Salò in achten (1/8)

Als Pasolini gelijk heeft, is Salò de enige film ter wereld die over de werkelijkheid gaat. Anderen betitelen de film als de meest gruwelijke aller tijden. Sommigen raken er compleet door gefascineerd, anderen verlaten halverwege de vertoning de bioscoopzaal, al dan niet kokhalzend, want ze kunnen het niet langer aanzien. Niemand die de film kent, vind er niks van: steeds weer flitsen de opinies van superlatieven tot uitermate pervers. Salò is een unieke film.
Vanuit mijn decennialange verbondenheid met Pasolinifilms kan het dan ook niet anders dan dat ik uitvoerig ga stilstaan bij Salò. Het worden acht bijdragen, want dat is tweemaal vier en Salò is een vierkante film. Het wordt ook meer tekst dan beeld, want de bespreking is mij meer waard dan het vertoon van boeiende of schokkende plaatjes. Die kun je zelf in de film wel bekijken.
Hier deel 1/8: motivatie en filmografische kerndata.

Een van de invalshoeken om Salò te beschouwen is Pasolini’s visie op macht, waarbij machthebbers de consumenten zijn van de machtelozen, zowel lichamelijk als geestelijk. Dat is in oorsprong een Marxistisch standpunt, door Pasolini verder uitgewerkt met zijn kennis van de eeuw die op Marx volgde. Om die macht te kunnen blijven uitoefenen, is de permanente steun nodig van een middenklasse van collaborateurs, die uit winstbejag en overlevingsdrang met wisselende graagte naar boven likken en naar onderen trappen. Daar onder weer bevinden zich de uitgebuitenen, de machtelozen, de kanslozen, het subproletariaat, il sottoproletariato.
Deze op zich nog niet eens zo complexe gedachtgengang is de basis voor heel wat literatuur en films, zoals het ook de basis vormt voor de gedragingen van heel wat nationale en lokale overheden, banken, bedrijfsleven en kerkelijke instellingen. Daarom, zegt Pasolini, is Salò de ultieme film die over de werkelijkheid gaat.
Laat ik allereerst maar en grote reeks filmografische kerndata presenteren. Daarna volgende de andere zeven delen:

Filmografie

  • Titel: Salò o le 120 giornate di Sodoma
  • Script en regie: Pier Paolo Pasolini, Sergio Citti, Pupi Avati, naar de roman van D.A.F. de Sade Les 120 journées de Sodome ou l’École du libertinage (1785)
  • Regie-assistent: Umberto Angelucci
  • Camera: Tonino Delli Colli, Carlo Tafani, Emilio Bestetti
  • Decors: Dante Ferretti
  • Costuums: Danilo Donati
  • Muziek: Ennio Morricone
  • Piano: Arnaldo Graziosi
  • Standfotografie: Deborah Beer
  • Producent: Alberto Grimaldi (Produzioni Europee Associate PEA, Roma / Les Productions Artistes Associés PAA, Paris), 1975
  • Opnamen: 3 maart – 9 mei 1975 in Salò, Mantova, Gardelletta, Ponte Merlano, Bologna, Cinecittà
  • Techniek: 35 mm Technicolor, 1:1,85, Arriflex camera’s
  • Lengte: 117 minuten (3.185 meter)
  • Première: Festival van Parijs, 22 november 1975
  • Scripttekst: niet in de handel verkrijgbaar; er circuleren alleen kopieën van de getypte dialogen t.b.v. de acteurs
  • Video-editie VHS: De Laurentiis Ricordi video EC542, april 1988 (± 112 minuten); diverse andere video- en DVD-edities via internet te vinden.
  • Acteurs: de vier heren: Paolo Bonacelli (il Duca, Hertog, Blangis), Giorgio Cataldi (il Vescovo, Bisschop; gedubd door G. Caproni), Uberto Paolo Quintavalle (Sua Eccellenza il Presidente della Corte d’Appello, Excellentie, Curval), Aldo Valetti (il Presidente Durcet, President, Durcet; gedubd door Marco Bellocchio)
  • De vier vertelsters: Caterina Boratto (signora Castelli), Elsa de’ Giorgi (signora Maggi), Hélène Surgère (signora Vacari; gedubd door Laura Betti), Sonia Saviange (pianiste)
  • De aanvankelijk negen jongens-slachtoffers: Sergio Fascetti (Sergio), Bruno Musso (Carlo), Antonio Orlando (Tonino), Claudio Cicchetti (Claudio), Franco Merli (Franco), Umberto Chessari (Umberto), Lamberto Book (Lamberto), Gaspare di Jenno (Rino), Ferruccio Tonna (Ferruccio, voortijdig neergeschoten)
  • De aanvankelijk negen meisjes-slachtoffers: Giuliana Melis (Giuliana), Faridah Malik (Fatmah), Graziella Aniceto (Graziella), Renata Moar (Renata), Dorit Henke (Doris), Antinisca Nemour (Antinisca), Benedetta Gaetani (Eva), Olga Andreis (Olga), sorella Troccoli (zus van Claudio Troccoli; in het begin vermoord)
  • De vier dochters: Tatiana Mogilanski (Tatiana), Susanna Radaelli (Susy), Giuliana Orlandi (Giuliana), Liana Acquaviva (Liana)
  • De vier oudere soldaten: Rinaldo Missaglia, Giuseppe Patruno, Guido Galletti, Efisio Etzi
  • De vier jongere soldaten: Claudio Troccoli, Fabrizio Menichini, Maurizio Malaguzza, Ezio Manni
  • De personeelsleden: Paola Pieracci, Carla Terlizzi, Anna Recchimuzzi, Ines Pellegrini
  • Verder nog een aantal minder prominente acteurs, soldaten en figuranten, waaronder de collaborerende ronselaars die in meisjes- en jongensinternaten of -scholen de kandidaten voor de heren hebben verzameld en ze presenteren. Voor de meisjes is dat onder meer la signora Rossa en la signora Cicciona, voor de jongens Sandro en il signore Galois.

Naast het feit dat het al opmerkelijk is dat de meeste acteurs in de film hun eigen naam als acteursnaam behouden, is het ook niet onbelangrijk na te gaan hoe en door wie elke acteur in Salò wordt aangesproken. Ik ben dat nagegaan vanuit de originele Dialoghi en heb het geverifieerd in de uiteindelijke bioscoopversie. Het levert vrij markante resultaten op: in hiërarchisch neerwaartse richting worden er eigennamen, verzamelnamen en scheldnamen gebruikt, soms misplaatste, cynische koosnamen. In horizontale richting (de volwassenen onder elkaar): beleefde, vriendelijke aansprekingen, soms flauwekulnamen als porco Giuda (Jodenzwijn). In opwaartse richting, dus de slachtoffers of het personeel tegen de heren en de vertelsters, is er nauwelijks enige aanspreekvorm; de onderlaag van deze samenleving richt het woord niet of nauwelijks tot de top; logisch: hun wordt niets gevraagd, alleen maar bevolen en meegedeeld. Ze hebben dus ook niets terug te zeggen.
Per persoon eerst de acteursnaam, dan de aanspreekvorm met tussen haakjes door wie die vorm wordt gebezigd.

  • Albertina: Albertina (Castelli, Curval)
  • Antiniska: Antiniska (Blangis)
  • Antonio: tu (Curval), Tonino (Blangis)
  • Blangis/Curval/Durcet/Vescovo: signori (Maggi, Vacari), i signori (Maggi), Loro (Maggi), voi (Claudio)
  • Blangis/Curval/Durcet: signori (Vescovo), figli di puttana (Vescovo)
  • Blangis/Curval/Vescovo: amici (Durcet)
  • Blangis/Durcet/Vescovo: signori miei (Curval)
  • Blangis: signore (Cicciona, Castelli, Renata), mio signore (Maggi), duca (Maggi, Durcet), caro duca (Curval), Lei (Vescovo)
  • Carlo: Bruno (Durcet; in de Dialoghi wordt hij soms als Carlo, soms als Bruno vermeld; reden mij onbekend), Carlo (Blangis, Durcet), piccolo impertinente (Durcet), tu (Durcet)
  • Castelli: signora (Rossa, sorella Troccoli, Durcet), Lei (Rossa, sorella Troccoli, Durcet)
  • Claudio: Claudio (Blangis, Durcet, madre Troccoli), figlio mio (madre Troccoli), caro (Vescovo)
  • Curval/Durcet/Vescovo: cari amici (Blangis)
  • Curval: Eccellenza (Blangis, Durcet, Vescovo), signore (Albertina), signore mio (Vaccari), Lei (Blangis, Durcet), Votre Excellence (Blangis)
  • Doris: Doris (Blangis, Vaccari), tu (Durcet)
  • Durcet: Presidente (Curval, Blangis, Castelli), caro Presidente (Blangis, Curval), porco Giuda (Blangis), signore (Doris, Castelli, Carlo), signor Presidente (Vaccari)
  • Efisio: Efisio (Durcet)
  • Eva/Graziella: voi due (Blangis), care signorine (Curval)
  • Eva: tu (Rossa), piccola (Rossa), Eva (Graziella, Vaccari), figlia di puttana (Vescovo), lurida puttana (Vescovo)
  • Ezio: Ezio (Luigi)
  • Fabrizio: Frabrizio (Durcet)
  • Faridah: Fatmah (Balngis)
  • Franco: tu (Curval, Durcet), Franchino (Durcet), imbecille (Vescovo), Franco (Blangis)
  • Giuliana: Giuliana (Blangis, Vaccari)
  • Graziella: Graziella (Vaccari)
  • Lamberto: tu (Curval), Lamberto (Blangis)
  • Liana: Liana (Blangis)
  • Luigi: Luigi (Ezio)
  • Maggi: Lei (Durcet), signora Maggi (Blangis, Durcet), cara signora Maggi (Curval)
  • Ragazze (meisjes-slachtoffers): voi (Castelli), tutte le altre (Vaccari)
  • Ragazze/ragazzi (slachtoffers m/v): deboli creature incatenate (Blangis), voi (Blangis), tutti (Blangis, Vescovo), questi parassiti (Blangis), imbecilli (Curval)
  • Ragazzi (jongens-slachtoffers): ragazzi (Sandro, Galois, Durcet)
  • Renata/Sergio: voi (Vescovo), imbecille (Vescovo)
  • Renata: tu (Rossa, Vescovo), Renata (Blangis, Vaccari, Vescovo), bambina mia (Blangis), poverina (Blangis), questa cagna (Blangis), piccola (Blangis), la piccola (Vescovo)
  • Rinaldo: Rinaldo (Durcet)
  • Rino: Rino (Durcet)
  • Ruffiane (personeel): voi stronze (Blangis)
  • Sergio: tu (Blangis, Vescovo), il nostro piccolo Sergio (Blangis), Sergio (Blangis, Vescovo), mia diletta sposa (Curval)
  • Susy: Susy (Blangis, Curval)
  • Tatiana: Tatiana (Blangis)
  • Umberto: Umberto (Blangis, Durcet)
  • Vaccari: signora Vaccari (Blangis, Curval)
  • Vescovo: Monsignore (Blangis, Castelli, Durcet), Lei (Blangis, Guido, Graziella), signore (Claudio)

Literatuuropgave

Het was volgens mij de eerste en vooralsnog enige keer dat de VPRO-gids, nr.39, 1997, werd verzonden met een neutrale, onbedrukte omslag van bruin kraftpapier. Waarom? Op de voorpagina stond een collage van foto’s uit Salò, de film die de VPRO op zondag 28 september 1997 op Nederland 3 uitzond. Voorin die gids een vijftal bladzijden met voorbeschouwing op die vertoning. Die omslag zou een enkele postbode wellicht op verkeerde gedachten kunnen brengen.

 

Over Salò en De Sade is vrij veel gepubliceerd – veel daarvan is op internet wel terug te vinden. In dit overzicht neem ik alleen die werken op die voor het totstandkomen van mijn serie berichten over Salò relevant zijn geweest. Bedenk daarbij dat het geraamte van mijn Salò-teksten op deze weblog al begin jaren-’90 is ontstaan en de genoemde bronnen dus al van 20 jaar of nog eerder dateren. Een wat ouder overzicht van verdere literatuur staat in De Giusti’s standaardwerk uit 1983, of is, van iets recentere datum, terug te vinden bij Schwarz (1992), een wetenschappelijk gezien overigens hopeloos werk omdat het bovenmatig subjectief en suggestief is, typisch Amerikaans, ben ik geneigd te zeggen, en literatuurverwijzingen alleen maar zijn terug te zoeken via het notenapparaat, en dus ongeordend zijn.

  • Bachmann, Gideon, Pasolini and the Marquis de Sade. In: Sight and Sound, Winter 1975-1976, p.50-54
  • Bachmann, Gideon, Pier Paolo Pasolini in Perzië. In: Skoop, jg.IX, nr.6, november 1973, p.2-9. Amsterdam 1973
  • Bertini, Antonio, Teoria e tecnica del film in Pasolini. Roma 1979 : Bulzoni Editore
  • Branbergen, Anne, God, wat waren we fantastisch beestachtig. Salò en de beklemmende anarchie van de macht. In: VPRO-gids 39 (1997), p.4-8. ISBN 8710425007837
  • Brongersma, E., Jongensliefde. Seks en erotiek tussen jongens en mannen. Am,sterdam 1987 : SUA. ISBN 9062221343
  • Brongersma, E., Loving boys. Vol.2. Elmshurst 1990 : Global Academic Publishers. ISBN 1557410038
  • Bzzletin, Jg.9, nr.83, februari 1981. Themanummer Sade. ‘s-Gravenhage 1981 : Stichting Bzztôh
  • Calabretto, Roberto, Pasolini e la musica. Pordenone 1999 : Cinemazero
  • Cantaintasca, Canti folkloristici e di montagna. Vol.5. Milano 1989 : Pubblicazioni Ricordi musica leggera nr.MLR 43
  • Carabiniere, il, Jg.XLVI, nr.7, juli 1993. Roma 1993 : Ente Editoriale per l’Arma dei Carabinieri
  • Casi, Stefano, Cupo d’amore. L’omosessualità nell’opera di Pasolini.Bologna 1987 : Quaderno di critica omosessuale, n.2. Centro di documentazione Il Cassero
  • Chopin, Frédéric, Walzer. Rev. Hermann Scholz/Bronislaw von Pozniak.Leipzig z.j. [1977] : Edition Peters nr.1901
  • Cinema Sessanta, Jg.XIX, nr.121, mei-juni 1978. Roma 1978
  • Coninck, Lenneke de en Gerard Huisman, Il cinema di Pier Paolo Pasolini. Arnhem 1993 : Stichting Contact Film Cinematheek. ISBN 9080157317
  • De Giusti, Luciano, I film di Pier Paolo Pasolini. Roma 1983 : Gremese editore. Serie Effetto Cinema 6. ISBN 8876050515
  • Dialoghi (zie: Pasolini 1975)
  • Dullaart, Leo e.a., Tegenlicht op Pasolini. Amsterdam 1974 : De Woelrat. ISBN 9070484225
  • Eerd, Karel van, Openbaar interview met Laura Betti. Amsterdam 16.9.1993 : Stichting Nederlands Filmmuseum
  • Egeraat, L. van, Gids voor Noord-Italië. Zesde uitgebreide druk. Amsterdam 1961 : Allert de Lange
  • EO-Tijdsein, 2 februari 1994, 22.00-22.28u. TV-Ned.2
  • Hermans, Willem Frederik, Paranoia. Herziene uitgave. Amsterdam 1971 : G.A. van Oorschot. ISBN 902820072X (daarin opgenomen: Het behouden huis)
  • Hosman, Harry, De boodschap: macht corrumpeert. In: VPRO-gids 39 (1997), p.6. ISBN 8710425007837
  • Indiana, Gary, Salò or The 120 Days of Sodom. London 2000 : British Film Institute. BFI Modern Classics. ISBN 9780851708072
  • Kadare, Ismaïl, De generaal van het dode leger. Vert. Karlijn Stoffels. Amsterdam 1972 : Uitgeverij Pegasus. ISBN 9061431018. Oorspronkelijke titel: Gjenerali i usjtërisë së vdekur (1967)
  • Keesings Historisch Archief. Geïllustreerd dagboek van het hedendaagsch wereldgebeuren. Tweede deel, 1934-1937. Amsterdam 1934-1937 : Systemen Keesing
  • Loonen, Nard, De magische drie in ‘Il fiore delle mille e una notte’ van Pier Paolo Pasolini. Een analyse. Amsterdam 1990 : Stichting Rode Emma. Serie Dilemma nr.4. ISBN 9073249023
  • Loonen, Nard, Wij fascisten zijn de enige ware anarchisten. In: De Vrije Socialist, jg.1, nr.2, voorjaar 1994
  • Maraini, Diacia. (Persoonlijke communicatie. Interview dd. 4.8.1989 te Sabaudia. Zie elders op deze weblog in de categorie Film)
  • Merli, Franco. (Persoonlijke communicatie. Interview dd. 1.8.1989 te Rome. Zie elders op deze weblog in de categorie Film)
  • Miccichè, Lino, I miti di Pier Paolo Pasolini. In: Il cinema italiano degli anni 60. Venezia 1975 : Marsilio
  • Mulisch, Harry, De aanslag. 26e druk. Amsterdam 1982 : De Bezige Bij. Bezige Bij Pocket 100. ISBN 9023424115
  • Mulisch, Harry, De zaak 40/61. Een reportage. 8e druk. Amsterdam 1966 : De Bezige Bij. Kwadraat Pocket 4
  • Pasolini,Pier Paolo, Salò o le 120 gionate di Sodoma. Dialoghi. Typoscript. Z.pl., z.j. [Roma 1975] : Associazione Fondo Pier Paolo Pasolini
  • Pasolini,Pier Paolo, Salò o le 120 gionate di Sodoma. VHS-film. Roma 1988 : De Laurentiis Ricordi video EC542.
  • Quintavalle, Uberto Paolo, Giornate di Sodoma. Ritratti di Pasolini e del suo ultimo film. Milano 1976 : Sugarco Editore
  • Sade, D.A.F. de, De 120 dagen van Sodom. Of de school der losbandigheid. Vert. Hans Warren. Den Haag 1969 : Bert Bakker/Daamen
  • Schwartz, Barth David, Pasolini requiem. Een biografie. Amsterdam 1992 : Meulenhoff Editie 1219. ISBN 9029025654
  • Studime Filologjike, jg.XXVI(IX), nr.2. Tiranë 1972 : Universiteti shtetërori Tiranës (geheel in het Albanees behoudens sommige samenvattingen in het Frans en Russisch)
  • Thomése, Frans, Door het leven verslonden. Het moordlustige verdriet van Pier Paolo Pasolini. In: De Tijd, 14.7.1989, p.28-30. Amsterdam 1989
  • Unità, l’, Giornale fondato da Antonio Gramsci. Jg.68, nr.173, 21 augustus 1991. Roma 1991
  • Vande Veire, Frank, Fascisme als diabolisch formalisme. Over Pasolini’s Salò of de 120 dagen van Sodom (deel 1). In: De witte raaf, nr. 96, maart-april 2002, p.1-5Brussel 2002 : DWR/TWR vzw
  • Vries, Theun de, Februari. Roman uit het bezettingsjaar 1941. Drie delen. Amsterdam 1962 : Uitgeverij Pegasus
  • Vries, Theun de, Hoogverraad. Arnhem 1950 : Van loghum Slaterus
  • Vries, Theun de, Het meisje met het rode haar. Roman uit de jaren 1942-1945. 12e druk. Amsterdam 1981 : Em.Querido
  • Vries, Theun de, De vrijheid gaat in ‘t rood gekleed. Amsterdam 1945 : Republiek der Letteren
  • Vries, Theun de, W.A.-man. Novelle. 7e druk. Amsterdam 1983 : Van Gennep. ISBN 9060125215
  • Walda, Dick, Trompettist in Auschwitz. Herinneringen aan Lex van Weren. Amsterdam 1980 : Elsevier/De Boekerij. ISBN 9010031462
  • Wordt Vervolgd, Maandblad van Amnesty International, jg.27, nr.2, februari 1994. Amsterdam 1994. ISSN 01654241

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>