Acht op Sebastiaan (5/8) – kleding

Afbeeldingen van Sebastiaan – Kleding

In de reeks artikelen over afbeeldingen van Sebastiaan concentreren we nu op de wijze waarop Sebastiaan in die afbeeldingen gekleed gaat. Dat is uiteraard afhankelijk van de uitgebeelde scène. Meestal spoort dat met een van de episoden uit zijn leven; soms ook combineert een afbeelding kleding en attributen uit twee episoden, vermoedelijk om meer elementen van zijn verhaal in één beeld te kunnen vangen.

Diverse episoden
De door Sebastiaan gedragen kledij is in eerste instantie afhankelijk van de episode uit zijn leven die wordt uitgebeeld : 

  • Als genezer (zie het glas-in-loodraam uit Dieulouard in het artikel Episoden draagt Sebastiaan een toga met daarover een superplie en een stola: kenmerken van een priester in functie.
  • Als Romeins officier is hij als zodanig uitgedost en goed herkenbaar. Zie de afbeeldingen uit Nancy en Rumelange, ook in het artikel Episoden.

    De uitbeelding door Kiss (links), detail van een standbeeld in het Hongaarse Pécs, combineert (delen van) het uniform met de martelscène, iets wat uiterst zelden voorkomt. Op de voorgevel van de Sebastiaankerk in Remerschen (bij Schengen, Luxemburg)(rechts) zien we hem ook als officier gekleed, maar dan met 2 pijlen in zijn hand; ook een combinatie dus van twee episoden.
  • Tijdens de verzorging door Irene is Sebastiaan naakt of bijna naakt, maar steeds in een decente houding gepositioneerd (bijvoorbeeld: voorste been opgetrokken) waardoor het bedoelde piëte karakter van de afbeelding behouden blijft.
  • Bij zijn uiteindelijke dood en bij het wegwerken van zijn lijk is enige kledij nauwelijks relevant, in dit geval omdat Sebastiaan op deze afbeeldingen nogal klein of vaag is geschilderd. Zie bijvoorbeeld het schilderij van Lieferinxe in het artikel Episoden.

De grote verschillen treden op bij al die afbeeldingen waarop Sebastiaan gebonden staat en met pijlen wordt doorboord. De variatie loopt hier van Romeins uniform (uniek; zie de afbeelding van Kiss hierboven) via rijkelijk gekleed (zeldzaam; het voorbeeld hiernaast is te zien in de Sebastiaankerk in Cetturu, Wallonië) tot, al even zeldzaam, geheel naakt. Ik wijs op werken van bijvoorbeeld Baccio Bandinelli (begin XVIe), Mantegna (±1500), Severo da Ravenna (±1500), Vittoria (1566), Chimenti (±1600) en Fedi (1844), alsmede op een prachtig klein terracotta beeldje van 55 cm hoog in de Sint-Niklaaskerk te Perk bij Brussel. Zie hieronder.

Naaktheid
Jan van Scorel was een van de weinige (Nederlandse) oudere schilders die het aandurfde een compleet naakte Sebastiaan te portretteren. In 1542 verscheen zijn werk, waarbij een tweetal opmerkingen op zijn plaats zijn: (1) als model heeft hij een figuur gebruikt uit Michelangelo’s Laatste Oordeel, helemaal links, waarbij nota bene het origineel nog een kuis lapje boven aan het been heeft; (2) zoals we wel vaker tegenkomen bij Christelijk mannelijk naakt wordt de aandacht op de geslachtsorganen sterk teruggedrongen door die disproportioneel klein uit te beelden. Je zou toch mogen verwachten dat een zo vlezig gevormd lijf à la Rubens als op dit schilderij wel wat forser geschapen was…
Pas in de laatste halve eeuw zien we een grote toename van naaktafbeeldingen, bijvoorbeeld bij Henricot, Heidelbach, Haring, Hernandez, Joosen, Karalla, Leta, Litzroth, Lozano, Mills, Ojeda, Pellettier, Redondo, e.a. Bij sommige van deze recente afbeeldingen is een sm-achtige combinatie van pijn en genot invoelbaar. In vroeger eeuwen lag dat wellicht anders. Immers, het was bij de Romeinen bepaald niet ongebruikelijk dat naaktheid een onderdeel was van de strafoplegging, waarbij een aspect van doelbewuste ontering niet ontbrak. Zo is het waarschijnlijk dat Christus ook naakt aan het kruis heeft gehangen, maar de christelijke kerken gaan niet zover dat ze die realiteit in hun godshuizen ook gevisualiseerd willen zien. De naakte Christusfiguren zijn dan ook schaars, maar ze zijn er wel, zoals van Michelangelo.

Het verst op dit punt, voor zover ik in kerken ben tegengekomen, gaat de Sint-Niklaaskerk in Perk. Daar staat het bovengenoemde terracotta beeldje uit ±1700 van een geheel naakte Sebastiaan op een zijaltaar. Aanvankelijk stond het op ooghoogte boven op het tabernakel, maar in de jaren-80 heeft men het (uit bescherming of uit kuisheidsoverwegingen?) helemaal boven op het altaarstuk in de bekroningsnis geplaatst, op ruim 4 meter hoogte. Curieus is dat links en rechts van hem aan de boomtakken een koperen boog hangt waarmee pijlen zijn afgevuurd. Ook opvallend: één van de drie pijlen heeft zijn lichaam gemist en zit naast zijn hoofd in de boomstam gespiest. De auteur is helaas onbekend, maar hij had wel degelijk oog voor details en getuigt daarbij van grote realteitzin.


Kunst is een spiegel van de tijd. Zo drukken het Concilie van Trente en koningin Victoria evenzeer hun stempel op de kunst in preutse zin als dat de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw dat deden in “bevrijdende” zin. Vandaar dat vroeger veel kunstuitingen in later tijd voorzien werden van vijgenblaadjes, lendendoeken, een heel toevallig door de wind bewogen tak e.d. Het betreft puriteinse ingrepen die we in feite al bij veel afbeeldingen van Adam en Eva aantreffen, zelfs in de fase voor de verdrijving uit het paradijs. Kunstenaars zoeken echter ook de grenzen op van wat wordt getolereerd en dat betekent dat Sebastiaan op zeer veel afbeeldingen dusdanig schaars gekleed is, dat we dat heden ten dage in feite op het randje van pornografisch of althans prikkelend kunnen vinden, zoals de weergaven door Kuppfer (±1930) en Moreau (1876). Bovendien verraden in een aantal gevallen schetsen die aan het uiteindelijke werk vooraf gingen dat het wel degelijk om een naakte figuur ging, waar later een doek of kledingstuk overheen is aangebracht, bv. bij Perugino (±1495), die daarbij toch echter wel tot het uiterst minimale randje lijkt te zijn gegaan.

Kledingvarianten

Als hij gekleed gaat, zien we dus alle mogelijke varianten tussen een groot kleed dat van de schouders afvalt (maar nog wel een of meer verwondingen vrij laat zien) tot een iel lendendoekje of doorschijnende strook stof. Die zit dan rond zijn heupen met een knoop vast of wordt door een koord om zijn middel op zijn plaats gehouden. Een heel enkele maal (bijvoorbeeld Kuppfer (1930), De Barbari (1509) en Dossi (±1530)) is er geen knoop of touw nodig, maar blijft het doek “vanzelf” aan Sebastiaans voorkant hangen, iets waaraan kunstenaar en toeschouwer hun eigen interpretatie mogen geven.

 

Op oudere afbeeldingen draagt Sebastiaan ook wel een zogenaamde braie, de middeleeuwse voorloper van onze slip. Hier is daarvan een voorbeeld te zien op de afbeelding door Messina (1476), een afbeelding die in het artikel Entourages uit deze reeks om nog een andere reden interessant blijkt te zijn. De braie zien we bij nog wel enkele tientallen gravures en schilderingen van Sebastiaan en vele andere mannelijke figuren uit de periode voor 1600.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>