Goede voornemens

Aan veel van de traditionele goede voornemens rond het begin van het nieuwe jaar houd je niet meer over dan, bij gebleken mislukking, een gevoel van teleurstelling en diepe frustratie. … Zoiets als het Slowaakse ijshockeyteam U-20 in januari 2007 in Mora (Zweden), toen degradatie een feit bleek. Stoppen met roken, meer op de fiets gaan doen, je contacten niet verwaarlozen, gedurende 100 dagen zo min mogelijk restafval produceren (NOS-journaal, 30 december), …
Ik kom daarom met iets beters en wellicht ook haalbaars: het voornemen om een zuiver(der) taalgebruik te gaan hanteren.

Er gaapt een kloof tussen taalpurisme en verzorgd taalgebruik. Het eerste heeft een negatieve bijsmaak, terwijl het laatste kan rekenen op algehele instemming, al gaat dat niet op voor sms-taal en chatberichten. Maar in brieven (dat zijn handgeschreven of getypte papieren die je vroeger in een envelop stopte en dan met een postzegel erop ging posten, toen er in de buurt nog niet-afgeplakte brievenbussen waren), in e-mails, op forums of fora, maar ook bij het gesproken woord in gesprekken, op radio en tv, wordt doorgaans correct taalgebruik positief gewaardeerd. En je voorkomt er het risico mee dat je bij krakkemikkig taalgebruik je schrijfdoel niet zult bereiken, of het nu om een sollicitatie gaat of om welgemeend verspreide informatie. Als ik een handleiding of wervende tekst tegenkom die barst van de taalfouten, vertrouw ik de inhoud niet meer. Een solicitaciebrief die wemeld van de spelfauten haalt slegts het ronde archiev.

Ik trap af met zeven hoofdzonden. De haarziekte laat ik hier verder onbesproken, want die is in mijn betreffende artikel al voldoende voor het voetlicht verschenen.

 

  • dat-wat

Ooit, circa 400 jaar geleden, hebben grammatici bedacht dat het “het boek, dat…” is en “alles, wat…”; kortom: naar een onzijdig woord verwijs je met dat, naar iets onbepaalds, een ingesloten antecedent (“Wie zoet is, krijgt lekkers”; wie = hij die) of een hele zin met wat. Daarmee was dan ook meteen geregeld dat er betekenisverschil is tussen
(1a) Er kwam niet veel terecht van jouw nieuwste plan, dat mij hogelijk verbaasde.(ik was dus verbaasd over de inhoud van jouw plan) en
(1b) Er kwam niet veel terecht van jouw nieuwste plan, wat mij hogelijk verbaasde. (ik had dus verwacht dat het plan wel zou slagen)

Achter dit dat/wat-onderscheid gaat veel meer schuil. Het past in een eeuwenlange ontwikkeling waarin steeds meer d-woorden (daar, die, dat) het afleggen tegen hun w-variant (waar, wie, wat). En niet alleen in het Nederlands.
We komen die verschuiving tegen bij betrekkelijke woorden (daaraan, daarmee, enz. worden waaraan, waarmee, enz.). In de Reinaert, r.224-225 lezen we:
(2a) Die wisse daer die bake an hinc, becnause, so es so vet. Nu zou dat zijn:
(2b) Het touwtje waar de spek aan hing, knabbel eraan, het is zo vet.

Nog in de 17e eeuw zien we die gebruikt worden waar nu wie gangbaar is, bijvoorbeeld in Aran en Titus van Jan Vos (1661), r.120-121:
(3a) Is ’t smeeken te vergeefs? zoo dient’er dan gewelt; want die te flaauw verzoekt, die leerd een ander weigeren. We schrijven nu:
(3b) Is ’t smeken tevergeefs? dan dient er dus geweld; want wie te slap verzoekt, die leert een ander weigeren.

En het zou me niets verbazen als je in 19e-eeuws Vlaams, bijvoorbeeld bij Gezelle, ook nog zulke d-vormen tegenkomt.

De d->w-verschuiving is nog niet voltooid. Maar grammaticaal gezien is het vooralsnog incorrect te spreken van het eveneens door Hiemstra & Co gebezigde:
(4a) het hogedrukgebied wat boven Scandinavië ligt; en al helemaal:
(4b) het hogedrukgebied die boven Scandinavië ligt, ook dat presteren ze bij het achtuurjournaalweerbericht (op 2 jan.2015 deed Marco Verhoef het nog, die toch doorgaans verzorgd Nederlands spreekt en niet zo’n malle hockey-r uit zijn mond laat komen), al is dat een grove fout van een andere orde.
Zet Johan Cruyff een tijdje bij het KNMI en het wordt:

(4c) het hogedrukgebied wie boven Scandinavië ligt.

Van nieuwslezers en weerprofeten bij het NOS-journaal mag je, gezien hun kijkdichtheid en voorbeeldfunctie, wel een correcter taalgebruik verwachten; bij politici ben je wellicht al spontaan bedacht op onjuiste woordkeuze.

 

  • opdat-zodat, omdat-doordat

Nog meer dat-ellende. Het zijn bepaald niet alleen puristen die beweren dat taalverandering kan leiden tot taalarmoede. Het evidente verschil tussen opdat en zodat, parallel lopend met het verschil tussen omdat en doordat lijkt door velen niet meer te worden gekend, laat staan gebruikt. Toch is dat onderscheid tussen bewust en onbewust, tussen reden en oorzaak, niet zinloos:
Bij opdat en zodat is er het verschil tussen doel en gevolg, dus:
(5a) Ik nam drie treden tegelijk opdat ik eerder beneden zou zijn. (met het doel om…)
(5b) Ik nam drie treden tegelijk, zodat ik voorover viel. (met als gevolg dat…)
Mij dunkt dat het de moeite loont doel en gevolg niet met elkaar te verwarren of ze gemakshalve gelijk te schakelen. Bij kennelijke opzet keert de verzekering niet uit.

Doel is een bewust bedoeld gevolg; gevolg is een onbedoeld perongelukje.

Het onderscheid tussen omdat en doordat is van dezelfde categorie: bij omdat is er sprake van een reden (bewust) waarvan het genoemde het gevolg is:
(6a) Omdat er een regenfront nadert, kun je beter een jas aantrekken. (daaraan kun je dus wel degelijk iets doen)
Bij doordat is er sprake van een oorzaak (onbewust) waarvan het genoemde het gevolg is:
(6b) Doordat er een regenfront nadert, gaat het bij ons harder waaien. (niemand die daaraan wat kan doen)
Maar doordat verliest terrein, zowel bij politici (die er nooit wat aan kunnen doen), NOS-lieden (die er altijd wat aan kunnen doen) als bij gewone mensen (die er nauwelijks iets aan doen).

 

  • hen-hun

Misschien moet je daarvoor Latijn en Grieks hebben gehad, of anders toch minstens één jaar Duits. Een simpele wet luidt: aan hen is hun. Je dient hun dus alleen te gebruiken als het 3e naamval is, datief, meewerkend voorwerp o.i.d. In alle andere gevallen is het hen. Dus als vierde naamval, accusatief, lijdend voorwerp o.i.d. Dus:
(7a) Ik heb hun een mailtje gestuurd. (hun=aan hen)
(7b) Ik heb een mailtje naar hen gestuurd. (alle Nederlandse voorzetsels behalve te regeren de 4e naamval, dus hen)

Het ook buiten de voetbalretoriek populair geworden gebruik van hun als eerste naamval, nominatief, onderwerp o.i.d. (Hun hebben gezegd…) is weliswaar fout volgens de preciezen, maar de rekkelijken zullen wat inschikken en zich voegen naar wat ten ene male gangbaar blijkt te worden. Mijn weifelende overwegingen daarbij hebben overigens te maken met de wetenschap dat in Zuid-Nederlandse dialecten en in het Vlaams het goed mogelijk is een benadrukte vorm van zo’n eerste naamval juist uit te drukken door de vierde-naamvalsvorm te gebruiken (Den hèt mi da eiges gezeid = Hij heeft me dat zelf gezegd). In het Engels en Frans kennen we iets soortgelijks: het is niet: Who’s there? It’s I, maar It’s me. En niet: Qui est? C’est je, maar C’est moi. Leuk dat de aloude as Berlijn-Rome daar niet aan meedoet: Wer ist da? Ich bin’s (niet: Mich bin’s), en Qui è? Sono io (en niet: Sono me).
Aan hen is hun. Als je dat te moeilijk vindt, of geen zin hebt om je er druk over te maken, gebruik dan ze of die, dan ben je van het hele gedoe af.

 

  • hele

Het was een hele lekkere taart. Dat betekent dus, dat het een hele taart was die nog lekker was ook. Sinds het onderdeel woordgroepen in het taalonderwijs zo goed als afgeschaft is, weet er geen mens meer hoe die hele lekkere taart is opgebouwd. Welnu: in de woordgroep een hele lekkere taart is taart de kern, met een als tertiaire, deiktische voorbepaling en hele lekkere als primaire voorbepaling. Maar helaas is hele lekkere geen Nederlands. Die woordgroep heeft lekkere als kern en hele als voorbepaling, maar het woord hele staat niet in het woordenboek. Dat moet dus heel zijn (of erg of zoiets; bij tamelijk zou niemand zeggen: een tamelijke lekkere taart).
Dit nu kan tot spraakverwarring leiden. Een hele mooie voorzet slaat dus op een voorzet die compleet was, heel, en niet een halve voorzet die het midden houdt tussen een voorzet en een schot op doel, en die daar bovenop nog mooi was ook. Een heel mooie voorzet is een voorzet, van welke snit dan ook, die heel mooi was. Waarschijnlijk bedoelden de Arno Vermeulens dat laatste ook te zeggen.
Ik betrap mezelf erop dat ik de heel/hele-fout in het spraakgebruik ook wel maak, maar steeds zal ik dan subiet een autocorrectie toepassen en alsnog reppen van een heel geslaagde tekst.

 

  • diegene

Komt niet alleen voor bij meisjes onder de 18, maar wel vaak. Als ik antwoord stuur, dan vraagt diegene mij om mijn telefoonnummer te geven. Zoiets dus. Het is heel simpel: diegene gebruik je alleen als aanwijzend voornaamwoord dat verplicht wordt gevolgd door een specificerende bijzin. Dus altijd: diegene die... Nooit een zelfstandige diegene. Dan schrijf/zeg/mail je maar hij of zij of die, als je niet weet of het om een mannetje of vrouwtje gaat. Want dat vermoed ik achter dit bekrompen gebruik van diegene: je ontsnapt ermee aan seksuele voorkeur.

 

  • één van

Ik kan me vergissen, maar ik heb sterk de indruk dat de laatste jaren de populariteit van “één van onze …” sterk is toegenomen. U wordt zo spoedig mogelijk te woord gestaan door één van onze medewerkers. Zelfs aan de telefoon hoor je de streepjes op één.
Om twee redenen is dit volstrekte lariekoek. Op de eerste plaats (katholieke opvoeding; anders zou ik wel gereformeerd zeggen: in de eerste plaats) zijn die streepjes bedoeld om uitspraakverwarring te voorkomen. Immers, er is een evident verschil tussen:
(8a) Ik zal je nog een keer bellen. (ooit eens een keertje)
(8b) Ik zal je nog één keer bellen. (dreigement: eens maar nooit weer)

Vermoedelijk moeten we het lidwoord een beschouwen als het onbepaalde, en daarmee niet benadrukte telwoord 1, zoals de lidwoorden de en het ook de onbeklemde varianten zijn van die en dat. Daarover is vrij veel geschreven. Maar dat doet niets af aan het verschil tussen een en één.
In de constructie een van is het onmogelijk, althans niet waarschijnlijk, dat de lezer denkt aan “un van”. Er dreigt geen uitspraakverwarring, dus de streepjes op een zijn zinloos. Weg ermee.
Een tweede argument is van het kaliber communicatieve idioterie. Dacht u soms, in de wacht gezet à € 0,15 per minuut, dat u zoudt worden doorverbonden met TWEE van onze medewerkers? En dat daarom alvast de restrictie wordt ingebouwd dat u er echt maar eentje te spreken zult krijgen, als die d’r koffie op heeft?
Dat laatste is een onbewezen snier als gevolg van mijn laagste vermoedens: er zit daar maar één (1) onderbetaalde medewerker aan de telefoon die parttime werkt en een deel van die part ook andere zaken besteedt, zoals koffie drinken in de kantine. Die heeft de hoorn ernaast gelegd om niet helemaal hoorndol te worden van al die klachten.
Toch komt mijn verdorven mentaliteit niet helemaal uit de lucht vallen. In oktober al reserveerde ik bij booking.com een hotelkamer voor begin december in Fort Lillo (gem. Antwerpen; een apart artikel daarover: “Een Kerncentrale Als Doel” zit nog in mijn reactorvat). Maar goed ook dat ik er zo vroeg bij was, want de site meldde: Nog maar één kamer beschikbaar. Gauw boeken dus, om al die anderen voor te zijn. Nu wil het toeval dat booking.com onlangs op de vingers is getikt vanwege vermeldingen als deze, die bij direct contact met het hotel onwaar bleken te zijn. Onjuiste, ophitserige en dus ontoelaatbare klantinformatie. Bij aankomst te Fort Lillo kwam de aap uit de mouw: het etablissement verhuurde in totaal slechts één kamer, en niet meer. De melding “Nog maar één kamer beschikbaar” was dus op het nippertje niet onjuist, maar oogde desalniettemin wel misleidend. De streepjes op de e waren echter onvermijdelijk.

 

  • terugkomen op-van

Eigenlijk is dit iets voor de B-cursus voor gevorderden, als ik merk hoe zeer dit onderscheid niet wordt gerespecteerd.
Terugkomen op is iets herhalen; terugkomen van is iets terugtrekken.
Je komt dus terug op je eerdere toezeggingen als je die nog extra onder de aandacht wil brengen (dubbele attentie); je komt terug van je eerdere toezeggingen, als je die niet langer geldig wil laten zijn (nulattentie). Een niet geheel te verwaarlozen nuanceverschil. We mogen dan nog zo’n hekel aan voorzetsels hebben, soms zijn ze verantwoordelijk voor 180 graden betekenisverschil. Vertel mij wat.

Ongetwijfeld kan ik nog wel meer van deze taalkronkels bedenken, maar begin, in het kader van de goede voornemens, maar eerst met genoemd zevental. De rest komt daarna wel een keer.

 

 

2 thoughts on “Goede voornemens

  1. Is diegene dan een bepaling vooraankondigend voornaamwoord zoals in het Duits het slechts in litteraire taal gebezigde derer?

    • Duits en Nederlands lopen op dit punt redelijk parallel. Het aanwijzend voornaamwoord “degene” (“derjenige”) wordt verplicht gevolgd door een beperkende betrekkelijke bijzin, beginnend met “die”. “Degene die” laat zich vervangen door “wie”; “derjenige die” door “wer”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *