Heel conditioneel

Is het een kwestie van rijkdom of van armoe, als een taal veel verschillende manieren heeft om hetzelfde uit te drukken?
Nederlandstalige stilisten zullen blij zijn met de geboden variatie;
niet-Nederlandstaligen zullen er geen barst van begrijpen.
Een bijgewerkte versie van wat ik mijn studenten-Nederlands in 2005 probeerde duidelijk te maken.

Een concept is een abstracte voorstelling van een toestand of gebeurtenis, die met taalmiddelen kan worden uitgedrukt. Zo betekent bijvoorbeeld het concept GEVEN dat er iets overgaat van iemand (de gever) naar iemand (de krijger), waarvoor wij werkwoorden als geven, gooien, toesturen kennen, maar ook ontvangen, opvragen, ontfutselen enz.

Het concept waarover ik het hier wil hebben, is het concept VOORWAARDE. In termen van de logica: een bewering is waar, alleen, maar niet uitsluitend, als aan de vermelde voorwaarde is voldaan. Simpel voorbeeld: Als het regent (voorwaarde), wordt de stoep nat (bewering). De stoep kan natuurlijk ook nat worden doordat ik er een emmer water overheen gooi, maar dat is nu niet aan de orde en wordt door de gegeven zin ook niet ontkend.

Ik denk dat het concept VOORWAARDE tot de taaluniversalia behoort, d.w.z. dat alle talen over de mogelijkheid beschikken dat concept talig uit te drukken.

Het Nederlands beschikt volgens mij over zeker acht syntactische (de taalvorm betreffende) constructies die duidelijk maken dat we een voorwaardelijke bewering willen uiten. Ik som ze hier op, met enig toelichtend commentaar.

 

1. Met behulp van een voegwoord van voorwaarde + inversie:

(1a)      Als hij morgen nog niet heeft geantwoord, (dan) bel ik hem op.
(1b)      Indien hij morgen nog niet heeft geantwoord, (dan) bel ik hem op.
(1c)      Ingeval hij morgen nog niet heeft geantwoord, (dan) bel ik hem op.
(1d)      Wanneer hij morgen nog niet heeft geantwoord, (dan) bel ik hem op.
(1e)      Zo hij morgen nog niet heeft geantwoord, (dan) bel ik hem op.
(1f)       En g’ hebt, van zo gij roert, mijn man, uw laatste dag geleefd!
(1g)      Zodra hij iets van zich laat horen, (dan) geef ik hem jouw oplossing.
(1h)      Zolang (als) hij niks van zich laat horen, geef ik hem jouw oplossing niet.

Commentaar: inversie wil zeggen, dat na de linker zin (de voorwaarde), eerst de persoonsvorm volgt en dan pas het onderwerp: bel ik, in plaats van ik bel. Dat op zich is niet vreemd: in Nederlandse hoofdzinnen staat de persoonsvorm op de tweede zinsplaats. Hier vormen de voorwaardelijke linker zinnen de eerste zinsplaats, en staat de persoonsvorm dus keurig op de tweede plaats. Eventueel kan het aanwijzend bijwoord dan tussen beide zinnen worden geplaatst of gedacht als een soort herhalende bepaling.
In (1f), een zin uit Boerke Naas van Guido Gezelle, treedt geen inversie op, maar na vooropplaatsing: Van zo gij roert, hebt ge uw… weer gewoon wel.
Zinnen met als of indien zijn in feite de standaardvorm voor een voorwaardelijke uitspraak. Bij sommige van de andere vormen (wanneer, zodra, zolang) zou je ook kunnen denken aan een concept OMSTANDIGHEID naast dat van VOORWAARDE.

 

2. Met behulp van een hulpww. van modaliteit in de tegenwoordige tijd + vraagzinvorm:

(2a)      Wil hij morgen nog niet hebben geantwoord, dan bel ik hem op.
(2b)      Ik bel hem morgen op, wil hij dan nog niet hebben geantwoord.
(2c)      Laat hij morgen nog niet hebben geantwoord, dan bel ik hem op.

Commentaar: Hulpwerkwoorden van modaliteit (dat zijn kunnen, zullen, willen, moeten, mogen en laten) zijn hulpmiddelen om een bewering ergens te plaatsen op de realiteitslijn van 0 (helemaal onwaarschijnlijk) tot 1 (absoluut zeker); de meeste van onze beweringen zijn niet zo uiterst zwart of wit, maar enige vorm van grijs: ergens tussen 0 en 1 in. Hij kan komen zit ergens in het midden; hij zal wel niet komen nogal aan de linker kant, dicht bij 0.
Door in de zinnen (2a) t/m (2c) wil of laat te gebruiken, houdt de spreker open of de voorwaarde realiteit zal zijn, dus het opbellen is onzeker, zolang het niet zeker is of aan de voorwaarde wordt voldaan.

 

3. Met behulp van een hulpww. van modaliteit in de verleden tijd + vraagzinvorm:

(3a)      Mocht hij morgen nog niet hebben geantwoord, (dan) bel ik hem op.
(3b)      Zou hij morgen nog niet hebben geantwoord, (dan) bel ik hem op.

Commentaar: Voor een deel geldt hier hetzelfde als bij 2., namelijk v.w.b. het gebruik van een modaal hulpwerkwoord. Wat echter opvallend is, is het gebruik van de verleden tijd, terwijl we het toch over “morgen” hebben. Ik vermoed dat mocht en zou, weliswaar in de vorm van de verleden tijd, in wezen een conjunctief is (= subjonctif = aanvoegende wijs); in voorkomende gevallen zou het Frans eût gebruiken (subjonctif) in plaats van de verleden tijd avait en het Duits möchte (konjunktiv) in plaats van de verleden tijd mochte. Daarmee wordt, behalve het voorwaardelijke aspect, ook het modale, onzekere aspect geduid: je weet morgen pas of hij wel of niet heeft geantwoord.

 

 4. Met behulp van de vraagzinvorm:

(4a)      Heeft hij morgen nog niet geantwoord, (dan) bel ik hem op.
(4b)      Kun je nog zingen, zing dan mee.
(4c)      Houd je van vlees, (dan) braad je in Croma. *)
(4d)      Was/Ware dat niet gebeurd, (dan) had ik meteen maatregelen getroffen.
(4e)      Was/Ware dat niet gebeurd, ik had meteen maatregelen getroffen. 

Commentaar: De zinnen (4a) t/m (4c) zijn een meer moderne, kortere manier om VOORWAARDE uit te drukken: gewoon de tegenwoordige tijd gebruiken, maar de vraagzinvolgorde gebruiken (heeft hij in plaats van hij heeft) en door de intonatie aangeven dat je een voorwaarde stelt. Luister bij jezelf maar naar het intonatieverschil tussen (4a1) en (4a2):
(4a1)    Heeft hij morgen nog niet geantwoord, dan bel ik hem op.
(4a2)    Heeft hij morgen nog niet geantwoord? Dan bel ik hem op

Uit (4d)-(4e) blijkt dat we die vraagzinvolgorde ook kunnen hanteren in de verleden tijd, en hier zien we dat de aanvoegende wijs (zie hierboven bij 3.) opeens ook zichtbaar kan worden: ware.
Verder: Uit het feit dat in (4e) de hoofdzin ik had meteen… niet met de persoonsvorm begint (zoals in alle zinnen (4a) t/m (4d)), maar met het onderwerp, mag je afleiden dat het hier eigenlijk niet om een voorwaarde, maar een toegeving gaat, net als in zinnen als: Al zeur je nog zo lang, je krijgt die auto niet.”; Ook al deed zij haar best, het lukte haar niet.”.

 

5. Met behulp van een hypothetisch werkwoord in de gebiedende-wijsvorm + object:

(5a)      Stel dat hij morgen nog niet heeft geantwoord, dan bel ik hem op.
(5b)      Stel je voor dat hij morgen nog niet heeft geantwoord, dan bel ik hem op.
(5c)      Veronderstel dat hij morgen nog niet heeft geantwoord, dan bel ik hem op

Commentaar: Behalve dat hier sprake is van een voorwaarde (het morgen nog niet geantwoord hebben) is ook ingebouwd dat de spreker het open houdt of daaraan zal worden voldaan, door bijna neutraal de mogelijkheid te opperen dat die gebeurtenis zal plaatsvinden. Stellen, voorstellen en veronderstellen zijn werkwoorden die het evenement ongeveer halverwege de onder punt 2. al eerder genoemde realiteitslijn van “zeker niet” tot “zeker wel” plaatsen.

 

6. Met behulp van een hypothetisch werkwoord in de deelwoordvorm + object:

(6a)      Aangenomen dat hij morgen nog niet heeft geantwoord, bel ik hem op.
(6b)      Gesteld dat hij morgen nog niet heeft geantwoord, dan bel ik hem op.
(6c)      Verondersteld dat hij morgen nog niet heeft geantwoord, dan bel ik hem op.
(6d)      Vooropgezet dat hij morgen nog niet heeft geantwoord, dan bel ik hem op.
(6e)      Ervan uitgaande dat hij morgen nog niet heeft geantwoord, dan bel ik hem op. 

Commentaar: Bij deze zinnen geldt hetzelfde als bij de zinnen onder 5., al is de variatie van de positie op de realiteitslijn wat groter: aangenomen plaatst het evenement wat meer naar rechts (richting “zeker wel”), en voor ervan uitgaande dat geldt dat in nog sterkere mate.
Bij alle zinnen (5a) t/m (6e) is het qua zinsconstructie en betekenis mogelijk het eerste, vetgedrukte gedeelte te vervangen door als of indien, waarmee die constructie op gelijk niveau staat met zin (1a).

 

7. Met behulp van een nevenschikking in de tegenwoordige tijd met voegwoord en of of:

(7a)      Nog één doelpunt van de thuisploeg en het staat weer gelijk.
(7b)      Je hoeft hem maar één kans te geven of het staat weer gelijk.
(7c)      Je hoeft je handtekening maar te zetten en/of je zit eraan vast.
(7d)      Nog ietsje verder voorover bukken en je valt in het water

Commentaar: Zin (7a) is een wat curieuze constructie: het voegwoord en verbindt hier niet twee nevengeschikte zinnen, want het linker lid (“Nog één doelpunt van de thuisploeg“) is geen zin. Toch is een zin als (7a) zeer gangbaar. Van (7d) kan worden gesteld dat het linker deel een ellips is (de persoonsvorm ontbreekt), al is het niet of nauwelijks mogelijk die weer aan de zin toe te voegen met gelijkblijvende nevenschikkende en-constructie.
Bij (7b)-(7c) staat die persoonsvorm er wel (hoeft), maar hier is het opvallend dat het nevenschikkende of kan worden gebruikt, terwijl er toch van een keuze helemaal geen sprake is. Daarbij komt ook nog dat hoeft wordt gebruikt, terwijl de zin geen ontkenning bevat, hetgeen bij het gebruik van hoeven wel de standaard is (anders gebruik je moeten).
Dit gebruik van of doet denken aan de zgn. balansschikking (“Ik was nog niet thuis of het begon te regenen“; “Je kunt het zo gek niet bedenken of hij weet er wel een oplossing voor“) waarin het linker lid echter wel altijd altijd een ontkenning moet bevatten **). Bij de balansschikking is er van een voorwaarde helemaal geen sprake; ook is het zo dat of in al deze gevallen niet een keuze uitdrukt, net als bij (7b) en (7c).
Zie voor mijn uitgebreide behandeling van de balansschikking DIT artikel.

 

8. Met behulp van een idiomatische verbinding + bijvoeglijke bijzin:

(8a)      In het geval dat hij morgen nog niet heeft geantwoord, bel ik hem op.
(8b)      Op voorwaarde dat je het niet verder vertelt, noem ik je een paar namen.
(8c)      Onder beding dat je het niet verder vertelt, noem ik je een paar namen.
(8d)      Onder/Op conditie dat je het niet verder vertelt, noem ik je een paar namen.

Commentaar: Deze inleiders van de voorwaarde zijn alle varianten van als/indien, waarbij slechts een licht nuanceverschil in de betekenis valt waar te nemen. Ongetwijfeld is deze reeks (8a)-(8d) nog uitbreidbaar. Het verschil met de voorbeelden (5a) t/m (6e) is alleen van syntactische aard: onder 5. en 6. treffen we een werkwoordsvorm aan gevolgd door een bijbehorend object (lijdend voorwerp of voorzetselvoorwerp, beginnend met dat), onder 8. staan voorbeelden van een zelfstandig naamwoord (geval, voorwaarde, beding, conditie) met een bijbehorende bijvoeglijke bijzin, wederom ingeleid door dat. Het aspect VOORWAARDELIJK blijft niettemin geheel intact.

______________________________________

*) Klooster (Grammatica van het hedendaags Nederlands, 2001, p.324-325) spreekt in dit verband van Croma-zinnen.

**) Voor de balansschikking: zie Van den Toorn, Nederlandse Grammatica, 19849, p.107-109.

 

 

 

Pijpenstorm (3)

Het orgelverhaal blijkt er een van lange adem te zijn. Prima; het gaat immers ook om een pneumatisch orgel.
Onlangs kreeg ik van Rolf Schoevaart nadere informatie over hoe het destijds allemaal is gelopen.
Hier een weergave van zijn bevindingen.

Rond eind jaren-’90 bleek het orgel in bedenkelijke staat te verkeren en was een prijzige opknapbeurt noodzakelijk, waarna bovendien de ruimte zou moeten worden voorzien van kostbare klimaatbeheersing.
Aanvankelijk leek het OLVG interesse in het orgel te hebben voor de toen nieuwe kapel aldaar, maar daar bleek het orgel toch niet in te passen.
Het is toen voor ƒ 20.000,= verkocht voor een of andere kerk in Italië, God mag weten waar precies, want Hij weet alles. Dat geld kon goed worden gebruikt voor het bouwbudget voor de renovatie van het IG.
Los daarvan is het Montessori Lyceum in die periode nog enige tijd in onderhandeling geweest met Sotheby’s met betrekking tot de glas-in-loodramen voor eventuele verkoop. Dat bleek echter geen haalbare kaart, zonder de ramen op te moeten delen in panelen. Inmiddels hebben de ramen monumentstatus, zodat verwijdering niet meer aan de orde kan zijn, laat staan verkoop.

Tot zover het IG-kapelfeuilleton voor dit moment.

Het is overigens een kwestie van toeval dat ik aan de metamorfose (eufemisme voor ontheiliging en aftakeling) van de Ignatiuskapel moest denken bij de opening van een tentoonstelling van de schilderacademie van Langres, afgelopen zaterdag, in de kapel van het ex-Jezuïetencollege in Langres. Ook daar was alles wat aan een kapel deed denken zorgvuldig weggewerkt: altaar, priesterkoor, orgel, alles verdwenen of aan het zicht onttrokken. Veel erger nog dan in de Ignatiuskapel: schrijnende voorbeelden van achterstallig onderhoud: afbladderende pleisterlagen, scheuren in plafond en muren, kaalgelopen vloer.


Kerk en staat zijn gescheiden in Frankrijk, dus waarom zou de overheid opdraaien voor het instandhouden van religieus erfgoed?

 

 

________________________________________
Vorige en volgende pijpenstormberichten:
http://nardloonen.nl/2014/05/05/pijpenstorm/
http://nardloonen.nl/2014/06/12/pijpenstorm-2/
http://nardloonen.nl/2014/11/12/pijpenstorm-4-weg-is-weg/ 
http://nardloonen.nl/2015/03/11/pijpenstorm-geluwd/

 

Hebreeuws

Ik mag dan nog zo dol op (vreemde) talen zijn, van sommige talen weet ik hoegenaamd niets af. Zo ook van het Hebreeuws. En dan komt het moment dat je even met de handen in het haar zit. Zo ook nu, vanwege een boekje dat wij in een ingekochte verzameling aantroffen.

 

Het gaat om een joods gebedenboekje, als ik het goed inschat, waarvan ik niet meer weet dan het volgende:

 

Het boekje meet 12x8x2½ cm, heeft een groenlinnen harde kaft en een uitermate curieuze paginering: van rechts naar links eerst pag.1-96, in verschillende lettertypen aan de boven-buitenzijde gedrukt, maar soms aan de binnenzijde van de pagina en soms ook op z’n kop gedrukt; dan pag.1-28, gevolgd door pag.127, 128, 124 (zetfout?), 130 t/m 190; dan pag. 93-174, waarvan sommige pagina’s ongenummerd, enzovoort. Toch wekt het bindwerk van de katernen niet de indruk dat het een samenraapsel van diverse edities zou zijn.

De titelpagina en de erop volgende pagina vóór pag.1 staan hier afgebeeld.

Over de herkomst verraden deze pagina’s dat het boekje is uitgegeven door boekhandel (“Księgarnia”) M. Munk, gevestigd in de ulica Nowomiejska 20, in het centrum van Łódż.
De druk werd verzorgd door Drukarnia “Pospiech” die was gevestigd in Warschau, Św Jerzka 32, in het stadsdeel dat in de oorlog het “kleine getto” (Małe getto) vormde.

 

 

 

 

Alles wijst erop, zowel boektechnisch als historisch gezien, dat het gaat om een uitgave uit de jaren-’30, verzorgd door een joodse uitgeverij en gedrukt bij een joodse drukkerij. Ik vermoed dat er vanaf 1939 niet veel meer van de persen rolde daar in Polen.

Anderzijds: het druk- en zetwerk is van dermate inferieure kwaliteit dat het best wel eens een haastklus geweest kan zijn met beperkte middelen. Het bindwerk is overigens prima, evenals de algehele staat van het boekje.

Ik ben nu op zoek naar een deugdelijke titelbeschrijving van deze editie, alsmede eventuele verdere informatie rond het boekje, de uitgeverij en de drukkerij. Wie helpt?
Overigens heb ik de vraag ook al voorgelegd aan het Amerikaanse HebrewBooks.org.

In onderstaande tweede reactie meldde ik dat de conservator Rosenthaliana geen passend antwoord kon geven. Tot mijn verrassing echter kreeg ik half juli wederom een mail, waarin conservator Rachel Boertjens mij liet weten het boek te hebben aangetroffen op de site van de National Library of Israel. De hier afgebeelde fiche brengt mij iets verder, zij het nog niet compleet, want er blijft een hoop Hebreeuws te transcriberen/vertalen over. Wel weet ik nu dat het boekje in 1910 is gedrukt en dat het inderdaad een gebedenboek betreft volgens de ‘Hassidic sephardic’ rite, voorzien van een uitleg van M. Levi en Kneset Yisrael, aldus de toelichting in de mij toegestuurde e-mail.

 

Haarziekte

Een taalfoutje kan er altijd wel insluipen. Overkomt het mij, dan word ik daar graag door een lezer op gewezen. Als ik bij een ander hetzelfde doe, en dan tegen een muur van massieve domheid aanloop, is een nieuw artikel al voor de helft geschreven. Zo dus ook nu.

Op zoek naar een bruikbaar speelschema voor het WK-voetbal kwam ik terecht op www.oranje-wk2014.nl. Op de betreffende pagina stiet ik op het zinstuk “Het Nederlands elftal speelt haar eerste wedstrijd op 13 juni”. Even verder kijkend op diezelfde schermpagina kwam ik nog tal van taalfouten en verkeerde informatie tegen. Zie een deel van de betreffende pagina hiernaast met in kader mijn correctievoorstellen. Ik daarom door naar het tabblad CONTACT, waar een contactformulier ter invulling wordt aangeboden. Ik wilde niet al te zeikerig overkomen, en beperkte me maar tot die ene haarziekte met de melding dat elftal, net als alle het-woorden, onzijdig is waarnaar dus niet met haar, maar met zijn dient te worden verwezen.

Zeer correct kreeg ik vrij snel een antwoordmail terug, zij het anoniem: Beste Nard, Het woord elftal is vrouwelijk, waardoor je automatisch ‘haar wedstrijd’ krijgt. Hopend je hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Groet, Team Oranje WK 2014”.

Mijn lachbui duurde niet eens bijster lang, want dit was te gek voor woorden. Zes minuten later had ik mijn antwoord verstuurd: Ga mij als taalkundige eens uitleggen sinds wanneer, en volgens welk woordenboek of welke grammatica HET-woorden opeens vrouwelijk zijn, na al van voor de middeleeuwen altijd onzijdig geweest te zijn? Wat gaan we nu krijgen?”

Het anoniem (vr.?) had acht minuten nodig om haar ware aard te tonen: Beste Nard, De Nederlandse grammatica heeft pas veel later dan de Middeleeuwen ontwikkeld (het anoniem bedoelt: heeft zich ontwikkeld, maar dit terzijde). Dus waar haal jij de wijsheid vandaan dat het voor de Middeleeuwen altijd onzijdig is geweest? Kijk daarnaast maar eens goed naar andere bronnen, voordat je ons de les gaat lezen. Iedere fatsoenlijke bron gebruikt namelijk ‘haar’. Veel succes met het schrijven van je weblog, Nard. Met vriendelijke groet, Team Oranje WK 2014”.

Het ontgaat mij een beetje wat je onder “iedere fatsoenlijke bron” moet verstaan. Is Van Dale (“dat huis is zijn dak kwijt”) een fatsoenlijke bron? Of anders misschien de ANS (“‘Het bestuur heeft haar besluit genomen’ (…) Deze manier van verwijzen wordt echter nog niet algemeen als correct beschouwd. Wie op dit punt geen problemen wil, kan dit gebruik daarom het beste vermijden.”; p.284-285)? Of wellicht de website van de KNVB (Zo liggen er Oranjeveldjes in de steden Amsterdam, Eindhoven en Rotterdam, waar het Nederlands elftal het leeuwendeel van zijn interlands speelt”)?

Dik 34 jaar ervaring voor de klas met moedertaalonderwijs heeft me geleerd dat als een auteur het met de taalvorm niet zo nauw neemt, de inhoud van de tekst veelal ook navenant onbetrouwbaar is. En ja hoor. Het blijkt al meteen uit het hierboven afgebeelde fragment.
Naast twee enkelvoud-/meervoudfouten en een drietal school voorbeelden van het modieuze anglicisme om samen gestelde woorden niet aan elk aar te schrijven, meldt het anoniem (vr.?) dat op 12 juni de openingswedstrijd Brazilië - Mexico plaats vindt. Wie dat eerste duel heeft gezien, of wie verder op de pagina kijkt, weet dat het Brazilië - Kroatië was.

Wat nauwlettender zoeken op de site zal nog wel meer stuitends opleveren. Ik beperk me maar even tot de pagina “Historie WK voetbal”, onder het tabblad “WK2014”. Daar staat, zonder verdere bronvermelding of enig onderschrift, foto 695, overduidelijk genomen in het Olympisch Stadion van Amsterdam. Even googelen, en de hulp van Jaap Visser inroepen, en het blijkt een foto te zijn van Elsevier/Spaarnestad Photo uit 1928, onder meer te vinden op www.hetgeheugenvannederland.nl. Zie hiernaast.

 

1928? Amsterdam? WK-voetbal? Het eerste WK voetbal vond plaats in 1930 in Montevideo (Uruguay) en nooit is er in Amsterdam een WK-wedstrijd gespeeld. Wat de anoniem en zonder bijschrift gepubliceerde foto op www.oranje-wk2014.nl afbeeldt, is een redding van de Uruguyaanse keeper Andrés Mazali (met rechts in beeld de Uruguyaanse vedette José Leandro Andrade) tijdens de replay op 13 juni 1928 in Amsterdam van de Olympische finale voetbal Uruguay-Argentiniè (2-1, nadat de eerste wedstrijd op 10 juni, ook na verlenging, in 1-1 was geëindigd). Kortom: de “Historie WK voetbal” wordt opgeleukt met een foto die met het WK voetbal niets heeft te maken. Wat er onderaan de foto allemaal is weggephotoshopt, is mij niet bekend.

Vorm en inhoud, ze zijn onlosmakelijk.

Gelukkig heeft het anoniem van www.oranje-wk2014.nl ook omstandig gedacht aan de heterofiele medemens (m.) die niet van voetbal houdt. Onder het tabblad “WK Babes” tref je een pinacotheek aan van de meest gore geilheden waaraan je je kunt bevredigen, mocht je op al die voetballers zijn uitgekeken. Met het WK-voetbal hebben ze namelijk evenveel te maken als bovenstaande foto. Je kunt maar ergens je brood mee moeten verdienen.

Het mens is vrouwelijk. Het wijf en het katijf ook. Het kind in zeker de helft van de gevallen. Het menstruatieprobleem, bv. van die WK-Babes, is in feite ook typisch vrouwelijk. Toch moet het anoniem (eraan) geloven dat het echt niet haar haar is; het moet zijn zijn.

 

 

 

Pijpenstorm (2)

Op mijn eerdere artikel Pijpenstorm reageerde Erik Winkel van orgelbouwer Flentrop dat het orgel van de Ignatiuskapel bij hen in Zaandam ligt opgeslagen en te koop is.
Na enige verdere mailcorrespondentie wordt de situatie alsmaar duidelijker.

 

Eergisteren mailde hij mij:

“Dank voor je berichtje. Wat leuk om in contact te zijn met de mensen die destijds met dit instrument zijn opgegroeid!
Het orgel is niet te koop, maar er wordt door de eigenaar een locatie voor gezocht. Dat lijkt nu te lukken in Bosnie.
De vraagprijs is -zou het te koop zijn- moeilijk te geven. Als het orgel overbodig is, en er is geen koper, is de prijs nihil. De herbouwwaarde is tussen € 18.000 en € 30.000 per register.
Mag ik je vragen of er nog afbeeldingen zijn waarop meer van het orgel te zien is, zoals de speeltafel, of de positie op het balkon?
Met vriendelijke groet,
Erik Winkel”

Het orgel, met zijn 14 registers, is dus eventueel gratis te verwerven, maar om het weer op te bouwen ben je 2½ tot dik 4 ton kwijt. Het verbaast me niet.

Zijn vraag om meer foto’s heb ik alleen kunnen beantwoorden door te verwijzen naar de prachtige foto van Louis van Paridon in het boek “‘n Eeuw IG”, waarover ik schreef in een ander artikel.


Zijn er misschien mensen die nog een foto van het orgel in de kapel hebben liggen of van het bestaan ervan afweten?

 

______________________________________
Eerder pijpenstormbericht: http://nardloonen.nl/2014/05/05/pijpenstorm/
Volgend pijpenstormbericht:  http://nardloonen.nl/2014/06/24/pijpenstorm-3/
Pijpenstorm-4 is op til.