Ellen Beljaars

Ellen Beljaars (Rijsbergen 1951) woont en verblijft afwisselend in Goirle en in Plesnoy (Haute-Marne), op welke beide plekken zij beschikt over een atelier en een expositieruimte voor haar sculpturen. In Plesnoy organiseert zij jaarlijks een zomerexpositie samen met een of meer andere kunstenaars, dit jaar met Johan van Hoof (tableaus)en Patrice Lambert (sculpturen). Daarnaast exposeert zij regelmatig ook elders, zoals dit voorjaar in Nederwetten en in september van dit jaar in De Smederij in Son.
Omdat Plesnoy maar krap 10 km van mij vandaan is, ligt het voor de hand dat ik met regelmaat een bezoek breng aan Ellen en haar werk kan bewonderen.

Als zesde van zeven kinderen groeide zij op in een vrij traditioneel R.K.-gezin in Rijsbergen. Na de Lagere School bezocht zij de MMS, waar kunstgeschiedenis haar grote aandacht trok. Haar vader, directeur van de plaatselijke Campina-vestiging, was echter van mening dat de kunstenaarswereld maar weinig carrièremogelijkheden bood. Daarom startte Ellen na haar schoolperiode de HBO-opleiding verpleegkunde in Nijmegen, waarmee zij na één jaar stopte.
Er volgde een vierjarige opleiding N20 in Eindhoven die haar een derdegraads lesbevoegdheid bezorgde in handenarbeid, kinderverzorging en opvoedkunde.
Zij vond werk in de thuiszorg als leerlingbegeleidster, waarbij zij geboeid raakte door het werken met mensen en ook leerde goed en sterk anderen te observeren. Haar sluimerende voorliefde voor het kunstenaarschap, eigenlijk al vanaf haar MMS-tijd, bleef haar evenwel intrigeren en won het uiteindelijk ook van haar bestaande werkkringen. Zij ging zich toeleggen op het vervaardigen van sculpturen.

Aanvankelijk maakte Ellen abstracte, torenachtige vormen in keramiek, uitvloeisel van de potten die zij begin jaren-’70 tijdens een pottenbakkerscursus had leren maken. Toen zij later in Tilburg een nascholingscursus in modelboetseren had gevolgd, werden haar werken ook meer en meer figuratieve beelden, soms hele menselijke lichamen, meestal echter alleen hoofden. Daarin immers, vindt zij, schuilt de menselijke emotie en dynamiek die zij probeert uit te beelden. De ontwikkeling bracht met zich mee dat zij ook van die hoofden delen ging weglaten om zo gestalte te kunnen geven aan schoonheid door imperfectie.

Ze laat zich daarbij niet zozeer beïnvloeden door bestaande kunststromingen – eerder beschouwt ze zichzelf als autodidacte met alle vrijheden van dien. De “academische” strijd tussen figuratieve en abstracte kust heeft haar ook nooit geraakt. Evenmin vormt religie voor haar een inspiratiebron. Weliswaar gelooft zij in “iets hogers”, maar dat beïnvloedt niet haar zoeken naar de expressie van emoties. Ook het teruggrijpen op mythologische figuren is voor haar niet aan de orde, althans niet bewust. Zij bepaalt zich tot gewone mensen van nu. Wel is er sprake van enige antiek-Hellenistische invloed, maar dan op een wat oneigenlijke manier: het zijn de gekwetste, gebarsten, gemankeerde antieke beelden die bij opgravingen aan het licht komen die haar in het bijzonder boeien, de schoonheid van de imperfectie. Maar bovenal laat ze zich meeslepen door wat zich aan haar voordoet en geeft zij vorm aan de expressie die zij ziet in mensen, mannen soms, meestal vrouwen, een enkele maal een indifferente hermafrodiet: een niet naar sekse te definiëren hoofd, zoals hierboven afgebeeld. Frequent heeft ze daarbij gebruik gemaakt van modellen van de Tilburgse dansacademie. In die beelden weet zij een treffende balans te vinden tussen trots, schoonheid en nederigheid – kenmerkende elementen voor haar geheel eigen, herkenbare stijl.

Soms werkt Ellen met wassen beelden die zij in Nederland laat afgieten in brons. Vaker vormt zij haar beelden uit chamotteklei, uit Nederland afkomstig, die zij op 950° bakt. Eventueel glazuurt zij het beeld en verhit dat op 1100° om tot een mat of glanzend product te komen. De dikte van de glazuurlaag bepaalt ook de uiteindelijke tint: hetzij doorzichtig, hetzij verlopend van groen naar rood. Een bijkomend effect is een stralende, goudkleurige schittering op diverse plekken, alsof die zijn verguld.

 

Een iets andere werkwijze, die sterk haar voorkeur heeft, vormt de zogenaamde raku-techniek, een van oorsprong Japanse techniek die een craquelé veroorzaakt. Het gebakken product wordt snel in de buitenlucht afgekoeld en daarna in een hermetisch afsluitbare bak met houtsnippers gelegd. Door de hitte ontbrandt het zaagsel, wat in een soort tweede oxidatie de laatste resten zuurstof uit de klei trekt, hetgeen tot craquelévormige barsten leidt, donker door de rook van de verbrande snippers hout.

Naast de allerindividueelste expressie van de kunstenaar is kunst ook communicatie tussen mensen. Ellen vertelt te hebben meegemaakt dat bezoekers letterlijk in tranen zijn op het zien van een van haar werken, door de emotie die het beeld oproept. Dat feit motiveert haar meer dan de artistieke roem van het genoemd worden in hogere kunstkringen. Ze wil, ook in haar toekomstvisie, gewoon zo doorgaan en daarvoor heeft ze nu ook eindelijk alle tijd en gelegenheid. Niet voor het geld; weliswaar worden er wel beelden van haar verkocht, maar te weinig om ervan te kunnen leven.
Ze gaat uit van wat haar beweegt en wat ze dus zelf graag maakt – liever dan werken in opdracht. Het is dan ook enigszins uitzonderlijk dat er in het gemeentehuis van Plesnoy sinds 2000 een Franse Marianne valt te bewonderen die Ellen destijds naar een van haar Tilburgse danseressen als model heeft vervaardigd.


Alle foto’s in dit bericht © 2012-2013 – Leonard Loonen

Verdere informatie is te vinden op:

http://www.ellenbeljaars.nl/
http://www.art-mml.eu/

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>