Unsere Mütter, unsere Väter (Duitsland 2013)

 

In een eerder bericht besprak ik, in vrij negatieve bewoordingen, Europa, Europa van Agnieszka Holland (1990). Aan het einde van die bespreking beloofde ik beterschap door aandacht te besteden aan Unsere Mütter, unsere Väter (Stefan Kolditz, 2013).
Bij dezen.

Een van de argumenten die de VPRO zal hebben gehad het eerste deel van deze serie tussen kerstmis 2013 en nieuwjaar 2014 uit te zenden zal zijn gelegen in het motto dat ook boven het artikel van Maarten van Bracht op de VPRO-website staat: Met kerst zijn we weer thuis. Een gedachte die velen in 1941 daadwerkelijk in het hoofd hadden, zoals ook veel Fransen in augustus 1914 dachten de klus wel voor de kerst te zullen hebben geklaard. Maar er stond vier jaar voor.

De parallellen met Europa, Europa zijn er in opvallende mate en omvang. Beide films spelen van omstreeks de Kristallnacht tot net na de bevrijding van Berlijn in 1945. Het zijn Duitse films over Duitse mensen, families, militairen. Het Duitse leger trekt naar het oostfront en verliest. Een enkeling weet heelhuids terug te keren. Een van de hoofdpersonen in beide films is de zoon van een verdienstelijke joodse schoenmaker resp. kleermaker die de zaak tezijnertijd aan zijn zoon zal overdoen. Deze zoon echter trekt ook oostwaarts en raakt in het oorlogsgeweld betrokken. De onoplosbare vraag: “ben ik jood of ben ik Duitser?” is in beide films een grillige rode draad. En in beide films keert de zoon terug in een verslagen en verwoeste wereld. Met lege handen en zonder toekomstperspectief, zoals ook wij als kijker met lege handen blijven staan.

Tot zover de overeenkomsten tussen beide producties.
Ik ga op deze plaats niet het hele verhaal van de tv-serie uit de doeken doen – her en der op internet staat daarover voldoende te lezen. In heel kort bestek: vijf kameraden (drie jongens en twee meisjes) van rond de twintig, bijeen in een Berlijns café aan het begin van WO-II, beloven elkaar na afloop van de oorlog (“met kerst zijn we weer thuis”!) op dezelfde plek weer bij elkaar te komen. Ieder van hen gaat zijn eigen weg, oostwaarts, dat wel. Van tijd tot tijd komen sommigen elkaar tegen. Die toevalligheid is meteen ook het zwakste punt in de film. Aan het einde zijn er twee omgekomen en treffen de resterende drie elkaar in de desolate en deprimerende ambiance van wat er van het café anno 1945 resteert.

Waar het mij in dit bericht meer om te doen is, zijn de verschillen tussen Unsere Mütter, unsere Väter en Europa, Europa.

Om te beginnen: de handelingssnelheid, en dat nog wel bij een productie van circa 4½ uur. Al kijkende kun je het je niet permitteren een minuut of wat te missen, bij wijze van spreken: even naar de wc gaan is er niet bij, want bij terugkomst heb je al zo veel gemist dat je de draad van het verhaal kwijt bent. Onder meer bereikt de regisseur dat effect door elk van de vijf personages door elkaar heen in beeld te brengen. Niet de personages bepalen de volgorde, maar de chronologie. Keurig netjes staat bij elke overgang wel netjes vermeld op welke locatie we nu weer zijn beland, en hoe veel kilomter dat van Moskou of Berlijn is verwijderd, maar desalniettemin moet je vijf verhalen simultaan weten te volgen; voorwaar geen geringe opgave. Maar kijkers houden er wel van een hele kluif te krijgen voorgeschoteld.

Vervolgens de verhaallijn in termen van spanningsboog. Waar je bij Europa, Europa op je vingers kan natellen dat Salomon het er wel levend zal afbrengen naarmate er meer personen uit zijn omgeving om het leven komen, valt er bij Unsere Mütter, unsere Väter met geen mogelijkheid te voorzien wie wel en wie niet in 1945 Berlijn weer zal halen. En dat niet alleen: elke gebeurtenis, zowat elke handeling van een der personages roept onmiddellijk repercussies, gevolgen, wendingen, nieuwe verhoudingen op. Die maken het de kijker lastig een standpunt te bepalen tegenover de personen in kwestie. Er is geen zwart en wit, er zijn geen goede en slechte personages, keer op keer moet je je oordeel over elk van hen heroverwegen, variërend van afwijzend tot lovend – vaak ook neutraal en afwachtend. Aldus blijft de kijker voortdurend bezig zich bij de (in films zo onmisbare) identificatie met een of meer personages te bedenken en niet zelden van standpunt te wijzigen. En als je vooringenomenheid ten aanzien van WO-II niet zover gaat dat je alle Duitsers slecht vindt, alle joden zielig, alle Polen onbetrouwbaar en alle Russen uiterst beangstigend, kortom als je niet verder komt dan de alom bekende platitudes en generalisaties, dan heb je er de handen vol aan een oordeel te vormen over deze of gene persoon, in zijn context van tijd, plaats en gebeurtenis, en dan ook nog eens dat oordeel aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen in de film. Bij mij was het zo dat ik elk van de vijf vrienden aanvankelijk wel sympathiek vond, vervolgens in wisselende mate onsympathiek, of gewoon eng, of triest, of toch maar weer sympathiek; het switchte de hele tijd op en neer. Ik noem dat een kwaliteit van de film.

Over het acteertalent van de diverse acteurs hoef ik het niet te hebben. Ik bedoel: dat vind ik bovenmodaal goed. Niet onbelangrijk detail is dat is me er al veel vaker over heb verbaasd hoe goed Duitse acteurs een uiterst abjecte nazi-officier kunnen spelen. Dat wordt ook in deze film volop bevestigd. Hulde en walging tegelijk. Ludwig Trepte, Viktor Goldstein in deze film, wil ik daarnaast even apart noemen omdat hij de enige acteur is die ik al uit eerdere films kende. Voor de gelegenheid moest hij zich inlezen en inleven wat het betekende om jood te zijn in Duitsland 1940-1945; hij was het immers zelf niet, net zo min als Salomon in Europa, Europa. Daarover laat hij zich bij ZDF uitvoerig uit. Wat mij opvalt, is dat hij zich net als in Keller – Teenage Wasteland (2005) en Kombat Sechzehn (ook 2005), twee films die alleszins de moeite waard zijn, mits je maag sterk genoeg is, ontpopt als iemand die in zijn rol secundair reageert, d.w.z. niet zozeer een drijvende kracht is, maar een speelbal die zich aanpast aan de omstandigheden en daarbij goede of minder goede keuzes maakt. Dat is evenwel iets anders dan sympathiek zijn of onsympathiek.

Ter afsluiting: Unsere Mütter, unsere Väter dwingt ons, 70 jaar na dato, opnieuw stelling te nemen, onze visie te bepalen, over een niet onbelangrijk deel van de Tweede Wereldoorlog, namelijk de beleving en ervaring daarvan door Duitse staatsburgers die er zelf in betrokken raakten zonder daarom te hebben gevraagd.

_________________________

Unsere Mütter, unsere Väter (Duitsland 2013). Regie: Stefan Kolditz. 275 minuten.
Details: http://www.imdb.com/title/tt1883092//
http://www.vpro.nl/lees/gids/dagtips/2013/52/zaterdag.html
Nederlandstalig ondertiteld (in de VPRO-uitzendingen)

 

One thought on “Unsere Mütter, unsere Väter (Duitsland 2013)

  1. de serie heb ik niet gevolgd .. maar jouw ‘recensie’ lezend , denk ik aan het boek ‘Duitse wortels ” van Laura Starink .. Nard , lees het .. aanbevelenswaardig !

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>