PF 2014

Op 21 november 2013, ’s ochtends vroeg, zagen we tot onze schrik dat er die nacht 13 cm sneeuw was gevallen. De eerste van het jaar. Op zich wel mooi en aardig, ware het niet dat wij net die ochtend per auto op weg moesten naar het vliegveld van Dôle voor een lang weekeinde in Porto. En zie dan maar hoe je veilig en wel het dorp uit komt.
Het is toch gelukt, zoals je elders in deze weblog kunt lezen.

Het is onze gewoonte rond de jaarwisseling een sneeuwfoto te presenteren met een bijpassende en opbeurende tekst waar je het een jaar op moet kunnen uithouden. Die ochtend stond mijn hoofd er echter nog niet naar, en tot overmaat van ramp viel er na 21 november tot en met 31 december geen vlok meer uit de hemel boven Rosoy-sur-Amance. In arren moede zocht ik mijn alternatief bij Louki. Helaas bleek deze aanblik te weinig aan de kerstgedachte te beantwoorden, zodat de foto niet de vereiste helft-plus-één-meerderheid kreeg hier.

Aan een binnenkring van familie en kennissen hebben we toen maar een sfeerbeeld van onze voorgevel gestuurd. Voor wie dat niet heeft ontvangen geldt in even gemeende mate: al het beste voor 2014.

 

 

Porto


Wel eens in Porto geweest?
Ik ook niet.

Totdat het (verjaardags-)lot mij gunstig gezind was en ik een lang weekend Porto, vlucht+hotel, kreeg aangeboden voor twee personen.
Vanaf vliegveld Dôle ben je er rechtstreeks in een uur of twee en dan kun je er je eerste Portugal-ervaringen gaan opdoen.
Conclusie: Doen. De stad is het alleszins waard.

Eind vorige maand vertrokken we. Bij vertrek in Rosoy lag er 13 cm sneeuw, maar de 120 km lange rit naar Dôle had daarvan geen hinder. Zeker als je bedenkt dat we bij aankomst onder een strak blauwe lucht en 17° in een echt andere wereld terecht kwamen, neem je wat glibberigheid vooraf wel voor lief.
Vliegveld Dôle op zich is al een aanrader: je parkeert er op werkelijk 20 meter van de aankomsthal, gratis en voor niks. Kom daar maar eens om op Schiphol, of in Düsseldorf of Charleroi. Klein, maar met alle nodige voorzieningen, redelijk goede koffie en goede friet.

Het eerste wat mij op het spiksplinternieuwe vliegveld van Porto opviel was het gevarieerde en artistiek ontworpen plaveisel. En laat ik het maar meteen vertellen: ik ga er nog eens naar toe met als enige doel het maken van een uitgebreide fotoserie over plaveisel, plavuizen, trottoirs, wandbetegeling en wat dies meer zij. Want Porto is niet alleen in zijn totaliteit enorm fotogeniek, alleen al wat je onder je voeten en aan de wanden ziet verschijnen is een hoofdstuk apart.

Maar er is meer. In Porto wordt port gefabriceerd. Hoewel ik sherry prefereer boven port, wilde ik niet kinderachtig wezen en liet ik me de avances van de fabrikanten graag aanleunen. De twee gratis proefdrankjes die bij de gondeltocht boven de zuidelijke wijk Gaia over de vele portofabrieken waren inbegrepen, smaakten wonderwel, al was het nog in de ochtenduren.

Je komt in Gaia over de befaamde Luis-I-brug over de Douro, na met een tandradbaan naar onderen te zijn afgedaald. Die brug, ontwerp uit 1886 van een compagnon van Gustave Eiffel, heeft twee dekken op 45 meter hoogte van elkaar. Op de bovenste rijdt de metro en kun je wandelen en fietsen; op de onderste rijden bussen en auto’s, en kun je ook wandelen en fietsen. De brug is de Eiffeltoren op zijn kant, zogezegd.

Dan is er ook nog het schrijnende contrast tussen oude en modern, tussen rijk en arm. Er zitten bedelaars op straat. Sterker nog, ze achtervolgen je om zogenaamd hun openbaarvervoerkaart te kunnen opladen. Maar draai je je om, dat straalt de rijkdom je tegemoet. Strakke, moderne bouw contrasteert met dagenlang buiten hangend wasgoed, maar ook met de art-decogebouwen die er op tal van plaatsen zijn te vinden. Bijvoorbeeld het heerlijke café Majestic, met iets te hoge prijzen, maar een nog veel hogere uitstraling.
Of, hoogtepunt op een van de wandelingen, boekhandel Lello. Boeken interesseren mij hoegenaamd niets, maar het gebouw alleen al is een vlucht naar Porto waard. Overtuig jezelf door naar de afbeeldingen te kijken.
Het enige boek dat mij wel interesseerde, de Portugese versie van Kuifjes Sigaren van de Farao, hadden ze niet eens op voorraad. Ik ben daarvoor vijf boekwinkels af gemoeten om mijn collectie met een ontbrekend exemplaar te kunnen uitbreiden.

Als oud-Amsterdammer ben ik tramgek. Dat hebben ze in Porto goed begrepen. Er rijden nog drie tramlijnen door de stad, lijn 1, 18 en 22, die goed op elkaar aansluiten en waarmee je een groot deel van de stad, tot aan de kust van de Atlantische Oceaan, kunt doorkruisen. Motorwagens van begin 20e eeuw, in begin 21e eeuw keurig gerestaureerd, klauteren kreunend heuvels op en remmen kermend heuvels af, terwijl je intussen belangrijke toeristische hoogtepunten van de stad passeert. Want toeristisch is het in Porto. Alleen, vreemd genoeg, waar ik, zelfs als toerist, een vreselijk hekel aan toeristen heb omdat ze het straatbeeld verpesten en de inrichting van de stad totaal vercommercialiseren, iets waaraan Praag bijvoorbeeld inmiddels ten gronde is gegaan, had ik daarvan in Porto totaal geen last. De stad is uitermate toeristvriendelijk, zonder aan eigenwaarde in te boeten.

Naast het plaveisel valt ook op dat zoveel gebouwen zijn bekleed met, laat ik het maar noemen, Delftsblauwe betegeling. Kerken, gewone gebouwen, en het magnifieke hoofdstation Estação de São Bento, een niet te missen bezienswaardigheid.

Om de Hollandse zuinigheid wat te paaien: we zaten in een achenebbisj hotelletje hartje centrum voor € 30 per kamer per nacht. In een straatje waar sommigen niet zonder pepperspray ’s avonds naar buiten zouden durven gaan. Delftsblauwe tegeltjes van buiten, deels afgesleten, zeer goede bedden op de kamer, een badkamer met heus ligbad, een oliegevuld radiatortje dat het meestal wel deed als je er een klap op gaf en een mini-beeldbuis-tv’tje waarop in hoofdzaak meer sneeuw werd vertoond dan wij bij vertrek in Rosoy achterlieten en waar zo te horen Portugees geluid uit kwam. Maar we waren er alleen maar om te slapen, en dat ging prima. Vanuit dat hotel liepen we binnen een paar minuten naar belangrijke hotspots als de Luis-I-brug, de kathedraal, de tramhalte, en al het schoons dat een stadscentrum nu eenmaal heeft te bieden.

Ik ken geen stad waar je op zo veel plekken kunt eten als in Porto. Werkelijk 1 op de 3 winkelpanden in Porto is een eettent. Koffie (van een kwaliteit waar ze in Frankrijk geen weet van hebben), broodjes, gebak, warme en koude gerechten, … In welke zichzelf respecterende stad krijg je een kop prima espresso voor € 0,65 ? Of kersverse broodjes voor € 0,10 het stuk? En ook in zeer sjieke restaurants hebben we gemerkt dat niet alleen het eten van uitstekende kwaliteit is, maar dat je als extra verrassing een rekening krijgt gepresenteerd waarvan je in eerste instantie denkt dat ze het voorgerecht, de wijn en het toetje zijn vergeten te berekenen.

En dan sta je ineens, na een echt enerverende rit met lijn 1, aan de kust van de Atlantische Oceaan. Palmbomen, een pier, een vuurtoren. Strak blauwe lucht, nog steeds. Zeventien graden. Aan de overkant ligt Amerika. Opeens besefte ik dat het mijn meest westelijke punt ooit was, want het ligt westelijker dan Lands End, mijn record tot dan toe. Ik heb dat gevierd door een banaan op te eten die ik nog bij had voor het geval ik in het vliegtuig honger kreeg.
Maar in een vliegtuig heb ik het veel te druk met naar beneden kijken, al zie je alleen maar wolken. Vliegen is immers alles overstijgen waar je niet middenin wilt zitten, terwijl je toch het overzicht behoudt.

Doe het mij maar na. Ga een keertje naar Porto.
En geniet.

 

 

La Grande Collecte – vervolg (1)

Het is, na mijn vorige bericht, weer een tijdje stil geweest, maar (wie zei het ook weer; minister Ien Dales, geloof ik) een broedende kip moet je niet storen.
Ik ben intussen dagelijks druk bezig de originele documenten 1914-1918 te transcriberen. Ontcijferen liever gezegd, want het valt af en toe niet mee.
Intussen is wel één ding duidelijk: wat meer input is dringend gewenst. Vandaar mijn oproep. Nooit geschoten is altijd mis, al is dat in het kader van WO-I misschien niet de meest passende beeldspraak.

Ik ben, meer specifiek geformuleerd, op zoek naar elk type documentatie omtrent een bepaald gebied en een bepaalde tijdspanne. Het gaat me om gedetailleerde landkaarten, brieven, ansichtkaarten, foto’s en wat al niet meer uit de periode van november 1914 tot juli 1915 in het gebied ruim rond Soissons (02-Aisne), d.w.z. van minimaal Nampteuil-sous-Muret in het oosten tot Vic-sur-Aisne in het westen. Crouy in het noorden en de vernielde spoorwegtunnel van Vierzy in het zuiden zijn daarbij ook inbegrepen.

Op internet is er zeer veel te vinden, zo veel dat ik het spoor bijster raak. Misschien kan iemand mij een handje helpen.

Er is in die tijd op die plek veel vreselijks gebeurd wat niemand van ons zou willen meemaken. Honderd jaar na dato mag dat best eens in herinnering worden geroepen.

Graag een reactie. En ik houd jullie, via dit medium, wel op de hoogte.
_________________________________
Vorig bericht: http://nardloonen.nl/2013/11/27/la-grande-collecte-1914-1918/
Volgend bericht: http://nardloonen.nl/2014/07/24/la-grande-collecte-vervolg2/