7 Sacramenten (1959-1966) – 6/7

Het is puur geluk dat ik net in de goede periode (1959-1966) op het IG en het schoolkoor zat. Het was de revolutionaire omwenteling van Latijn naar volkstaalliturgie, van besloten naar open, van uittredende en al dan niet trouwende Jezuïeten, van Mgr. Bekkers en Vaticanum-II. En voor mij bleef dit allemaal behapbaar op tonen van gezang.

Het begon in 1959 nog wel zo klassiek: een mis van Perosi (ben vergeten welke precies), muziek van Buxtehude, Schütz (“Da Jesu an dem Kreuze stund”) en Mozart (“D’Bäurin hat d’Katz verlor’n”) en heel af en toe iets Engels of Nederlands daarnaast, waaronder een complete Johannespassie.
Het eerste hoogtepunt dat ik beleefde, was een opname voor een heus singletje “Ambrozijn en Groggelgijn” dat werd opgenomen ten bate van “scholen op de Libanon”.
OP DE Libanon.
OP: alsof de Libanon een paramilitaire missiepost was, een soort Kamp Holland, in plaats van een land.
DE: alsof Libanon geen onafhankelijke staat was, maar dat was het sinds 1943 wel: het was daarvoor een Frans mandaat, en dan krijg je dat lidwoord, net als bij DE (Belgische) Congo en DE (Sovjet) Ukraïne. Maar goed, (neo-)koloniale en missietradities laten zich niet zomaar uitroeien.
En om die arme schoolkindjes in de Libanese schoolbankjes een beetje te helpen, gingen wij zingen en een 45-toerenplaatje verkopen.
En kroketten. Of waren het croquetten? Ik had nog nooit zo’n ding gegeten; het kwam bij ons thuis niet voor op de postkoloniale Nederlandsch-Indische menukaart. Voor ƒ 0,25 waagde ik mij eraan, en nu nog steeds proef ik die eerste croquette mijns levens. Daarna oeverloos veel gegeten. Bij de FeBo, ook voor een kwartje uit de muur, maar die waren minder lekker.
Op het singletje “Ambrozijn en Groggelgijn” stonden wel vijf nummers bijeengeperst: op kant A “Het lied van de uittocht” met Bernard Huijbers als baritonsolo (“Toen Israël uit Egypte trok…”; trokken ze maar uit de Libanon, dacht ik een kwart eeuw later) en “Het lied van de wederkomst”. Op kant B “Het lied van de wijnstok”, de niet-vertaalde spiritual “Live a-humble”, en dan eindelijk, omdat er nog plek op het vinyl over was, “Muzeldicht”.

(Spreekt na afloop van de opnamen de oude pater Minderop mij aan: “Heb je dat goed gehoord, Nardje, dat je humble moet leven! Humble!”)

Al die kerkelijke liederen waren natuurlijk onvermijdelijk; het project moest immers vooralsnog worden gefinancierd door de school. En Jezuïeten kunnen dan wel centen hebben, maar als het op uitgeven aankomt, kijken ze wel uit. Dat is oorzaak en gevolg tegelijk, uiteraard.
Voor ons als koorleden waren het verplichte nummertjes waar we niet moeilijk over deden. Die spiritual bracht de stemming er wel goed in, maar het toppunt was toch echt dat Muzeldicht. Het hardnekkige verhaal gaat dat Pieter Nieuwint die tekst, zie de achterkant van het hoesje hierboven, had geschreven toen hij op III-Gym zich tijdens een les Latijn stierlijk zat te vervelen. Se non è vero…
Mocht iemand heel erg geïnteresseerd zijn: ik heb nog de vierstemmige partituur met pianobegeleiding liggen in Huijbers’ handschrift. Gescand heb ik die foliobladen nog niet, maar bij leven en welzijn, en voor twee croquetten, wil ik dat wel doen.

In die eerste jaren dat ik er deel van uitmaakte, was het koor een grootse eenheid van 30 sopranen, alten, bassen en tenoren, 120 man sterk dus, bij uitvoeringen dan ook nog vaak in samenspel met het niet onverdienstelijke schoolorkest. In ’n Eeuw IG staat deze prachtfoto van Louis van Paridon. Hoe langer ik ernaar kijk, hoe meer ik me daar nog zie staan op die veel te kleine koorvloer boven-achterin de kapel. De ruimte was zo krap, dat de bassen (rechts) zelfs nog achter de manualen van het orgel moesten plaatsnemen. Midden voor staat dirigent Bernard Huijbers, op de rug gezien. Vlak voor hem zit orkestleider Ted de Cloet. Verder herken ik mezelf, rechts bij de alten in mijn rood-geruite kiel met rechts naast mij Hugo van den Hombergh. Bij de sopranen, links, Michel van Overbeek in zijn ook al rode, gestreepte trui en links van hem Huub Mous met lichtgrijze stropdas. Is het jullie ook opgevallen dat al deze vier klasgenoten dezelfde kleding aan hebben als op de klassefoto 1960-1961 in een eerder Sacramentsbericht op deze weblog? Misschien is die klassefoto wel genomen op dezelfde septemberdag als de koorfoto hierboven. Want wij hadden heus wel nog meer kleren in de kast liggen.

De jaren gingen voorbij en de tandem Oosterhuis-Huijbers bleek niet meer te stoppen, tot verdriet van sommige paters op het IG, tot vreugd van vele anderen. Nog voordat Rome de altaren 180° had laten omdraaien en de liturgie had vervolkstaald, deden wij in de IG-kapel allang niets anders meer. Wij hadden collectief het gevoel dat we, althans in de liturgische beweging, voor de troepen uit marcheerden. Dat het ging rommelen binnen de orde (met Oosterhuis, Vrijburg, Van Kilsdonk, Huijbers &c.) vonden wij een min of meer logisch en geaccepteerd uitvloeisel daarvan.

Binnen de veilige muren aan de Hobbemakade, voornamelijk in die magnifieke grote kapel, maar en petit comité ook wel eens in de huiskapel in het patershuis, draaiden wij onze gezongen missen. Buiten de deur werd de Studentenekklesia steeds prominenter, met vooral Huub Oosterhuis en Jan van Kilsdonk als roer- en voorgangers aan het Amstelveld, en met Antoine Oomen als uiterst betrouwbaar organist/pianist. De liedproductie van het duo Huijbers-Oosterhuis was overstelpend, werd ook een waar exportartikel binnen en buiten Nederland, maar toch werden vanaf 1964, zo ongeveer, de eerste barstjes zichtbaar, iets wat mij niet geruststelde, maar niettemin onvermijdelijk bleek. Uiteindelijk zou dat tot een soort van breuk leiden tussen beiden, althans op religieus vlak (Bernard Huijbers werd zo goed als atheïstisch), maar veel minder op persoonlijk vlak. Bernards vrouw, Annelou Koens, vertelde mij vlak na zijn dood in 2003, dat hij kort daarvoor nog een lang, ontroerend telefoongesprek met Huub Oosterhuis had gevoerd – tegelijk een afscheid en een vriendschapsbetoon. Ten bewijze hier het Laatste lied dat Huub schreef en dat Bernard nog wist te toonzetten, mij door Annelou toegestuurd in december 2003:

Ook het koor ging veranderen. Niet alleen werd het in de jaren na 1964 een gemengd koor, met aanvulling van meisjes van Fons Vitæ, zodat het koor verder door het leven ging als het Fons- en Igkoor, maar ook gebeurde er in 1964 of 1965 iets waarvan Bernard Huijbers tot aan zijn dood is blijven roepen tegen wie het horen wilde of niet dat ik het was die dat heeft veroorzaakt. Wat had ik op mijn geweten?

Het geviel op een dag dat ik werd benaderd door een aalmoezenier die onder andere diensten verzorgde in de Huizen van Bewaring bij het Haarlemmermeerstation en aan het Kleine Gartmanplantsoen, met de vraag of wij niet met een paar man op een zondag bij zo’n dienst wilden komen zingen. Mij leek dat wel wat, maar ik zag vooralsnog geen mogelijkheid tot praktische uitvoering. Ik zat, mijn denken zat zo ingesloten binnen de IG-muren dat ik elke uitbraak voelde als een vergrijp en regelrecht verraad. Maar het avontuur lonkte en ik pleegde in ’t geniep overleg met Eddy Poelman, die twee klassen onder mij zat en ook heel actief was binnen het koor. Ook benaderde ik Thom Jansen en Theo Spook die als organisten al geruime tijd hun sporen hadden verdiend bij de diverse liturgievieringen. Met nog een paar, maar er schieten mij nu geen namen te binnen, ontstond er zo een uiterst subversief groepje dat de klus wel aandurfde. Tijd hadden we wel, op zondagochtend om 10 uur of zo, want voetballen deden we op zaterdag en Eddy hoefde toen nog niet met de NOS-microfoon de tribunes op.
Nog één horde was er te nemen: hoe kwamen we aan zangbundels voor het koor en het volk in de kerk? Hoe ik het heb gedurfd, snap ik nog steeds niet, maar tientallen keren ben ik op een vrijdag of zaterdag het patershuis binnengeslopen en heb de benodigde bundels en partituren tijdelijk gejat, ervoor zorgend dat ze zondagavond of maandagochtend heel vroeg weer keurig op hun plek terug lagen. Nooit betrapt.
Die diensten in het HvB waren ervaringen op zich. We stonden, veilig afgezonderd van al die voorlopig vastzittende criminelen (in mijn herinnering voor 95% donker gekleurden, maar pin me er niet op vast), met een man of 8 tot 12, een organist en ik als dirigent ons repertoire ten gehore te brengen. Echte volkszang werd het niet, maar, zo vertrouwde de aalmoezenier ons herhaaldelijk toe, die gedetineerden waren o zo blij dat ze op zondag even extra uit hun cel konden om naar de mis te gaan.
Na verloop van enige maanden kreeg ik het toch wel te benauwd: dit móest een keer uitkomen en dan had ik het allemaal op mijn geweten. Er waren intussen al zo veel Ignatianen bij dit ongepermitteerde gedoe betrokken, dat ik het ergste begon te vrezen. En zoals een kind loert op het geschiktste moment om van zijn ouders een ijsje los te weten te peuteren, stapte ik op een dag de kamer van Bernard Huijbers binnen, trok mijn humbleste gezicht (dat woord had ik goddank onthouden!) en biechtte schuldbewust het hele verhaal op.
Zijn pijp viel uit zijn mond van verbazing. En waar ik er toch ernstig rekening mee had gehouden dat ik nu standrechtelijk onthoofd, ontmand of op z’n minst van school getrapt zou worden, deelde hij mij welhaast extatisch mee dat dit het beste was wat de volkstaalliturgie in deze tijd kon gebruiken: weg van het IG, de muren gesloopt, de wijde wereld in. Hij ging in datzelfde gesprek zelfs zo ver, dat hij mij bijna bedeesd vroeg of hij er ook een keer bij mocht zijn – dan mocht ik nog wel blijven dirigeren.
We hebben wat afgelachen in ons kleine subversieve clubje. Maar wel is het zo dat toen in rap tempo de hele beweging in groter formaat zich ging verplaatsen naar de Thomaskerk (Rijnstraat) en niet veel later, met de geestdriftige medewerking van Wim Tepe, naar de Dominicuskerk aan de Spuistraat. Daar kun je, meen ik, nu nog steeds terecht om te horen wat al schoons er uit dit penitentiair uitbraakje is ontsproten.
Daar ook was het dat ik, met nog enkele anderen, van Bernard Huijbers een tijd lang gratis een dirigentencursus heb gekregen. Als dank voor bewezen Diensten, zal ik maar zeggen.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.