluitend in deze nagesynchroniseerde versie. ’s Lands wijs, ’s lands eer. Jammer is dat, want alhoewel de thematiek bepaald niet typisch Frans is, had ik toch liever een origineel geluidsspoor gehad.

Om de film in enkele zinnen samen te vatten gaat hij over een pater Jezuïet die, in een ondergeschikte rol, geen orde weet te houden voor de klas. Deze pater Godard, aan wie de bijnaam Anthracite is toebedeeld, wil het allemaal wel goed doen, maar begaat in feite alleen pedagogisch-onderwijskundige blunders. Zijn superieuren besluiten daarop hem over te plaatsen, terug te sturen naar Parijs, maar op de avond voor zijn vertrek wordt hij door leerlingen deerlijk toegetakeld.

Deze samenvatting is echter te kort door de bocht. Als het al waar is, dat de film een egodocument is om enige in de jeugd opgelopen onderwijsschade te beteugelen, dan kan een slapjanus als Godard nooit de hoofdpersoon zijn. Het is waar: in mijn onderwijstijd heb ik tal van studenten begeleid die voor de klas de ene misstap na de andere begingen. Ik zou een hele equipe-Godard kunnen samenstellen. Maar ook heb ik ervaren dat vanuit de optiek van leerlingen en studenten onderwijzend personeel tot het meubilair van de school behoort dat at random kan worden ingeruild voor iemand anders. Docenten zijn passanten, net als voetbaltrainers, en ook zonder hen draait het circus gewoon door. Voor het betere begrip van de film is het daarom noodzakelijk enkele personages wat nader onder de loep te nemen.

De pikorde binnen de gesloten internaatsgemeenschap is manifest: bovenaan staan de jezuïtische superieuren, de rector (Jean Bouise; hier links met bril) en de prefect (Bruno Cremer), twee handen op één buik, voor wie de discipline boven alles gaat en voor wie er geen enkele ruimte tot discussie aanwezig is. De orde handhaven, dat is hun credo.
Daaronder het onmisbare middenkader: de docenten en begeleiders op wie de uitvoerende taak rust: pater Godard, die uitsluitend faalt, de gymnastiekleraar die zo zijn eigen invulling geeft aan het begrip discipline, de surveillant die één arm mist. Eén niveau lager staan de leerlingen, om wie het eigenlijk zou moeten draaien en voor wie de hele organisatie in feite bedoeld zou moeten zijn. Het blijkt echter een zootje ongeregeld te zijn, kinderen van rijkeluisouders die het zich kunnen permitteren hun kind naar een jezuïeteninternaat te sturen, iets wat ik ook nog wel een beetje herken uit de tijd dat ik bij het Luzac-college werkte. Hoe vaak niet betreft het leerlingen die het op een “gewone” school niet redden en aan wie derhalve deze kostbare Sonderbehandlung ten deel valt.
Onderaan de ladder het huishoudelijk en keukenpersoneel, gemakshalve hier ingevuld door verstandelijk gehandicapten die vermoedelijk nergens anders aan de bak kunnen komen dan in deze sociale werkplaats, maar die onontkoombaar slachtoffer van spot en getreiter worden door alle niveaus boven hen.

Op het internaat heerst een discipline die doet denken aan een militaire kazerne of een gevangenis. Wie zich niet adequaat aanpast, wordt verstoten. Als de rector en de prefect het ontbijt door een van de bedienden krijgen geserveerd, roept de rector de man bij zich, en met een “Brioches müssen warm gegessen werden. Bringen Sie sie wieder zurück” laat hij het brood terugbrengen naar de keuken. En even later tot de prefect, in een gesprek over de onderwijskundige aanpak op het internaat: “Wir können die Regeln nicht ändern ohne Anarchie zu sehen”. Maar juist de aldus geschapen ordening leidt ontontkoombaar tot chaos, zoals wij sinds W.F. Hermans en J.P. Sartre maar al te goed weten.

De gymnastiekleraar (Jean-Pierre Bagot) past prima in het systeem, zowel sadistisch, wanneer hij na de gymles de leerlingen laat douchen terwijl hij de warme kraan afsluit, als “opvoedkundig”, wanneer hij tijdens de gymles het dikkertje van de klas (mooie flash forward: in het begin van de film zien we die jongen in de slaapzaal stiekem een stuk chocola in zijn mond stoppen!) dat hij voor het front van alle klasgenoten belachelijk staat te maken om zijn papperige uiterlijk. Hij motiveert dat leermoment met de woorden: “Das Unglück der Einen ist das Glück der Anderen”. Voor wat het waard is.

Anthracite, naar wie de film is vernoemd, faalt op alle fronten, zoals gezegd. Te zachtaardig, te veel slapjanus in veler ogen, heeft hij ongetwijfeld het beste voor ogen, maar hij kan daaraan geen passende invulling geven. Hij is dus het mikpunt van pesterijen door de klas, nog niet zozeer vanwege zijn uiterlijk met zijn flaporen (dan zouden ze hem wel “pater Vleugelmoer” hebben genoemd), maar omdat ze weten dat hij toch niet ingrijpt als zij zich aan wat dan ook te buiten gaan. Daar komt nog bij dat hij, althans voor zover we te zien krijgen, een bijzondere affectie heeft voor Pierre, de sociale outcast van de klas, zodat pater Godard ook op dat front aan de verkeerde kant staat. Hoe dat voordeel (de speciale aandacht krijgen van een docent) kan omslaan in een nadeel, bewijst de slotscène waarin het Pierre is die hem uiteindelijk het hardste schopt.

Een treetje lager licht ik er twee leerlingen uit. Eerst Michel Fouquet (Jacques Bonnaffé), een van de oudere leerlingen die zich ontpopt als de flinke, tegendraadse rebel. Niet alleen trotseert hij manhaftig de (letterlijk) koude douche, even later ontvlucht hij de groep, rent door het internaat naar boven en begint vanaf de nok van het dak de verzamelde meute op de binnenplaats toe te schreeuwen, zijn klasgenoten die, in zijn woorden, nog in het fantoom van de vrijheid geloven, en dat ze angst hebben om te leven. “Ihr seit die Hoffnung der Nation!”, schampert hij ze nog na. Het komt hem op een aantal zweepslagen te staan wegens ontoelaatbare insubordinatie. Voor de spanningsboog van de film is het in ieder geval een aardige opsteker, want door de verder vrij trage handelingssnelheid zit er niet vaak veel dynamiek in de productie.

Dan Pierre (“zu sensibel”, volgens de prefect). Als hij niet al de hoofdpersoon in de film is, dan is hij toch de spil. Vermoedelijk zijn het zijn ogen die kijken als de ogen van de regisseur. Hij speelt niet zo zeer als actor, er wordt met hem gespeeld: achter zijn rug allerhande vreemde gebaren van klasgenoten die in hem een mietje of flikkertje zien. Zijn moeder die op een zondag op bezoek komt (van enige vader is geen spoor te bekennen); met haar blitse Jaguar, stuur rechts, gaan ze ergens in de campagne picknicken; hij gaat kreeftjes vangen, zij valt in slaap; tot een gesprek of zelfs maar enige genegenheid komt het niet. Pater Godard die zijn best doet zich over hem te ontfermen, maar dat helemaal verkeerd aanpakt, zodat hij van de koude kermis thuis komt. Opnieuw zijn klasgenoten die de kraai, die Pierre al tijden lang verzorgt, hebben gedood en achter in de klas aan de muur ophangen.
Het grootste deel van de film is Pierre de observator die met pierende en afkeurende blik aanschouwt wat er zich om hem heen afspeelt. Dit is niet zijn milieu, zo veel is duidelijk. Pas helemaal aan het einde komt hij in actie. Met gebalde vuisten loopt hij rond, ziet wat er gaande is en schopt vervolgens meer dan een halve minuut lang tegen de op de grond liggende pater die hem de hele tijd gemeend had te kunnen beschermen.

De film, gedraaid in 1979, speelt in 1952. In dat verband een tweetal opmerkingen.

Allereerst de volstrekte afwezigheid van zelfs maar een spoor van seksualiteit. Vandaag de dag zou het internaat één groot Sodom en Gomorra geweest zijn, maar in Anthracite gedragen de paters zich op dat vlak netjes en geen van de leerlingen schijnt zich met het onderwerp bezig te houden.

Verder vertoont Anthracite veel kenmerken van de film noir: we zien twee antihelden (Godard en Pierre) in een pessimistische, zo niet nihilistische entourage; somber- en mistroostigheid overheersen; vrij lange scènes zijn opgenomen met een niet-bewegende camera; er wordt gebruik gemaakt van spiegels, zoals het spionnetje dat net buiten het raam van de superieuren hangt en waar doorheen zij kunnen neerkijken (ook letterlijk, het is op de eerste verdieping) op wat zich op de binnenplaats afspeelt, en als de prefect ziet dat Godard door de leerlingen in elkaar wordt geschopt, sluit hij bedachtzaam het raam en brengt zijn kapsel in orde; de good guys leggen het af, de bad guys komen ermee weg – niet bepaald een happy end.

En laat het maar aan Franse regisseurs over: de film barst van de geraffineerde details die ofwel als flash forward worden ingezet, ofwel als een herhaaleffect, ofwel als een contrast. Zo is de gevangen vogel door de hele film heen zichtbaar: de kraai in een kooi die Pierre probeert in leven te houden contrasteert met de zaal met opgezette vogels waarin de prefect als ornitholoog bij tijd en wijle bezig is alweer een vogel op te zetten, met als dramatische hoogtepunten de gedode kraai die aan de muur komt te hangen en pater Godard die, door leerlingen geduwd tegen het doelnet op de binnenplaats, struikelt en in het net verstrikt raakt, waarna hij in elkaar wordt getrapt, als makkelijk mikpunt van het falende gezag. En de muzikale noot: vrij aan het begin, als de leerlingen voor het eerst in de eetzaal zijn beland, klinkt op de achtergrond La vie en rose van Edith Piaf. Als dat al geen sarcastische flash forward is, dan toch een sterk contrastelement.

In de ogen van Pierre, en wat mij betreft ook die van de regisseur, blinkt het internaat niet uit als kweekvijver waarin intellectuele waarden worden overgedragen, iets waarop Jezuïeten toch patent hebben, zoals wij ons van bijvoorbeeld het Ignatiuscollege kunnen herinneren. Of een broedplaats voor zelfstandig denkende, kritische wezens. Niets van dat al. Of dat aan de periode ligt, zo rond 1952, of aan de locatie in Zuid-Frankrijk – wie zal het zeggen. Misschien ligt het louter aan datgene wat de regisseur ons wilde meedelen. Parallel daaraan kun je Het Dolhuis lezen van Boudewijn Buch, of Red ons, Maria Montanelli van Herman Koch.

Ook opvallend is dat een videoband die ik al 33 jaar in de kast heb liggen, nog zo goed is weer te geven. Niet helemaal ongeschonden, maar nog steeds alleszins toonbaar. Net als de meeste personages in Anthracite.

 

________________________________
Anthracite (Frankrijk 1979). Regie: Edouard Niermans. 86 minuten. Kleur.
Alternatieve titels: This age without pity (UK); Anthrazit (D).
Opgenomen in de omgeving van Rodez, Aveyron (12).
Details:
 
http://www.imdb.com/title/tt0078785/.

Met o.a.:
Jean Bouise (rector)
Bruno Cremer (prefect)
Jean-Pol Dubois (père Godard aka Anthracite)
Jérôme Zucca (Pierre)
Jacques Bonnaffé (Michel Fouquet) 

Geen Nederlandse, Franse, Engelse of Duitse ondertitels gevonden.
Uitgezonden door WDR-3 op 7 oktober 1982.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *