Ping Call

Ik kom de term “ping call” in Nederlandse bronnen niet tegen, maar het zou me stug lijken als het verschijnsel zich niet ook in de Lage Landen voordoet: je wordt gebeld door een jou onbekend nummer. Na een of meer keer bellen hangt de beller op. Als je voor die tijd al hebt opgenomen, wordt er aan de andere kant niets gezegd.
Volg je je intuïtieve impuls om dat nummer terug te bellen (“U heeft mij zojuist gebeld?”), dan ga je er aan voor het bellen van een extreem duur betaalnummer, € 1,00 tot € 3,00 minstens, zegt men, maar ik heb ook bedragen van > € 50,00 per ‘gesprek’ horen noemen.

Wat op zich al verdacht is: bij de meeste ongewenste direct-marketingtelefoontjes die je een paar maal per week krijgt (ook al staat mijn nummer op de ‘liste rouge’ en sta ik ingeschreven bij Pacitel, het Franse belmenietregister – “Goedemiddag, is mevrouw Loonen thuis?” “Nee, pardon, die is in 1986 overleden”; dus geen bijouterieën, galanterieën of parfumerieën vandaag) staat er in je venstertje “onbekend nummer”, “numéro indisponible”. Dan weet je al hoe laat het is en neem ik doorgaans niet op, of wel met de begroeting “Pronto!” of “Met het Politburo”. Meestal wordt er dan meteen opgehangen.
Komt het toch tot een Nederlands gesprek, dan is er altijd nog het ooit door de VPRO gepubliceeerde vraag-en-antwoordschema
Tegenscript om de telemarketeer in alle staten te krijgen. Het stond half jaren-’90 in de VPRO-gids, maar op internet, bijvoorbeeld bij http://egbg.home.xs4all.nl/tegenscript.html is het alom toegankelijk. Daar staan ook nog later toegevoegde tips voor als het mocht mislukken. En het tegenscript in enkele andere talen, waaronder Frans!

De ping callers echter afficheren gaarne hun nummer, want het is juist de bedoeling dat je ze terugbelt. Niet doen dus.

Het Franse Staatsecretariaat voor Consumentenzaken (Secrétariat d’État de la Consommation) heeft een meldpunt ingesteld. Immers, de Franse regelgeving is op dit punt nog strikter dan de Europese en beduidend strikter dan bv. de Amerikaanse. Voor wat het waard is. Je stuurt een gratis SMS naar 33700 met de vermelding “spam vocal + ongewenst nummer”, krijgt per kerende SMS een bevestiging die je vervolgens moet bevestigen, waarvan je per kerende SMS een bevestiging krijgt en dan maar hopen dat ze er moeite voor doen en erin slagen de Colombiaan, Wit-Rus of Nigeriaan of Fransman te achterhalen die op zijn rug liggend rijk hoopt te worden. Werkt ook ingeval je ongevraagse SMS’jes ontvangt van dezelfde snit en garnituur.

Waar zo’n telecrimineel de nummers vandaan haalt, is een andere kwestie. Gewoon uit het telefoonboek, het is immers niet verboden iemand op te bellen, of via een leverancier van NAW-/telefoongegevens, wat al minder niet-verboden gaat worden.

Nogmaals, ik weet niet of het fenomeen zich ook in Nederland voordoet. Ik geef hieronder in ieder geval even de nummers die de afgelopen week blijk ervan gaven bijzonder op mij en mijn portemonnee gesteld te zijn. Sommige nummers bellen 1 of meer keer per week, al maanden lang. Andere bellen zeker 5 tot 10 keer per dag. Beetje irritant.

  • 00121730381
  • 00171878890
  • 0171257018
  • 00176073398
  • 00160762599
  • 0033177931045
  • 00339751808
  • 00390291296
  • 00390689796

Graag een reactie met jullie ervaringen op dit punt.

 

Reclamegekte-3

Klagen helpt. Na de wat moeizame mailcorrespondentie tussen Nutrivian en mij, zoals hier geschilderd in deel 1 en deel 2, adverteerde het bedrijf vandaag wederom op de lifestylepagina van De Volkskrant met een min of meer identieke advertentie als op 13 november.
Het meest opvallende verschil: de gewraakte passage over procenten per gram was nu aangepast – en correct. Hulde.

Kerstroep-5: Gloria

In het Gloria trekt Pascha (of Zrunek) alle registers open. Ik zal dat toelichten op drie niveaus: dat van de tekst en de context, dat van de gebruikte instrumenten en dat van de muziek en harmonisatie.
En verzuim niet voor en na het lezen van dit artikel de eerder al genoemde YouTubelink te volgen en het Gloria te beluisteren, dat loopt van 4’10” tot 16’36”. Dik twaalf minuten, da’s niet niks.

Net als alle andere onderdelen van de mis is ook het Gloria onderverdeeld in secties/modulen. Na de modulen A, B en C van het Kyrie omvat het Gloria de modulen D t/m W. En meteen al in sectie D is het kerkvolk wakker geschud: na de bekende gregoriaanse aanhef “Gloria in excelsis Deo” volgt er een rauwe stoot van een overgeblazen dulciaan die in glissando naar de grondtoon F afdaalt. Daarop roept een herder (bariton solo) de dorpelingen wakker – er is iets aan de hand. En weer het glissando van de dulciaan. Het zijn in totaal 18 seconden. Beluister ze HIER. Daarna volgt de rest van het kerstverhaal.

Tekst en context
Min of meer parallel aan de onderverdeling in secties is de wisseling tussen Latijnse en Slowaakse tekstpassages. De Latijnse passages volgen de “officiële” tekst van het Gloria, met weglating van enkele delen. Vergelijk de tekst hieronder op dat punt maar met de complete tekst die je op Wikipedia kunt vinden, als je hem niet nog uit het hoofd kent. Dat die Latijnse delen soms wat onbeholpen en zonder de passende dictie zijn getoonzet, in tegenstelling tot de perfect getoonzette Slowaakse delen, zal ik bij het Credo nog nader toelichten. In ieder geval lijkt het erop dat de componist de Latijnse tekst van beduidend minder waarde achtte voor het gestelde doel: een volksmis maken.

Hieronder de Gloria-tekst zoals ik die heb gevonden op zrunek.info. Daar wordt er een (complete) Engelse en (incomplete) Duitse vertaling bij gegeven, zodat ik niet ook nog een Nederlandse vertaling denk te hoeven produceren. Omdat de hier weergegeven tekst op onderdelen en zeker in de spelling afwijkt van de Venhoda-versie die ik volg, heb ik de tekst hier en daar enigszins aangepast. Spellingsvarianten bij een tekst uit 1770 zijn uiteraard niet zo verwonderlijk; dat geldt ook voor Nederlandse teksten uit de Gouden Eeuw en later. Bovendien hebben we hier te maken met een tekst in een Slowaaks-Moravisch grensdialect, hetgeen de spellingszaak niet simpeler maakt.
De Latijnse tekstdelen staan cursief. In rood de letters van de secties in de partituur.

D
Gloria! Bratrové, [v]stávajte!  (Gloria! Brothers, arise!)
Gloria! Na retu volajte!  (Gloria! Call out for help!)
Gloria! Zahynúť nedajte!  (Gloria! God preserve us!)
Gloria! Ozaj nás tu straší, v tom našem salaši,  (Gloria! Hark, terror has seized us)
Gloria! počúvajte!  (Gloria! in our sheep fold!)

E
Gloria! Počuj, Jano, vejdi ven,  (Gloria! Listen John, come out,)
nech sa ozve, kerý ten,  (let whoever wants to speak)
nech si neprefentuje v salaši,  (don’t try to boss us,)
nech si nerozkazuje.  (don’t try to bully us.)
A keď sa neponíži, že mu Juro poslúži,  (And if there’s one who won’t show respect, then George)
zahude mu na hlavje polenem,  (will serve him well with a log over his head,)
já to dvakrát neréknem.  (I won’t tell you twice.)

F
Gloria in excelsis Deo!  (Glory to God in the highest!)

G
Já sem jeden valach starý, dobre počúvajte,  (I am an old shepherd, listen to me,)
poslaný od starej rady, koho tu hledáte,  (I have been sent by the Elders, who are you looking for?)
a ked mi nepovíte, veru sa osmjelím,  (And if you won’t tell me, I’ll venture to beat)
a vám bok s dreveným olejem namastím!  (your side with a wooden stick!)

H
Gloria in excelsis Deo! (Glory to God in the highest!

I
Nebojte sa, pastíri, noviny počujte:  (Fear not, shepherds, listen to my news:)
porodila Panenka,  (the Maiden has given birth,)
do Betlema bježte,  (run to Bethlehem,)
kterého ste čekali, a od vjekú žádali,  (to the one you have waited and called for for so long.)
dnes sa vám juž narodil, slávu svú vyjevil,  (Today He was born and revealed His glory,)
protož nemeškajte dary sebú berte,  (so don’t tarry, take gifts with you,)
jeho privítejte, ,Gloria‘ spívajte:  (welcome Him, sing Gloria:)

J
Gloria in excelsis Deo!  (Glory to God in the highest!)

K
Et in terra pax hominibus bonae voluntatis.  (and on earth peace to people of good will.)

L
(Recitativo)
Juž sem vykonal rozkaz starej rady  (I have fulfilled the command of the Elders)
a čo sem tam počul, ani by ste sa nenazdali,  (and you wouldn’t believe what I’ve heard.)
prišli anjelové k našemu majíru,  (Angels have come to our fields,)
spívajíce slávu Mesiáši Králu,  (singing glory to the Messiah, the King)
že sa juž narodil v Betlehemje mjeste,  (born in the town of Bethlehem,)
a to mi pravili, pospolu tam bježte.  (and they told me, run there together.)
A já na to myslím, by sme se zebrali  (And I think we should gather)
a o tejto vjeci dobre se poradili,  (to discuss this matter,)
my sme sprostí lidé, a to je Pán velký,  (we are simple folk, and the Lord is great,)
není to malá vjec, k takému Pánu jíti,  (it’s no small thing to behold such a Lord,)
včilej je púlnoci, vstávajte pospolu,  (it’s now midnight, arise one and all,)
at’ móžeme dojít do dňa k Betlehému!  (so that we can reach Bethlehem by morning!)

M (instr.)
N
Laudamus te, benedicimus te, adoramus te,  (We praise you, we bless you, we adore you,)
glorificamus te;  (we glorify you;)
Gratias agimus tibi, propter magnam gloriam tuam.  (We give you thanks for your great glory.)

O (instr.)
P
Ked sme sa zebrali,  (Now we have gathered,)
poradme sa tady,  (let us discuss)
čo si veznem.  (what to bring with us.)
Domine Deus, Rex Coelestis, Deus Pater.  (Lord God, heavenly King, O God the Father.)
Jeden vezne gajdy,  (One of us should take)
zagajduje všady,  (some bagpipes and play)
kady pújdem.  (wherever we go.)
Domine Fili unigenite, Jesu Christe.  (Lord Jesus Christ, Only Begotten Son.)
Na peci sú husle, na lavici drumle,  (There is a violin on the stove, a Jew’s harp on the bench,)
píščalky sú v košári, na hrebíku trúby,  (and pennywhistles in the fold, hanging on a nail,)
juhás nech zatrúbi tú včerajšú.  (let the young shepherd blow his horn and play the tune from yesterday.)
Domine Deus, Agnus Dei, Filius Patris.  (Lord God, Lamb of God, Son of the Father.)
Sláva Bohu Otci,  (Glory be to the Lord our Father,)
nech jest rovnej moci,  (may He be equal in power)
Ježišku malému, dnes narozenému,  (to baby Jesus, born today,)
Králičku našemu, hop, hop, hop, hop.  (our infant King, hop, hop, hop, hop.)
Dana, dana, dajdom, dana, dana, didom,
dana, dana, dajdom, dini, dini, didom,
dajdom, dajdom, dajdom, dajdom, dajdom.

Q
Qui tollis peccata mundi.  (You take away the sins of the world.)

R
O Beránku tichý, který snímáš hríchy,  (O peaceful Lamb, who takes away our sins,)
my sme k Tobje prišli,  (we have come to You,)
príď zas ty k nám, chceš-li,  (come to us if You want,)
nehanbi sa za nás, že sme lidé hríšní.  (don’t be ashamed of us, that we are sinful people.)

S
Qui sedes ad dexteram Patris.  (You are seated at the right hand of the Father.)

T
Prijmi naše dary, které sme Ti vzali,  (Accept the gifts, which we have brought for You)
až nám víc požehnáš naše koze bary,  (so that You bless us more, and may he who gives You)
zaskočí kerý-ten, lepší Ťa obdarí.  (most gifts enjoy the finest goats and rams.)

U
Quoniam tu solus Sanctus, tu solus Dominus.  (For you alone are the Holy One, you alone are the Lord.)
Tys’ Svatý nad svatými,  (You are holy, the holiest)
nejvyšší na nebi, ó, Ježiši,  (of Holiest in Heaven, oh Jesus,)
my to uznáváme, za pravdu držíme,  (that is what we believe, we believe that)
že si Ty Mesiáš, tu solus, si Svatý,  (You are the Messiah, You are Holy,)
tu solus, si Svatý nad svatými.  (you are Holy, Holiest of the Holy.)

V
Cum Sancto Spiritu in Gloria Dei Patris. Amen.  (With the Holy Spirit in the glory of God the Father. Amen.)

W
Jano, počni, jako umíš, na píščalku,  (Start playing the pennywhistle as well as you can,)
však ti Jano zanotuje všelijakú.  (John will sing you any song.)
Nadarmo si štyri hukny nové zedral,  (You didn’t wear out four straps for no reason,)
keds’ na muziku k rechtorovi chodíval,  (when you went to the music master to learn how to play,)
probuj ješče, dám ti fruštuk,  (try again, I’ll give you breakfast)
jestli vyvedeš majsterštuk,  (if you play a masterpiece,)
páleného, ovseného!  (I’ll pour you a shot of oat wisky!)
Jaj, prosím ťa, zanechaj tak,  (Or better, leave it, please,)
ješče ti dám jeden turák,  (I’ll give you another coin instead)
nerob račši hanbu vječší.  (so that you don’t embarrass yourself anymore.)
Ondrej, vezmi tvú farfajku, všaks’ ty múdrý,  (Andrew, take your trumpet because you)
býváš mezi muzikanty všady první.  (were clever among musicians, always first.)
Trúb, Ondrejko, veselo,  (Play the trumpet cheerfully)
aby to všade znelo v Betlehemje.  (so that you can hear it everywhere in Bethlehem.)
Juro juž gajdy nadúvá,  (George is already blowing the pipes,)
huk na pleco si zapíná,  (putting the strap on his shoulder,)
dobre hrajte, Boha chválte,  (play well, praise the Lord,)
dajdom, dajdom, dajdom, dajdom!

Het Slowaakse deel geeft ons het welbekende kerstverhaal: een van de herders ziet een fel lichtende komeet langs de hemel trekken en hij alarmeert de oudste van het dorp. Zie in dat verband de prachtige, door Josef Lada vervaardigde animatiefilm bij het Kyrie van Ryba, waaruit ook het screen shot hierboven is genomen.
In niet mis te verstane bewoordingen sommeert de dorpsoudste dan de anderen te talmen noch te dralen, naar buiten te komen en mee te gaan. Immers, hij heeft, behalve de komeet, ook nog engelen gezien en gehoord die kwamen aanvliegen en hem vertelden dat ze allemaal de komeet moeten volgen naar Bethlehem omdat daar een koning is geboren. De herders voelen zich wat ongemakkelijk: zij als eenvoudige boerenlieden op bezoek gaan bij een koning… En wat moeten ze dan wel niet als cadeautjes meenemen?
Uiteindelijk gaan ze op pad, de komeet achterna, op kraamvisite in Bethlehem.
Het is de Slowaakse versie van ons “‘t Is geboren, het god’lijk kind. Komt, herders, speelt op uw feestschalmeien…”

Een dergelijk verhaal sprak de boerenbevolking van het dorp wel aan, bracht hun de mystiek, de magie van het wonder bij en de uitdrukkelijke oproep daarvan getuige te zijn en daarbij zelf aanwezig te zijn. Lezen konden de meesten niet, maar juist dan vertoont zich de kracht van de orale overlevering: het steeds maar weer doorvertellen van hetzelfde verhaal (bedenk dat bij Ryba hetzelfde verhaal in de mis wordt verteld!). Beide kerstmissen zijn, volgens diverse bronnen, dan ook bepaald niet gecomponeerd om binnen kloostermuren te worden uitgevoerd. Nee, ze hoorden thuis in de dorpen, op het platteland, in onherbergzame streken, waar de te kleine en te koude kerkjes gevuld waren met muzikanten uit het dorp die hun eigen lokale, zelfvervaardigde instrumenten bespeelden, en verder met zoveel mogelijk dorpelingen als maar mogelijk. Misschien was een enkeling te ziek. Misschien bleef er wel iemand achter om op het vee te passen, opdat niets ervan ging uitweiden of werd geroofd. Misschien ook namen ze het meest kwetsbare deel van het vee, de lammetjes, wel mee naar de kerk. Daarover meer bij het Benedictus. Samen verwoordden en bezongen ze het kerstverhaal, voor hen de opening naar een beter leven – niet voor niets is kerstmis niks anders dan het heidense midwinterfeest, de zonnewende, waarna de dagen lengen en de lente dra zal volgen.
In die context valt het Gloria met al zijn verrassende veelzijdigheid goed te plaatsen.

Instrumentatie
Op de hobo’s en de fagot na komen alle instrumenten die ik in Kerstroep-2 heb opgesomd in het Gloria aan bod. Het valt mij op dat in bijna alle YouTube-films van de mis nogal wat van die volksinstrumenten ontbreken: niet iedereen heeft immers thuis nog een nonnenviool in de kast staan, of een schalmei, of een dulciaan. Voor de Venhoda-uitvoering lag dat anders: de Praagse Madrigalisten waren destijds sterk gelieerd aan de muziekafdeling van het Nationaal Museum, en daar waren die authentieke volksinstrumenten in bespeelbare staat aanwezig. Anderen, die minder geluk hebben, moeten zich met vervangende instrumenten behelpen, wat overigens nog wel op aanvaardbare wijze is te doen: neem voor de nonnenviool een trompet of trombone (zachtjes bespelen), voor de dulciaan, een soort kromhoorn, en de schalmei kan eventueel een fagot resp. klarinet worden gekozen. Voor de zink zo’n lange waldhoorn of Alpenhoorn; niet zo’n ronde koperen – men had daar destijds geen duur koper. En als er geen cymbaal voorhanden is, kan als uitstekend equivalent een santoor uitkomst bieden, al is dat ook geen alledaags instrument. Iets dergelijks zal er toch wel moeten zijn, want de cymbaalpartij is uiterst karakteristiek voor deze mis en voor de weergave van de lokale folklore van West-Slowakije. Voor het orgel geldt dat het beslist niet een van die majestueuze Praagse topstukken moet zijn, maar een bescheiden dorpsorgel. Veel wordt er niet van geëist, als het maar harder en zachter kan spelen, desnoods met een zwelpedaal.
Eigenlijk moeten alle gebruikte instrumenten naar gras en mest rieken.

Muziek en harmonisatie
Wat bij het luisteren eenvoudig opvalt, is dat de muziekgedeelten met Latijnse tekst bijna steeds (maar Pascha is daarin niet strikt consequent) westers, d.w.z. Duits/Oostenrijks zijn georiënteerd, terwijl de passages met Slowaakse tekst meer de kenmerken van Balkanmuziek dragen. Dat blijkt niet alleen uit de al eerder gememoreerde lydische toonladder, maar ook uit het ritme. Weliswaar staat het hele Gloria genoteerd in 2-, 3- of 4-kwartsmaat, dus nergens bijvoorbeeld een 5- of 7-kwartsmaat, maar ritme is iets anders dan maat. Waar wij eraan zijn gewend dat je bij een vierkwartsmaat de nadruk legt op de eerste tel, eventueel een lichtere nadruk op de derde, accentueert het ‘Balkanritme’ juist nadrukkelijk de tweede en vierde tel, wat een opzwepend effect heeft en zeer zeker zijn invloed heeft op de volksdans die bij die muziek wordt uitgevoerd.
Module L bestaat uit een heus recitatief. Dat is zeer opmerkelijk. Weliswaar was het recitatief al in zwang gekomen in passies (de Matthäus!), oratoria en meer nog in de opera, maar in een mis, en zeker in een dorpsmis, ver weg van de cultuurtempels der grote steden, moet het een nouveauté van de eerste orde zijn geweest. Het betreft hier een zogenaamd recitativo accompagnato: een solist, hier een zware basstem, vertelt al zingend schier maat- en ritmeloos, slechts het ritme van de zinnen volgend, zijn verhaal en hij wordt daarbij ondersteund door diverse instrumenten. In dit geval zijn dat het orgel, strijkers, fluit en basfluit, vooral het cimbaal, en in de laatste akkoorden: tutti. Wat deze begeleiding hier doet, is precies wat muziek moet doen, namelijk het ondersteunen van de gezongen tekst, het creëren van een ambiance waarin die tekst beter tot uiting komt, het neerzetten van rustmomenten. Bij goede filmmuziek is het niet anders. Nieuw of niet, de dorpelingen in de plaatselijke kerk zullen er kippenvel bij hebben gekregen, want op deze wijze moet de tekst indringender zijn overgekomen dan wanneer die gewoon was voorgelezen, of in het strakke keurslijf van een 2-, 3- of 4-kwartsmaat was geperst.
Aan het einde van het recitatief treedt iets bijzonders op: een in de barokmuziek doorontwikkelde vorm van een versiering aan het einde van een recitatief (zie daarvoor Willemze (1979), §713. In plaats van de verwachte terugkeer naar de grondtoon zou er bij het laatste woord Bet-le-hé-mu moeten staan: a-bes-f-f, maar er staat, en wordt ook gezongen: a-bes-bes-f. Willemze geeft aan dat dit type versiering in brede kring voorkwam, van Händel tot Verdi. Daarom is het niet zo verrassend het
 in 1770 bij Pascha tegen te komen. Niet verrassend, wel opmerkelijk.

Voor mij is L het hoogtepunt van dit Gloria, en daarom heb ik het 1’40″ durende recitatief HIER even apart te luisteren gezet.
Maar beter nog is het, dit Gloria in zijn geheel enkele malen aandachtig te beluisteren en er de schoonheid van te ervaren. 

_______________________________________________________
Voor een Engelse vertaling van de Slowaakse en Latijnse teksten zie de zrunek-info; vertaling buiten mijn verantwoordelijkheid.

Vorige berichten:
Kerstroep-1: Jakub Jan Ryba
Kerstroep-2: Edmund Pascha (?)
Kerstroep-3: Pascha documentatie
Kerstroep-4: Kyrie
Volgende berichten:
Kerstroep-6: Credo
Kerstroep-7: Sanctus-Benedictus-Agnus Dei 

Reclamegekte-2

Er waren drie e-mailsessies tussen Nutrivian en mij over en weer nodig voordat ik de indruk had dat zij, anoniem, want een naam stond er niet bij, in de gaten hadden waarom het mij in het vorige reclamegekte-artikel te doen was: een verkeerd taalgebruik. Min of meer schoorvoetend bekende Nutrivian uiteindelijk dat het “wellicht duidelijker” had gekund, maar dat van misleiding geen sprake was. Dat laatste klopt; het is hoogstens slordig. Voorts voegde Nutrivian er nog een hoop andere zaken aan toe waarom het mij eigenlijk helemaal niet te doen was (“Visolie is rijk aan omega-3 vetzuren…”, “Wij hebben ook een goedkopere visolie in ons assortiment…”, bla-bla-bla), en tot slot het verzoek mijn artikel van mijn weblog te verwijderen.

Nee dus. Quod scripsi, scripsi. De lezers zijn er inmiddels toch al mee aan de haal. Maar wel wil ik er bij dezen nog een en ander aan toevoegen, verduidelijken, zo nodig corrigeren.

Die taalfout “per 1000 mg visolie maar liefst 50% EPA en 25% DHA” komt opvallend genoeg op hun website nutrivian.nl niet voor. Daar heet het correct: “Nutrivian Visolie Gold bevat per softgel 1000 mg zuivere visolie waarvan maar liefst 50% van het omega-3 vetzuur EPA en 25% DHA“. Laten we het dus maar als een slip of the pen beschouwen, maar als docent taalkunde lees ik met een rode balpen in de hand. Dat geldt ook voor de merkwaardige contaminatie onderaan een van hun e-mails: “In afwachtende van uw reactie”. Die leg ik verder maar niet uit.

Interessant is het verhaal over de prijs van het product. Mijn eerdere bewering dat de equivalenten van Kruidvat en HEMA “meer dan de helft goedkoper zijn” dan de Visolie Gold van Nutrivian, vereist enige nuancering.

Allereerst is het voor een doorsnee consument die niet in Wageningen heeft gestudeerd, maar slechts in Amsterdam, erg lastig samenstellingen en prijzen te vergelijken afgaande op de niet-gestandaardiseerde ingrediëntendeclaraties op de etiketten en de betreffende websites. Met oeverloos geduld ben ik eens gaan puzzelen wat het je per maand kost om door het slikken van capsule A, B en C de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid EPA en DHA binnen te krijgen. Die ADH van 450 mg EPA+DHA heb ik overgenomen van het Voedingscentrum en de Gezondheidsraad.

Dan blijkt dat HEMA de goedkoopste is (€ 5,00 per maand voor 600 mg daags), gevolgd door Kruidvat (550 mg voor € 7,99) en als duurste Nutrivian (€ 12,45 maar dan krijg je wel maar liefst 750 mg dagelijks naar binnen). Wat dat laatste betreft: De Gezondheidsraad en het Voedingscentrum beweren dat meer dan de ADH niet of nauwelijks enig gunstig effect heeft, dus een meerwaarde biedt Nutrivian daarmee niet. Voorts heb ik de prijs van Nutrivian opgesteld door de aanschafprijs van € 17,95 voor 2 maanden te verhogen met de € 6,95 verzendkosten die je in beeld krijgt als je werkelijk gaat bestellen.

Nutrivian vindt dat ik dat niet mag doen. Ten eerste niet omdat het product “ook bij therapeuten en in winkels” te koop is zonder verzendkosten, maar nergens staat vermeld welke, en ten tweede kun je ook de capsules in bulk inslaan, voor maar liefst vier maanden tegelijk, voor € 29,95 oftewel net geen € 7,50 per maand, zonder verzendkosten. Daarmee scoort Nutrivian dan tussen HEMA en Kruidvat in.

Dat ik probeer een goede vergelijking te maken door alles te herleiden tot de tijdseenheid van één maand, vindt Nutrivian “niet helemaal terecht”, maar enige toelichting daarbij ontbreekt. Misschien volgt die nog wel in een reactie op dit artikel.

Nutrivian besluit de laatste e-mailcorrespondentie met de zin: “Maar door uw huidige artikel te lezen kan de lezer het idee krijgen dat wij de consument misleiden en dat onze visolie te duur is. Van beide punten is geen sprake. Dat is ook de reden waarom wij u hebben gevraagd het artikel te verwijderen”.

Ik houd het erop dat ik met dit vervolgartikel een en ander afdoende heb toegelicht en waar nodig rechtgezet. Ik wacht jullie eventuele verdere reacties maar af.

___________________________________________
Lees ook het afsluitende artikel van deze reeks.

 

Kerstroep-4: Kyrie

Als eerste onderdeel van Pascha’s Vianočná Omša neem ik het Kyrie onder de loep. Geen ingewikkeld stuk, zoals zal blijken, maar er valt niettemin nog genoeg over te melden. En voor nog één keer mag de vergelijking met de kerstmis van Ryba niet ontbreken.

Alle onderdelen van beide kerstmissen zijn modulair opgebouwd; ze bestaan uit een reeks van passages, in de partituren geletterd A, B, C, enz., die van elkaar zijn onderscheiden door een duidelijke cesuur in de tekst, en/of een wisseling van toonsoort, ritme, maat, dynamiek, koor-/orkestbezetting, overgang van majeur naar mineur of omgekeerd. Bij Pascha bestaat het Kyrie uit de delen ABCB, alsof het een rijmschema betreft. A en B zijn het Kyrie eleison, C is het Christe eleison, en B is een herhaling van de eerdere B.

Anders dan bij Ryba handhaaft Pascha in het hele Kyrie consequent de toonsoort F majeur, maar de cesuur is merkbaar, niet alleen door de tekst, maar ook door het Andante (A) en Allegro (B) Kyrie, gevolgd door een gedragen Lento Christe in C (uitsluitend sopraansolo) en afgesloten met een herhaald en tutti Allegro Kyrie (B).

Ook anders dan bij Ryba, die in zijn hele werk uitsluitend Tsjechischtalige teksten heeft opgenomen, houdt Pascha het in het Kyrie bij de bekende Latijnse tekst: Kyrie eleison, Christe eleison, Kyrie eleison.

Evident is het dat Pascha’s Kyrie fungeert als een exposé: het tentoonstellen van koor en orkest aan het kerkvolk. Naast het vierstemmig koor presenteert hij zowat het hele orkest, minus alleen de nonnenviool, de bellen, de pauken en de grote trom; er moet nog wat overblijven voor het latere vuurwerk. Bovendien zet hij nadrukkelijk meteen al de toon: F groot, zoals gezegd, maar ook de lydische toonladder (zie en luister bij Kerstroep-2), afgewisseld met de “gewone” grote-tertstoonladder.

En er is meer: het kerkvolk moet niet alleen dienen als toehoorder van een muziekstuk, het moet ook nadrukkelijk worden opgeroepen erbij aanwezig te zijn en aan de hele ceremonie deel te nemen. Ik noem dat het convocatief element; we treffen het overduidelijk meteen al in het begin aan bij Ryba zowel als bij Pascha. Het uit zich in het niet te missen gebruik van het dalende tertsinterval (zie ook bij Kerstroep-1 aan het einde).
Ik heb voor de duidelijkheid de beginmaten van de koorpartijen van beide missen even achter elkaar gezet (en Pascha voor de gelegenheid even getransponeerd van F-groot naar G-groot). Klik HIER om te beluisteren.
Let op de vele rood omcirkelde convocatieve intervallen; dat kan toch geen toeval meer zijn. De toehoorders worden geroepen, maar impliciet is het ook een verwijzing naar de engelen in het in beide missen opgenomen kerstverhaal die de herders oproepen om naar het stalletje in Bethlehem te gaan. Vandaar ook te serietitel Kerstroep.

Heeft Ryba (1796) dit gekopieerd van Pascha (1770)? Er valt niks uit te sluiten, maar meer voor de hand liggend is de oerkracht van de convocatieve terts, zoals in Kerstroep-1 ook al aangestipt, die door beide componisten los van elkaar is gehanteerd. Daarmee hoort die “roepklank” tot de conventionele signalen, door menigeen gekend en herkend, min of meer te vergelijken met de trompet- en hoornsignalen die bij de jacht en in het leger worden geblazen.

Het Kyrie van Pascha is al met al een weinig gecompliceerd stuk, noch voor de toehoorders, die alles ervan wel eenvoudig kunnen “snappen”, noch voor de uitvoerenden, van wie geen heksentoeren worden verlangd. Het is een binnenkomertje, een introïtus, zonder fratsen, dat het fundament legt voor de delen die gaan komen.

________________________________________
Vorige berichten:
Kerstroep-1: Jakub Jan Ryba

Kerstroep-2: Edmund Pascha (?)
Kerstroep-3: Pascha documentatie
Volgende berichten:
Kerstroep-5: Gloria
Kerstroep-6: Credo
Kerstroep-7: Sanctus-Benedictus-Agnus Dei 

 

 

Reclamegekte

Af en toe kan ik me zo heerlijk opwinden over de onzin waarmee wij tot consument worden veroordeeld. Vandaag weer zo’n plezant masochistisch verwenmoment in De Volkskrant: de advertentie van Nutrivian Visolie Gold op de advertentiepagina met die veel te dure aanbiedingen.

Waar het mij om gaat, is de volgende aanprijzing in de advertentietekst: “Nutrivian Visolie Gold bevat per 1000 mg maar liefst 50% EPA en 25% DHA”. Prompt heb ik op het contactformulier van nutrivia.nl de vraag gesteld hoeveel procent EPA en DHA er dan zit in 500 mg en in 2000 mg. De helft? Het dubbele? Evenveel? Dat dan nog even los van dat vreselijke “maar liefst”, iets wat net als “al vanaf” behoort tot de onderbuikmassage van reclametekstschrijvers.

Niet alleen de vis, maar ook de olie wordt duur betaald. Dit soort trendy advertenties op de VVD-pagina van De Volkskrant kost een slordige duit. En wel gefinancierd door de consument: omgerekend naar de werkelijke hoeveelheid EPA/DHA en het aantal capsules per potje zijn de equivalenten van Kruidvat en HEMA meer dan de helft goedkoper dat die van Nutrivian. Als koper betaal je dus dubbel en dwars om in de maling te worden genomen. Niet alleen is dus niet alle visolie hetzelfde, dat geldt ook voor de prijs ervan.

O ja, en dan meteen ook nog maar even iets ander irritants over etiketinformatie. Niet alleen bij Nutrivian, maar bij zowat alle verpakkingen van jam, tandpasta, margarine, pinda’s &c (denk bv. aan het zout- of vetgehalte): bij de vermelding van percentages tref je zelden of nooit aan of het om gewichtsprocenten of volumeprocenten gaat. En dus is het non-informatie.
Voor de ongelovigen een onoplosbaar redactiesommetje:

Men neme een dobbelsteen die 6 gram weegt en voor 50% uit lood en voor 50% uit piepschuim bestaat. Wat is het formaat van de dobbelsteen?

  • A: 1 cm3 (5,6 gr lood = 0,5 cc en 0,4 gr piepschuim = 0,5 cc)
  • B: 3,3 cm3 (3 gram lood = 0,3 cc en 3 gram piepschuim = 3 cc)
  • C: dat is uit de gegeven omschrijving niet op te maken. 

Stelling 9 van mijn proefschrift uit 2003 luidde:
Uit het oogpunt van betere consumentenvoorlichting verdient het aanbeveling bij de internationale etiketteringsvoorschriften verplicht te stellen, de bij de ingrediënten vermelde percentages aan te vullen met een P voor gewichtsprocenten of met een V voor volumeprocenten. De taalkundige kan deze P en V beschouwen als achterzetsels.

____________________________________________
Lees ook het vervolgartikel

Pijpenstorm (4) : weg is weg

Deze foto van het koor-met-het-verdwenen-orgel in de kapel van het Ignatiuscollege is door Huub Mous genomen op onze reünie van 3 mei.
Het orgel was weg, is weg en blijft weg, althans fysiek.


Gisteren liet Erik Winkel van Flentrop Orgelbouw mij het volgende weten:

Dag Nard,
Na een grondig onderzoek bleek dat de kosten voor herstel zo hoog waren dat de eigenaar niet meer tot overplaatsing wilde overgaan. De belangrijke, vitale onderdelen, zoals de windladen, blijken erg slecht te zijn gemaakt en kunnen daarom niet economisch verantwoord worden hersteld.
Dat betekent helaas dat het orgel niet wordt herplaatst, maar wordt afgevoerd.
Ik hoop je met deze teleurstellende info toch van dienst te zijn geweest,
Met vriendelijke groet,
Erik Winkel, Flentrop Orgelbouw B.V.

Ik ga ervan uit dat “afvoeren” een eufemisme is voor “naar de stort brengen” en met die jobstijding ben ik weer van een van mijn jeugdherinneringen beroofd.

Het enige is, en wellicht hebben anderen daar ook nog wat aan, dat het orgel niettemin toch nog altijd is te beluisteren. De volkstaalliturgische grammofoonplaten uit de beginperiode waren namelijk opgenomen in de kapel van het Ignatiuscollege. Later werd dat de Karmelkerk (Amstelveen) en de Dominicus (Spuistraat).
Maar op het in deze weblog al eerder besproken EP-tje Ambrozijn en Groggelgijn is het orgel uit de kapel nog te horen, evenals op de LP Zijn liefde gaat van mond tot mond. Ik meen dat dat ook de eerste LP was uit de Huijbers/Oosterhuisreeks. Een jaartal heb ik op de Fontana-hoes (uit de serie Gouden Harpen) niet kunnen ontdekken. Het moet begin jaren-’60 zijn geweest; latere LP’s verschenen in de reeks Didascalia. Wel, op de voorzijde, het prachtige glas-in-loodraam van de kapel (foto: Bart Mulder), en op de achterkant de geruststellende mededeling “Het stereo effect wordt slechts verkregen bij gebruik van stereo afspeelapparatuur”.

Hier een overzichtsfoto van 9 juni 1965, toen de LP werd opgenomen.

Het zijn galmende geluiden uit een vervlogen verleden, nu de pijpenstorm voorgoed is geluwd.

________________________________________________
Eerdere en latere pijpenstormberichten:
pijpenstorm
pijpenstorm-2
pijpenstorm-3
pijpenstorm-geluwd

 

Kerstroep-3: Pascha documentatie

Voordat ik overga tot een gedetailleerde beschrijving van Pascha’s (of Zruneks) Vianočná Omša geef ik hier eerst een opgave van de broodnodige documentatie. Wie erin is geïnteresseerd, kan zich daarmee behoorlijk in de materie inlezen en een uitvoering van de kerstmis beluisteren.
Mocht iemand nog aanvullingen hebben, dan houd ik mij van harte aanbevolen.

 

 

Om te luisteren:
Teneinde mijn beschikbare serverruimte niet te zeer te belasten, verwijs ik voor een zeer goede weergave van de kerstmis, in de door mij beschreven uitvoering door de Praagse Madrigalisten o.l.v. Miroslav Venhoda, naar DEZE link in YouTube. Totale lengte: bijna 34 minuten.

Om te lezen:
De volgende bronnen zijn door mij gehanteerd of nog te raadplegen.
Onlangs was de redactie van het Slowaakse tijdschrift Katolické Noviny (Katholiek Nieuws) zo vriendelijk mij een fotokopie toe te sturen van het artikel van Gajdoš uit 1973, waarvoor mijn hartelijke dank.
Naar boek van Terrayová (1987) en het artikel van Kačic ben ik al geruime tijd vruchteloos op zoek. Het boek is uitverkocht en antiquarisch ben ik het nog nergens tegengekomen. Hetzelfde geldt voor het nummer van het tijdschift Hudobný život. Wie een tip heeft (of een exemplaar!) kan zich bij mij onsterfelijk maken.

  • Buchner, Alexandr en Jaroslv Pohanka, Hudební nástroje ve vývoji České instrumentální hudby. Praha. Státní hudebni vydavatelství. 3e druk 1963. 20 blzz.; A-5. Z/w-foto’s.
  • Demo, Ondrej, Z klenotnice slovenských l‘udových piesní. Bratislava. Opus 1981. 408 blzz.; 25×18 cm. Foto’s in kleur en z/w. [Bundel met 477 Slowaakse volksliedjes].
  • Gajdoš, V.J.Slovenské texty v Paschovej Vianočnej omši. In: Katolícke noviny, Vianoce [Kerstmis] 1973. Bratislava. Katolické Noviny 1973.
  • Höweler, Casper, XYZ der muziek. Haarlem. De Haan. 21e druk 1976.
  • Kačic, Ladislav, Juraj Zrunek – autor Harmónie pastoralis? In: Hudobný život, jg.26, 1989, nr.26, p. 10. Bratislava. Hudobný život 1989.
  • Kunz, Ludvík, Die Volksmusikinstrumente der Tschechoslowakei. Teil 1. Leipzig (DDR). VEB Deutscher Verlag für Musik 1974. Serie Handbuch der europäischen Volksmusikinstrumente. Herausgegeben von Ernst Emsheimer und Erich Stockmann. Serie I-Band 2. 188 blzz.; A4. Rijk geïllustreerd in z/w met tekeningen en foto’s. Registers.
  • Pascha, Edmund, Vianočná Omša F dur/Koledy / Christmas Mass/Carols. LP. Bratislava. Opus 1973. Stereo-LP 91120208. Pražskí Madrigalisti/Miroslav Venhoda. Hoestekst [Slowaaks en Engels]: Mária Jana Terrayová.
  • Pascha, Edmund, Vianočná Omša F dur/Koledy. LP. Praha. Supraphon 1969. Stereo-LP 1120821. Pražskí Madrigalisti/Miroslav Venhoda. Hoestekst [Slowaaks]: Mária Jana Terrayová.
  • Reinberger, Jiří (samenst.), Pražské Varhany [Praagse orgels]. Dubbel-LP. Praha. Supraphon/Gramofonový Klub 1969. Stereo 1110661/1110662. [Bevat tevens tekstboek (20 blzz.) met toelichtingen en foto's van Praagse orgels.]
  • Ryba, Jakub Jan, Česká Mše Vánoční/Böhmische Hirtenmesse. Partitura/Partitur. Bew. Josef Hercl. Duitse vertaling Helmut Fritsch. Praha/Hamburg. Editio Supraphon/Anton J. Benjamin 1973. XII+270 blzz.; 26×19 cm. [Volledige partituur met teksten in Tsjechisch en Duits.]
  • Ryba, Jan Jakub, Czech Christmas Mass. 16 blzz.; 29×29 cm. Tekstboek bij LP Supraphon SUA ST 50768. Volledig libretto in Tsjechisch, Engels, Duits en Frans. Praha. Supraphon/Artia z.j. [1963].
  • Ryba, Jan Jakub, Czech Christmas Mass/Pastorelle Sweet Nightingale. LP Supraphon SUA ST 50768. Czech Philharmonic Chorus/Prague Symphony Orchestra. Conductor Václav Smetáček. Opnamen uit 1963. Praha. Supraphon/Artia z.j. [1971].
  • Terrayová, Mária Jana, Edmund Pascha. Vianočná Omša F dur. Bratislava. Opus 1987. [Facsimile-uitgave van originele autograaf en commentaar]. 2 (3?) delen. OCLC nummer 165530159.
  • Vanický, Jaroslav en Miroslav Venhoda (samenst.), Prague National Museum. Historical Musical Instruments. LP Supraphon SUA 10741. Praha. Supraphon/Artia 1966. Hoestekst [Engels, Russisch, Duits, Frans]: Jaroslav Vanický.
  • Venhoda, Miroslav (arr.), Edmund Pascha. Vianočná Omša in F. [Handgeschreven volledige partituur]. Praha 1969. 130 bladen in folio.
  • Vranecký, Joža Ország, A měl sem já píščalenku. O lidových hudebních nástrojích, dětských hříčkách a hrách na Moravském Valašsku. Ostrava, Krajské Nakladatelství 1963. 138 blzz. + 30 z/w-foto’s; 21×15 cm. Z/w-illustraties. Registers. Resumé in Russisch en Duits. [Over volksmuziekinstrumenten, kinderspelen en kinderspeelgoed in Walachije (Oost-Moravië)].
  • Willemze, Theo, Algemene muziekleer. Utrecht/Antwerpen. Uitgeverij Het Spectrum. 7e druk 1979. Aula 644. 532 blzz. Z/w-illustraties. Uitgebreide registers. ISBN 9027454043.
  • Willemze, Theo, Muziekinstrumenten. Utrecht/Antwerpen. Prisma-Boeken 1966. Prisma-Compendia 29. 448 blzz. Z/w-illustraties. Register.
  • Zrunek, Gregorius, Harmonia Pastoralis/Prosæ Pastorales. [Handschrift verlucht met klurenillustraties, bevattende 2 Latijns-Slowaakse missen en de Latijnse antifoon Tota pulchra, alsmede een verzameling van 25 kerst-, nieuwjaars- en driekoningenliederen/-pastorella's]. Žilina 1766. [Bibliotheek Franciscanenklooster Žilina, sign. A XXXVIII/67]
  • Daarnaast talloze internetpagina’s, voor een groot deel bij Wikipedia en op YouTube.

__________________________________________
Vorige berichten:
Kerstroep-1: Jakub Jan Ryba
Kerstroep-2: Edmund Pascha
Volgende berichten:

Kerstroep-4: Kyrie
Kerstroep-5: Gloria
Kerstroep-6: Credo
Kerstroep-7: Sanctus-Benedictus-Agnus Dei  

 

Over de muur die niet viel

Het is dezer dagen weer eens zover: de media tuimelen over elkaar heen om ons vele minuten zendtijd en pagina’s vol foto’s en teksten voor te schotelen over het feit dat er precies 25 jaar geleden een muur viel. Een wat merkwaardige beeldvorming rond een onmogelijk verschijnsel.

Allereerst: sowieso en überhaupt kan, taalkundig gezien, een muur niet vallen. Een muur, mits slecht gebouwd en aan extreme omstandigheden onderworpen, kan omvallen of instorten. Een kwartje, dat al niet eens meer bestaat, kan vallen, en zelfs dat gebeurt maar al te sporadisch; een muur kan dat niet, ook niet sporadisch. Bladeren kunnen vallen, zeker in november, dat daarom in het Tsjechisch en Pools ook listopad heet (list=blad; padat=vallen), de bladervalmaand. Maar een muur kan dat niet, ook niet in november.

Hierboven een foto uit Berlijn die ik nam in maart 1970 toen we naar Vorwärts Berlin-Feijenoord gingen. Zie HIER voor een uitgebreid verslag daarvan.

Vandaag de dag worden we overspoeld met foto’s, bewegende en bewogen beelden van juichende DDR-Bürger, krasse Berliner die met pikhouwelen op de muur staan in te hakken en van achteren in beeld gebrachte Trabantjes met een dikke rookpluim uit de uitlaat van hun 2-taktmotortje. Wist je trouwens dat de Vopo-uitvoering was uitgerust met een kalasjnikov? Ik ook niet, maar ik kwam zo’n ding afgelopen september in Frankrijk tegen.

De NOS, de verzamelde Nederlandse dagbladpers, de VARA (met het politiek correcte en moralistische VARA-toontje van Matthijs van Nieuwkerk in DWDD van een extreem hoog gehalte – daaraan mankeert niks), ze staan allemaal te juichen en te dansen rond het gouden kalf van de Brandenburger Tor nu die eindelijk weer deel uitmaakt van het Vrije Westen.

De DDR-muur in Berlijn was een solied bouwsel. Dat kun je aan Duitsers wel overlaten. De suggestie dat een dergelijk betonnen gevaarte uit zichzelf zou vallen is van elk realiteitsbesef gespeend. Op tv is goed te zien dat zelfs die door politieke overwegingen en andere sentimenten gevoede krachtsexplosies van de mannen die met hun pikhouwelen letterlijk aan de slag gaan, de muur nauwelijks enige schade weten toe te brengen. Nee. Om zo’n muur weg te krijgen, zijn andere instrumenten nodig. Dat hadden Kohl & Co goed begrepen. En Gorbatsjov dacht ermee weg te komen. Dat laatste is dus ook al vrij snel daarna gelukt.

Misschien was het ook niet zo’n goed idee om Duitsland na 40-45 te vierendelen en de Amerikanen, Britten, Fransen en Russen er hun gang te laten gaan. Zoals er redenen zijn aan te geven dat de Tweede Wereldoorlog het gevolg was van geallieerde maatregelen na de Eerste Wereldoorlog (“Duitsland mag nooit meer worden wat het dacht te wezen”), zo kan met parallelle argumenten ontstaan en ondergang van de DDR worden toegeschreven aan de geallieerde behoefte om Großdeutschland als Lebensraum definitief naar het rijk der fabelen te verwijzen.
Mijn Deutscher Schulatlas, in 1942 herausgegeben von der Reichsstelle für das Schul- und Unterrichtsschrifttum toont trots de situatie van de dag. Maar ook de waan van de dag. Oost-Duitsland, de DDR dus, was Mitteldeutschland. De Ostgebiete lagen in Polen, Wit-Rusland, Tsjechoslowakije (Sudetenland), Oekraïne, de Baltische staten en de Sovjet-Unie, kortom alles wat Duitsland na 1945 kwijt raakte, maar waarvoor het in ruil de drostambten Elten en Tudderen in 1963 weer van Nederland terugkreeg, tegen betaling van DM 280.000.000,00. Dat dan weer wel.

Straatbeeld in Oost-Berlijn. © Nadja Klier. Zie http://www.nadjaklier.de/filme/fuehrerex/index.htm

Rond de DDR beklijven bij mij wat sentimenten.
Een heel triest sentiment. Zie deze foto van Nadja Klier. Zes Trabantjes netjes aan de rechter zijde hingestellt die tegen een blinde muur aanrijden (maar de vierde van achteren is helemaal geen Trabant).

 

 

En een evenzeer triest sentiment van een verloren cultuurgoed. Voor wat het waard is.

 

Wat nu te doen? De DDR maar weer heroprichten? Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, van Joegoslavië, van Roemenië/Moldavië, van Griekenland/Macedonië is niet echt een succesnummer gebleken. Dan zijn de Tsjechen en Slowaken er nog genadig van af gekomen tot op heden. Misschien biedt ‘Europa’, met Duitsland als onbetwiste topper, paradoxaal genoeg nog de meeste garantie voor een (op politiek vlak dan) redelijk rustig bestaan.

Beter in ieder geval dan in Israël, waar nogal wat lieden zich de verhalen en ervaringen van hun helaas omgekomen ouders en grootouders soms wel wat erg letterlijk eigen hebben gemaakt. Bijvoorbeeld als het gaat om een verblinde ideologie. Of de behandeling van Palestijnen.

De 620 kilometer lange muur die het Israëlisch grondgebied en de kolonisten moet beschermen tegen terroristische dreigingen doet me wel heel erg denken aan het meer dan tweemaal zo lange IJzeren Gordijn. Daniël van der Veen probeert er nog een objectief, althans evenwichtig beeld van te schetsen (van hem komt bijgaande foto), maar in Europa krijg je er weinig handen voor op elkaar. En geen zendttijd bij DWDD.

Niettemin: geen pikhouwelen, geen foto’s van pruttelende Camels, opvallend gelijkend op Trabants en eveneens met een fiber koetswerk. Veel Israëlisch gedachtegoed is Made in Germany.

 

Over de muur die niet kan vallen. Dat zweer ik je.