Dauphine 3324 LN 12 (1/2)

(Eerder gepubliceerd in En France, voorjaar 1996, p.38-40. Tekst enigszins aangepast)

Het was niet alleen de tomaatrode kleur die mij zo trok in het autootje. Ook niet de gave, haast wellustige rondingen die zo kenmerkend zijn voor een Renault Dauphine. Wat mij als kind het meeste aansprak, waren de groen-fosfor koplampjes die de Dinky Toy overdag blij deden kijken, en die ’s nachts, samen onder de dekens, hun toverachtig licht uitstraalden. In een echte Dauphine had ik nooit gezeten, en mede daardoor kon dit speeltje zijn bijna mystieke, eigen wereld blijven vormen waardoor ik geheel werd geobsedeerd. Deel 1: de aanschaf en restauratie.

Het was 1958 en in Billancourt rolde de 499.533ste Renault Dauphine van de band.

Vierendertig jaar later. Herfstvakantie. Ik ben met Mieke en Joeri op bezoek bij Bernard Huijbers en Annelou Koens in de Aveyron, in Espeilhac. Bij het zien van hun oude Dafje 33 schiet me mijn jeugdliefde weer te binnen, en op slag ben ik vastbesloten een echte Dauphine te gaan kopen.
De plaatwerkerij in het naburige dorp heeft er geen staan, maar weet wel te melden dat er in Saint-Christophe, zo’n 40 km verderop, eentje bij een tankstation te koop staat. Het blijkt een gouden tip: langs de oprit blikken mij twee gele koplampen vrolijk aan, waaromheen de onmiskenbare sappige ronde vormen van een Dauphine. Kleur rouge corail. In mijn herinnering is dat precies dezelfde kleur als die van mijn Dinky Toy, maar dat kan ook wel wishful thinking zijn. De garagiste heeft met geel krijt op de voorruit zijn aanbieding pogen te omschrijven:

Renault Dauphine ’58
F 8.000
+ autre Dauphine
& nombreuses parts

De prijs, omgerekend € 1.220,00, duidt niet op afzetterij, de overige bijzonderheden interesseren mij vooralsnog volstrekt niet. Ik bekijk het autootje. Het ziet er gebruikt, maar niet versleten uit. Ik vraag de verkoper of ik een proefritje mag maken. De motor slaat meteen aan en alles, lampjes, claxon (van het merk Jericho), metertjes, alles doet het. De kofferruimte is redelijk verroest. Op het identificatieplaatje is het wagennummer duidelijk te lezen: 499533. De koop is eigenlijk al gesloten, maar voor de show laat ik de wagen nog even op de brug zetten om de onderkant te bekijken. Geen gaten of scheuren. Verkocht!

Tegenover het huis van Bernard en Annelou in Espeilhac

Maar dan komen de kleine lettertjes: ik moet dan wel ook die andere Dauphine erbij nemen, en al die onderdelen, alles ineens voor de vermelde prijs. Ik kijk om me heen, maar zie geen andere Dauphine. Nee, die staat bij de garagiste thuis, geheel gedemonteerd, maar compleet. Nou ja, dan toch maar even kijken. De man, die overigens nauwelijks verstaanbaar Frans spreekt maar wel onvervalst Occitaans, sluit zijn negotie en rijdt met ons naar zijn huis dat op nauwelijks 50 km van het tankstation ligt. In Frankrijk tellen kilometers niet. Daar eenmaal aangekomen, wandelend naar de boomgaard, overvalt mij een gevoel van hulpeloosheid: tussen de fruitbomen staat/ligt/hangt het karkas van een Renault Dauphine, oorspronkelijke kleur in hoofdzaak wit, zonder wielen, zonder deuren, zonder ruiten, zonder stoelen, zonder motor. Gewoon een afgedankt skelet. De handelaar, bedreven, poogt mij gerust te stellen. Achter de boomgaard, dwars door het kippenhok en enkele ganzen door laverend, loodst hij mij naar een berg oud roest en hij wijst er vol trots op: drie motoren, vier versnellingsbakken, assen, wielen,… Gedemonteerd, maar compleet, ja. Alle Peugeot-onderdelen die eveneens in de stapel oud ijzer zitten, worden door hem nadrukkelijk van de koppelverkoop uitgesloten.
Ik ben nog niet geheel overtuigd, ziet hij. Mee het huis in dus, door de keuken waar zijn vrouw tegen ons een minzame, zij het erg nadrukkelijke en al even Occitaanse monoloog begint waarvan ik totaal niets versta, en die pas ophoudt als wij, een half uur later, weer terugrijden. Alleen de aangeboden koffie is mij duidelijk. Maar eerst mee, de trap af, het souterrain in. Kruipend -want hoger zijn de gewelven niet- belanden wij bij dozen vol losse onderdelen, deuren, ruiten. Alles bij elkaar van wel vier Dauphines, vertrouwt de man mij toe. Het is mij nu werkelijk te gortig geworden. Ik wil die rode en verder niks. Dadelijk biedt hij me ook nog zijn veestapel aan. Ik bedank hem voor de niets verhullende rondleiding en maak mijn besluit kenbaar. Mis. Het is alles of niets. Ik overleg met Mieke. Ook zij ziet de overstelpende partij ongeregeld goed absoluut niet zitten, dus handhaaf ik mijn voornemen: de rijdende, en voor de rest: “non, merci”. Helaas. Het betreft hier echt één koop. Ik kruip de schuilkelder uit, ga rechtop staan en denk na. Boven, in de keuken, galmt nog immer de hartelijke tekst en uitleg van de vrouw des huizes. Dan meld ik vastberaden de négotiant dat ik hem F 10.000 bied als ik alleen maar de rode Dauphine hoef te nemen.
Heden ten dage weet ik nog steeds niet of de man slim was of stom, maar hij slaat het aanbod af.

De koraalrode Dauphine, kenteken 320 FY 12 verslindt in precies 21 uur de 1250 kilometers van Saint-Christophe naar Boxmeer, zonder ook maar één mankement te vertonen, althans, één keer moeten stoppen omdat een van de ruitenwissers eraf waaide die we 50 meter terug in de berm konden opvissen. De rest van het gezin als bezemwagen er veiligheidshalve achteraan. Toegegeven, de benzinemeter zwabbert voortdurend tussen de uitersten 0 en 1, zodat je op de gok moet besluiten dat er moet worden getankt, en de remmen blijken op één voorwiel goed te werken, niet op de andere drie, zodat snelheden boven de 75 km/u volstrekt onverantwoord zijn. Thuisgekomen poetst ik het ding deugdelijk op en… verkoop het voor ƒ 3.750,= nadat ik het van alle kanten heb gefotografeerd. Achteraf snap ik ook niet waarom. Jeugdliefde? Kennelijk was de auto te goed om echt van mij te zijn en had ik het gevoel haar alleen maar slechter te kunnen maken.

Voor de wel erg nombreuses parts en het wrak had ik afgesproken binnen een maand terug te komen om alles op te halen. De mogelijkheid om gewoonweg niet terug te komen en de boel de boel te laten, had ik inmiddels verworpen. Enerzijds kwam het mij voor dat een overdaad een reserve-onderdelen niet verkeerd was, anderzijds groeide in  mij het verlangen om van niets iets te gaan maken. Het wrak had een kenteken, 3324 LN 12, de bijbehorende carte grise provisoire met initiële datum 00/00/1960 (hetgeen later 10/10/1960 bleek te moeten zijn) was al in mijn bezit. En zo reed ik in december 1992 met een auto-ambulance in een weekendje op en neer naar Zuid-Frankrijk en leek op zondagmiddag onze tuin in Boxmeer ineens een autokerkhof geworden.

Ik sla de periode tot juni 1995 over. Sommigen hebben mij voor gek verklaard, anderen haalden alleen maar de schouders op. Velen beweerden -met een kennersblik- dat zijzelf, of hun zwager, of oom, of ouders, vroeger ook een Dauphine hadden gehad. Een ander vroeg: “Is het een Fiat? Ik heb even niet goed gekeken”. Maar tussen al deze werkonderbrekingen door beleefde ik wat vele hobbyisten zullen herkennen als de roulette van geduld, tegenslag, trots, succes, vaak op details, gebrek aan onderdelen en bouwtekeningen, hulp van kenners. En duizenden guldens aan rubbertjes, spuitbussen, bouten en moeren, motorrevisie, overspuiten.

En dan komt er onherroepelijk dat go-no-go-moment waarop je gewoon weet: het gaat lukken of het wordt niks. Ik ben optimistisch. Ik denk de zaak onder controle te hebben en verzekerd te zijn van genoeg assistentie van derden. En natuurlijk krijg ik gelijk.

 

De gang naar de spuiterij in Heijen was de zoveelste laatste fase van de restauratie. Toen die eenmaal was voltooid, kon de auto, mits het niet regende (roest!), door Boxmeer en omstreken rondtoeren, zoals hieronder in de bossen bij Geijsteren.

 

En nog wel verder. Er lonkt een nieuw avontuur. Ik wil deze feniks met haar gele koplampen laten kijken naar de boomgaard waar zij als hopeloos wrak vandaan is gesleept. Een administratieve bijkomstigheid is dat ik dan aldaar het voorlopige kentekenbewijs kan proberen om te wisselen voor een definitief op mijn naam.

Deze onderneming komt in DEEL 2 van de Dauphinereeks aan bod.

 

 

6 thoughts on “Dauphine 3324 LN 12 (1/2)

  1. Geachte heer Loonen,
    Ik heb vroeger een Dauphine Gordini gehad en geheel opgeknapt, maar dat is wel 38 jaar geleden. Dus onderdelen nog geen probleem.
    Het zou erg handig zijn als u gegevens heeft waar je bijvoorbeeld onderdelen vandaan kunt krijgen. Heeft u dergelijke adressen. Hiermee zou ik erg geholpen zijn.
    Met vriendelijke groet, Jan Vogels

  2. beste ik heb in een garage een nieuwe motorkap van de dauphine gevonden.
    ik wil het verkopen….
    iemand interesse?

    gr Peter

    • RAL 3016 is rouge corail, oftwel Renault kleurcode 780. De diverse kleuren en kleurcodes zijn nogal verwarrend. Hij wordt ook verkocht als kleurcode 797. Ik heb die voor het binnenwerk gebruikt (interieur, onder motorkap en kofferruimte). De buitenkant is gespoten met kleur 789 onder de benaming rouge estafette, die op de overzichtslijst http://www.dauphinomaniac.org/Millesimes/Millesimes.htm vermeld staat als rouge montijo. Kortom, geen eenduidige benamingen en coderingen. RAL 3013 (tomatenrood) is het in ieder geval niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *