Europa Europa (Duitsland 1990)

Jammer dat deze film van Agnieszka Holland uit 1990 zo’n wanproduct is, want het, historisch gezien, zeer aangrijpende en op ware feiten gebaseerde verhaal verdient een beter lot.

Dat vraagt om een uitgebreid en nogal dubbel commentaar. Eerst zal ik laten zien hoe en hoe goed het verhaal is, daarna poog ik te verklaren hoezeer ik de film een mislukking vind.

Het verhaal
Salomon Perel (Marco Hofschneider, Berlijn 1969) woont met broers David en Isaak en zus Bertha bij zijn ouders in Peine, waar vader Azriel een schoenwinkel drijft. WO-II staat op uitbreken.
De scripttekst begint aldus: “Ik ben geboren op 20 april 1925, in Peine, Duitsland, Europa. Ik was het jongste en vierde kind van Azriel Perel de eigenaar van een schoenwinkel, en zijn vrouw Rebecca”. Als van het ouderlijk huis alle ruiten worden ingegooid, wordt Bertha dodelijk geraakt en besluiten de ouders dat het hele gezin, met Poolse paspoorten die zijn vader weet te regelen, naar het oosten moet trekken om uit de handen van de nazi’s te blijven. Zo komen zij in Łódź terecht, de geboorteplaats van zijn vader. Als Isaak, inmiddels in Poolse krijgsdienst, komt melden dat de Duitsers zijn binnengevallen en binnen een dag of wat het hele land zullen hebben bezet, besluit Azriel dat Salomon verder naar het oosten moet trekken samen met zijn oudere broer David die hem moet beschermen (David is in werkelijkheid ook Salomons broer: René Hofschneider, 1960). Tijdens deze vlucht raken de broers uit elkaar en Salomon, gered door en Sovjet-soldaat, komt voor een verblijf van twee jaar terecht in een weeshuis in Grodno. Daar wordt hij met andere joden, Polen en Russen opgevoed tot ware Sovjet-patriotten. Het verder oostwaarts oprukkende Duitse leger beschiet de weeshuis en de bewoners slaan op de vlucht. Salomon valt in Duitse handen. In de chaos die tussen Duitsers en gevangen genomen vluchtelingen ontstaat, weet Salomon zich te redden doordat hij (uiteraard) perfect Duits spreekt, maar ook Pools en Russisch. De Duitsers zetten hem als tolk in onder de schuilnaam Joseph (Jupp) Peters en toegevoegd aan een legereenheid trekt hij in Duits uniform verder mee. Robert, een van zijn compagnons, die blijkt een meer dan platonische interesse voor Jupp te hebben, benadert hem als hij zich in een teil aan het baden is. Jupp vlucht naakt weg, de hele schuur door, maar struikelt uiteindelijk, waarbij het de ander niet ontgaat dat de jongen besneden is (en dus joods). Hij accepteert dat op amicale wijze en belooft te zwijgen. Als kort daarop de Duitse stellingen door het Rode Leger worden vernietigd, overleeft Salomon als enige. Zijn superieur, die hem als weesjongen wil adopteren, stuurt hem naar de Hitlerjugendschool, waar hij de eed van trouw op Hitler zweert. Het is daar, begin 1943, dat het einde van de Slag om Stalingrad wordt afgekondigd. Dit markeert ook het begin van zijn amoureuze verhouding met Leni, een van de serveersters op de school. Om problemen te voorkomen poogt hij vergeefs zijn voorhuid te verlengen: het dichtbinden levert hem slechts een ontsteking op. “Ik kon niet vluchten van mijn eigen lichaam”, zo beklaagt hij zich. Hij is het dan ook die een vrijpartij met Leni (jawel, achter een joods kerkhof), voortijdig afbreekt, omdat “zij daar nog te jong voor is”. Maar als hij later bij haar thuis verneemt dat zij van een ander in verwachting is, knakt er iets in hem en geëmotioneerd bekent hij aan haar moeder dat hij joods is. Zij zegt dat ze dat van meet af aan heeft geweten (moeders weten immers alles), maar belooft hem niet te zullen verraden. De hele affaire met Leni en haar moeder krijgt geen vervolg, want de Russen veroveren het gebied en nemen Salomon gevangen. Net als hij aan een pas bevrijde joodse kampgevangene wordt overgeleverd die hem mag fusilleren, roept een stem achter hem zijn naam: het is zijn eveneens net bevrijde broer Isaak. Zij lopen over naar de Amerikanen. Salomon emigreert later naar Palestina.

Analyse/Commentaar
In feite is de film één grote flash back in een starre, maar niet hinderlijke chronologie, decennia later verteld door de “echte” Salomon Peres die ook voortdurend, maar niet uitsluitend, als commentaarstem in de film optreedt en aan het einde ook als zodanig in beeld verschijnt, ook al heeft hij overduidelijk de stem van de jonge Salomon. Op zich is daar niks mis mee. Het is een stijlmiddel dat in films en in de literatuur wel vaker wordt gepraktijkt (denk aan Van Oorschot in Mijn tante Coleta / Twee vorstinnen en een vorst, zowel het boek als de film) en het biedt de mogelijkheid het vertelperspectief te leggen bij een alwetende verteller die vanuit eigen herinnering de gebeurtenissen goed kan overzien. Zeker bij de verwerking van oorlogstrauma’s kan dit stijlmiddel soelaas bieden, maar het is geen must, net zomin als dat het een excuus is. Herinneringen zijn selectief en subjectief, dat kan niet anders, maar als je ze in boekvorm of op het scherm aan de openbaarheid prijsgeeft, moeten minstens de vermelde feiten in hun tijds- en geografische aanduidingen zo juist mogelijk zijn. Behoudens een wel erg groot aantal “toevalligheden” heb ik nergens evidente fouten opgemerkt in tijd of plaats, dus in die zin is de film correct en tevens waardevol.

Maar, het toepassen van het stijlmiddel flash back op deze manier werkt als een enorme valkuil. Waar een speelfilm doorgaans fictie is, eventueel gebaseerd op een roman die al evenzeer fictie is, dan wel enigermate is gebaseerd op waar gebeurde feiten, komt een film als Europa Europa door zijn vorm akelig dicht in de buurt van een documentaire met een synchroon meelopende vertelstem. Ook daar is op zich niks mis mee, zelfs niet als die evident subjectief is. Maar Agnieszka Holland raakt met Europa Europa verstrikt in een soort vormcrisis: om de spanningsboog aan te brengen, de conflicten reliëf te geven, de hoofdpersoon scherpe contouren te blijven geven en ongetwijfeld te voldoen aan allerhande eisen en directieven van de producent, doet ze de (documentaire) werkelijkheid meer dan eens geweld aan. Ik leg dat hieronder uit, waarna ik mijn kritiek in een viertal punten zal rubriceren.

De spanningsboog is duidelijk: alsof het een prima klassiek toneelstuk in vijf bedrijven is, loopt de boog van de expositie (“Joods gezin in Duitsland aan de vooravond van WO-II”) in een keurige regelmaat naar de peripetie (“Salomon overleeft en haalt de bevrijding”). Maar daarvoor zijn nogal wat cinematografische kunstgrepen nodig die de film, zeker op documentair niveau, uiterst ongeloofwaardig maken. Dat is daarom ook zo jammer, omdat de behandelde conflictstof, en het levensverhaal van Salomon Peres sec al helemaal, een beter lot verdient, zoals ik in het begin al meldde.

De conflicten zijn in menigvoud aanwezig: op microniveau: die tussen de familieleden, te weten bij de beslissing om uit elkaar te gaan als de situatie in Łódź te bedreigend wordt; die binnen Salomon zelf in zijn amoureuze en relationele gevoelens; op grotere schaal: die tussen joden en nazi’s; die tussen Duitsers en Sovjets; die tussen burgers en militairen; die tussen het “ene” Europa en het “andere” Europa; die tussen kinderen en volwassenen; die tussen hoop en vrees; die tussen verleden en toekomst. “Wie was mijn vriend? Wie was mijn vijand?”, overpeinst hij later. En als hij even later in gesprek is met Robert, die zegt acteur te zijn: “Is het niet moeilijk om iemand anders te spelen?”. “Veel simpeler dan jezelf zijn”, is het rake antwoord.
Het wordt allemaal in een juiste melange en afwisseling verwerkt en even aangrijpend als inzichtelijk aan de kijker voorgeschoteld. In die zin is Europa Europa een heel goede film en absoluut de moeite van het bekijken en overpeinzen waard.

De hoofdpersoon mag er ook al wezen: mede dankzij het knappe acteerwerk van Marco Hofschneider krijgt Salomon Peres meer en meer gestalte, in zijn wezen, zijn denken, zijn overlevingsdrang, zijn karakterontwikkeling – noem maar op. Bovendien voldoet hij (zonder andere acteurs tekort te willen doen) aan een primaire eis in boeken en films: de lezer of kijker moet voldoende mogelijkheden krijgen aangereikt zich met de hoofdpersoon te kunnen identificeren, in positieve zin, of zich in die hoofdpersoon te kunnen inleven, in positieve of negatieve zin. Immers, een hoofdpersoon hoeft niet per se sympathiek te zijn om toch het publiek te kunnen treffen en boeien. Welnu, als je al kijkende het gevoel krijgt dat je Salomon zo sympa vindt dat je hem in al zijn problematiek graag zou willen helpen, dan is dat artistieke doel bereikt: de kijker heeft zich weten te identificeren met de hoofdpersoon.

Waarom begon ik dan met de vermelding dat ik de film een wanproduct vind?

Mijn grootste bezwaren tegen de film zijn de volgende vier:

1. Marco Hofschneider is geboren in 1969 en is dus tijdens de opnamen ± 20 jaar oud. Hij speelt echter, getuige het script, vlak voor de oorlog een veertienjarige. Alleen zijn verschijning al, maar ook zijn optreden, maakt dat uiterst ongeloofwaardig.  De scriptschrijver haalde zich natuurlijk ook wel de moeilijkheden op de hals, door een zo jonge hoofdpersoon continu te volgen over een periode van vlak voor het uitbreken van de oorlog tot de bevrijding van Polen door het Rode Leger: de opnamen duren aanmerkelijk korter dan de vertelde tijd van circa vijf of zes jaren. Pas op het einde van de film mag Salomon inderdaad twintig zijn – eerder niet.
Vermoedelijk zullen er commerciële en/of juridische motieven aan ten grondslag hebben gelegen, met name omdat Salomon een aantal malen in de film naakt acteert. Bij een veertienjarige acteur zou dat in diverse landen niet door de censuur komen. Resteert dan automatisch de vraag of die naaktheid functioneel is, d.w.z. nodig voor de loop van het verhaal of ter vergroting van het conflict of de spanning. Ik denk van niet. In alle gevallen had het “probleem” eenvoudig kunnen worden opgelost door weglating of een andere camerapositie of beelduitsnijding.
Dat begint al vroeg in de film: we zien Salomon in een long shot zich uitkleden en in de badkuip gaan zitten, als vlak daarna de ruiten worden ingegooid. Hij springt het bad uit, klimt uit het raam en verbergt zich buiten in een houten ton, waar hij pas uitkomt als hij van een serveerster stiekem een nazi-regenjas heeft aangereikt gekregen. Als dit al een voor het verhaal noodzakelijke scène is, had die ook wel door een jongere acteur kunnen worden gespeeld zonder een R-rating op te lopen.

2. De eerste scène van de film beeldt de besnijdenis uit van de pasgeboren Salomon. Prima en duidelijk voor het vervolg van het verhaal. Zoals wij weten betekende besneden zijn in die tijd, en zeker in het nazi-denken, automatisch: jood zijn. Wat men daarvan ook denken moge, voor Salomon wordt het de komende jaren van vitaal belang te verhullen dat hij besneden is. Dat valt hem niet mee; in tal van precaire situaties weet hij maar met moeite zijn “ware aard” te verhullen, zij het meestal op wel erg doorzichtige wijze die meer aan een deus-ex-machina doet denken dan aan listigheid of toeval.
Het moet gezegd dat de regisseuse, het camerateam en de montage-afdeling hier ook debet aan zijn. Hierboven vermeldde ik al dat het betwistbaar is of Salomon zich in de film wel bloot moet vertonen aan andere personages, zeker van voren, maar tevens of hij zich zo moet vertonen aan de kijker. Wat blijkt namelijk: dankzij de huidige techniek waarbij je simpelweg beeld voor beeld kunt bestuderen, lijkt het of Marco Hofschneider, alias Salomon, helemaal niet besneden is. We worden dus mateloos gefopt doordat er een (fictief) probleem wordt gemaakt van iets wat (realistisch) niet bestaat. Een tweede motief waarom ik de keuze van Marco Hofschneider voor de hoofdrol nogal ongelukkig vind. Het doet een onaanvaardbare aanslag op de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van het gegeven verhaal. En zo ik mij vergis in mijn waarneming: als Salomons besnijdenis zo opvallend in beeld wordt gebracht, waarom wordt zijn besneden zijn dan zo opvallend buiten beeld gehouden?

3. Europa Europa bulkt van de deus-ex-machina’s. Ook die tasten, anders dan bij Suske en Wiske, in een film van dit kaliber de geloofwaardigheid aan. Ik noem er een vijftal.

- Het ligt er wel erg duimendik bovenop. Om Salomon “onbelemmerd” te kunnen volgen, moet de rest van het gezin uit beeld verdwijnen. En dat gaat minder subtiel dan gewenst: eerst wordt zus Bertha tijdens de pogrom dodelijk geraakt door glasscherven; broer Isaak “verdwijnt” in Poolse krijgsdienst. De ouders verdwijnen uit beeld doordat ze hun twee andere zoons zomaar wegsturen naar het ongewisse oosten en zelf in Łódź blijven (“Ons zal niets overkomen”; een wel erg goedkope flash forward waar niemand in trapt). Broer David verdwijnt bij het chaotisch oversteken van een rivier. En zo heeft de regisseur de handen vrij om zich alleen met Salomon te kunnen bezighouden.

- Een van zijn protagonisten in de eerste helft van de film is Zenek Dracz, medebewoner in het weeshuis, een katholieke Pool die Salomon voortdurend aanvalt op diens jood zijn. Eenmaal in Duitse gevangenschap ontmoeten zij elkaar weer, Zenek als gevangene, Salomon als tolk. Weer roept Zenek dat Salomon een jood is, maar de Duitsers verstaan het niet. Salomon geeft hem een oorvijg, Zenek springt over het hek en vlucht. In plaats van te worden neergeschoten (wat normaal was voor Duitsers in geval van Flüchtigen), rent hij “per ongeluk” onder een rijdende vrachtauto en is dood. Zo ontsnapt Salomon aan de onthulling van zijn jood zijn, maar het is alsof Lambiek aan het stuur zat. Waarom deze hernieuwde ontmoeting? En waarom deze fatale afloop?. En een vergelijkbare, veel te gemakkelijke en nodeloze deus-ex-machina herhaalt zich verderop in het verhaal nog meer dan eens.

- De Duitse soldaat-acteur Robert, met wie Salomon tijdens de veldtocht een diepgaand gesprek heeft en die hem al badend betrapt op zijn besneden zijn, is door die kennis qualitate qua een bedreiging voor Salomon, veel meer dan een vriend. Maar de redding is nabij. Net als Salomon heeft beweerd dat “religie opium voor de massa” is, bombardeert het Rode Leger de Duitse stellingen en daarbij komt de acteur Robert om het leven. Pijnlijk detail: de Russen vliegen daarbij met een Hercules C-130, een Amerikaans toestel dat pas in augustus 1954 zijn eerste vlucht maakte. Als dat geen deus-ex-machina is…

- Kiespijn is de volgende ontsnappingsroute. Als op de Hitlerjugendschool de schoolarts zijn jaarlijkse bezoek aflegt en blijkt dat iedere leerling zich voor hem moet uitkleden, veinst Salomon een acute aanval van een zenuwontsteking in zijn onderkaak. Ieder ander zou de schoolarts een eerste diagnose hebben laten stellen, maar hij wordt door een van zijn kameraden weggevoerd. Hij moet er wel voor bloeden: de tandarts trekt de “rotte” kies er zonder verdoving uit.

- Op het politiebureau heeft men argwaan gekregen vanwege zo vele ontbrekende papieren van Salomon. Hij beseft: “Nu kan alleen een wonder mij nog redden”. Hij heeft het nog niet gezegd, of het gebouw wordt door een geallieerde bommenwerper in puin geschoten. Hij kijkt met een triomfantelijke glimlach naar de hemel.

4. Het zal wel een kwestie van het format zijn, en dus van verkoopcijfers, dat ergens in een film, het liefst op ongeveer tweederde van de lengte, iets gebeurt wat seksueel spannend is: de onvermijdelijke romantische noot, die aller harten moet doen bloeden. Mag Salomon dan niet een kind van zijn leeftijd zijn, ongeacht of hij nou 14, 16, 18 of 20 is, en zijn leven willen invullen naar eigen idee en verlangen? “Ik ben niet van steen. Ik ben een mens. Ik heb ook gevoelens”, roept hij wanhopig uit tegen Leni’s moeder, aan het einde van de film. En de entourage waarin hij leeft, werkt niet bepaald bemoedigend: de waarneembaarheid van zijn jood zijn belemmert hem uiting aan die gevoelens te geven. Mijn bezwaar is dan ook niet dat wordt aangestipt of Salomon wel of niet aan zijn gevoeg komt; ik zou het hem van harte gunnen. Maar het is ook weer in deze film (na 80 van de 110 minuten) van een zo trieste voorspelbaarheid, zo would be, en dan ook nog eens zo onrealistisch: Zij geeft aan dat ze graag wil. Van hem wisten we dat ook al. Ze liggen samen onbespied tussen de struiken. Er is weinig fantasie voor nodig om dat tot een mooie daad te laten worden, in de film of in het echt, zonder dat zij te zien krijgt dat er bij hem iets ontbreekt. Maar het past in het melodrama van de hele setting dat hem (en haar) dat plezier nou eenmaal dient te worden onthouden. Het enige wat mag vloeien zijn tranen. Zo niet bij de twee betrokkenen, dan toch zeker bij het publiek. Nog even, en ik ga beweren dat zijn ellende wordt misbruikt voor entertainment. Maar zoiets hoort thuis bij de commerciële omroepen, desnoods bij kwijlerige liklollies als Boer zoekt vrouw of Het familiediner, maar niet in een serieuze film als deze.

Ter afronding
Ik zal het dan niet ook nog eens gaan hebben over een paar technische onvolkomenheden. Zoals het opmerkelijke feit dat de Poolse bevolking, op de vlucht geslagen voor de aanstormende Duitse troepen, gezien hun schaduwen, westwaarts vlucht – niet echt voor de hand liggend, dunkt me; bovendien wordt de karavaan aangevallen door een soort Spitfire (of een radiografisch bestuurd model daarvan) in plaats van door een Stuka of Messerschmitt. Of over het feit dat de tram die op enkelspoor naar het ghetto Litzmannstadt in Łódź vertrekt, in beeld komt nadat tien seconden eerder een tram vanuit het ghetto over hetzelfde enkelspoor om de hoek is verdwenen. Of over die reeds vermelde prenatale Hercules C-130. Ik moet niet gaan zeuren, gelet op de ernst en omvang van het verbeelde verhaal.
Maar dat is het hem nou precies : door de bovengenoemde bezwaarpunten word ik juist afgeleid van die aandacht voor het verhaal. Ze storen me, ze tasten de geloofwaardigheid aan. Het is net als een brief of artikel vol met taalfouten: door die, voor mijn part fistenullige, foutjes wantrouw ik de inhoud van het geschrevene. Als er staat : “Hoe installeerd u de printplaat”, dan denk ik automatisch dat de beschrijving ondeugdelijk is en kortsluiting dreigt. En zo komt het dat Salomon Peres voor mij helemaal geen jood is, laat staan besneden, en dat het niet de film is die hem redt, maar dat hij het is die de film moet redden. Dat zal Agnieszka Holland toch niet hebben bedoeld.
En om het nog wat schrijnender te maken: rond de jaarwisseling 2013-2014 zond de VPRO de driedelige tv-film Unsere Mütter, Unsere Väter uit, een film waarin we opvallend veel overeenkomsten met Europa, Europa kunnen ontdekken, maar ook waarin we kunnen ervaren hoe voortreffelijk een dergelijke (joods-)Duitse oorlogsfilm kan worden geproduceerd. Ik zal daarover half januari 2014 op deze weblog een apart bericht publiceren.

_________________________

Europa Europa (Duitsland/Frankrijk 1990). Regie: Agnieszka Holland. 112 minuten.
Alternatieve titel: Hitlerjunge Salomon.
Details: http://www.imdb.com/title/tt0099776/
Nederlandse (nou ja, Vlaamse) ondertitels als .srt-file: http://www.nlondertitels.com/subtitle/21905/Europa+Europa.html

 

_________________________

TOEGIFT:Olivier, Olivier (1992)


Ik wil Agnieszka Holland een tweede kans geven, en richt me daartoe op de film die zij twee jaar later maakte, met de Franse slag nog wel.

Een niet zo gelukkig echtpaar ergens in de Vendée. Dochtertje en zoontje van rond de tien. Olivier gaat, met een rood capje op en een mandje op de bagagedrager, eten brengen naar zijn zieke oma, maar arriveert daar niet. Een grote boze wolf wordt gevreesd.
Prachtige beelden zien we intussen, van het begin af aan, en dat blijft ook zo; leent het Franse platteland zich daar beter voor dan het Duitse, Poolse, Russische? Daar doorheen voortdurend details met symbolische waarde. Subtiel, dat is de goede term ervoor. Om die allemaal te doorgronden zal iemand er eens goed de tanden in moeten zetten. Muziek die zich niet storend opdringt, maar synchroon meebeweegt met de spanningsboog van de beelden.
Een grote zoekactie levert niets op. Het gezin, met al zijn barsten, raakt nu helemaal verscheurd. Vader Serge Duval, dierenarts op het platteland, aanvaardt een betrekking in Tsjaad en laat vrouw en dochter radeloos achter. Ook de rechercheur die de vergeefse zoektocht leidde, vertrekt. Hij wordt overgeplaatst naar Parijs.

“Paris, 6 ans plus tard”, meldt het beeld.
Op het politiebureau duikt voor dezelfde rechercheur een 15-jarige jongen op met een rood capje op zijn hoofd, die zegt Sebastien Blanche te heten en op zoek te zijn naar zijn moeder.
De rechercheur vertelt hem de geschiedenis van Olivier, jaren geleden. Hij is ervan overtuigd de jongen eindelijk te hebben teruggevonden. Hij lijkt het ook te zijn, want hij kent zijn (oorspronkelijke) naam, die van zijn moeder en zusje en nog meer details. Zijn moeder komt hem ophalen en ze reizen per trein terug naar het ouderlijk huis.
Kort daarop keert ook Serge weer vanuit verre oorden en is het gezin herenigd. Alles wijst erop dat de omstandigheden nu aanmerkelijk beter zijn dan voorheen. Maar dat valt tegen. Men komt er niet achter waarom en hoe Olivier verdween, en hij zegt het ook niet. “Nadine haat me”, krijgt hij eruit (maar hij heeft haar foto al in zijn binnenzak gestopt). “Ze is jaloers, altijd al geweest”, repliceert zijn moeder. Nadine pretendeert niet te geloven dat Olivier echt haar broertje is, en juist dat opent de deur naar toenadering.
De ontknoping, als Olivier weer terugkeert naar Parijs en zijn eigen jeugd ontkent, is verrassend. Net als je zeker weet dat je alles begrijpt, snap je er niks meer van. Dat is surrealisme, of beter nog magisch realisme. Dat is kwaliteit. Op mij heeft het dezelfde uitwerking die De komst van Joachim Stiller (1976) of Rosemary’s baby (1968) ook ooit hadden.

De film straalt voortdurend kwaliteit uit en zuigt de kijker het verhaal in, waar Europa Europa ons de hele tijd op afstand houdt omdat de beelden zo nep zijn. Dat is het, maar ook de acteerprestaties van zowat alle personages, de temporisering van de gebeurtenissen, en, zoals gezegd, de talloze mystificerende details die je continu bezighouden en je ervan overtuigen dat je in het ongewisse dient te blijven. Voor zo’n klus ga je graag even anderhalf uur zitten.

Zijn er parallellen tussen Europa Europa en Olivier, Olivier? Ja, als je goed zoekt. De meest in het oog springende is de reduplicatie in de titel, maar so what? Een verhaal dat is gebaseerd op ware of beweerd ware feiten? Een verscheurd gezin en een jongen die stoeit met zijn identiteit? Je kunt het zeggen, maar het is gezocht. Misschien duidt het wel op een soort thematiek die Agnieszka Holland intrigeert en tot het maken van films brengt, maar daar moet het wat mij betreft dan ook maar bij blijven. Oordeel zelf.

_________________________

Olivier, Olivier (Frankrijk 1992). Regie: Agnieszka Holland. 110 minuten.
Details: http://www.imdb.com/title/tt0102583/
Nederlandstalige ondertitels als .srt-file heb ik nog nergens gevonden.
Misschien maak ik die zelf nog wel een keer. 

 

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>