Gerard Reve, Lourdes, secularisering en Huub Mous

Lourdes, 14 maart 1958. Kardinaal Angelo Roncalli, die later dat jaar gekozen zou worden tot Paus Johannes XXIII, is in een open Panhard-Sport op weg naar de inzegening van de ondergrondse, betonnen Pius X- basiliek.

Hoewel ik met Lourdes helemaal niets heb, en van Gerard Reve in hoofdzaak zijn stijl en onderkoelde humor erg kan waarderen – meer dan zijn inhoud dus, wil ik jullie onderstaande oproep tot voorintekening niet onthouden, die ik kortelings van Huub ontving.

Van harte aanbevolen.

 

 

Geachte relatie,

Uitgeverij Aspekt wil mijn manuscript Modernisme in Lourdes, Gerard Reve en de secularisering gaan uitgeven.

Het boek zal verschijnen in een oplage van 1000 exemplaren (circa 270 pagina’s; verkoopprijs 20.00 Euro).De streefdatum voor het verschijnen is 14 december a.s..

Daarvoor is het wel nodig dat vóór 1 september a.s. 200 exemplaren op intekening zijn verkocht.

U behoort tot de mensen, van wie het e-mailadres in mijn bestand zit, en die wellicht belangstelling hebben voor deze publicatie. 

Daarom wil ik u vragen, of u bereid bent dit boek alvast bij mij te bestellen. Zodra het verschenen is, krijgt u het – met een nota en zonder portokosten – toegestuurd.
Mocht u belangstelling hebben, dan wil ik u verzoeken dit per mail aan mij te laten weten (met eventueel het adres, waar u het boek straks wilt ontvangen).

Bijgaande stuur ik u een korte samenvatting van de inhoud en een cv.
Bij voorbaat mijn dank en vriendelijke groet,

Huub  Mous

Website Uitgeverij Aspekt: http://www.uitgeverijaspekt.nl/index.php    

Modernisme in Lourdes

Gerard Reve en de secularisering

Synopsis

Bij alle aandacht, die het heimwee naar het modernisme vandaag krijgt, is het katholieke modernisme van na de oorlog wonderlijk genoeg voor velen achter de horizon verdwenen. Die verdwenen utopie kwam niet alleen tot uiting in de progressieve stromingen van de naoorlogse theologie, die zijn bekroning vonden in het aggiornamento van Paus Johannes XXIII, maar is ook – of all places – in Lourdes terug te vinden. Dit boek is een zoektocht naar een verloren utopie, een vergeten toekomst die nooit heeft plaatsgevonden. De figuur Gerard Reve, die zich in de jaren zestig bekeerde tot het rooms-katholicisme is hierbij mijn gids. In dit boek wil ik het werk van Reve opnieuw bezien, niet alleen tegen de achtergrond van herinneringen aan mijn eigen katholieke verleden, maar ook in het kader van de ontwikkeling van het katholicisme na 1945. 

Nostalgie was een van mijn drijfveren bij het schrijven van dit boek, dat wil zeggen: een reflexieve vorm van nostalgie, zoals die beschreven is door Svetlana Boym in haar boek The Future of Nostalgia (2002). Maar daarnaast ook verwondering over de vraag, hoe het mogelijk was dat het katholicisme in de jaren zestig de afslag naar de mystiek heeft gemist, terwijl juist de mystiek over elders opbloeide, niet alleen in het werk van Reve, maar ook in de jeugdcultuur en de zogeheten ‘Oosterse Renaissance’.                                                                           

In de recente biografie van Nop Maas komt dit perspectief amper aan bod. Nop Maas weet veel over Reve, maar weinig over het katholicisme. Ik wil op zoek gaan naar Reve, naar de plekken waar hij geleefd heeft en die hij bezocht: Betondorp en de Rivierenbuurt in Amsterdam, Greonterp en Blauwhuis in Friesland, maar ook Heiloo, Avila, Fatima en Lourdes. Kortom, plaatsen en bedevaartplaatsen die toevallig vaak ook plekken zijn die in mijn eigen leven van betekenis waren. Reve was op de vlucht voor de ziekte van de grote stad, zoals Jung die had herkend in de groeiende goddeloosheid van de westerse cultuur. Maar Reve deed dat in een tijd waarin theologen juist de stad als een metafoor voor een nieuw soort seculiere religie gingen zien.

Maar daarnaast gaat dit boek vooral ook over tijd. Dat wil zeggen: de ervaring van de tijd zelf, niet alleen het verschil in tijdsbeleving tussen stad en platteland, maar vooral ook de verandering van tijdsbeleving mettertijd. In de jaren zestig veranderde er iets wezenlijks in de beleving van de tijd zelf. Een jonge generatie ontdekte opeens een vals bewustzijn van de tijd. Dat bewustzijn wilde men doorbreken met een overdosis authentieke ervaringen in het hier en nu.   

Reve probeerde aan de beklemming van de valse tijdsbeleving te ontkomen door zijn toevlucht te nemen tot de religie, terwijl juist de religie door een jonge horde van maatschappijhervormers als hofleverancier van een vals tijdbewustzijn werd beschouwd. Maar ook de religie zelf raakte op drift in de draaikolk van de tijd. Kortom, tijd en religie raakten met elkaar in de knoop in het midden van the sixties.

 Over de auteur

Huub Mous werd in 1947 geboren in Amsterdam, waar hij ook opgroeide en zijn studietijd doorbracht. Hij is kunsthistoricus en publicist. In diverse functies was hij gedurende dertig jaar werkzaam in Friesland als organisator en adviseur op het terrein van de beeldende kunst. Hij publiceerde over diverse onderwerpen in tijdschriften en museumcatalogi, onder meer voor Kunst- en Museum Journaal, De Gids, Tirade en Museum Boijmans van Beuningen. In 2000 was hij artistiek leider van het Frysk Festival. Van 2001 tot 2007 was hij docent bij Academie Minerva in Groningen. Op uitnodiging van het Fries Museum stelde hij in 2008 de tentoonstelling samen De kleur van Friesland, beeldende kunst na 1945. Dat was ook de titel van het boek dat in dat jaar verscheen bij de Friese Pers Boekerij. In 2005 verscheen van zijn hand: Reizen door de tijd, publieke kunst in Fryslân 1945-2005.  Zijn essay Slauerhoff en het onbehagen in de cultuur maakt deel uit van de bundel De fascinatie voor Slauerhoff (Uitgeverij Bornmeer, 2011). In 2011 verscheen bij Uitgeverij Candide: Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose, met als coauteurs Egbert Tellegen en Daan Muntjewerf (besproken in: VPRO Boeken, 8 januari 2012). Sinds 2006 schrijft hij dagelijks een weblog op zijn internetsite (www.huubmous.nl ).

 

 

Profijt van eigen teelt

Na alle klimatologische ontberingen en tegenvallers van het afgelopen half jaar, zowel in Frankrijk als in Nederland, begint het vele zwoegen in de tuin nu toch zijn vruchten af te werpen. De natuur laat zich foppen noch pienen *). Vandaag daarom voor het eerst volop uit de tuin gegeten.

*) Vlaams neologisme, ontstaan naar Armand Pien, de Vlaamse Erwin Kroll,  die van 1953-1990 voor de Vlaamse BRT-tv het weerbericht verzorgde. Naast zijn markante optreden en uitspraken (“mijn weerberichten kloppen altijd, alleen het weer houdt er zich niet aan”), die we op het niveau van Rik de Saedeleer mogen stellen, werden ook zijn meteorologische blunders zo befaamd, dat er in het Vlaamse een werkwoord pienen ontstond, synoniem van liegen.

Hoewel de schijf van vijf er niet mee kan worden gevuld, en mijne maag ook niet, schept het, na al het spitten, zaaien, planten, wieden, naaktslakken bestrijden, zorgen dat het niet allemaal één grote kattenbak wordt, de laatste tijd ook dagelijks water geven en van tijd tot tijd vriendelijk toespreken, behoorlijk wat voldoening te kunnen genieten van:

 

  1. Capucijners
  2. Wortelen
  3. Aardbeien
  4. Sla
  5. Frambozen
  6. Mosterdblad
  7. Teunisbloem
  8. Stokroos
  9. Dille
  10. Lobelia
  11. Zwarte bessen
  12. Bieslook
  13. Peterselie

Naar ik hoop, komt er later dit seizoen nog een update met nieuwe variëteiten van eigen bodem: pastinaak, appelen, aardappelen (Nicola’s!), rode ui, snijbonen, sperciebonen, dwarf beans (van Joeri uit de USA), boerenkool, kervel, rucola, plus wat ik in de gauwigheid nog heb vergeten.